JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

DE „VLUCHT" VAN VICTOR WASSI

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE „VLUCHT" VAN VICTOR WASSI

9 minuten leestijd

Eigenlijk heeft hij geen licht nodig, hij kent het uit zijn hoofd, hij heeft het in zijn hart. Stevig omklemt Victor het boekje, dat onder het kussen ligt. Nee, beter is het om nog wat te wachten tot er zich een gelegenheid voordoet, die het mogelijk maakt om over die grote schat onder zijn kussen te spreken. Hij is al vier keer van barak moeten veranderen en heeft eigenlijk nog niemand echt leren kennen in het kamp. Weer ontkiemt zijn hand het boekje, dat onder het kussen van mos en kleine stukjes bont verborgen is. Dat boek, waarin het Woord staat van Hem, Die niet liegen kan: , , Ik zal u niet verlaten, Ik zal u niet begeven." En met die kostbare schat in zijn hand valt Victor in slaap.

Moedeloosheid en ongeloof, twee vriendden.

Maanden gaan voorbij. In dit van iedereen en alles verlaten oord is voor de tweede keer de lente in aantocht. In barak A, waar Victor al die voorbijgegane maanden woont zijn achttien gevangenen gestorven. Er zijn geen nieuwe mannen bijgekomen. Alles in kamp 666 gaat zijn altijd eendere gang. Heel vroeg, als het nog donker is, worden de mannen gewekt. Na de koffie en het brood worden ze in grote lange rijen opgesteld en marcheren ze het ijzeren hek door, het kamp uit. Zorgvuldig zijn de bijlen, zagen en het andere gereedschap geteld, eer ze werden uitgedeeld. Op lange lijsten wordt nauwkeurig aangetekend welke gevangene een stuk gereedschap heeft gekregen. Straks na de dagtaak moet alles weer worden ingeleverd. Onder leiding van een grote groep soldaten lopen de mannen naar de plaats in het bos, waar gewerkt moet worden. Alleen de ernstig zieken mogen achterblijven. Met de scherpe bijl over de schouder loopt Victor Wassi in gedachten verzonken mee. Er zit sneeuw in de lucht. Sneeuw en nóg wat. Iets wat niet onder woorden te brengen is: het komende voorjaar! naast hem. Je kunt hem ni< loosheid heet hij. Hij is gelij niet alleen. Zijn vriend Onge dat Hij je helpen kan? Ha, „I zal je niet verlaten!" 't Moei wat! Je bent nu al meer da macht, waar je zo graag ove spreekt? Wat heb je nou aa dig onder je kussen verborge Victor voelt het wondei lijke van de aanstaanc lente niet. Er loopt ieman zien, maar hij is er. Moede met Victor opgestaan, h stond naast hem in de rij, toe Victor zijn brood en koffie i ontvangst nam. Hij verlaj Victor ook nu niet en mai cheert met hem naar zij werk. En Moedeloosheid loof is altijd bij hem. Zie j daar komt hij al. Hij gee: Victor een duw: „Waar blijf ; nou met je mooie woorder Denk je dat God jou hier ziel En als Hij je ziet, geloof je dai een jaar hier en er gebeu niets. Waar is nou Zijn a je Bijbeltje, dat je zo zorgvu houdt?

Je leest er uit voor, maar er nog niemand uit je barak be keerd. Toe man, zeg toch dj je niets meer te maken wi hebben met die God. Ga nas de kommandant en vertel hen dat je je vergist hebt, " A dreunende mokerslagen va: len die spottende woorden i Victors hart. Ze klinken lu der dan de bijlslagen rondoi hem.

Verwoed hakt hij er op lo de boom trilt onder het gewei waarmee hij geslagen word Victor probeert die stem var binnen het zwijgen op te leg gen. Hij wil, hij mag niet luis teren naar die twee gezwore kameraden Moedeloosheid e Ongeloof. Langzaam wordt h< wat rustiger in zijn hart. E als de keukenwagen koffie e brood brengt is de storm va binnen gestild. „Victor, Mij : gegeven alle macht in hem< en op aarde."

luchten? Zou het kunnen? au het mogen?

ie avond leest Victor weer voor uit jn Bijbeltje. Hij heeft het al vele, vekeren gedaan bij het flakkerende "ht van de kachel. En zijn er, die blij-? n spotten en hem voor gek verklaren, och verraden ze hem niet. Ondanks an spot en minachtend schouderopilen, luisteren ze steeds opnieuw. Veronderen ze zich soms over de onuitattelijkheid van verhalen of luisteren ; uit tijdverdrijf? Lang niet altijd volgt • een gesprek op wat is voorgelezen, en enkele keer vraagt er iemand: „Lees 3g eens een stukje verder, kerel!" De ïschiedenis van Paulus op weg naar amaskus is aan de beurt. Ah, ze zien hem een politieman, die meedogenos op mensenjacht is. Ieder luistert ïspannen. „Lees eens verder man, hoe ? p het met hem af? " Maar 't is moeilijk n lang achtereen te lezen bij dat flak-? rende vuur. Victor kent de geschicmis uit zijn hoofd. Als hij vertelt hoe aulus moet vluchten voor de Joden is ? spanning onder de mannen voelbaar, luchten, het is een woord, waar je niet m mag denken, maar wat toch nooit t hun gedachten is. Vluchten, 't is een oord, dat je diep wegduwt, als het in opkomt. Het is levensgevaarlijk om it woord hardop te zeggen. En toch is ït nooit weg te dringen, het leeft diep je hart. In de barre wintertijd, waarze soms dagenlang niet naar buiten rnden, dacht niemand aan vluchten, aar nu de zon meer kracht krijgt, nu 1 sneeuw hier en daar wat gaat smeln, gaan de gedachten uit naar buiten, iar de vrijheid. Dat was eenvoudig: een mand over de muur! Dat Göcl lulus hielp en dat hij daarom overal ; ilig was, daar luisteren ze niet naar. ; iller dan anders is het die avond in irak A. De meesten hebben moeite om . slaap te komen. Ook Victor ligt te oelen. Zou 't kunnen? Zou het mo-'lijk zijn ongezien het kamp uit te > men? Als straks de hevige sneeuwden aankomen, zou je je sporen zon-; r moeite kunnen verbergen en de mden zouden je nooit vinden. Maar > u het mógen? Als er nu eens een kans vam, zou hij die dan niet met allebei jn handen aan mogen nemen? Hij is ch onschuldig veroordeeld? En hij ; rlangt zo heel erg naar zijn vrouw en nderen. Dat weet de Heere toch! Hij ïeft het toch beloofd, dat Hij niet zal verlaten en niet zal begeven! Het is toch een belofte van Hem, Wiens Woord waarachtig is?

