„BEWAREN”
Hebt u wel eens stilgestaan bij het feit dat de mens het sluitstuk van Gods Schepping is? De Heere heeft alles in gereedheid gebracht om de mens te ontvangen. Al het andere, eerder geschapene, heeft de mens nodig om te kunnen bestaan. Als we daarover denken dringt des te meer de wijsheid Gods, ook in de schepping en de onderhouding daarvan, tot ons door.
Het feit dat we al dat andere, wat het dan ook is, nodig hebben, geeft ons verantwoordelijkheid ten opzichte daarvan. We zijn verantwoordelijk voor de dieren, plantten, de lucht, de aarde, kortom voor de gehele natuur. De geschapen stof is een geschenk van de Schepper, zonder dit geschenk zou het mensenleven onbestaanbaar zijn. Aan onze Schepper zijn we dus verantwoording schuldig. Ook aan ons zal eens gevraagd worden: „Wat hebt ge met Mijn volmaakte schepping gedaan? " Niet alleen uit kracht van het bevel „bouwen en bewaren" en vanuit de wetenschap dat we er niet buiten kunnen, maar ook uit dankbaarheid voor het ontvangen geschenk aan de Schepper en Formeerder.
We mogen dan ook een dankbaar gebruik maken van de natuur. Verplichte dankbaarheid, omdat we niets verdiend hebben en het alles uit genade ontvangen. Wat hebben ook wij vrouwen, ten aanzien van de natuur, een mooie taak. Vooral als we met kinderen omgaan aan wie we moeten leren hoe zij het geschapene mogen gebruiken.
Wat worden er, ook ondoordacht veel zonden begaan op dit terrein. En ook daarom is het. goed dit onderwerp eens te behandelen in onze „Pagina”.
Hoe gaan we met de dieren om? Zij zijn op de zelfde dag geschapen als de mens, en als een speciale metgezel van de mens heeft het een eigen plaats in de geschapenheid. De wijze waarop de mens relatie heeft met het dier, behoort die te zijn van een „eerbiedig" benutten in dienst van de naaste. Dat „eerbiedig" wil uitdrukking geven aan het respekt voor het dier als het meest verwante schepsel. „De rechtvaardige kent het leven zijner beesten”.
Laten we onszelf op dit punt eens onder de loupe nemen. Maken wij een „eerbiedig" gebruik van hen? Kennen wij het leven van onze beesten? Hebben wij ons op de hoogte gesteld wat een huisdier nodig heeft, voor wij het aanschaften? Wijzen wij de kinderen er op dat zij lief voor dieren moeten zijn?
Vertellen wij onze kinderen wel eens waarom en op welke wijze wij een dankbaar gebruik van het geschapene kunnen maken?
Wat vindt u van voedsel wat in de vuilnisemmer verdwijnt? Vooral in de winter sterven veel vogels de hongerdood. Wat is het mooi om de kinderen in dit opzicht hun verantwoordelijkheid te leren.
Hoe staat u tegenover het vogelnestjes uithalen? En het vernielen van jonge aanplant, het vertrappen van bloemen en het onnodig doden van insecten?
Ook is het goed om te denken aan het vervuilen van de natuur. Geven we een goed voorbeeld als we dozen, blikjes en papier in het bos achterlaten. Kijken we wel eens achterom voor we onze picknickplek verlaten?
Over de vele papiertjes die op de kerkvloer achterblijven, willen we hier niet spreken (we gaan trouwens niet naar de kerk om te snoepen, als het goed is hebben we zelfs geen tijd om er aan te denken).
Er is op deze „Pagina" te weinig ruimte om in te gaan op hetgeen we uit de natuur kunnen leren, (zie Psalm 19 e.a.) maar wellicht vindt u dat elders in „Daniël”.
Ook al hebt u veel werk, in uw gezin of waar dan ook, neem er de tijd eens voor om de natuur in te trekken, lettend op de grootheid van Gods schepping, zoals de dichter van Psalm 104, die besloot met vast voornemen om God te blijven loven waarmee wij ons van harte behoren te verenigen: „Loof den HEERE, mijn ziel Hallelujah!”
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 maart 1977
Daniel | 24 Pagina's