JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

GODS ORDE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GODS ORDE

7 minuten leestijd

Toen bouwde hij daar een altaar (Genesis 26:25)

Een wonderlijke wereld

We leven in een wonderlijke wereld. Terwijl ik deze regels neerschrijf leggen velen iet werk neer. Het modewoord is geworden: Staakt". Tegelijkertijd echter zoekt nen het feestkleed op en een ieder haast zich naar het feest. Welk feest? Dat doet er liet toe, als er maar veel gedronken wordt en gelachen. Nogmaals een wonderlijke wereld, een dwaze wereld! Eigenlijk moet ik zeggen: waze mens. De grote vraag is: oe komen we uit dit doolhof van moeilijkheden en verdriet? Misschien nog groter /raag: oe zijn we in deze ellende terecht gekomen? Het is zinloos om te luisteren iaar het oordeel van de dwaze mens van heden. De Heere zegt in Zijn Woord: ij lebben Mij verlaten, wat wijsheid zouden ze hebben? Al zoveel eeuwen heeft men }ns een orde voorgehouden, die in zijn einde waardeloos blijkt te zijn. Gods Woord ïoudt ons de enige orde voor ogen, die uitzicht geeft. We vinden deze in Gen. 26 : 25.

Izak vindt rust

Wie rustig en aandachtig dit hoofdstuk leest, zal moeten toegeven dat er feitelijk liets nieuws onder de zon is. Het is een hoofdstuk vol ellende en twist. De persoon waarover het gaat is Izak. Misschien zeg ik het verkeerd, het gaat over de God van [zak. De Heere wijst hem de weg in de tijd van honger. Niet naar Egypte mag hij ^aan, maar naar het land dat de Heere hem wijzen zal. Wat blijkt nu? Izak kan de rust maar niet vinden. Anders: hij durft zich niet geheel aan God toe te betrouwen. En dan komt de ellende. Eerst met zijn vrouw, dan met het graven van de putten, [zak is Gods kind, zeer zeker, maar men ziet er zo weinig van. Hij werkt, hij graaft, lij zaait, hij wordt groot, maar verder hoort men niet. In het wezen der zaak is hij lang, vandaar die leugen in Gerar en niet minder het telkens weer optrekken als de Filistijnen het hem moeilijk maken. Hij kan maar niet tot rust komen. Maar dan plotseling in Ber-seba, daar vindt hij de ware rust. De rust bij Zijn God en Koning. Daar verschijnt de Heere hem opnieuw, daar bevestigt God Zijn beloften. En dan volgt [zak de orde door God aangewezen. Eest bouwt hij een altaar, dan slaat hij zijn tent )p en tenslotte graven zijn knechten putten.

De goede orde

Dus eerst God en dan pas Izak. Met dit woord staan we midden in onze tijd, een tijd zol van onrust. Onrust en verwarring in de grote wereld, maar niet minder in de serk en in het huisgezin. We zijn de juiste orde kwijt, we zijn God kwijt. En daarom ; asten we als blinden langs de wand.

Zeker elk mens heeft een opdracht in de wereld en elk mens heeft ook talenten meegekregen van Zijn Schepper. Maar we gebruiken het verkeerd. De orde is niet goed. De een begint eerst bij zijn put. Laten we zeggen bij zijn arbeid. De grote vraag is ian, hoe kom ik door de wereld. Een diploma is alles! Een ander doet het weer anders, hij begint bij zijn tent. Een goed huwelijk, een eigen woning, een auto, vakantie, sport, spel en noem maar op.

Velen denken dan al niet meer aan het eerste, het altaar.

En als men nog over het altaar denkt, nou ja 's zondags eenmaal naar de kerk. Een bidvertrek schijnt er niet meer te zijn. Huisgodsdienst wordt blijkbaar niet meer gehouden. En zo is de orde verstoord, Gods orde! En zo komen ook de moeilijkheden. De ellende in de wereld en vooral ook de ellende in de kerk. Het is net als met die slok die vroeger bij moeder op de schoorsteenmantel stond. Hij bleef stilstaan. Om iem weer op gang te krijgen kwam er een stukje papier onder, tenslotte een doosje.

