DE HEERE IS MIJN HERDER
Psalm 23.
eze Psalm is één van de meest bekende Psalmen van David. Hierin laat hij de vele üiadebewijzen, die de Heere hem ten deel deed vallen, schitteren en vertolkt hij > k de wegen en de werken, die de Heere houdt met hen, die Hij liefheeft.
et beeld dat David hierbij gebruikt is dat van de herder, die als een goede herder jn schapen beschermt en leidt en hun doet toekomen, wat tot hun bestwil dient. L dit beeld komt Davids hoogachting en liefde, maar ook zijn vertrouwen in de eere tot uiting. Maar tevens zijn eigen geringheid, het besef van zijn afhankelijkheid 1 hulpeloosheid.
alvijn merkt op: „Het wijst ons er op, dat daarin ons hoogste geluk gelegen is, inen Gods hand is uitgestrekt om ons te besturen, indien wij leven onder Zijn haduw en Zijn voorzienigheid waakt voor ons behoud. Dan zal ons alles overvloedig n dienste staan en laten wij wèl weten, dat wij nergens anders gelukkig door zijn, m dat God ons waardig keurt in Zijn kudde te worden opgenomen."
Vie is Davids Herder?
avid zegt: „De HEERE is mijn Herder.'" In deze Naam schittert de genade en de DUW van de Drieënige Verbondsgod. Daarin blinkt de eeuwige liefde van de Vader, .e schuldige zondaren verkiest en aan de Zoon geeft om hen vrij te kopen en te verssen: „Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde."
aarin komt ook tot uiting de onbegrijpelijke liefde van de Zoon, Die de hemelse ïerlijkheid verliet om Zijn leven te geven voor Zijn schapen, opdat ze daardoor ït eeuwige leven zouden hebben.
aar tevens ook de wonderlijke liefde van de Heilige Geest, Die toepast wat Christus irwierf, de zegeningen uit Christus neemt en beide de Vader en de Zoon verheerlijkt. 2 Herdersnaam geldt dus voor de Drieënige Verbondsgod, maar in het bijzonder Drdt hij gebruikt voor de Heere Jezus Christus. Hij noemt Zichzelf de Goede Herder, e Zijn leven stelt voor de schapen. In en door Christus is God Zelf in de rijkste en Lesomvattende zin van het woord de Herder van Zijn volk.
eze God kent David als zijn Herder en juist daarom weet hij, dat het hem aan niets tbreken zal. „De Heere is mijn Herder. Neem dit „mijn" weg, zei Augustinus eens, . ge neemt God van mij weg."
e Herder is even machtig als getrouw en zorgzaam. Dit waarborgt David alles. : lfs méér dan hij behoeft, voor ziel en lichaam, voor tijd en eeuwigheid. In dit ver-Duwen noemt hij zijn God met de Herdersnaam. Daarin brengt hij zijn vertrouwen, kerheid en troost tot uitdrukking.
De zegen die hem ten deel valt
erin werkt David de beeldspraak verder uit. Hij deelt in het direkte genot van de fde en trouw van zijn Herder. Want Die doet hem verblijven in de grazige weiden, iar ook het genot van de rust te vinden is. Het grazen, het gaan liggen en het heruwen van het voedsel is erbij ingesloten.
j verkwikt hem aan de wateren der rust van de vermoeienis van de brandende nnehitte. Zijn Herder verzuimt niets om hem maar gelukkig te doen leven onder jn leiding. „Hij verkwikt mijn ziel". Hiermee wordt aangeduid: het doen weerkeren, t herstellen in de vorige staat. Calvijn vertaalt: „Hij geneest mijn ziel". De schapen bben steeds de neiging tot afdwalen, waarbij ze zich kunnen verwonden aan dorens stenen. Maar de trouwe Herder zoekt het afgedwaalde schaap en brengt het terug
in Zijn altijddurende liefde. Dan blijft gelden: „Gij nu, Mijn schapen, gij zijt mense maar Ik ben de Heere uw God."
De leiding van de Herder
De Herder neemt de leiding in het leven van Zijn schapen. Hij doet dat door Wooi en Geest. „Mijn schapen horen Mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij." De weg d deze Herder doet gaan is het spoor der gerechtigheid, dus het pad dat recht is vo< de Heere. In dat spoor wandelde Abraham en hij gaf God de eer. Om in dat spo< te wandelen heeft Mozes liever de versmaadheid van Christus willen dragen dan vo; een tijd de genieting der zonde te hebben.
Maar wat beweegt de Heere een kudde te vormen, deze te leiden, te verkwikken < in het rechte spoor te brengen en te houden? Davicl weet maar één antwoord: „o Zijns Naams wil"; omdat het de Heere behaagt en opdat Hij verheerlijkt zal worde In de schapen zelf is daarom geen grond te vinden. Achter al deze ontferming c barmhartigheid ligt de eeuwige liefde van God. Lees maar eens, wat Paulus schrij in Efeze 2 vs. 4 t/m 10.
