„WEET DAT DE HEERE GOD IS”
een laatste appèl
Verslag van de landelijke samenkomst tot bezinning en gebed in de Julianahal te Utrecht op 11 december 1976. De organisatie be-> rustte bij de Bond v. Ned. Herv. Vrouwenvor. op Ger. grondslag, de Bond v. Vrouwenver. der Ger. Gem. en de Bond v. Chr. Ger. > Vrouwenverenigingen.
Rond 2.00 uur komen we bij het Jaarbeurscomplex in Utrecht aan. Er lopen nog maar enkele mensen. Zouden velen deze bijeenkomst bezoeken? Voor we de Julianahal binnengaan kijken we nog even achterom: gelukkig, er lopen nu al honderden mensen. Bij de ingang krijgen we een stenciltje van de Politieke Partij Radikalen (dat ongevraagd wordt uitgereikt). Daarin schrijft ene Ria Beckers aan de Vrouwenbonden dat het haar spijt dat zij niet op de vergadering mag spreken. Als „christin" zet zij haar visie t.a.v. abortus uiteen. Bij de trap liggen handtekeningenlijsten. Door te tekenen uien we onze verontwaardiging over de te maken film. „Het liefdesleven van Jezus”.
WEET DAT DE HEERE GOD IS
De leiding van onze samenkomst berust bij Ds. H. Rijksen uit Zoetermeer. Hij opent de bijeenkomst met het laten zingen van Ps. 99 : 1: God, de HEER, regeert; beeft gij volken " Daarna leest hij Ps. 100: eet dat de Heere God is! In gebed vraagt Ds. Rijksen Gods zegen over onze bijeenkomst en voor onze regering: et name voor de leden van de Eerste Kamer. „Wij hebben God op het hoogst misdaan: ij zijn van het heilspoor afgegaan" (Ps. 106 : 4). Ds. Rijksen heet de aanwezigen welkom, in het bijzonder de genodigden, waaronder leden van de beide Kamers der Staten-Generaal. Er zijn verschillende berichten van verhindering binnen gekomen, o.a. van minister Van Agt en van de Stichting tot eerbiediging en bescherming van het menselijk leven.
De directe aanleiding voor deze landelijke samenkomst is, dat op D.V. 14 december in de Eerste Kamer het voorstel (van Lamberts en Roethof) tot verruiming van de wettelijke mogelijkheden tot abortus provocatus zal worden behandeld. Het doel van ons samenzijn is drieledig:
1. Het is een laatste appèl. In de brief, die de Vrouwenbonden aan de leden van de Eerste Kamer hebben gestuurd, staat dat zij zich in haar geweten schuldig zouden
voelen tegenover God en de naaste als dit laatste appèl achterwege bleef.
2. In de brief staat ook dat zij de leden van de Kamer in het gebed zullen blijven gedenken. Wij weten dat de Heere God is. Daarom roepen we Hem aan en smeken of Hij genadig wil verhoeden dat deze wet aangenomen wordt. Deze wet druist immers rechtstreeks in tegen Gods Woord en wet: gij zult niet doden.
3. Dit samenzijn is bedoeld tot verootmoediging in eigen kring: et oordeel begint bij het huis Gods (1 Petr. 4 : 17). Samen zijn wij afgeweken (Ps. 14 : 3), want de kerk is geen lichtend licht geweest. Het volk is losgeslagen van Gods normen, omdat er van de "kerk geen kracht uitging. Er is wederkeer nodig: en ethisch reveil gegrond op geestelijk reveil. Weet dat de Heere God is (Ps. 100). Iiij heeft ons gemaakt en niet wij. De God van het leven hebben wij te eren en te dienen. De dichter eindigt dan ook met het prijzen van de goedheid van God: .Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid" (vs. 5). Lankmoedig en goedertieren is de Heere. Hij is waardig onze aanbidding te ontvangen. Hij heeft ons gemaakt en niet wij (vs. 3). Aldus Ds. H. Rijksen.
STA OP, O GOD!
We zingen nu Ps. 100 : 2 en 4 „De HEER is God; erkent dat Hij ons heeft gemaakt Want goedertieren is de HEER Dan houdt Drs. A. Vergunst uit Veen zijn inleiding: Sta op, o God!”.
In diepe, onzegbaar diepe nood vat de dichter van Ps. 74 zijn klacht naar de levende God samen: „Sta op, o God! twist Uw twistzaak; gedenk de smaadheid, die U van de dwaze wedervaart de ganse dag" (vs. 22). Dit gebed naar de God des levens moeten we ook nu opheffen.
