JEUGD EN EVANGELISATIE
Het getuigen van Christus
In onze gemeenten kennen we het Deputaatschap voor Evangelisatie in Nederland en België. Dat is ook te merken want in de afgelopen weken zijn er rond de kerstdagen, juist door veel jongelui uit onze gemeenten (!), weer veel evangelisatiefolders rondgebracht. Trouwens dat gebeurt de laatste jaren altijd met Kerstfeest en Pasen. Dat is een goede zaak, maar we zijn er clan nog niet!
Er zijn in de afgelopen tien jaar in veel plaatsen evangelisatiekommissies van de grond gekomen. Veel kerkeraden hebben zich door de leden van de gemeente en/of door één van onze evangelisten laten adviseren. We hebben niet alleen een taak voor de medemens die nog leeft in het heidendom, die in angst voor allerlei boze geesten en krachten zijn weg tevergeefs in de helse duisternis probeert te zoeken. Ook onze nabije naasten, misschien wel familieleden, kennissen, buren, kunnen op onze weg geplaatst worden. Mogelijk zijn ze opgevoed in een christelijk milieu en hebben na veel teleurstellingen in de kerk en met kerkmensen, de band radikaal doorgebroken en zijn vervallen in het modern heidendom, dat met God en Zijn gebod niet meer wil rekenen.
Een aantal kommissies is heel aktief en vormen in nauw overleg met de plaatselijke
kerkeraad, die een ouderling of diaken vrijstelt voor het werk onder de randen buitenkerkelijken, een groep die zich voorbereidt op het evangelisatiewerk. Dat werk houdt kort gezegd in: dc verkondiging van het Woord, het getuigen van Christus, die in de wereld gekomen is om zondaren zalig te maken, om te redden wat reddeloos verloren was.
Wat en Hoe?
De bezinning in de evangelisatiekon"; missies richt zich op de inhoud van de Goede Boodschap en op de vraag hoe we dit Evangelie kunnen overdragen aan mensen, die nog wel iets of helemaal niets meer van het bijbelse denken weten.
De folders die ï-ond.gebracht worden, maandelijks of tweemaandelijks, eisen de inzet van veel mankracht. Daarbij kunnen onze jongelui een belangrijke rol spelen. Maar veel belangrijker is hoe je de vragen die gesteld worden, als er navraag gedaan wordt naar de schriftelijke boodschap die rondgebracht is moet beantwoorden. Die nazorg is heel belangrijk en verantwoordelijk, want dan moet je weten waarover je praat. Je krijgt dan de kans aan de deur iets door te geven van de Grote Schat! En dan zitten we midden in de vragen waar het om gaat. Rondbrengen van evangelisatiemateriaal, het te koop aanbieden van geestelijke boeken — Bijbels, dagboeken, kinderbijbels — dat gaat nog wel, maar een gesprek met iemand over geestelijke levensvragen geeft de nodige zorgen. Sommigen trekken zich daar niets van aan en redeneren er maar op los, maar dan wordt de Naam van de Grote Koning gelasterd en niet geëerd en geprezen. En dat eren en prijzen is Hij zo eeuwig waard, ook als je let op de geboren Koning in de kribbe!
In de hand van de Heilige Geest.
Dus dan maar niets doen voor de evangelisatieaktiviteiten in onze gemeenten en in Alkmaar, Tiel, Tilburg en Merksem (B) waar onze evangelisten mogen werken? Dat is niet gezegd, maar we moeten, beste vrienden, wel van voren af aan beginnen. Vlak voor de hemelvaart heeft de Heere Jezus gezegd in Hand. 1 : 8: Gij zult Mijn getuigen zijn", maar daar gaat aan vooraf de toezegging: Gij zult ontvangen de kracht van de Heilige Geest, Die over U zal komen". Getuigen van Christus is alleen mogelijk door de kracht van de Heilige Geest. Het werk van de prediking, zending en evangelisatie kan alleen gebeuren, wanneer de Heilige Geest ertoe dringt en er de kracht voor geeft. Dan moet het niet, dan worden we heilig gedrongen. Het eigenlijke werk is Gods werk. Niet door onze overtuigingskracht en overredingskunst doet de onkerkelijke mens de deur open en komt er een goed gesprek en doet hem of haar omgaan. Alleen het werk van de Heilige Geest, de wedergeboorte (Joh. 3 : 3), doet de mens omkeren op zijn heilloze weg en zich richten op de grote Heelmaker en Heilbrenger. Dan maar lijdelijk afwachten: Wij moeten er afblijven? " Wie dat zegt kent de Bijbel heel slecht, want de opdracht tot de verkondiging van het Evangelie aan alle mensen is door Christus Zelf gegeven (Matth. 28 : 19). Het is te betreuren dat er onder ons ook nog zijn die vanuit de onbijbelse lijdelijkheid het evangelisatiewerk niet zien en er niet aan willen. In wezen gelooft men dan niet, dat de Geest werkt door middel van de prediking van het woord en het getuigenis van het Evangelie.
