HULPVERLENING IN „DE HOOP” TE DORDRECHT
Op woensdagochtend 19 januari j.1. waren we op bezoek bij het „crisis-centrum" voor verslaafden van de stichting „De Hoop". Een briefje op de deur van het huis aan de Spuiweg verwees ons naar het hofje „de Hoop" nr. 1. Dit bleek achter het huis gelegen t.e zijn. We kwamen door een smal steegje op een klein, rustig hofje en belden aan bij een op het eerste gezicht nieuw pand. Daar werden we verwelkomd door de heer T. Stortenbeker, de projektleider van het centrum. Aan hem stelden we onder meer de volgende vragen:
„Wat is het werk van de Stichting „De Hoop" en wie werken daaraan mee? ”
„De Stichting „De Hoop" heeft als hoofddoel de opvang en begeleiding van verslaafden aan drugs en andere mensen, die in nood verkeren. Hier hebben we een zogenaamd „crisis-centrum", waar we de mensen opvangen. Na enige tijd sturen we hen dan door naar een zogenaamd „buiten-centrum", waar ze langzamerhand weer kunnen gaan wennen aan het leven in onze maatschappij.
Ons werk wordt gesteund door veel, bijna alle protestants-Christelijke groeperingen, kerken en instellingen in Dordrecht, van bijvoorbeeld de Gereformeerde Gemeente en de Christelijke Gereformeerde Kerk tot aan de zogenaamde „vrije groepen”.”
„Op welke manier? Daadwerkelijk, of financieel? ”
„Niet daadwerkelijk. Het is niet zo, dat al die groepen samenwerken in één Stichting, maar wij worden wel door hen gesteund door gebed en giften. Er is vooral veel gebed. In verschillende kerken wordt van tijd tot tijd een voorbede voor ons gedaan. Verder staan wij bij sommige kerkgenootschappen op het kollekte-rooster, bij andere wordt incidenteel voor ons gekollekteerd.
Wel is het zo, dat wanneer we in ons centrum iemand zouden krijgen, die aan drugs verslaafd is en tot één van deze groepen of kerken behoort, we de betrokken pastor inschakelen. Echte daadwerkelijke steun is verder overigens erg moeilijk te realiseren.”
„Hoe kwam Uw stichting tot stand? ”
„Dat is een lange geschiedenis. Om kort te gaan, in januari 1975, dus twee jaar geleden, waren hier in Dordredht een aantal oudergroepen, die zich met het probleem drug-misbruik bezighielden. Tevens kreeg in die tijd onze huidige stichtingsvoorzitter, toen gemeenteraadslid, van zijn partij een opdracht om d.e plaatselijke situatie in Dordrecht na te gaan. Uit het resultaat van het gehouden onderzoek bleek overduidelijk, dat een opvangcentrum dringend nodig was. Maar de tweede konklusie was, dat er geen geld voor beschikbaar was. Daar lag ons probleem.
Toen ontstonden er verschillende groepen mensen, die ons werk met veel gebed gesteund hebben. We gingen ook kijken bij andere centra op dit gebied in Nederland om
na te gaan, hoe daar gewerkt werd. Er werd een Stichting opgericht om het werk ter hand te nemen. Het vele gebed bleek niet tevergeefs! Binnen één week kwam er een aanbod van iemand die van ons initiatief gehoord had. Het aanbod 'hield in: gratis gebruik van dit pand en dat van het hofje hierachter. We mochten zoveel eraan verbouwen als ons noodzakelijk leek. Dat was ook wel nodig, want alles verkeerde in een zeer vervallen staat: geen verlichting, verwarming, enz.”