Maar dan ligt de toekomst ook in Zijn hand. Een zekere toekomst.
David gaat door met dezelfde beeldspraak als hij de gevaren tekent, waarin ( schapen kunnen verkeren. Het dal van de schaduw des doods is een diepte waarin ( dood rondwaart. Het is de plaats waar het roofgedierte kan aanvallen en verscheure Soms leidt de Herder Zijn schapen door deze plaatsen. Maar nooit brengt Hij hen c plaatsen waar Hij Zelf niet voorgegaan is. En Zijn tegenwoordigheid beschermt teg( de vijanden.
Hier wordt de rust van het geloof getekend, dat zijn vertrouwen niet stelt op eigt kracht of voorzichtigheid, maar op de Heere alléén. Juist in deze bange en gevaa lijke omgeving, waar dood en verderf dreigen en waarvan ook het eigenlijk sterv« niet is uitgesloten, wordt het geloof geoefend en het geloofsoog geslagen op < trouwe Herder, Die over Zijn schapen waakt. Daarom zal David geen kwaad vreze want de stok en de staf van de Herder troosten hem. Het zijn de tekenen van < leiding en de zorg die de Goede Herder voor Zijn schapen heeft.
Luther zegt: „David schrijft hier alle christenen een (al)gemene regel voor, dat geen ander middel of raad op aarde is om van allerlei aanvechtingen los te worde dan dat een mens al zijn zorgen op God werpt. Hem aangrijpt met het Woord van Zi. genade, daaraan vasthoudt en het hem niet laat ontnemen. Wie dit doet kan tevred« zijn, het ga hem wel of kwalijk, hij leve o 1 sterve en kan ook tot het einde besta< en het moet hem gelukken, ten spijt van de duivel, wereld en alle ongeluk". Hi overwint de kracht van het geloof dat door de Heilige Geest gewerkt en in star gehouden wordt.
De Heere als Gastheer
Davids lof van zijn God is met het beeld van de herder niet uitgeput. De Heere niet slechts zijn goede Herder, maar ook zijn Gastheer. De tafel is voor David aai gericht en dient voor een feestmaaltijd. Kostbare zalfolie wordt rijk over zi. hoofd uitgestort. Zijn God deed hem veel genoegen naar ziel en lichaam ervare maar schonk hem bovendien eer en blijdschap. Juist ontvangt David deze voorrecht* in de ervaring van de krachtige tegenstand van zijn vijanden. De zaligste en mee verkwikkende versterkingen heeft de Heere David en daarmee al Zijn kindek bereid, wanneer de vijand het felst woedt. In de gemeenschap des Heeren vrezen v geen kwaad.
Het geloof voor het heden gaat vergezeld van de hoop voor de toekomst. De belevir van Gods goedheid en trouw, doet hem de toekomst met vertrouwen tegemoet zie David verstaat hier wat Paulus' deed zeggen, dat alle dingen moeten medewerk* ten goede voor hen, die naar Gods voornemen geroepen zijn (Rom. 8). De Hee zal bewaren voor ondergang en schenkt redding uit de nood. Ook David weet dat Go< goedgunstigheid beter is dan het leven.
Dat zijn verwachting niet opgaat in het uitwendige blijkt het duidelijkst uit het sic Hij wordt door de Heere als gast in Zijn huis ontvangen en zal er veelvuldig verkere David wenst en verwacht voor zich een lang leven, gewijd aan de dienst des Heeri en het smaken van Zijn gunst in het heiligdom. Dit slot is het kulminatiepunt van
n verwachtingen. Want dit geeft het leven met al zijn goed eerst de rechte waarde. zer(es), kennen wij het geluk van deze zanger? Al zouden wij arm zijn naar de ereld, wij zouden het gelukkigst zijn van alle mensen. Deze Herder en Gastheer laat ch nog vinden door allen die Hem zoeken, ook Hem vroeg zoeken. En die Hem vindt, ndt het leven. En dan mogen we leven van het wonder van de genade voor afkerige hapen.
RAGEN:
Op welke plaatsen in het Oude en Nieuwe Testament wordt de betrekking tussen de Heere en Zijn volk aangeduid met het beeld van de herder en, zijn schapen?
Wat versta je onder de Naam des Heeren? Welke zondag van de H. Catechismus handelt er over? Op grond van Wiens werk mag David zingen: , , Gij zijt met mij"? Hoe komt dit tot uitdrukking in Zijn Naam?
Waar lees je in Jesaja 38 in het gebed van Hiskia dezelfde gelooisverzuchting? Wat is de relatie tussen het zich geleid weten door de Herder en oigen verantwoordelijkheid? Denk aan Davids zonden!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 maart 1977
Daniel | 20 Pagina's