KARNAVAL EN VASTENTIJD
Wellicht kijkt menigeen wat vreemd op bij het zien van een artikel over karnaval in Daniël. Wat minder vreemd is het misschien als we ons realiseren dat de karnavalsviering in ons land sterk in opkomst is en niet alleen in de vanouds als roomskatholiek bekend staande gebieden ten zuiden van de grote rivieren. Juist in gebieden waar vroeger nauwelijks over karnaval gesproken werd, ontstaan karnavalsverenigingen en worden zelfs karnavalsoptochten gehouden.
Feestavonden, ook van „christelijke" scholen, worden in de maand februari gegoten in de vorm van een karnavalsavond, terwijl ook steeds meer niet-roomskatholieke basisscholen in deze periode voor de kinderen een feestmiddag met verkleedpartij organiseren, die geheel past in de karnavalsstijl.
Het is goed om elkaar eens opmerkzaam te maken op dergelijke ontwikkelingen. Een artikeltje in de rubriek „Opinie" kan misschien behulpzaam zijn bij het bepalen van onze mening over deze zaken, als we er op school of op ons werk met anderen over spreken.
Ik kan me voorstellen dat men vroeger het opkomen van karnaval zonder meer zou hebben afgedaan met het te beoordelen als een voortgaande verroomsing van ons land. Dat is niet zo vreemd als we bedenken dat de karnavalsviering in Nederland pas weer goed op gang gekomen is na 1850, de tijd waarin het roomkatholicisme in ons land weer aan betekenis ging toenemen. Bovendien is het in grote delen van kerkelijk Nederland steeds meer vervagen van de grenzen tussen Rome en de Reformatie ongetwijfeld één van de oorzaken waardoor vele protestanten minder afwijzend staan tegenover roomskatholieke volksgebruiken.
Maar er is meer, en om dit te beseffen is het goed om er op te letten dat de karnavalsviering in wezen niet een rooms feest is, maar een veel oudere achtergrond heeft.
Reeds de Batavieren vierden karnaval, maar zij niet alleen. Het is een feest dat bij vrijwel alle heidense volken te vinden is, zij het onder verschillende benamingen en met enige verschillen in de wijze van feestvieren. Het is namelijk van oorsprong het feest van de lente, het feest van het leven, zoals de midwinterfeesten de feesten waren van het opkomende licht. In de lente immers zien we de natuur weer tot leven komen na een periode waarin het leek dat alles dood was. De heidense volken zagen daarin altijd weer een bewijs van de onvergankelijkheid van het leven in de natuur, of van de overwinning van het leven op de dood. Dat was dan reden om dit uitbundig te vieren. De Romeinen vierden deze dagen als een levensroes met veel dans en uitzinnige vreugde. De Germanen hielden onder het genot van veel drank 'hun vreugdedansen om een vuur, omdat zij uit het weer ontwaken van de natuur de bewijzen zagen van de mildheid van Wodan. Zo zouden er meer voorbeelden te noemen zijn van volken waar deze feesten met veel drank en losbandigheid gevierd werden.
Met de komst van het christendom in Europa heeft de kerk van de middeleeuwen getracht dit heidense feest te kerstenen, maar ze heeft dit dan wel gedaan in roomskatholieke zin. Het roomskatholicisme is altijd gekenmerkt geweest door wat we noemen het scheiden van natuur en genade. Door het loochenen van de totale verdorvenheid van de menselijke natuur ontstaat daardoor de ruimte om de mens de gelegenheid te geven zioh als in een roes eens volledig uit te leven, enkele dagen van het jaar alle regels opzij te zetten en onbegrensd te genieten van het leven. De karnavalsviering gaat altijd gepaard met het dragen van maskers. Dat hangt samen met het voor-
gaande. De mens verbergt als hij een masker draagt het eigene, het individuele van zichzelf. Dat zet hij eens even opzij.
Hij wil onherkenbaar, slechts als deel van de gemeenschap, opgaan in de feestvierende massa. Daarbij kan niets te gek of te overdadig zijn. Enkele dagen moet het meest zotte het leven beheersen en moet de drank dienen om geheel in deze roes op te gaan. Het behoeft ons dan ook niet te verwonderen dat de reformatie deze karnavalsviering altijd ten sterkste heeft afgewezen. Want Ihet feit dat na het karnaval direkt de vastentijd aanbrak, waarin de mens alle geneugten van het leven volledig vaarwel diende te zeggen, omdat dan in het kerkelijk jaar boete gedaan moest worden, maakte de karnavalsviering niet akseptabel, maar plaatste deze te meer onder het oordeel. De reformatie beklemtoonde immers dat de mens in héél zijn leven dient te beseffen dat hij leeft voor het aangezicht van God.
Dan is er geen ruimte om de bedorven menselijke natuur zich te laten uitleven, ook niet tijdelijk. Dat is de reden waarom in calvinistische streken het karnaval nooit aangeslagen is. Het leven in twee aparte werelden, karnaval en vastentijd, is voor iemand die de invloed van de reformatie ondergaan heeft onbegrijpelijk.
We keren terug naar het begin van dit artikeltje, de hernieuwe opkomst van de karnavalsviering. Wat daarbij opvalt, is, dat men in niet-roomskatbolieke kring wel karnaval gaat vieren, maar zonder daaropvolgende vastentijd......
Men neemt wel het feest over, maar niet de periode van boete die daarop volgde. Daarmee is het een terugkeer, niet tot het roomskatholicisme, maar tot de oude heidense lentefeesten! Het is goed om te beseffen dat dit geheel past bij de mens van deze tijd. De hedendaagse mens is immers alle geestelijk houvast kwijt. Hij gaat op in dit leven, zoekt daar de levensvreugde, maar heeft tevens behoefte om zich van tijd tot tijd los te maken van de ernst van het leven, en de gehele wijze van doen in onze maatschappij als één grote klucht voor te stellen en met alles, zelfs met het heilige, de draak te steken. De belangstelling voor een oudejaarsprogramma van Wim Kan, waar 90% van ons volk van „geniet" is van deze levenshouding één van de duidelijkste symptomen. Een karnavalsviering zonder vastentijd vloeit er als het ware vanzelf uit voort. Ook daar gaat het om het volledig ongeremd genieten van Ihet leven en gedurende enige dagen de zotheid tot hoogste norm te verheffen.
Het lijkt me niet moeilijk om te bedenken wat onze houding dient te zijn tegenover dit soort zaken. De apostel Paulus schreef van de gemeente van Efeze reeds over „oneerbaarheid, zot geklap of gekkernij, welke niet betamen, maar veel meer dankzegging". En in het verband van dit artikeltje zouden we kunnen zeggen dat er in ons volk in plaats van aan karnaval meer behoefte diende te bestaan aan een vastentijd... Er zijn immers meer redenen om boete te doen dan om op uitbundige wijze feest te vieren, nog afgezien van de vele liederlijkheid waarmee de karnavalsviering op vele plaatsen ook gepaard gaat.
Lees de meditatie uit de vorige Daniël over psalm 1 nog maar eens na, en bedenk dat ook onze houding tegenover de in het bovenstaande genoemde zaken te maken heeft met de twee wegen waar deze psalm over spreekt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 februari 1977
Daniel | 20 Pagina's