JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

VEGETARISME

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VEGETARISME

6 minuten leestijd

Dominee, u bent vegetariër, u vindt het doden van dieren dus fout?

In zijn algemeenheid kan men niet stellen, dat ik het doden van dieren fout vind. Dit hangt helemaal af van het hoe en waarom. En naar mijn persoonlijke overtuiging geldt dit ook van het doden van mensen. Een dier doden om het op te eten is volkomen overbodig, omdat er tegenwoordig voldoende ander volwaardig voedsel te

verkrijgen is. En vlees eten omdat het zo lekker is, acht ik vooral in deze tijd, waarin de vleesproduktie met zoveel leed gepaard gaat, niet te verantwoorden. Als konsument is men hiervoor mede aansprakelijk. Aan de andere kant ben ik een groot voorstander van het toepassen van euthanasie op lijdende, zieke dieren en dieren die zichzelf tot last zijn. Wordt dit aardse leven voor hen vergald, dan heeft hun leven verder geen zin meer. Zij hebben wel een ziel (dat zegt de Bijbel duidelijk), maar zij hebben geen ziel te winnen. Zij behoeven niet door lijden gekastijd en geheiligd te worden. Want zij hebben hun deel in dit leven.

Ik weet, dat er veel meer vleeseters zijn dan niet-vleeseters. En ook, dat de gemiddelde Nederlander veel meer vlees eet dan goed is voor zijn gezondheid. De vleeskonsumptie is in twintig jaar bijna verdubbeld en is nu bijna zeventig kilo per jaar per hoofd van de bevolking, babies meegerekend. Een teken van weelde en overdaad. Als men dan bedenkt, dat er in de bijbelse tijd door de gewone Israëlieten weinig vlees gegeten werd. Volgens de Utrechtse hoogleraar in het Oude Testament, prof. dr. C. van Leeuwen, tevens lid van onze werkgroep, waren de grote feesten praktisch de enige gelegenheden waarbij de gewone Israëlieten vlees aten. In het alledaagse leven aten zij hoofdzakelijk een sober plantaardig voedsel, eieren en melkprodukten. We zien in 2 Samuël 12 hoe in de gelijkenis van Nathan de rijke man in verlegenheid wordt gebracht, wanneer er plotseling vlees op zijn tafel moet komen. Dat was kennelijk zelfs bij deze rijkaard geen alledaagse zaak. In dit licht bezien zijn wij, hedendaagse Nederlanders, geen vleeseters maar vleesvreters te noemen.

Hoe fundeert u bijbels uw visie, daar er in de bijbel toch dierenoffers gebracht werden en de Heere aan Noach uitdrukkelijk ook het gedierte des velds tot spijze gaf?

Wanneer iemand met een beroep op de dierenoffers in het Oude Testament onze huidige instelling van de abattoirs zou willen verdedigen, maakt dit op mij dezelfde indruk als wanneer men met een beroep op de praktijk van de Israëlieten bij de intocht in Kanaan, n.1. het voltrekken van de ban aan alle ingezetenen des lands, mannen, vrouwen en kinderen, genocide of volkerenmoord zou willen verdedigen. Men miskent dan de unieke positie van Israël en de betekenis van de schaduwachtige bedeling. De offers hadden niet meer dan een schaduwachtige betekenis, heenwijzend naar Christus, door Wiens kruisdood alle offers vervuld werden, zodat er verder geen bloed van dieren meer gestort behoefde te worden. God wilde Zijn volk door de offers, en ook door de offermaaltijden, leren, dat de mens alleen kon bestaan op grond van de dood van een ander.

