JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

„SPREEK VRIJMOEDIG OVER GOD”

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

„SPREEK VRIJMOEDIG OVER GOD”

10 minuten leestijd

Professor Velema, hoe zou 't komen dat in onze tijd die in toenemende mate gekenmerkt wordt door de ontkenning van het bestaan van God, in toenemende mate wordt gevloekt?

Met deze vraag heb je een geweldig treffend punt geraakt. In de eerste plaats is terecht gesteld dat het geloof in God afneemt en in de tweede plaats is het inderdaad zo, dat er steeds meer gevloekt wordt. Hieruit blijkt, dat de mens toch aan God gebonden blijft Hij is niet helemaal los van de Heere, anders zou he' immers niet nodig zijn om zich tegen Hem af te zetten Men probeert echter van God los te komen door teger Hem te vloeken.

Vloeken wordt wel gezien als een uitlaatklep vat agressie. Hoe zou het komen dat in zo'n geval juist d< naam van God wordt misbruikt?

Dit hangt nauw samen met de vorige vraag. Als he een vorm van agressie is, waarom dan altijd God teger wie je agressief moet zijn en waarom bijvoorbeeld nie je fiets, een stoel of je zusje? De diepste oorzaak i weer de relatie tussen God en de mens. Na de zonde val is de verhouding tussen Schepper en schepsel we verbroken, maar de mens kan van God niet losko men. Met zijn vloeken probeert hij het bestaan var God te negeren.

Is het waar dat in Nederland meer gevloekt wordt da 1 in andere landen? We denken hierbij aan het gezegd „Hij vloekt als een Hollander”.

Ik vraag me af of Nederlanders meer vloeken dai andere mensen. Ik denk eerder dat we zo bekend staai omdat we een uitzwervend volk zijn. Hiermee wil il de zaak niet verkleinen, want het is bijzonder kwalijl dat je, als je zoveel kontakten hebt, bekend staat al een vloekend volk.

Houdt het gebruik van krachttermen (zoals „ver draaid", „allemensen") x> erband met 't vloeken.

We moeten onderscheid maken tussen vloeken e: astaardvloeken enerzijds en krachttermen anderzijd; De mens heeft soms behoefte om iets af te reagerer Bij verdriet kan bijvoorbeeld snikken horen. Zo ooi het gebruik van krachttermen. Heftige emoties moe ten soms geuit worden. We komen dat ook tegen i het leven van de bijbelheiligen. Zie bijvoorbeeld Sam. 18 : 33, waar David weent over zijn zoon Absalon - „Mijn zoon Absalom, mijn zoon, mijn zoon Absalom! Over afreageren op zich hoef je niet direct ach en we te roepen. Of de mens er zich in oefenen kan om erva af te komen is wat anders.

Dominee, de Catechismus leert ons dat wij mede-schul dig zijn als we een ander horen vloeken en daar niet van zeggen. Hoe moeten toe daar praktisch vorm aa geven.

Je kunt op verschillende manieren reageren. Het mees ideale is als er gelegenheid is om er met de mense direkt over te spreken. Het kan echter ook op ander

wijzen. Zo ken ik bijvoorbeeld een dame, die bij een tandarts komt die verschrikkelijk vloekt. Zij heeft die dokter daar meermalen op gewezen. Nu is het zover, dat de tandarts het vloeken in haar aanwezigheid sterk heeft verminderd. Als hij echter nog eens vloekt, dan trekt zij een gezicht alsof hij op een verschrikkelijke pijnlijke wijze een kies trekt. Dit is veelzeggend voor die arts. Een ander voorbeeld: Laatst fietste ik ergens. Ik hoorde een jongen, die daar ook fietste, vloeken. Mijn eerste reaktie was: „Hé, joh, moet dat zo? " Die jongen was al weer weg

Soms moet je op een gepaste gelegenheid wachten. Je moet ook hierin de juiste tijd en de juiste plaats weten te vinden. En als je dan niet kunt reageren door een woord, doe het dan door je houding.

We kunnen ons voorstellen clat heel wat jongeren zullen denken: Nou, die dominee heeft mooi praten. Hij heeft in zijn positie een zeker overwicht, maar wat moeten wij doen als bijv. een leraar in de klas vloekt of als m'n chef op het kantoor of in de winkel Gods Naam ijdel gebruikt?