„En toch slaagden de plannen, ondanks het geldgebrek? ”
„Ja. We zien dit als een verhoring op ons gebed en dat van vele andere Christenen in deze stad. Er kwamen twee architekten uit onze kring die met drie tekenaars kosteloos en in hun vrije tijd een ontwerp maakten. In december '75 waren de plannen rond. Toen moest een bouwvergunning worden aangevraagd! Boven al onze verwachtingen was deze er al binnen drie weken! Ook hiervoor heeft God gezorgd. Hij is de Heere en Meester van alle dingen en we vertrouwden op Hem, Hij heeft ons niet beschaamd. Eind februari '76 kon de aannemer (ook uit onze kring) met zijn werk beginnen. De verbouw leverde enorme problemen op! Niet alleen 'hadden we geen enkele zekerheid wat de financiële kant betrof, geen lening, geen hypotheek, maar ook het transport van de benodigde materialen leverde moeilijkheden op. De cementmolen kon niet door het nauwe poortje van het hofje. De vrachtwagens konden de stenen (22.000!) daar niet lossen, maar enkel hiervoor aan de Spuiweg. Er waren 35 containers nodig voor al het afval! Maar alles verliep toch voorspoedig. Op 26 november 1976 mochten we ons pand in gebruik nemen.”
„Hoe kwam de stichting dan aan de benodigde gelden? ”
„Door giften en koliekten. Zodra de plannen er waren, hebben we de kerken aangeschreven. We hadden de kosten aanvankelijk begroot op ƒ 160.000, —, maar dit bedrag bleek verdubbeld te moeten worden. Toch moet nu nog slechts 10 procent worden betaald, de rest is er.”
„Hoe komt Uw centrum in kontakt met verslaafden en welke methoden gebruikt U? ”
„We bereiken de mensen op allerlei manieren. Sommigen komen zelf, anderen worden door het zogenaamde „street-corner" (straat-hoek) werk met ons in kontakt gebracht, weer anderen door middel van de politie. We nemen hen zo veel mogelijk op, zonder onderscheid, mits ze werkelijk „gemotiveerd" zijn, d.w.z. dat ze het gebruik van drugs werkelijk willen laten.
We maken géén gebruik van ontwenningskuren met behulp van vervangende medicijnen. We laten hen direkt stoppen („cold-turkey"). Dat brengt vele problemen mee, zoals hoofdpijn en krampen, uiteraard geven we daar wél geneesmiddelen tegen. Verder willen we hen langs geleidelijke weg weer terug brengen m de maatschappij, door arbeids-therapie en kreatieve therapie, dus door ze allerlei werk te laten doen. De meesten blijven hier gemiddeld 2 a 3 maanden, waarna ze, als ze willen, overgebracht worden naar een buiten-centrum voor verdere begeleiding. Een eigen buiten-centrum hebben we (nog) niet, wel hebben we kontakten met twee andere centra in Nederland en één in Frankrijk, waar we de mensen heen kunnen zenden.”
„Werkt Uw stichting veel samen met andere crisis-centra? ”
„Hier in Dordrecht werken we op onszelf. Wel zijn er andere centra („Hebron" - Den Haag; „Tot Heil des Volks" - Amsterdam) die we bezocht hebben toen we ons op dit gebied oriënteerden. De werkwijze van laatstgenoemd centrum sprak ons bizonder aan. We hebben dhr. Frinsel van „Tot Heil des Volks" dan ook eerst gevraagd, of hij een centrum wilde opzetten in Dordrecht. Zijn antwoord was: „Alles kan. Niet alles is nuttig. Wat mijn God doet voor mij, kan Hij ook voor jullie doen. Mijn God is uw God. Wat weerhoudt jullie om zelf te beginnen? Ik wil wel met raad en daad bijstaan." Dhr. Frinsel is dan ook onze raadsman." (zie voor interview met Frinsel Daniël nr. 4, vorige jaargang).
„Heeft Uw stichting een Christelijk karakter en waarin komt dat tot uitdrukking? " , Jazeker. Frinsel heeft ons ook geadviseerd om vooraf te kiezen: een Christelijke stich-; ing of een niet-Christelijke. We hebben bewust gekozen voor het eerste. We willen ; en Evangelische Stichting zijn, ons houden aan de Bijbel.
