DE PREDIKING IN DE GEREFORMEERDE GEMEENTEN
Bij een eenvoudige benadering van dit nderwerp is het in de eerste plaats ienstig om de inhoud hiervan duidelijk e omlijnen. Het is immers niet de beoeling om de uiterlijke vormgeving in e eredienst, zoals deze bij ons gebruielijk is hierin te betrekken, hoe dienangaande de vormgeving ook belangijk kan zijn. Het gaat dus alleen over e prediking naar haar inhoud.
Jatuurlijk ontkomen we dan niet aan e noodzaak om de vormgeving van die ihoud nader te omlijnen. De liturgie an onze kerkdienst wordt dus buiten »eschouwing gelaten, maar het karakeristieke van de prediking van onze ereformeerde gemeenten stelt wel betaalde eisen aan de vorm, waarin de »rediking wordt gebracht, Hoofdzaak is chter, dat de eis, die bij de prediking [esteld moet worden, namelijk een verntwoorde schriftverklaring, onverkort ; ehandhaafd dient te worden.
Karakteristiek: het bevindelijke element.
In het hierboven omschrevene is het wel duidelijk geworden, dat het in het bijzonder gaat om de uitdrukking „het karakteristieke van de prediking van de gereformeerde gemeenten".
Door welk karakter wordt onze prediking in het bijzonder bepaald? Dan mogen we vaststellen, dat het vooral het bevindelijke element in de prediking is, dat onze prediking een bijzondere inhoud geeft.
Maar dan ook naar onze opvattingen een noodzakelijke inhoud. Dat wil natuurlijk niet zeggen, dat deze prediking in andere kerkelijke denominaties niet gevonden wordt. Gelukkig wel, maar dit is bij onze prediking veelvoorkomender en een algemeen kenmerk.
Wat is bevinding?
Om dit beter te begrijpen moeten we ook het begrip bevindelijk nader proberen te omschrijven. Dit ..bevindelijke" kan worden omschreven als het verwoorden van het waarachtig zaligmakend geloof in de zondaar, die door waarachtige wedergeboorte in Christus is overgeplant. Dat is een zaak, die de gehele mens aangaat en niet alleen zetelt in het verstand of in het gevoel. Dat verwoorden van de werkzaamheden der ziel door het werkzame geloof is een moeilijke zaak, omdat woorden het zo moeilijk kunnen weergeven. Toch zijn we hierin op woorden aangewezen, omdat het de Heere behaagd heeft Zich in woorden te openbaren. Het aangewezen middel om de juiste bewoording te gebruiken is dus om zich te bedienen van schriftuurlijke weergave van de geloofsbeleving. Er zijn legio voorbeelden in het Woord van God te vinden, die moeilijk met een verstandelijke beschouwing kunnen begrepen worden. Als we de geschiedenissen lezen van bijvoorbeeld de wonderbare visvangst uit Lukas 5, dan is Petrus' reaktie op die wonderlijke ervaring moeilijk te begrijpen zonder de bijzondere diepte, die de geloofservaring doet beleven daarin tot uitdrukking te brengen in de verwoording.
Evenzo de reaktie van de hoofdman te Kapernaüm uit Lukas 7, die eerst Jezus' komst verzoekt en dan daarna, als Jezus komt getuigt: Heere neem de moeite niet. Zoals het natuurlijk leven van ieder mens in haar wezen niet te omschrijven is, maar alleen de funkties daarvan, zo is het geestelijk leven eveneens in woorden weer te geven. Men is dan ook aangewezen op de funkties van het geestelijk leven, dat dan ook het funktionerend geloof is. Maar dan is 'net natuurlijk wel zo, dat het waarachtig geloof meer is en anders is, dan elke psychische gevoelsbeweging, hoe ingrijpend van aard ook. Dit betekent, omdat het geloof ook niet buiten het verstand en het gevoel werkt, dat het waarachtig zaligmakend geloof soms bijzonder moeilijk te onderscheiden is van alles, dat er veel op lijken kan, zowel bij een ander als bij onszelf. In ieder geval mogen we ervan uitgaan, dat God door Zijn Geest via het Woord spreekt.