Tja, vanuit een ondergeschikte positie kan het inderdaad wel eens moeilijk zijn. Toch moet het! Probeer dan eens een gesprek op gang te brengen over de sfeer in de klas of de werkkring. Zeg maar dat er iets is dat je tegenstaat. En als soms de gelegenheid tot gesprek ontbreekt, laat dan door je houding merken, dat het je pijn doet dat de naam van God wordt misbruikt.

De meeste mensen kennen „De Bond tegen het vloeken" alleen van de stationsborden. Kunt u vertellen wat de Boncl nog meer doet?

We hebben allerlei vormen van propaganda, zoals affiches, wandbordjes, stickers, ansichtkaarten, luciferboekjes. Ook hebben we bierviltjes. Daarvan wordt vooral door legerpredikanten en militaire tehuizen een dankbaar gebruik gemaakt. Op deze propaganda-middelen staan teksten als „Vermijd, bestrijd het vloeken", „Gebruik Gods naam niet als uw stopwoord", „Spreek vrijmoedig over God, maar misbruik nooit Zijn Naam”.

Het uitgeven van propaganda-materiaal is niet het enige dat we doen. Zo reageren we bijvoorbeeld ook herhaaldelijk op uitzendingen waarin wordt gevloekt. Onlangs hebben we nog een protest ingediend bij minister Pronk n.a.v. een film, die met geld van zijn departement tot stand is gekomen en waarin verschrikkelijk wordt gevloekt. De minister gaf als antwoord, dat het niet op zijn weg ligt om een berisping te geven. Hij schreef verder zelfs, dat hij van mening is, dat de gebruikte taal funktioneel is: „Er werd immers geprotesteerd tegen een situatie die zo onmenselijk en dus godslasterlijk (!!!) was, dat een tegenvervloeking op zijn plaats was". De minister wilde dus zeggen, dat je mag vloeken als het maar duidelijk een reaktie is op een godslasterlijke (= onmenselijke) situatie.

Is dit niet een opvatting die we ook bij sommige hedendaagse theologen tegenkomen? We denken hierbij aan uitspraken van prof. Rothuizen. Hoewel we dit niet op dezelfde lijn mogen stellen, vinden we inderdaad iets van dezelfde gedachte bij prof. Rothuizen. Volgens deze hoogleraar kan bidden , , een uiting van verlegenheid en zelfs van woede, zo niet van een vloek" zijn. Hij kan zich voorstellen dat de wanhoop van de mens zich uit in een vloek. Ik huiver van zo'n uitspraak en ik kan me niet voorstellen dat iemand zo iets kan en durft zeggen.

Hoe zou het komen, dat in protestantse kringen niet alleen steeds meer gevloekt wordt, maar dat dit bovendien nog wordt goedgepraat?

Ten aanzien van de Naam des Heeren is een geweldige nonchalance aan het optreden. Dit hangt samen met de onachtzaamheid t.o.v. de Heere God en Zijn Woord. We

zien een verlies en slijtage van autoriteit. Ook de Naam en het gebod van God verliest voor een aantal protestanten aan autoriteit. De gemakkelijke manier waarop de Naam van God wordt gebruikt en misbruikt, getuigt dus allereerst van een antiautoritaire houding. Verder wordt God meer gezien als vriend en partner (op wie je schelden mag) dan als de Heilige God.

We hebben iets gehoord over de grote afval die we overal, zelfs in de kerk, kunnen waarnemen. Heeft de kerk, die nog wil vasthouden aan het Woord van God, in deze wereld dan niet een geweldige opdracht?

Zeker! De taak van de kerk zou je naar twee kanten kunnen toespitsen. Ten eerste is er de belangrijke opdracht om het Evangelie te brengen. Ofschoon hiervoor minder plaats lijkt te zijn, blijft de opdracht en is de boodschap aktueler dan ooit. Velen zijn op zoek. Denk slechts aan de drugs en de oosterse religies. Men kan het daarin echter ook niet vinden, omdat er ten diepte geen uitzicht wordt geboden.

Vanuit de kerk mogen we niet wanhopen, maar moeten we op onze post zijn om juist in deze tijd het Woord van God te durven brengen.

