JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

ONZE ZORG VOOR DE NATUUR

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ONZE ZORG VOOR DE NATUUR

11 minuten leestijd

Mij spreekt de blomme een tale, mij is het kruid beleefd, mij groet het altemale, dat God geschapen heeft! (Guido Gezelle)

In dit „kleendichtje" schrijft onze laamse dichter dat de natuur heenwijst aar de Schepper van hemel en aarde, 'egenwoordig bestaat er erg veel aanacht voor het milieu en het bewaren an stukken ongerept landschap. Dat is en goede zaak, als we de natuur maar iet gaan vereren om de natuur zelf, 3nder de Schepper erin te erkennen, 'alvijn noemt dat „een al te schandelije ondankbaarheid". We gaan de naiur pas op de juiste wijze waarderen, ranneer we de bril van het Woord van tod gebruiken (aldus Calvijn). „Gij doet rel, dat gij daarop acht hebt, als op een cht schijnend in een duistere plaats" ! Petr. 1 : 19).

De Bijbel laat ons niet in het onzekere at betreft de herkomst van de scheping: God heeft orde gesteld tussen cht en duister, hemelkoepel en aarde, ; nd en water. Daarna zijn voor de chtdragers de banen uitgezet langs het rmament, water en lucht werden be-3lkt met vissen en vogels, en tenslotte rijgen vee, wilde dieren, kruipend geerte en mensen hun plaats toegewe-: n op de aarde. Uit de orde, die door od in de schepping gevolgd werd ijkt duidelijk dat het één gericht is op ït ander. Met die doelmatige orde, die •ote samenhang van alle verschillende ezens, is de hele schepping gediend. ; behoeft niet eens zo diep op alles in gaan, of je ziet dat het geheel gedrein wordt door een onzichtbare wet, de et van het dienen. De zon is onmisbaar voor de groene plant en zonder groene plant is er geen leven mogelijk; de vlinders dienen de bloemen en omgekeerd; de bloemen dienen de zaden en de zaden dienen de vogels; de vogels dienen het roofdier, dat zijn voedsel zoekt. We noemen dit een voedselketen. Zo zouden er veel reeksen te maken zijn, waaruit het blijkt dat het één als het ware dient om het ander te voltooien. Geweldig, wat is de schepping toch wonderlijk mooi.

„En God zag alles wat Hij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed" (Gen. 1 : 31). Zo eindigt het scheppingsverhaal. God schiep! En wij? Als we nu naar de schepping kijken, dan zien we maar al te duidelijk dat alles lang niet goed is. Integendeel. De wereld is ontwricht (Rom. 8 : 22) — wat is er gebeurd? De mens, die de schepping bewerken en bewaren moet, zondigt. De rampen, die onze zonde in de schepping veroorzaakt (heeft), zijn niet te beschrijven. Door de zonde is ook ons zicht op de schepping niet meer juist. Dit verklaart de situatie waarin wij nu gekomen zijn: itputting van de voorraden grondstoffen (vooral onze energiebronnen), verontreiniging van water, lucht en bodem, verstoring van het evenwicht in de natuur.

Verstandig met energie.

Energie-besparing houdt onze „wereldkaars" langer brandend. Energie besparing, alleen maar een modewoord, of moeten we werkelijk ernst maken met het bezuinigen op ons energie verbruik 9 Vergeet niet dat alles om ons heen energie is óf door energie gevormd wordt. We mogen natuurlijk niet zeggen: „Het zal mijn tijd wel duren, voorlopig is dat

spul niet op", of: „De geleerden zijn tegenwoordig zo knap, die vinden er ". Wist je trouwens dat het konstant laten branden van de aansteekbrander (het middenpitje) in een jaar net zoveel gas verbruikt als er voor al het kook-en bakwerk nodig is, nl. ± 100 kubieke meter gas? Het kan nog enkele tientallen jaren duren (omdat de ontwikkelingslanden nog maar een klein graantje meepikken uit de pot), maar de huidige bronnen zullen een keer opdrogen. Nog een reden om energie te besparen is het gunstige effekt op onze betalingsbalans: we hebben zelf nauwelijks olie en steenkool in de bodem, zodat we die moeten invoeren. Wat het verkrijgen van olie betreft, geldt dit voor heel West-Europa. Daarom zoekt men naarstig naar andere energiebronnen, zoals kern-energie. (Energie uit zon en wind zal pas na 1990 een geringe rol gaan spelen.)

