VRAGENBEANTWOORDING
Vraag: „Hoe kim ie de belangstelling van de leden wekken voor een geestelijk gesprek? Wij als bestuur zouden zo graag niet alleen „gezelligheid", maar ook eens over iets anders (vragen betreffende de zaligheid) willen praten. Zodra dat geprobeerd wordt „stokt" de gezelligheid en heerst er een pijnlijke stils. Hos dat te veranderen? ? ”.
Een vijftal andere vragen bestreken hetzelfde onderwerp. Het in deze vragen aan de orde gestelde probleem is niet nieuw. Dat op de verenigingen de onderlinge band en de versteviging daarvan een zeer belangrijke plaats inneemt, is niet verkeerd. De bijeenkomsten mogen, ja moeten een „ontspannend" karakter dragen. Het feit, dat het voor een groot aantal dames de enige avond is dat ze uit de tredmolen van de huiselijke beslommeringen treden, maakt het tot een vereiste dat er ruime gelegenheid geboden wordt tot gezellig samenzijn. Daar echter het doel van ons leven niet gezelligheid maar zaligheid is, mogen we in onze verenigingsbijeenkomsten niet verzuimen aandacht te besteden aan hetgeen zou kunnen leiden tot „kennis van de zaligheid". Hoewel wij iedere zondag in Gods Huis tot zaligheid onderwezen worden, is het spreken daarover op de vereniging beslist geen doublure of overbodigheid. In de kerk luistert men alleen daar is geen uitwisseling van gedachten over het gehoorde mogelijk. Thuis komt daar over het algemeen niet zo veel van. Vaak kan er door allerlei omstandigheden niet over het gehoorde nagepraat worden en vaak durft men voor de huisgenoten niet met zijn problemen voor de dag te komen. Dat gaat tegenover een niethuisgenoot vaak gemakkelijker dan tegenover een huisgenoot. Dat ook op de verenigingen de „gezelligheid" stokt, zodra getracht wordt het gesprek op geestelijke dingen te concentreren is vaak meer te wijten aan het niet-durven, nietkunnen praten over die dingen, dan het niet-willen praten.
Men is bang voor een dom mens, een huichelaar of een ketter te worden aangezien, wanneer men de mond zou durven opendoen. Bovendien leggen we niet graag onze problemen betreffende geestelijke dingen (onze hartsaangelegenheden) voor iedereen te kijk, en kan de karakterstruktuur van iemand een grote barrière betekenen. We zullen er ons voor over moeten leren krijgen om voor een dom mens, huichelaar of ketter te worden aangezien. Voor de Heere is er toch niets verborgen. We moeten, mogen niet maskeren alsof we alles weten, alsof we zonder zonden zijn. Wanneer men niet bereid is iets van zijn anonimiteit prijs te geven in een gesprek, blijft het bestuur van de vereniging niets anders over dan het voorlezen van een stichtelijk stukje. Het voorlezen van streekromans, zoals dat op enkele verenigingen gebeurt, acht ik misplaatst. Zij, die aan het lezen daarvan behoefte hebben, kunnen dat thuis doen. Afgzeien van het feit, dat er door een aantal van die romans een godsdienstige geclachtengang geweven wordt, die de onze niet kan en mag zijn, is het doel van die romans niet hetgeen op onze verenigingen voor ogen dient te staan. Boeken waarin de grote daden Gods verklaard en verhaald worden waarin de leidingen Gods centraal gesteld worden dienen het leesmateriaal te zijn. Telkens weer wordt er in de Saambinder en in Daniël bij boekbesprekingen op geattendeerd, dat bepaalde boeken zeer geschikt zijn op de verenigingen voorgelezen te worden. Volg die adviezen op. Lees echter niet te lang voor en laat iemand voorlezen, die daarvoor bekwaam geacht wordt. Dat behoeft geen bestuurslid te zijn. Ik las onlangs van een jeugdvereniging, die uit een dagboek een bepaalde dagoverdenking of avondoverdenking laat voorlezen. Aan de voorlezer is tevoren gevraagd uit dat, door het bestuur uitgekozen, dagboek een keus te maken, aangaande het voor te lezene. Ook wordt de voorlezer verzocht naar aanleiding van die dagoverdenking enkele vragen op te stellen tot bespreking van het geschrevene. Dat formuleren van vragen vereist natuurlijk wat extra inspanning en vaardigheid. Maar alles is te leren. Op het gebed gebeuren nog steeds wonderen. Als het bestuur het op zich neemt om bij beurte zo'n dagoverdenking te verzorgen en de voorleester, als niemand reageert,