Beter was geweest om het kleine instrumentje, waar de slinger aan bevestigd zat, weer in evenwicht te brengen. U verstaat de vergelijking, het evenwicht is verstoord. En nu zijn we aan het knoeien met doosjes en stukjes papier. De een zoekt het in de drank, de ander in een bar. Weer anderen hebben hun radio en televisie. Men legt het werk neer. Men maakt plezier, veel geld verdienen en niets doen.

Maar de klok staat scheef. Hij tikt nog wel, zeker, maar vraag niet hoe. De orde ziet u, de Goddelijke orde!

Dat altaar eerst. In vele huisgezinnen liggen de altaren gebroken. En hoevele jonge mensen zijn uit het evenwicht geslagen?

Men schaamt zich voor zijn kerk, men is bang voor bespotting. En zo gaan we meedoen. De jeugd doet mee, de kerk gaat meedoen.

Men durft het niet meer alleen met God te wagen. Izak deed tenslotte zijn leugen om uit de moeilijkheden te komen. Wij zijn niet beter. Zolang we de juiste orde niet gevonden hebben, komen we nimmer tot rust. Dan is ons bestaan een leugen voor God. We hebben de opdracht om te bouwen, een put te graven, maar dan wel naar de goede orde. Eerst het altaar. Dat betekent in het jonge leven, eerst de knieën te buigen. Ook bij het allergeringste werk, ook bij het graven van putten! Ook bij het zoeken naar werk. We hebben talenten meegekregen, gaven om te bouwen.

De een krijgt talenten om te studeren, de ander om handwerk te doen. Maar de juiste orde moeten we niet vergeten. Eerst het altaar. Wilt u het sterker? We moeten vooraf bekeerd worden. Nee niet de vraag, hoe kom ik door de wereld? Wel, hoe kom ik er uit! Het altaar is zo belangrijk, het is het belangrijkste. Als Luther het druk had, bleef hij lang in zijn bidvertrek. Daar stond zijn altaar. Ook hebben we te bewaren, vooral het altaar. De wacht bij de waarheid. Niet mee gaan doen zoals zovelen meedoen. We zijn toch al zoveel kwijt. Hoe hebben onze voorgangers biddend de wacht gehouden bij het beginsel naar Gods Woord.

De wacht houden bij het altaar. Wie op zijn knieën de wacht leert houden bij hel altaar, daar kan alles niet meer. Daar leert men rekening houden met Gods orde Eerst: wat vraagt God? en dan hoe zal het gaan? Niet vragen of we mensengunsl kwijtraken. Maar wel, Heere wat wilt U dat we doen zullen?

Een persoonlijke vraag

Er blijft een persoonlijke vraag over. Hoe is de orde in mijn leven, in uw leven, ir jouw leven?

Van nature ligt dat verkeerd. We zijn in de val in Adam van God losgeslagen. Er daarom is alle begin verkeerd. We pakken alles vast, we bouwen aan de toekomst, w< gaan trouwen, er komt een huis. Maar dat eerste, dat altaar! Het is gebroken.

De ellende blijft niet uit. Het blijft in de wereld een grote verwarring. Maar in uv leven, hoe staat het daar? Uw altaar, uw persoonlijke verhouding met God? God za er aan te pas moeten komen. We lezen het zo bij Izak dat de Heere hem verscheen Dan pas wordt de orde in beginsel hersteld.

De bede moge geboren worden: Leer mij naar Uw wil te handelen, Ik zal dan in Uv waarheid wandelen. Neig mijn hart en voeg het saam. Tot de vrees van Uwe naam

Gespreksvragen :

1. Is een „leugen om bestwil" geoorloofd? Denk eens aan Rachab, Abraham, Izak.

2. Wat denk je van d© gelijkenis van „De onrechtvaardige rentmeester" uit Lukas 16 : 1-9. Vooral het laatste vers!

3. Wanneer het altaar staat opgericht in het huisgezin, is er dan nog plaats voor T.V.?

4. Mag een wereldling meer dan een kerkmens? En mag een onbekeerd mens meer dan een bekeer mens? Denk eens aan de geschiedenis van de Ark bij de Filistijnen en Uzza, die gedood wordt al hij de Ark aanraakt!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 maart 1977

Daniel | 24 Pagina's

GODS ORDE

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 maart 1977

Daniel | 24 Pagina's