Met de bijbelse fundering van een visie moeten we omzichtigheid betrachten. Wat zou een voorstander van de afschaffing van de slavernij in de vorige eeuw moeten antwoorden op de vraag, of hij zijn visie eens bijbels zou willen funderen, daar er toch in Genesis 9 : 25 uitdrukkelijk staat: Vervloekt zij Kanaan; een knecht der knechten zij hij zijnen broederen!", het houden van slaven aan Israël uitdrukkelijk was toegestaan. Christus met geen woord protesteerde tegen de in Zijn tijd alom bestaande slavernij, Paulus een weggelopen slaaf (Onesimus) naar zijn meester terugstuurde, en in zijn brieven zegt, dat het voor een christen niets uitmaakt, of hij een slaaf of een vrije is? Hij zou allicht zeggen, dat de emancipatie der slaven een doortrekken is van de lijn, die in principe in de Heilige Schrift latent verborgen is. Welnu, dat zeg ik ook van het zich onthouden van het eten van dierenvlees. Alzo is het van den beginne niet geweest, hoewel het door omstandigheden wel tijdelijk is toegestaan. In Genesis 1 : 29 is uitdrukkelijk aan de mens in het paradijs alleen maar plantaardig voedsel tot spijze gegeven. In Genesis 9 : 3 lezen we dan de con-

cessie (vergunning) om ook vlees te eten. Enkele verzen tevoren had de Heere erover geklaagd, dat het gedichtsel van 's mensen hart boos is van zijn jeugd aan (8 : 21). Onwillekeurig dringt zich een vergelijking met Mattheüs 19 : 8 aan ons op. God heeft bij monde van Mozes vanwege de hardigheid der harten onder bepaalde omstandigheden de echtscheiding toegelaten, maar, zegt Christus, van den beginne is het alzo niet geweest. Onlangs ontdekte ik, dat men de verwijzing naar Matth. 19 : 8 mede in verband met het toelaten van het vleeseten honderd jaar geleden al kon aantreffen bij de bekeerde jood en eminente Schriftverklaarder dr. Ph. S. van Ronkel in zijn bijbellezingen voor het volk, waarin hij op oud-gereformeerde grondslag het Woord Gods verklaarde. Hij merkt ook op: Aldus werd nu bij goddelijke beschikking den mens toegestaan, wat hem vroeger was ontzegd; maar wat hij, door de zondige begeerte geprikkeld, zich zelf eigenmachtig had toegeëigend". De oudvader Gregorius van Nyssa zegt: God, de mensen onmatig ziende, stond hun het genot van alles toe". Men dient daarbij voorts te bedenken, dat onmiddellijk na de zondvloed alle plantenleven op aarde vernield was, waardoor het ook om die reden noodzakelijk was, dat God de mens voorlopig dierlijk voedsel toestond. De apostel Paulus zegt op sommige plaatsen in zijn brieven, dat christenen geen ceremoniële, dat wil zeggen op de schaduwachtige wet van Mozes gegronde, bezwaren behoeven te hebben tegen het eten van vlees. Maar dat betekent niet, dat er geen ethische of esthetische bezwaren zouden kunnen zijn. Daar handelt de apostel echter niet over, evenmin als over de ethische bezwaren tegen de slavernij. Zij zijn voor hem in de gegeven omstandigheden (nog) niet relevant. De apostel bijvallende, wil ik hier uitdrukkelijk verklaren, dat ik geen ceremoniële bezwaren heb tegen het vleeseten. Ik behoor dus tot de „sterken" van Romeinen 14. Ik heb echter wel ethische en esthetische bezwaren.

Krijgt u uit kerkelijke kring wel eens negatieve, misschien wel krenkende, reakties?

Inderdaad komen er vanuit kerkelijke kring wel eens negatieve, soms ook krenkende, reakties binnen. Meestal is dat een bewijs, dat men zich in zijn geweten pijnlijk geraakt voelt. De positieve reakties overwegen echter, vooral van diegenen, die werkelijk tot oordelen bevoegd zijn.

Dominee, hartelijk dank dat u ons toestond u met zoveel vragen lastig te vallen. Ik hoop dat er ook in onze kringen meer bezinning komt over al deze zaken.

Toen ik de pastorie verliet, uitgeleide gedaan door dominee en mevrouw Boot, betuigde ik nogmaals mijn dank en zei, dat ik zijn standpunt over de bio-industrie grotendeels onderschreef, maar nog geen overtuigd vegetariër geworden was. De dominee had het laatste woord en merkte op dat het vegetariër worden eigenlijk een logisch gevolg is als je tegen bio-indu.strie bent.

Een opmerking om over na te denken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 maart 1977

Daniel | 24 Pagina's

VEGETARISME

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 maart 1977

Daniel | 24 Pagina's