KRITIEK
Wie heeft er nooit eens kritiek op iets of iemand gehad?
’t Lijkt eerder een onzinnige dan een serieuze vraag, 't Zou toch te gek zijn als je 't overal of met iedereen eens moest zijn. Je kunt het toch moeilijk eens zijn met bijvoorbeeld het optreden van Hitier, de situatie in Rusland of de onmenselijke toestanden in Zuid-Amerika.
Natuurlijk mag je best kritiek hebben. We kennen in ons spraakgebruik zelfs de uitdrukking opbouwende kritiek. Dat klinkt positief.
Tegenwoordig schijnt „kritiek hebben" of „kritisch zijn" erg in de mode te zijn. Minister Van Kemenade ziet het zelfs als een van de eerste doelstellingen van het onderwijs. De jeugd moet kritisch gemaakt worden, anders wordt ze nooit volledig volwassen, nooit helemaal zelfstandig.
En waar kun je al geen kritiek op hebben?
Kritiek op je ouderwetse ouders die niet willen dat jij op jouw vrije zaterdagavond, na een hele week van hard werken, naar de bazar van de plaatselijke voetbalklub wilt. Kermis, noemt „die ouderwetse man" dat. Misschien gebruik je in je gedachten nog wel een minder nette benaming? !
Kritiek op je leraar op school die „niet tegen een geintje kan". Kritiek op je predikant die „alleen voor oude mensen preekt". Kritiek op vul zelf maar in.
Notuurlijk mag je best kritiek hebben, schreef ik. Zelfs met de doelstelling van minister Van Kemenade kan ik een heel eind mee. Kritiek behoort namelijk altijd iets te maken te hebben met criteria. Steeds zullen er bepaalde normen moeten zijn waaraan we iets of iemand toetsen. Je kritiek moet terecht zijn. We noemen dat ook wel gegronde kritiek.
Het gaat du.s om criteria. In onze moderne tijd is dat voor velen geen probleem. De autonome (= zelfstandige) mens van onze tijd bepaalt immers zelf zijn normen. Wat gisteren nog fout was, in de moderne visie moet ik zeggen: wat gisteren nog als fout gezien werd, kan vandaag best acceptabel zijn. De tijden veranderen immers en wij met haar!?
Een bijbelgetrouw christen zal nooit zo kunnen redeneren. Hij kan en mag wel kritiek hebben. Ook de Heere Jezus uitte weieens kritiek. Denk maar aan de bruiloft te Kana, waar Maria Hem wilde zeggen wat Hij doen moest „Vrouw, wat heb Ik met u te doen ", was toen Zijn antwoord.
Een christen zal voor al zijn kritiek Gods Woord als uitgangspunt en basis moeten nemen. Dan kun je gegronde kritiek hebben, ook op je ouders, maar het zal nooit in strijd kunnen zijn met het vijfde gebod: Eert uw vader en uw moeder.
Als we wat meer aan deze normen van Gods Woord dachten, zou er andere kritiek zijn. Ik zeg bewust niet: minder kritiek. Waarschijnlijk krijgen we wel minder kritiek op een ander, maar meer op ons zelf. De Heere Jezus waarschuwde niet voor niets: „Werpt eerst de balk uit uw eigen oog en bezie dan de splinter in het oog van uw broeder.”
Laten we ook eens bedenken welke kritiek een ander op ons zou kunnen hebben. Zijn we soms hoogmoedig, trots, geldgierig, liefdeloos, hebben we nergens tijd voor? En wat nog veel belangrijker is: voldoet ons leven aan de criteria van Gods Woord? Zijn wij oprecht, verdraagzaam, rechtvaardig behulpzaam, zachtmoedig, in één woord, hebben wij onze naaste lief als onszelf?
Laten we deze norm eens naast ons leven leggen en God smeken om Zijn Geest. Want de vrucht des Geestes is, zegt Paulus in Galaten 5: liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid., matigheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 februari 1977
Daniel | 20 Pagina's