Daarom dient de prediking zodanig te zijn, dat in de eerste plaats het Woord Zelf aan het woord komt, m.a.w. dat een schriftuurlijke prediking plaatsvindt. Maar dan ook zo, dat de bevinding uit de tekst spreekt en er niet ingelegd wordt. De scheidslijn is bij iedere tekstverklaring bijzonder moeilijk te trekken. Altijd komt men op de grens of in het grensgebied van vergeestelijking of zelfs oververgeestelijken. Hoewel het niet noodzakelijk is om de aanleidende omstandigheden van een geschiedenis een dogmatische tekst uit te diepen, d; nog zal het altijd gewenst zijn om de behandelen tekst in de kontekst te lat uitkomen. Dat vereist niet alleen i zicht en doorzicht in de te behandel tekst, maar naar onze opvatting o kennis van het geestelijke leven om bijzondere dimensie des geloofs te lat spreken uit de tekst. Gods Woord mc immers geestelijk verstaan worden.
Voor de nadere uiteenzetting, wat d eigenlijk de bevinding is, mag ik U ve wijzen naar een uitdrukking, die I mijn weten aan Prof G. Wisse toeg schreven wordt, namelijk dat het i houdt het funktioneren van Christus de christen. Het voorwerp van het g loof is immers Christus en Zijn werk. Als we dan spreken van het funktion ren van Christus, dan heeft dat dus b trekking op het gehele geestelijke lev in de christen. Dit begint dus direkt n de waarachtige wedergeboorte. Niet c bij de wedergeboorte direkt Christ onderscheiden wordt. Niets is zo ve borgen, dan de weg ter zaligheid en wijze, waarop de zaligheid door Chr tus verworven is met al onze eventu( diepgaande verstandelijke bevatting v de waarheid en geestelijke zaken. Ma de zondaar wordt immers bij de leven making reeds in Christus overgepla: terwijl de zondaar zelf in het godsgen over de aarde gaat en niet weet hoe ] weer in gemeenschap met God herst? kan worden. Het verstand wordt vi licht, zodat gezien en beleefd wordt, v. nog nooit beleefd is, al kon het m schien duidelijk verstandelijk verte worden. Zalig worden en de zalighf beërven wordt juist een onmogelijkhe Toch is dat niet alleen een vrucht v Christus, maar het is Christus, Die dc Zijn Geest in het hart werkt. Volge onze catechismus is het toch Christ zelf, Die Zijn gemeente vergadert: „c de Zone Gods uit het ganse menselij geslacht zich een gemeente tot het ee wige leven uitverkoren, door Zijn Ge< en woord in enigheid des waren gelo< van den beginne der wereld tot aan \ einde vergadert, beschermt en ond< houdt en dat ik daarvan een levend li maat ben en eeuwig zal blijven". (Vr. antw. 54). Een andere zaak is of a door het geloof en de geloofsoefeni weten tot die Kerk te mogen behore De strijd dienaangaande kan groot zi namelijk of de Heere of wijzelf begc ner. zijn.
De mens kan zo makkelijk een and maar ook zichzelf bedriegen. De c rechtheid voor God drijft dan ook naar de Heere om op Zijn werk terug komen en indien er een schadelijke w is, geleid te worden op de enige weg.
ke preek moet n Christusprediking zijn.
als we hierboven al hebben opge-|j ; rkt kan er inderdaad veel zijn, datjj op lijkt en het toch niet is. Een ver-|]; mdelijke bevatting van de waarheid. oral als dit gepaard gaat met het ge-| el kan een ingrijpend zelfbedrog in-, : uden. Daarom is het ook begrijpelijk. • t in de prediking er steeds weer op i wezen wordt, dat het gaat om de be-.iste gemeenschapsoefening met Chriss. Dus niet om vast te stellen, wat er emaal geweest is en wat heeft plaats vonden, maar veeleei om in de presing daarheen te wijzen, dat de ge-3fsvereniging met Christus pas de jrkelijke rust geeft. Te dien opzichte n er dan onderscheid gemaakt worn tussen het toevluchtnemend geloof, het verzekerd geloof of heengewezen )rden naar de rechtvaardiging in de srsc'naar der consciëntie.