In de tweede plaats moet de kerk de moed hebben om de geboden van God aan onze samenleving bekend te maken. Juist nu veel mensen de wet van God verachten — denk aan zaken als abortus en euthanasie — moeten we niet denken dat de zaak van Gods Koninkrijk verloren is.

In de zedelijke verwording vragen er toch mensen om een houvast. Daarom moeten we doorgaan. In de strijd rond het behoud van Gods wet in de abortuskwestie heb ik vaak moeten denken aan de dichter van psalm 119. Deze dichter leefde ook in een tijd van wetteloosheid. Hij werd met zijn geloof in God aan de kant gezet: Ik ben klein en veracht", maar juist in die situatie verwachtte hij het van God. „Doch Uw bevelen vergeet ik niet". Hij verwachtte ook iets van Gods recht en wet, want hij voegt eraan toe: Uw gerechtigheid is gerechtigheid in eeuwigheid, en Uw wet is de waarheid" (Psalm 119 : 142).

We hebben de strijd niet verloren! Het is een geweldige taak om dat te belijden en te beleven. Onze tijd heeft destemeer een duidelijk getuigenis nodig. Een ding is zeker: we kunnen dat niet in eigen kracht, maar alleen in de kracht van de echte vreze des Heeren. Die vreze omvat ook eerbied voor de geboden. We kunnen weieens een tijd tegemoet gaan, dat het nog meer op de daad dan op het woord aankomt! De daad is geen tegenstelling tot de beleving van het heil, maar deze beide zaken gaan juist samen.

Dominee, hoewel we hier ongetwijfeld nog uren over kunnen praten, moeten we terugkeren tot ons uitgangspunt, namelijk de Bond tegen het vloeken. Op onze verenigingen staat in dit seizoen het evangelisatiewerk centraal. Als men daarbij ook aandacht wil be steclen aan het werk van de Bond, kunt u dan de helpende hand bieden?

Het zou geweldig zijn als de verenigingen bijvoorbeeld wat propaganda-materiaal zouden aanvragen bij de Bond om dat uit te reiken. Verder is de sekretaris van de Bond, de heer H. van Oostende, graag bereid eens wat te komen vertellen over het werk van de Bond op een avond van een j.v. of op een regionale bijeenkomst. Er is ook voldoende materiaal beschikbaar om zelf inleidingen te maken. Uiteraard zullen we het ook bijzonder op prijs stellen als de ver-

enigingen leden zouden willen winnen voor de Bond. Hoe meer leden, hoe meer v/e kunnen doen. Nadere bijzonderheden worden graag verstrekt door de heer H. van Oostende, Parelgras 15, Veenendaal, tel. 08385 - 12002.

Hoeveel leden telt de Bond?

Na een inzinking van enkele jaren geleden, mogen we thans ongeveer 10.000 leden hebben. Van de leden wordt een bijdrage gevraagd van minimaal ƒ 10, — per jaar. Het aantal leden neemt nog steeds toe. Je kunt zien dat we in de eindtijd leven. De tegenstellingen nemen toe: enerzijds de goddeloosheid, maar anderzijds ook smart om en verzet tegen de toenemende goddeloosheid.

Professor Velema, wilt u tenslotte onze jongeren nog iets meegeven?

Ja, graag. Ik zou hen twee dingen willen zeggen. Ten eerste een bemoediging: Het evangelie is een positieve boodschap die moed en kracht wil schenken vanwege de genade van God. Dit evangelie is in een tijd, waarin veel jongelui het niet meer zien zitten, dé boodschap.

Ten tweede zou ik hen willen wijzen op de opdracht die ook zij hebben: De vermindering van de invloed van de kerk op de samenleving moet ons de moed niet doen verliezen, maar moet ons juist een gescherpt oog geven voor de taak die we vanuit het evangelie hebben.

Dominee, namens onze lezers hartelijk dank. Niet alleen voor het feit dat u, ondanks uw druk bezette agenda, tijd voor ons hebt willen vrijmaken, maar vooral voor het fijne gesprek dat wij met u mochten hebben.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 januari 1977

Daniel | 20 Pagina's

„SPREEK VRIJMOEDIG OVER GOD”

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 januari 1977

Daniel | 20 Pagina's