JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

DE KOLENSJOUWER VAN HAMES DITTON (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE KOLENSJOUWER VAN HAMES DITTON (1)

6 minuten leestijd

De stem in de boomgaard (1771)

Nu Mary, ik ga. Tot vanavond dan!" > ag William. Ik ga ook, want 't is bijtijd." Staande in de deuropening jkt Mary Huntington haar man na. j loopt langzaam, met gebogen schours. Alsof hij diep in gedachten is. ) doet hij steeds vaker, bedenkt zij. j wordt stiller en ernstiger. Waar is vrolijke William gebleven, die soms driftig uit kon vallen?

tussen is William bij het landgoed n de gebroeders Clive aangekomen, aar hij werkt als tuinman. Hij loopt ar de schuur en haalt het gereedschap > or de dag. Een lange dag ligt voor •m. Een dag van werken en... denken, atomatisch begint hij te schoffelen. ? nken, piekeren 't is gek, maar j doet niet anders meer. Eigenlijk is t gekomen toen hun kindje is gestorn, een paar maanden geleden. Nooit 1 hij die nacht vergeten. Steeds weer iort hij Mary's stem, hoog van onst: „William, geef me de tondeldoos ns aan. Ik weet niet wat er aan heelt, maar dat arme kind is de hele cht niet wakker geweest!" Toen de ars aangestoken was, zagen ze het. iar lag hun kind gestorven, verinkt door de stuipen,

nds die tijd bekruipt William steeds ker de gedachte: Als het nu jóuw ; urt eens is? Wat dan? Kun je je dan rantwoorden voor alles wat je gedaan ebt?

ild begint hij opeens te werken. Hier L daar neemt hij een plantje mee, maar j merkt het niet. Voor de zoveelste aal overdenkt hij zijn leven. Arm is j geboren in de hut van boerenarider Hunt. Een paar jaar ging hij tar school. Toen werken, dan hier en in daar. En nu is hij clan getrouwd et Mary Short en woont hij hier in ortlake. Zoveel kwaad deed hij irners niet? Maar zoals altijd komen ook i weer de beschuldigingen. En je ; chte vrienden dan? En je zonde met isan Fever? En dat en dat?

William zucht wanhopig. Hij kijkt vlug om zich heen. Maar niemand kan hem hier immers zien achter die oude appelboom? Dan knielt hij neer en bidt vurig: „O God, bekeer me en bewaar me voor slechte vrienden..." Het maakt hem toch wat rustiger. Hij wil weer aan zijn werk gaan, als hij opeens luisterend het hoofd opheft. Hoor een stem! „Verlaat Mortlake en al je slechte vrienden, " hoort hij, „en vermijd in de toekomst alle wereldse gezelschap!" Dan is het stil. 't Is of ook de natuur zijn adem inhoudt als in een heilig ogenblik. Daar sprak God. Tot hem, de zondige William Huntington. Als tot Abraham in Ur, bedenkt hij bevend.

Licht in het duister (1772)

William is geroepen — en hij gaat. Ze kunnen een kamer huren in Kingston en William begint iedere avond in de Bijbel te lezen. Maar hoe meer hij leest, hoe moeilijker het wordt voor hem. Jawel, er staan beloften in de Bijbel — maar ook nog iets anders: de Wet! Op een avond gaat hij naar de sekretaris van de dominee om raad.

Als William weg is, drentelt Mary rusteloos door de kamer. Als het nu maar helpt! Ze verschikt hier en daar wat en legt de Bijbel terug achter het gordijn v/aar ze een klein bidvertrekje voor hem heeft afgescheiden. Pas als ze alles aan 't klaarmaken is voor de nacht komt hij terug.

„En, William? "

„Weet je wat er gebeurd is, Mary? Ik kon hem in de herberg net zo lang op rum trakteren tot mijn laatste cent op was. Tóen gaf hij me de raad niet naar een geestelijke te gaan. Hij wees naar de hemel en zei: „In jouw geval zou ik daar mijn hulp zoeken." Als een wegwijzer, die wel de juiste weg aanwijst, maar zelf nooit een stap in die richtingdoet.... "

Toch blijft William trouw naar de Anglikaanse kerk gaan. Hij gaat dan hier en dan daar, maar nergens kan hij het vinden. „Weer zo'n onsamenhangende, inhoudloze preek van maar twaalf minuten, " verzucht hij als hij op een zondag uit de kerk komt, „waar kan ik christenen vinden, als de geestelijkheid zelf zo van het christendom is vervreemd? "

Wat er ook gebeurt, William kan de rust niet vinden. En er gebeurt veel. Er wordt een dochtertje geboren: Ruth. Ze verhuizen naar een huurhuisje in Sunbury waar William ook werk vindt. Hij krijgt het er zelfs zo moeilijk dat hij denkt over het ergste: de hand aan zichzelf te slaan.

Op een koude decemberdag, als hij in zijn blauwe tuinmansschort een pereboom aan 't snoeien is, achtervolgt hem steeds maar de vraag: ben ik uitverkoren? Hij weet er maar één antwoord op: God zal hém immers niet willen uitverkiezen! Wanhopig tobt hij: bidden heeft geen zin meer, ik ben toch verloren!

Maar opeens, als hij boven op de ladder staat, schijnt er een fel licht om hem heen. Een ogenblik staat hij stijf van schrik, dan laat hij zijn snoeimes vallen en klautert naar beneden. Dit móet het oordeel zijn! Dan is het echter net of een stem zegt: „Houd op met je vormelijke gebeden en bid waarachtig tot Jezus Christus. Zie je niet hoe Hij met ontferming bewogen is over degenen, die als zondaars tot Hem komen? "

Op de een of andere manier komt William in het schuurtje en daar valt hij op zijn knieën. „O God, U weet dat ik een zondaar ben. Ik heb geprobeerd mezelf te verbeteren, maar het is me or mogelijk. Ik kan niets aan mijn zali| heid doen." Al biddend wordt hij op eens heel rustig. Een wonderbare ru; is het — uitgestort door de Heilig Geest. Beloften zwermen als bijen zij hart binnen en hij ervaart dat Jezi Christus ook voor hém gestorven is.

Als William weer uit het schuurtje kom loopt hij uren door de omgeving, zir gend en jubelend. Nu is maar één dir noodzakelijk: God groot te maken.

Armoede (1774)

„Hebben we alles, Mary? "

Mary kijkt nog even om zich heei , , 'k Geloof het wel, William. We kur nen gaan." Ze klimt op de kar en stoj het kleintje, dat pas geboren is, lel ker toe in het wiegje. Kleine Ruth z bij haar vader. Alweer verhuizen! N naar Ewell, waar William weer ga; werken als tuinman. Zijn eigen ba< moest tot inkrimping van het persone overgaan.

Gelukkig dat hij nu tot rust gekome is, bedenkt ze. Vooral nu hij bij D Torial Joss, de methodistenpredikai naar de kerk gaat. Vroeger wilde b niets van George Whitefield en zijn vo gelingen weten. Nu wel. Toen hij c eerste keer terug kwam zei hij: „Voc het eerst heb ik nu iemand uit de Bi bel horen preken." Ze zijn wél arm n William heeft zelfs zijn beste kiert moeten verpanden om hun schulden betalen. En hoeveel zal die kar wei niet kosten

(Wordt vervolg

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 april 1977

Daniel | 20 Pagina's

DE KOLENSJOUWER VAN HAMES DITTON (1)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 april 1977

Daniel | 20 Pagina's