Wat voor een ander mogen betekenen.
De erkenning dat de Heilige Geest het werk doet, sluit ons werk niet uit, maar het maakt het evangelisatiewerk juist mogelijk. Daardoor zal het waar worden, dat het gezaaide Woord niet ledig zal terugkeren, maar dat het doen zal, wat de Heere behaagt, ook in de verharde, teleurgestelde harten van mensen, die om wat voor reden dan ook de kerk als instituut de rug toegekeerd hebben. Dan pas zal het werk dat gebeurt in de Naam van de Heere niet ijdel zijn. Dat bevrijdt van krampachtigheid en geeft ons iets van de vreugde van het getuige mogen zijn van de Enige Naam die onder de hemel gegeven is tot zaligheid.
Kijk beste jongelui, als we zo begeren bezig te zijn in de kerk, dan wil God ons gebruiken als een middel in Zijn hand om Zijn Woord door te geven (folder door de brievenbus) aan iemand die de zin van het leven kwijt is en in deze donkere dagen van eenzaamheid (kijk eens naar de grote aantallen mensen die hun heil zoeken in allerlei wereldse ontspanning om hun knagend geweten tc vergeten), blij is met enkele regels uit een kerstliedje en kerstoverdenking:
„Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij.....”.
Wat drijft ons?
En als we wat meer vrijmoedigheid gekregen hebben, kan er door gesprekken in de nazorg, juist door onze inzet, in dienst van de Koning van hemel en aarde, een ziel stil gezet worden op weg en reis naar de eeuwigheid.
Die laatste zin doet toch de deur niet dicht bij jullie om verder te lezen? Het gaat toch bij al het evangelisatiewerk Dm Het Licht in de demonische duisternis van zonde en schuld. Alleen de waarachtige liefde tot God. geeft de bewogenheid om ook mensen buiten de kerk in kontakt te brengen met de Blijde Boodschap.
Juist dat evangelisatiewerk, en wat fijn dat het ook in onze gemeenten met inzet, van zoveel krachten mag gebeuren, laai; Dok iets ervaren van het martelaar-zijn. Ook de mens buiten de kerk, die spot met alles wat te maken heeft met de Bijbel, is een vijand van het Evangelie. Het is voor hem een steen des aanstoots en een rots der ergenis. Maar daar kijken we ook niet van op, want de Heere heeft dat Zelf voorzegd: een dienstknecht is niet meer dan zijn heer.
Mij wel, ik niet?
Het bovenstaande is niet geschreven om je af te schrikken, om niet meer mee te doen met het evangelisatiewerk. Het is alleen geschreven om opnieuw te laten zien wat een verantwoordelijk en heerlijk werk het is. En het is ook geschreven om er op te wijzen, dat het zo erg zal zijn, gezien in het licht van de eeuwigheid, als we anderen wel geboodschapt hebben van die Enige Verlosser en wij, ondanks al onze (op onszelf gerichte) ijver zullen horen: „Ga weg van Mij; Ik heb je nooit gekend!”
Beste jongelui als er een beroep op je wordt gedaan: plaatselijk, regionaal en landelijk om te helpen bij het evangelisatiewerk, maak er tijd voor vrij en ga als een onnutte dienstknecht!
Samen iets doen.
Voor de verenigingen zou ik t.a.v. evangelisatie willen wijzen op de mogelijkheid, om een of twee keer per jaar een avond te beleggen in samenwerking met. kerkeraad en evangelisatiekommissie, waarop b.v. één van onze evangelisten een inleiding houdt, die gericht is op de mensen die niet meer bij een kerk aangesloten zijn. Dat eist een goede voorbereiding. Daarbij willen ongetwijfeld onze jeugdwerkadviseurs helpen. Overweeg het eens. Het is meer dan de moeite waard. De uitkomst? We verliezen het bij voorbaat van allerlei opwekkingsbewegingen. Gelukkig, want de presentatie, de daad en de praat roepen heel wat vragen op, maar het ontslaat ons niet van de taak om heilig bewogen te zijn met het. lot van de jongelui die los van de kerk opgroeien. Op school, op het kantoor en in het bedrijf zijn vele mogelijkheden. Ik denk dan aan het neerleggen van goede literatuur op de leestafel, in de kantine en op plaatsen waar „meeneemfolders" liggen. In de gesprekken, ook van achter de toonbank en de kassa, zijn mogelijkheden in woord en daad! Denken we daaraan?
Ook woordeloos kunnen we veel betekenen: .hoe is ons leven? Kunnen ze van ons zeggen: Hij/zij heeft iets wat ik met heb! Dat leidt dan tot een gesprek en dan zal de Heilige Geest (Hij is de Eerste) te binnen brengen wat we zeggen moeten: „Hoort wat mij God deed ondervinden, wat Hij gedaan heeft aan mijn geest”.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 januari 1977
Daniel | 20 Pagina's