Doodmoe van het tobben valt Victor in slaap.

Zes mannon uit barak A.

Drie weken na het verhaal van Paulus' vlucht wordt het kamp 's nachts opgeschrikt door het geratel van een mitrailleur. Hondengeblaf klinkt daar tussendoor, geschreeuw en geroep en het geluid van hollende voetstappen. Wat is er aan de hand?

In het felle licht van sterke lantaarns dansen honderden sneeuwvlokken. Soldaten met honden aan de lijn haasten zich het hek uit en verdwijnen in de warrelende sneeuwbui, sterke staaflantaarns in de hand. Een poging tot vluchten? Op het ochtendappèl worden er zes mannen vermist, allen uit barak A. Er volgt een streng onderzoek. Alle gevangenen uit A worden afzonderlijk verhoord, maar dat levert niets op. Een uur, nadat met het werk in het bos is begonnen zijn de vluchtelingen gevonden. Twee dagen later wordt Victor Wassi geroepen om bij de kommandant te komen.

Vrijheid!

Het is bijna een jaar later. Achter een eenvoudige houten lessenaar staat een man. Hij kijkt naar de mannen, vrouwen en ook veel kinderen, die voor hem zitten en hem vol verwachting aanstaren. Even kijkt de man naar een boekje, dat hij in zijn hand houdt, dan begint hij te spreken. Naast hem staat een meneer, die zijn woorden vertaalt, want de man achter de lessenaar spreekt in een vreemde taal.

„Ik ben Victor Wassi en ik mag u vanavond iets vertellen uit mijn leven." Stil wordt het in de zaal, heel stil. Van zijn gevangenneming vertelt Victor, van de treinreis, van het kamp. „ en toen, twee dagen, nadat de vluchtelingen uit onze barak gepakt waren, moest ik bij de kommandant komen. De barak was natuurlijk grondig doorzocht, maar ik had mijn Bijbeltje — wat ik nooit deed! — in mijn zak gestoken. Met een gebed in mijn hart om hulp kwam ik de kamer van de kommandant binnen. Zouden de mannen, die gevonden waren het verteld hebben, dat ik voorlas uit een verboden Boek? En zou ik nu beschuldigd worden? Zou ik de schuld krijgen van het vluchten van die zes

mannen? Begrijpt u wat er door me heenging? Maar o wonder! Geen beschuldigingen, geen veroordeling, maar., vrijheid! Ik was vrij! Ik mocht het kamp verlaten! Waarom? Ik wist het niet. Ja, ik wist het wel! , , Ik zal u niet begeven, Ik zal u niet verlaten!" Dat was het, Gods belofte! O, toen heb ik daar God groot gemaakt, toen heb ik Hem aangeprezen als het hoogste Goed. Toen, toen heb ik gezongen:

Looft, looft de Heer' der legerscharen, O volken, heft de lofzang aan. Hij wil ons in het leven sparen, Ons hoeden op de steilste paan."

Ik mocht naar huis! Je vertellen wie het was, die mijn vrijlating bewerkte mag ik niet. Deze man, een hoge politiefunktionaris, werkt nog. Aan hem, een echte christen, hebben velen hun leven te danken. Ook ik, mijn vrouw en mijn kinderen.

En nu mannen, vrouwen en kindere in het vrije westen, vergeet niet, wat u vertelde. Ik koester geen haat tege de mensen, die mij vonnisten. Nee, d; mag en dat kan ik niet. Mijn Meest< bad voor Zijn vijanden en Hij wei duizendmaal meer gepijnigd dan éé van ons. Hij heeft duizendmaal mei geleden en er was niemand, die He bevrijdde. Maar wat ik u vragen wi Slaap niet, terwijl uw medechristene strijden en lijden. Gedenkt hen met u gaven en in uw gebed."

Stil is het, heel stil als Victor Wassi zij handen vouwt en een kort gebed ui spreekt. Een gebed in een vreemc taal, maar dat iedereen toch verstaa Hij dankt voor de vrijheid, die ee ieder hier mag genieten en draagt zi; volk op aan Hem, Die het beloofde: „] zal u niet verlaten, Ik zal u niet beg( ven, waarhenen ge ook gaat."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 april 1977

Daniel | 20 Pagina's

DE „VLUCHT" VAN VICTOR WASSI

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 april 1977

Daniel | 20 Pagina's