aan enkelen op de vrouw af vraagt: Mevr. X wat denkt U daarvan hoe denkt U over dit of dat ? dan zou dat tot verrassende, verblijdende resultaten kunnen leiden. Dat is elders al gebeurd. Als men moeite heeft een aantal vragen te formuleren, kunnen de dames natuurlijk de hulp inroepen van de plaatselijke predikant of indien de gemeente vakant is, bij oen ouderling. Stel echter oen duidelijk limiet aan de voorlezing en bespreking. Alles bij elkaar niet langer dan ongeveer 20 minuten. Wat niet voldoende besproken werd, kan blijven liggen tot een andere keer wanneer er tijd over is. Het begin zal moeilijk en moeizaam zijn, maar op deze wijze zou bevorderd kunnen worden, dat door de verenigingen men elkaar beter leert kennen en meer waarderen. Is dat de moeite van het proberen niet waard?
Ds. A. Elshout.
VAKANTIEWEKEN
Nu de aankondiging van de vakantieweken, uitgaande van onze Bond van Vrouwenverenigingen, op deze „Pagina voor haar" staat, wil ik daar graag een opwekkend woord bij schrijven. Als u plannen hebt om D.V. aan een van deze weken deel te nemen, wil ik u vragen u zo spoedig mogelijk op te geven. Vorige jaren was het zo, dat telefonische opgave aan mevrouw Molenaar voldoende was. Omdat het werk steeds uitbreidt, zullen dit jaar voor het eerst inschrijfformulieren worden gebruikt. U krijgt nu na telefonische of schriftelijke mededeling aan mevrouw Molenaar, dat u aan een van de vakantieweken wilt deelnemen, van haar een inschrijfformulier toegestuurd, dat u. zo spoedig mogelijk ingevuld en ondertekend moet terugzenden. Dan pas zal uw inschrijving definitief zijn.
Er zijn weer twee gezinskampen en, ook voor het eerst dit jaar, twee weken voor alleenstaanden en echtparen zonder kinderen. De gezinskampen zijn weer in Elspeet. Vorige keren gaf het kerkgaan op zondag problemen wegens plaatsgebrek en verbouwing. Die bezwaren zijn er nu niet meer, want de kerk der Ger. Gemeente is geheel verbouwd en heeft nu volop ruimte voor gasten. Ook vangen de kerkdiensten weer op de gewone tijden aan.
Daar verleden jaar de aanmeldingen voor de week in Nunspeet de beschikbare plaatsen ver overtroffen, hebben we dit jaar niet alleen in Nunspeet, maar ook in Oostkapelle een vakantieweek georganiseerd. Vorig jaar was de week in Nunspeet binnen veertien dagen volgeboekt. Mogelijk zijn er onder u, die wel eens van vakantieplaats willen veranderen of zelfs aan beide kampen willen deelnemen, wat ook kan. Wel moet dan voor elke week een apart formulier worden ingevuld en apart inschrijfgeld worden gestort.
”We hopen, dat niet alleen bekenden van vorige jaren zullen komen, maar ook vele nieuwe gasten, vooral nu er meer ruimte voor alleenstaanden beschikbaar is. Dat geeft hopelijk perspektief voor goede gesprekken en het bevordert een ruimere vriendschapsband. Maar bovenal om onder de zegen des Heeren samen Zijn Woord te onderzoeken en in de natuur de grote werken Gods te zien, tot eer van Zijn Naam, want:
Zijn' is de zee; z' is door Zijn kracht Mei al het droge voortgebrachl; 't Moe! alles naar Zijn wetten horen.
Namens de Kommissie Vakantieweken, J. Beekman-Bossenbroek, Gouda.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 januari 1977
Daniel | 20 Pagina's