Is het omstreden wetsontwerp een incident? Een gebeurtenis op zichzelf? Of is het een symptoom van een ontwikkeling? Het land is vol van plaatsen van geweld, waar dag aan dag het leven uit de beschuttende moederschoot wordt weggerukt.. In de geschiedenis zijn allerlei factoren aan te wijzen die deze ontwikkeling bepaald hebben. Wij willen niet in de eerste plaats de vinger beschuldigend naar de ander uitsteken, maar in verootmoediging samen zijn. Eén van de oorzaken die tot het verderf van de natie leidde is, dat de kerk geen zoutend zout is geweest, dat het bederf moest weren. Daar ligt de schuld voor het aangezicht van God. Het zout, de Gemeente van God, is in het leven der natie smakeloos geworden vanwege haar geesteloosheid. Ook binnen de kerk is er een geweldige vermaterialisering van het leven: een zoeken van aardse dingen en geen hoger levensdoel meer kennen. Daarom komt het gericht des Heeren. Daar spreekt Ps. 74 nadrukkelijk van. De vijand richt zich tekenen op waar de tekenen van God gesteld waren (vs. 4).
Er is nog hoop: Evenwel is God mijn Koning van ouds af, Die verlossingen werkt in het midden der aarde" (vs. 12). Evenwel, ondanks de boze ontwikkeling, de levende God is gisteren en heden Dezelfde tot in eeuwigheid (Hebr. 13 : 8). Waarom zou God opstaan over een kerk in diep verval en Zich ontfermen over een natie? „Aanschouw het verbond" (vs. 20). Als Verbondsgod heeft Hij Zich weleer ontfermd. De pleitgrond ligt in de eer van Gods Naam. Een ethisch reveil, de herleving van de waarachtige zedelijke waarden, kan alleen ontspringen uit de bekering tot de levende God. Daarom vragen we samen: Aanschouw Uw verbond; het land, o Heere, is vol van duistere plaatsen. Sta op, o God, gedenk aan Uw Naam; twist Uw twistzaak". Wij zoeken vandaag niet onze kracht in de menigte die samen is, óf in de kracht van ons protest. Geve God onze kracht te zoeken in gebed tot de levende God. Sta op, o God, schenk ons waarachtige bekering. Sta op, o God, over Uw kerk, opdat de gescheurde kerk verenigd worde door Uw Geest. Sta op, o God, over ons volk. Laat de verdrukte niet schaamrood wederkeren; laat de ellendige en nooddruftige Uw Naam prijzen (vs. 21).
EEN LAATSTE APPèL!
Als we Ps. 74 : 12 en 21 gezongen hebben, krijgt Prof. W. H. Velema uit Apeldoorn het woord: Een laatste appèl!”.
We doen een laatste beroep op de vertegenwoordigers van ons volk-Als we een beroep doen, moeten daar gronden voor aangewezen worden:
1. Abortus provocatus is het opzettelijk te niet doen gaan van leven dat in de moederschoot groeit. Bij legaliseringvan abortus wordt een volstrekt willekeurige norm gehanteerd: de vrouw, die om abortus vraagt, heeft het recht de zwangerschap te laten beëindigen. Het leven is echter een gave van God. Mensen die dit ongeboren leven vernietigen treden in de rechten van God. Bij een volk waar dit gebeurt, is de normloosheid tot wet verheven. Het uitgangspunt is de waarde die mèn aan het leven toekent, het nut dat mèn er in ziet, de vreugde die mèn er van verwacht (dat is ook de geest van het stenciltje van Ria Beckers), alsof wij het recht zouden krijgen om de waarde te bepalen van het ene leven boven het andere leven! Daar ligt het dilemma voor velen. Voor ons is het een schijndilemma: het leven wordt opgeofferd. Het is te hopen dat de Kamerleden daar ook doorheen prikken. In naam van de barmhartigheid van de Heere onze God doen we een appèl op de Eerste Kamer om nee te zeggen!
2. De wet van God wordt door Paulus in Rom. 7 : 12 heilig en goed genoemd. De ontwerpwet brengt aan de vrouw grote psychische schade toe: ls de zelfbeschuldiging ontwaakt, moet deze door verharding van het geweten tot zwijgen gebracht worden. Kamerleden, weet wat U doet met Uw voorstem. Een Japanse hoogleraar (Van Straelen) vertelde mij hoe hij in de 25 jaar in Japan de vrouwelijke ziel zag veranderen ten gevolge van abortus.
3. Als deze wet van kracht wordt, dan zullen ook andere groepen van de bevolking het slachtoffer worden: demente bejaarden en mensen die te duur zijn voor verpleging en samenleving. Zo vraagt Ria Beckers zich af wat volwaardig menselijk leven is.
4. In welke samenleving komen we terecht? In de barbarij van het heidendom van de Germanen, Friezen en Saksen, waar het leven niet telde en verdobbeld werd. Aan het einde van de 20e eeuw zal dit erger zijn dan in de eerste eeuwen: het zal niet alleen een herhaling van de geschiedenis zijn, maar ook een zich afzetten tegen Gods genade (waar onze vooruders geen kennis van hadden). Ria Beckers verwijt ons dat wij kiezen voor tienduizenden heimelijke abortussen met alle ellende van dien. Alsof de ellende komt van het heimelijk aborteren! Als het heimelijke gelegaliseerd wordt, dan betekent dit de herleving van het germanendom.