Dit willen we onze gasten ook duidelijk laten merken, al zijn lang niet alle van Chriselijke huize. We proberen hen „voor te leven", zoals Paulus zegt: „Verwek hen tot jaoezie". Dit roept ontegenzeglijk vragen op bij onze „patiënten". Verder houden we : lke avond een dagsluiting in een kamer boven in het centrum, die weliswaar niet verplicht is (we willen en mogen de mensen niet dwingen), maar die toch door ongeveer •0 procent wordt bijgewoond. Ook in de gesprekken kunnen we hen met het Christeijk geloof benaderen."
„Hoeveel medewerkers en „patiënten" heeft U? ”
Het aantal mensen dat we opvangen varieert dagelijks. Op dit moment is het er bijvoorbeeld één, morgen zijn het er misschien vier of zeven. We kunnen maximaal 10 nensen tegelijk onderbrengen. Het aantal medewerkers is nu vier, waarvan twee vaste ? én tijdelijke en één stagiaire. Per 1 febr. hoopt een vijfde medewerker in dienst te reden. Ons streefgetal is acht.
„Heeft U nog verdere plannen? ”
„Ja. We hopen in 1978 met een buiten-centrum te starten in de omgeving van Dord-•echt. Daarvoor zijn natuurlijk veel giften nodig. We hebben nog geen regeringssubsilie. Dat is ook niet eenvoudig, want door het aannemen van subsidie geef je de overïeid ook een flinke vinger in de pap en dat is niet altijd gewenst.”
„Hoe is de situatie hier ter plaatse wat het drug-gebruik betreft? ”
„Volgens velen komt Dordrecht landelijk op de derde plaats wat het aantal verslaaflen betreft, na Amsterdam en Eindhoven. Anderen spreken dit tegen. Het juiste aanal is uiteraard heel moeilijk te bepalen, omdat lang niet alle verslaafden als zodanig e boek staan. Naar schatting is er slechts één derde geregistreerd en wel 200."
„Waarom juist Dordrecht? Het is niet. zo'n grote stad als b.v. Rotterdam of Utrecht > ƒ Den Haag? ”
„In de eerste plaats is Dordrecht een streekcentrum, veel mensen uit b.v. de Alblasservaard of de Hoekse Waard worden door Dordrecht aangetrokken. Verder leent de > ude binnenstad met grachten e.d. zich wel voor verblijf van drug-gebruikers. En ten lerde ligt Dordrecht op de aanvoerroute van Antwerpen naar Amsterdam.”
„Op welke manieren kunnen wij als jongeren uw werk steunen? ”
„Allereerst en vooral door gebed. We hebben ervaren, dat God op het gebed wondeen doet. Verder financiëel. Al zullen jullie als jongeren van de Geref. Gemeenten niet ; o vaak met verslaving in aanraking komen als anderen, door de meer beschermde imgeving (Ref. scholen e.d.), zorg toch dat je goed op de hoogte bent, zodat je anderen nisschien kunt helpen, verwijzen, als dat nodig is.”
„Mogen wij U vragen om een laatste opmerking? ”
„Laat er vooral véél gebed zijn. We hebben gezien dat God het gebed verhoort. We villen dan ook niet werken in eigen kracht, maar afhankelijk van God!”
Na ons gesprek werden we nog rondgeleid door het centrum zelf. De naam van de tichting „De Hoop" is ontleend aan de naam van het hofje. Een betere naam voor een 'ergelijke stichting is immers niet denkbaar!
Het is een mooi, maar sober ingericht gebouw, met o.a. een ruime eetzaal, een ontspanlingsruimte, een kamertje voor medische hulp, wasruimten, drie slaapzalen voor de asten met elk vier bedden, enz. Al het materiaal is afkomstig van schenkingen en iften!
Tenslotte nog dit: r is veel geld nodig voor het werk dat door deze mensen vanuit een Christelijke levensvisie wordt gedaan. Het gironummer van de Stichting is:350.47.00 n het adres: puiweg 83 te Dordrecht. Maar laten we vooral het gebed voor dit werk tiet verzuimen!
Nel Baaijens en Jan Vogel.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 februari 1977
Daniel | 20 Pagina's