DE VERSLAAFDE
I.
laatst liep ik door Rotterdam ik zag, wat eigenlijk niet kan een ouwe-jonge-man
II.
neuriënd weent hij galgenhumor is zijn lot een macabere stoet zet zich in beweging en scheurt met zeven-dubbele-paardenkrachten voorbij
het raakt hem niet alles is voorbij een witte nacht gaat over in een zwarte dag
III.
laatst keek ik in een verwezen blik
ik zag met deernis naar die knaap en in gedachten zei ik vaak verschrikkelijk zeg
Heer’ ik schoot tekort ik had hem op de God van dood en leven moeten wijzen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 februari 1977
Daniel | 20 Pagina's