JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

DE ARK IN DE BRANDING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE ARK IN DE BRANDING

6 minuten leestijd

De meesten van jullie kennen het boek „De Zondvloed" van Prof. Rehwinkel dat een aantal jaren geleden is verschenen. Dit werk heeft velen niet alleen doen inzien dat de oplossingen die de autonome wetenschap voor bepaalde problemen geeft, strijdig zijn met de bijbelse gegevens, maar ook dat andere oplossingen mogelijk zijn die in overeenstemming zijn met de bijbelse openbaring.

Zojuist is het eerste uitgebreide nederlandse werk verschenen dat het probleem van de ark en de zondvloed behandelt: De ark in de branding, door Dr. W. J. Ouweneel. Reeds eerder heeft dr. Ouweneel een boekje geschreven getiteld: Wat is het nu: schepping' of evolutie?

In dit werkje — wat hij speciaal voor jonge mensen schreef — maakt hij duidelijk dat de evolutietheorie helemaal niet bewezen is, maar dat er vele wetenschappelijke argumenten tegen in te brengen zijn. We willen dit boekje aanbevelen, echter wel met de opmerking dat de theologische visie van de schrijver op bepaalde punten afwijkt van de onze.

In het boek „De ark in de branding" biedt de schrijver — bioloog aan de rijksuniversiteit te Utrecht — een aanzienlijke hoeveelheid wetenschappelijke gegevens over o.a. de ouderdom en de opeenvolging' van aardlagen. Dr. Ouweneel gaat van de stelling uit, wanneer de zondvloed — een wereldomvattende katastrofe — werkelijk heeft plaats gevonden, de sporen daarvan in de aardkorst te zien moeten zijn.

Ten aanzien van de vorming van aardlagen, de ouderdom ervan en het ontstaan van dier-en plantensoorten staan twee modellen (theorieën) tegenover elkaar nl. het evolutiemodel en het scheppingsmodel. Het evolutiemodel veronderstelt een zeer oude aarde. De vorming van vele aardlagen zou in de loop van miljoenen jaren zeer geleidelijk (uniformitarisme) hebben plaats gevonden. Verder veronderstelt het dat het leven op aarde zich ontwikkeld heeft — eveneens in miljoenen jaren — door geleidelijke overgang van lagere in hogere organismen.

Het scheppingsmodel gaat er daarentegen van uit dat God alles geschapen heeft en dat de ouderdom van de aarde ten hoogste 10000 jaar is. Dus een jonge aarde en geschapen planten-en diersoorten en mensen. Het zal duidelijk zijn dat in dit model de zondvloed een centrale plaats ineemt.

De struktuur en de opeenvolging van bepaalde aardlagen doen sterk vermoeden dat zij in een korte tijd gevormd moeten zijn. Zo zijn er aardlagen gevonden waarin boomstronken dwars door verschillende lagen heen steken. Dat de vorming' van deze lagen snel moet hebben plaats gevonden kan worden afgeleid uit het feit dat gedurende een lange tijdsduur de stronken verrot zouden zijn. De verklaring' voor de snelle vorming van de aardlagen, wordt beschreven in hoofdstuk 5. In dit boek wordt ook de z.g. C-rnethode besproken. Dit is een methode om de ouderdom te bepalen van voorwerpen die het element koolstof bevatten. Prof. Whitelaw konstateerde dat de veronderstelling waarop deze methode berust onjuist is, zodat de berekende ouderdommen een korrektie behoeven. Voor de bekende 15000 waarden heeft hij deze korrektie uitgevoerd en hij kwam toen tot de ontdekking' dat geen der voorwerpen ouder is dan 7000 jaar. De schrijver gaat ook in op vragen als: Ligt de ark nog op de berg Ararat? Konden alle dieren in de ark? Waar bleef het water na de zondvloed?