Toepassing van kernenergie stuit nogal op bezwaren. Denk alleen maar aan het stof dat uitbreiding van de ultra-centrifugefabriek in Almelo doet opwaaien. De almelose fabriek Urenco is een internationaal projekt onder beheer van Nederland, West-Duitsland en Engeland. In Den Haag werd op 25 nov. 1968 door deze landen een verdrag getekend om te komen tot een ultra-centrifuge scheidingsfabriek. De ultra-centrifuge (een centrifuge met een zeer hoog toerental) dient voor het verrijken van het 235 Uranium-isotoop uit natuurlijk uranium; scheiding gebeurt op grond van een miniem gewichtsverschil. Verrijkt uranium wordt gebruikt in de kerncentrales. Daar wordt elektriciteit opgewekt met de energie die vrijkomt bij de splijting van 235 Uranium. (Dergelijke centrales staan in Dodewaard en Borssele). Een deel van het verrijkte Uranium uit de almelose ultra-centrifugefabriek wordt uitgevoerd, misschien ir de toekomst ook naar Brazilië. In Nederland bestaan grote weerstanden tegen deze leverantie, omdat Brazilië weigert het non-Proliferatieverdrag te tekenen. (In dit verdrag verklaart mer kennis over kern-energie niet voor militaire doeleinden te gebruiken.) Eei ander probleem bij het gebruik var kernenergie is de vraag waar we he radio-aktieve afval laten (opslaan ir ondergrondse zoutlagen? ). Het moet nl enkele honderden tot duizenden jarei bewaard worden voordat het is overge gaan in niet meer radio-aktief afval.

Bij een afnemende beschikbaarheid vai gas na 1978 zal een zware wissel wor den getrokken op olie en kolen, voora als kernenergie ook zou afvallen. E wordt veel onderzoek verricht om ui steenkool gas of vloeibare brandstof t maken.

De steenkoolproductie van de EEG j sinds 1966 gedaald van 398 tot 247, 7 mi] joen ton per jaar. Bovendien hebbe Engeland en Duitsland hun kolen ze' hard nodig; ze zullen dus wellicht ove grote afstanden vervoerd moeten wor den (uit Zuid-Afrika of Australië). Eé van de gelderse electriciteitcentrales z< reeds op steenkool overstappen.

Milieubescherming.

Volgens deskundigen gaat de werel haar ondergang tegemoet, omdat t mens bezig is het leefmilieu op schril barende wijze aan te tasten. De volger de faktoren springen in het oog:

1. Naast de natuurlijke erosie (= aar tasting van het aardoppervlak do< water, wind en andere natuurkrachte is er ook een versnelde erosie door roo bouw van de mens, b.v. in de ontbo sing. In de Bijbel wordt gesproken ov de cederwouden van Libanon; door to doen van de mens is daar nu niets me van over. Wat overblijft zijn naak rotsen en droge zandwoestijnen. Troi wens, de moderne mens kan op dat g bied ook heel wat: voor de produkl van een flinke krant in Amerika (vo één dag) is een bos van 15.000 bomi nodig. Reken maar eens uit wat er p jaar nodig is. Roofbouw wordt ook g pleegd door grote monocultures, land rijen met één gewas. Dit veroorzaa snelle uitputting van de bodem, waan de erosie vrij spel heeft. Ook miliü optreden brengt veel schade tewe (ontbladerings-methoden, uitgestrefc oefenterreinen).

2. Toename van de wereldbevolkir Als er meer mensen komen, moet

ook meer voedsel geproduceerd worden. Dat leidt tot natuurverdringing en milieuvernietiging.

3. Water en lucht worden verontreinigd

Als we al het water op de wereld bij elkaar tellen, komen we tot een hoeveelheid van 1.350.000.000 kubieke kilometer! Water is onmisbaar voor alle levende wezens, het is onvervangbaar en de totale hoeveelheid in de natuur kan niet worden vergroot. Zuinigheid is dus geboden.

Échter, het waterverbruik neemt toe, zowel door partikulieren als door industrieën. Zij zorgen voor chemische (= door allerlei stoffen) en thermische (= door warmte) verontreiniging. Organische stoffen (van plantaardige of dierlijke oorsprong) kunnen door bakteriën afgebroken worden. Als er teveel materialen in het water komen, dan is dit zelfreinigingsproces niet meer toereikend. Dit geldt ook voor giften en nietorganische zouten: fosfaten (die in de meeste wasmiddelen voorkomen) kunnen helemaal niet afgebroken worden. TRICEL is een kompleet wasmiddel zonder fosfaat. Door thermische verontreiniging ontstaat een toestand waarbij rivieren, kanalen, meren en zeeën niet meer voldoen aan het hoofddoel van het oppervlaktewater: in het biologisch milieu, voor drinkwatervoorziening, enz. Deze wordt veroorzaakt door koelinstallaties in grote fabrieken (vooral kern-en elektriciteitscentrales). Zo heeft de Amercentrale in de Maasvlakte 40 m : i koelwater per sekonde nodig. Als alle langs de Rijn geplande centrales in Zwitserland, Frankrijk en Duitsland inderdaad gebouwd worden, dan zou het Rijnwater gedurende de zomer warm ons land binnenstromen. Door verwarming bevat water minder zuurstof; normaal is het oppervlaktewater 's winters (koud) helderder dan 's zomers; wat zal het gevolg zijn als de mens drastisch ingrijpt in het natuurlijk evenwicht? Ook de luchtverontreiniging heeft ernstige konsekwenties. Eigenlijk hangt ons leven op aarde aan een zijden draad. Er is maar een kleine speelruimte mogelijk in de samenstelling en in de temperatuur van de atmosfeer.