e moeten dan oppassen om niet voor gaan schrijven hoever het komen : et of de Iieere te gaan voorschrijven e Hij het doen moet. Ook hierin is het wenst om schriftuurlijke taal te geuiken en bijvoorbeeld met Petrus te rmanen en aan te sporen: aar wast in de genade en kennis van onze ; ere en Zaligmaker Jezus Christus! ('2 : tr. 2 : 18).
atuurlijk kunnen we proberen aan te nen met schriftvoorbeelden en uit gen ervaring, voorzover deze op de hrift gegrond is, het onderscheid tusn bijvoorbeeld een consciëntieovertuing en de waarachtig zaligmakende 'ertuiging. Een eventueel vaststellen tt onze ervaring wel een zaligmakende ileving is, kan echter juist de in Gods Dord aanbevolen wasdom zo in de weg aan. Dan wordt er eigenlijk een rust •kweekt in hetgeen onze ervaring is en et in het voorwerp des geloofs, namek Christus. Vandaar is elke schriftuurk verantwoorde prediking een Chriss-prediking.
een herhaalde bekeringsgeschiedenis.
an blijven er ec.hter nog wel vragen r er, hoe de prediking dan moet zijn. ieder geval geen zogenaamde bekengsgeschiedenis, die elke week weer ïtzelfde is en waarvan dan de enige ekelijkse wijziging de tekst boven de "eek is. Als we echter van bevinding illen spreken, dan moet er toch wel op standen van het geloof gewezen wor-? n. Er is toch een duidelijke orde van ? t heil in de meerdere of mindere mate tn de kennis van onze Heere Jezus iristus. Er zijn in de weg der bekering ch verschillende knooppunten, waar Gods kinderen elkaar vinden. Hoe > rschillend de toeleidende wegen ook innen zijn, de Geest des Heeren leidt altijd naar die door Gods Woord centraal gestelde hoogtepunten in het leven van de bekering. En dan niet als rustplaatsen, om daaruit te leven, maar als rustpunten om vandaar de pelgrimsreis voort te zetten, zoals ook Israël in de woestijn toch van die punten kende waar de Heere Zijn volk op bijzondere wijze onthaalde.
Het gaat in de prediking om het centrale, namelijk Christus en Die gekruist tegenover de doodstaat van de mens in Adam.
Maar die gekruiste Christus heeft alleen maar betekenis voor een arm gemaakte zondaar, die het leven bij zichzelf en in zijn ervaring niet vinden kan. Het laat zich daarom ook verstaan, dat in elke preek die twee zaken moeten teruggevonden worden. Natuurlijk zal iedere prediker een eigen taal spreken naar eigen ervaring, omstandigheden in zijn leven, opvoeding, het milieu, waarin hij gevormd is, maar ook wat voor hem op dat moment het duidelijkst spreekt en in zijn eigen leven bijzondere betekenis heeft. Als het maar gebonden is aan de tekst, die behandeld wordt. Zijn eigen ervaring kan niet op de preekstoel tot stichting dienen, maar hij zal onbewust altijd tegen die achtergrond spreken. Elke predikant heeft zo zijn eigen prediking, maar dan moeten we ook oppassen om die predikanten tegen elkaar uit te spelen. De predikant op zijn beurt wachte er zich voor om in zijn ogen verkeerde geestelijke misstanden bewust te willen bestrijden. Laat het woord spreken, dat spreekt veel duidelijker.
Vrienden, het is met schroom, dat ik hier geprobeerd heb het een en ander over het bovenstaande onderwerp te schrijven. Er zou nog veel aan toe te voegen zijn, zoals tekstkeuze, geaardheid van de gemeente en de dienaar, prediking en de jeugd, enz. enz. De schroom betreft voornamelijk de normen waaraan de prediking moet voldoen, alsof ik daarmede te kennen zou geven, dat de prediking in Kampen pas echt verantwoord is. Niets is minder waar dan dat. Ik ben nog steeds bezig te leren om verantwoord te preken. Maar misschien heb je er iets aan om onze karakteristieke prediking beter te verstaan, hoewel dat niet het voornaamste is. Het gaat uiteindelijk om die kennis, die door Gods Geest in het hart gewerkt wordt ten aanzien van Christus en Zijn weldaden. Als dat de behoefte van je hart is, dan ben je ongetwijfeld een aantrekkelijke toehoorder!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 april 1977
Daniel | 20 Pagina's