In dit boek neemt de auteur krachtig stelling tegen zich Christen noemende wetenschappers die Genesis 1 t.m. 11 historisch niet serieus nemen. Op blz. 107 en 108 lezen v/e: „Veel christen-geologen wekken de indruk dat zij door hun uniformitarisch den-

ken daartoe niet meer in staat zijn. Zulke mannen schijnen er van uit te gaan dat het momenteel populair uniformitarisme tot elke prijs gehandhaafd moet blijven, wil het christendom voor het twintigste-eeuwse denken geloofwaardig blijven". En op blz. 109: „Als we het dan tóch over de „geloofwaardigheid" van de christelijke boodschap hebben: welke Evangelische Christen kan menen dat, als hij het ene na het andere bijbelse bolwerk prijsgeeft — niet aan „wetenschap" maar — aan filosofieën als het uniformitarisme en het evolutionisme, hij straks dat laatste bolwerk: de feiten rond de Persoon van Christus Zelf — de meest wonderlijke en „onwetenschappelijke" feiten van alle — wél zal kunnen houden"? Nu, dit gebeurt dan ook niet: de evangelische geologen die zich in het umformitarische denken hebben ingevroren, bevinden zich helaas in het gezelschap van de „nieuwtestamentici" die ook van de waarheid aangaande Christus Zelf geen spaan heel laten”.

Naar onze mening raakt dr. Ouweneel hier de kern van de zaak. Wanneer men de wetenschap laat heersen over de Bijbel dan moeten er hoofdstukken als z.g. mythologische verpakking beschouwd worden. Zonder schroom stelt men dan ook dat de wonderen niet werkelijk gebeurd kunnen zijn, omdat deze strijdig zijn met de uitspraken van de natuurwetenschap (denk in dit geval aan de ontwikkelingen aan de V.U.)-Men realiseert zich echter niet dat de natuurwetenschap geen uitspraak mag doen over een éénmalige gebeurtenis zoals een wonder. Per definitie benoort slechts datgene tot het terrein van de natuurwetenschap wat herhaalbaar (reproduceerbaar) is, ct.w.z. dat een bepaald experimenteel resultaat door een andere onderzoeker, die hetzelfde experiment onder gelijke kondities uitvoert, eveneens moet worden gevonden. De schepping van de kosmos, het ontstaan van het leven en alle bijbelse wonderen zijn niet reproduceerbaar in het labarotorium en daarom ontoeganKelijK voor de natuurwetenschappelijke methode.

Dr. Ouweneel wil het werk van de amerikaanse kreationisten in Nederland meer bekendheid geven. Deze kreationisten vormen een groep geleerden die bij de wetenschapsbeoefening uitgaan van de Bijbel ais het onfeilbaar Woord van God. Ze gaan uit van de schepping zoals deze beschreven wordt in de eerste hoofdstukken van Genesis. Hoewel we veel waardering hebben voor het werk van deze geleerden moet toch gezegd worden dat ook zij, evenais de evolutionisten, onkontroleerbare uitspraken doen, d.w.z. dat zij ook uitgaan van bepaalde vooronderstellingen.

De evolutionisten trachten alle bijbelse gegevens te elimineren, terwijl de kreationisten — naar onze mening — soms wei eens meer uit de bijbel halen dan er in staat.

Het is niet de bedoeling van de schrijver om het scheppingsmodel te verabsoluteren of om het te gebruiken om de waarheid van de Bijbel te bewijzen, maar veeleer tracht hij aan te tonen dat er voor bepaalde verschijnselen ook andere verklaringen zijn dan die welke de evolutietheorie ons opdringt. We zijn hem daar erg dankbaar voor.

N a.v. Dr. W. J. Ouweneel, De ark in de branding. Uitg. Buyten & Schipperhevn, Amsterdam, 180 blz. prijs ƒ 23, 90.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 december 1976

Daniel | 22 Pagina's

DE ARK IN DE BRANDING

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 december 1976

Daniel | 22 Pagina's