5. Wij zijn bijeen vanuit de overtuiging door Gods wet. Ieder die deze roet ongehoorzaam is, zal in Gods oordeel vallen. Al heeft het volk geen oren voor Gods wet, toch moeten we er getuigenis van afleggen. Wat God deed toen wij in de moederbuik gevormd werden (Ps. 139) is niet afhankelijk van de wil van ouders. Ons inzicht is niet „absoluut" (Ria Beckers), maar Gods wet. Er zijn moeders en meisjes die gebukt gaan onder een ongewenste zwangerschap. We mogen niet blijven staan bij ons nee van protest, maar we moeten ook ons ja van liefde en begeleiding geven. Dit is èèn laatste appèl. Voof ieder onzer komt hét laatste appèl dat God van ons afneemt. O God, luister naar het gebed. Uw gerechtigheid is gerechtigheid in eeuwigheid. Die de Heere versmaden zullen vergaan. Ik heb gezegd!
LEEF, JA LEEF!
Samen zingen we Ps. 139 : 7, 8, 9 en 14. Inmiddels wordt gecollecteerd om de onkosten te bestrijden. Hierna spreekt Ds. C. den Boer uit Wageningen over: Leef, ja leef!”
Zal de Eerste Kamer het durven een manmoedig neen uit te spreken? In Gods Naam roepen we haar daar toe op. Waarom? Omdat wc het meten met twee maten niet kunnen verdragen: de moorden door Menten zijn even verwerpelijk als abortus. We pleiten niet op grond van de rechten van de (ongeboren) mens. Als dit ons motief was, dan streden we met dezelfde wapens als de voorstemmers: medemenselijkheid. Het uitgangspunt van ons leven is verkeerd: ons kunnen en kennen staat in
het middelpunt als laatste waarheid van deze aarde. De ideologie van de humaniteit is niet ons uitgangspunt. Trouwens, ons volk en onze leidslieden zijn niet apellabel op dit punt: we zouden dan met de duivel de duivel uitwerpen.
Ons appèl heeft wel te maken met het hart van het evangelie. Daarvoor moeten we weten wat de mens is in Gods oog. De Heere heeft ons gevonden in bloed vertreden, te vondeling gelegd, als een ongewenst kind. God heeft tegen dit ongewenste kind gezegd: Leef, ja leef" (Ezech. 16 : 6). Het is een gadeloos wonder dat we er zijn en dat God zegt: Leef, ja leef". Het is nooit klein te krijgen dat dit ongewenste kind de Bruid van de Heere wordt.
Hoe zwaar telt het leven van één mensenkind in Gods oog? Denk dan aan de gelijkenis van het verloren schaap. Wie God voorbij heeft zien gaan en wie God heeft horen roepen „Leef, ja leef", zou die zich niet ontfermen over weerloos leven in de moederschoot? Jonge mensen, spaar elkaar door liefde, zodat Uw kind niet ongewenst hoeft te worden in deze wereld van zinnendrift.
Ons protest is gekleed in het kleed van evangelische bewogenheid. Wie het leven in Christus niet kent, staat bloot aan alle mogelijke gevaren, óók voor het doden van zijn eigen kind. Kinderkens, het is de laatste ure. De tekenen van de afbraak zijn er. Reformatorische christenen moeten de krachten bundelen. Er zijn meer zaken die ons binden dan die ons scheiden: wc moeten samen tegen de wassende stroom van het heidendom op roeien.
Ds. den Boer eindigt met gebed. Daarvoor kiest hij de woorden van het gebed van Daniël (Dan. 9): Och, Heere! Gij grote en verschrikkelijke God ", waarna hij de nood der tijden aan de Heere opdraagt. „Uw wil geschiede, wij schrijven U de weg niet voor. Wij vragen dit omdat van U het koninkrijk en de kracht in eeuwigheid is". Daarna zingen we Ps. 85 : 3. Ds. Rijksen dankt sprekers, organist en organisatoren. Aan alle leden van de Eerste Kamer wordt een telegram verzonden, in de Naam van de God van het leven, met een laatste beroep (om zich tegen legalisering op te stellen) en met de bede om de leiding van Gods Geest. Als we twee coupletten uit het Wilhelmus gezongen hebben („Mijn schild ende betrouwen" en „Oorlof mijn arme schapen"), gaan een kleine 7.000 mensen uiteen.
Indrukwekkend en ontroerend. Een getuigenis door leden van verschillende kerkgenootschappen. Door de nood der tijden gedreven om samen op te trekken. Dat zou meer moeten gebeuren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 december 1976
Daniel | 22 Pagina's