4. De nevenwerking van bestrijdingsmiddelen in land-, tuin-en bosbouw veroorzaakt vergiftiging. Samen met de vijand wordt ook de vriend gedood. Sommige bestrijdingsmiddelen worden zelfs in de vetweefsels van pinguins en robben langs de kusten van de Zuidzee teruggevonden.

Natuurbescherming in de praktijk.

De georganiseerde natuurbescherming in ons land dateert van de eeuwwisseling.

Vooral de oprichting van de Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten (Antwoordnummer 9933, 's Gravenland) in 1905 moet genoemd worden. Dit is de grootste partikuliere organisatie op het gebied van aankoop en beheer van natuurterreinen. Deze vereniging telt ± 240.000 leden. Als lid van Natuurmonumenten ben je als het ware mede-eigenaar van 32.000 ha beschermd natuurbezit in Nederland; vier maal per jaar ontvang je het tijdschrift „Natuurbehoud". Naast Natuurmonumenten werkt er in elke provincie nog een „Provinciaal landschap". Voor de aankoop en het beheer van staatsnatuurreservaten zorgt het „Staatsbosbeheer". De eigenaars van natuurreservaten hebben een steeds belangrijker wordende taak op het gebied van voorlichting. D.m.v. wandelroutes, natuurpaden en bezoekerscentra (= tentoonstelling over het omliggende gebied) wordt geprobeerd om de mensen beter in kontakt met de natuur te brengen. Daarnaast spelen wandelroutes een rol bij de begeleiding van het publiek, waardoor de meest kwetsbare gedeelten van terreinen worden ontzien.

Het landschap wordt snel „opgegeten" door stadsuitbreiding, industrievestiging, wegenbouw, tweede woningen, hoogspanningsleidingen e.d., maar ook door hen die vroeger het landschap zo mooi hebben gemaakt: de boeren. Daarom is de regering sinds 1975 bezig een aantal Nationale Landschapsparken in te richten. Mooie landschappen en moderne agrarische bedrijfsvoering staan in veel gebieden op gespannen voet. Hieruit mag je niet konkluderen dat „de boeren" geen oog zouden hebben voor hun eigen leef-en werkmilieu, maar ze moeten er wèl in de allereerste plaats de kost (kunnen) verdienen. Vandaar het aanvullend salaris voor boeren in deze landschapsparken.

Het Instituut Voor Natuurbeschermingsecudatie óf I.V.N. .(educatie = opvoeding) is in 1960 opgericht; het wil voorlichting en „daadwerkelijke" vorming bedrijven. Iedere zomer organiseert het I.V.N. (Plantage Middenlaan 42, A'dam) werkvakanties voor jongeren van 15-25 jaar. Van maandag t.m. zaterdag wordt dan in beschermde natuurgebieden aan het behoud van de natuur gewerkt: houtopslag in heideterreinen verwijderen, begroeiing (die er niet hoort) wegnemen en moerassen hooien. Kortom, het in de oorspronkelijke staat houden van de reservaten. Van tijd tot tijd zijn er ook dergelijke werkdagen ('s zaterdags) in alle delen van het land. Het knotten van wilgen is gedurende de wintermaanden zeer in trek. Naast dit praktische doel richt het I.V.N. zich vooral op de opvoeding van

jongeren op het gebied van natuur-en milieuproblematiek. Dat gebeurt niet alleen tijdens het werk, maar ook 'savonds met lezingen. Jaarlijks leidt het I.V.N. een aantal natuurgidsen op. Deze mensen dienen als gids bij natuurwandelingen.

Naast de aankoop, het beheer en de voorlichting hebben natuurbeschermers ook de taak om het overheidsbeleid kritisch te volgen. Dit wordt vooral veel gedaan door milieu organisaties.

Samenvattend.

De natuur vraagt dringend om bescherming. Het uiterste is, dat wij zo'n eerbied voor het milieu hebben, dat geen enkele boom meer geveld mag worden en geen dier mag worden aangeraakt. Wij moeten in onze strijd voor de natuurbescherming niet vervallen in een valse romantiek. De Schrift leert ons niet dat de natuur goddelijk is, waar we met onze vingers af moeten blijven.

Zolang we .hier op aarde ons werk hebben, zullen wij met Gods materialen zuinig moeten omgaan en ze op de juiste manier beheren. God is de Eigenaar, terwijl de mens tijdelijk het hem verleende land en goed als rentmeester in beheer heeft. Wat meer bezieling voor het werk van de natuurbescherming zou in onze kringen geen overbodige luxe zijn. Zeer terecht heeft de S.G.P. (rond 1920) als eerste politieke partij de zorg voor de natuur in haar standpuntsbepaling opgenomen. Wat wordt er nu gedaan? Door jou?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 maart 1977

Daniel | 24 Pagina's

ONZE ZORG VOOR DE NATUUR

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 maart 1977

Daniel | 24 Pagina's