DE HEERE REDT
„Wo sind die Juden? !”
Langzaam is Van Steeg naar de deur gesloft. Wat gelukkig, dat hij hem achter Dirk en Piet op slot heeft gedraaid! Even komt de angstige gedachte in hem op, dat de beide mannen gepakt kunnen zijn door de mensenjagers daarbuiten, maar de man voor de deur geeft hem geen tijd daar langer aan te denken. Een dreun van een geweerkolf tegen de zware houten deur zet zijn woorden kracht bij. , , Die Tür auf und schnell!" Met een gebed in zijn hart om bewaring draait Van Steeg de sleutel om. Bijna wordt hij omver gelopen, zo woest dringen er vier Duitsers naar binnen. „Hände hoch, wo sind die Juden? !" Met de loop van een geweer in de rug wordt Van Steeg de keuken ingeduwd. Daar moest hij gaan zitten, zijn handen omhoog. Ook vrouw Van Steeg moet haar handen opsteken.
„Na, wo sind die Juden!”
„Juden? " vraagt Van Steeg wonderlijk kalm. „Juden? hiér niet.”
„Suchen!" brult de officier tegen de soldaten, die met hem mee zijn gekomen.
„Und du" en hij wijst naar de mandenmaker, „du gehst mit." (jij gaat mee)
„Mag ik", waagt vrouw Van Steeg voorzichtig, „Mag ik ze laten zakken? " En ze knikt naar haar handen. „Was, ach jah, " snauwt de officier. „Werner", buldert hij een van zijn ondergeschikten achterna, „komm zurück!" Eén soldaat haast zich het bevel te gehoorzamen. Hij krijgt de opdracht om op de vrouw te passen. De Feldwebel loopt met grote stappen de mandenmaker en de soldaten achterna.
„Ging die vent nou maar een stapje naar links”
Buiten is niets veranderd. Direk en Piet zitten nog steeds onder hun mand. Heel zacht hebben ze even met elkaar gesproken. „Als die vent met zijn lantaarn daar boven op de dijk een stapje naar links gaat, " had Piet gefluisterd, „dan kom ik uit het licht en probeer heel voorzichtig wat achteruit te krabbelen tot ik hele-maal in het donker kom. En dan verdwijn ik. Ik kan, als ze me vinden de zaak alleen maar erger maken, want ik laat me nooit zonder verzet gevangen nemen.”
„Als 't enigszins kan, volg ik je voorbeeld, " had Dirk geantwoord. Een kleine tien minuten later verschuift de smalle lichtbundel een goede meter in de richting van de schuur en komen ze allebei in het donker. Voor hen, met de rug naar hen toe houdt een soldaat de deur van de mandenmakerij in de gaten. Verder staan er geen Duitsers aan hun kant op wacht. Langzaam en uiterst voorzichtig schuiven de mannen nog meer van de schuur vandaan. Bijna tegelijk tillen ze hun mand op en loeren om zich heen. Voor hen is de boomgaard in diepe duisternis. Of nee, niet helemaal. De wolken zijn dunner geworden. Af en toen pinkelt er een sterretje en gluurt het maantje door de dunne wolkenflarden heen. Lang duurt dat gelukkig niet. Een dikke wolk schuift ervoor en alles is weer aardedonker. „Nu, " fluistert Piet. Behoedzaam zetten ze hun mand neer en komen uit hun hurkhouding overeind. Hun eerste stappen zijn wat onzeker. Wat prikken hun benen! Enkele minuten later lopen ze op het paadje door de boomgaard, weg van het gevaar.
Auch Kaffee ?
Terwijl de soldaten met
Van Steeg en hun Feldwebel het hele huis doorzoeken, bewaakt Werner de vrouw van de mandenmaker. Deze drinkt haar kopje koffie intussen uit, dat koud geworden is. Wat gelukkig, dat ze voor Jozef en Mirjam nog niets ingeschonken had. Als ze Werner schuin naar het kopje ziet kijken zegt ze voor ze het weet: „Auch Kaffee? ”
„Ja, gerne, " knikt haar bewaker, een vriendelijke jongen, die er beslist niet uitziet als een mensenjager. Vrouw Van Steeg wil opstaan om de koffiepot van het fornuis te pakken, als ze ineens bedenkt waar ze bovenop is gaan zitten. Net voor de Duitsers het huis overvielen, wilde Mirjam haar kindje verschonen. Op de stoel naast het fornuis legde ze een schone luier en een helder v/it hemdje. Maar eer ze de kleine jongen kon helpen, klonk het geluid van het schot en moesten ze snel de schuilplaats in. Vrouw Van Steeg was bovenop de dubbel gevouwen luier en het kleine hemdje gaan zitten en nu Het hart klopt haar in de keel. Zou ze er zo bij kunnen? Ja, het gaat net, maar nu nog een kopje. De melk staat gelukkig vlak naast de koffiepot. Ze wijst naar haar benen en trekt een pijnlijk gezicht. „Kaffeekop", zegt ze. Werner begrijpt haar direkt. Hij staat op en loopt naar het theeblad, dat op de aanrecht staat. „Zere Beinen? " vraagt hij. Ja schuldbewust knikt ze. Ja, ze heeft weieens last van haar benen. Opgelucht reikt ze de soldaat zijn koffie. „Danke", zegt Werner en laat het niet koud worden.
Kletterend valt hij in scherven
Bijna het hele huis is doorzocht. Bij elke deur werd de mandenmaker vooruit geduwd en gesommeerd het licht aan te maken. Dan pas wagen de soldaten zich naar binnen. Hun kommandant blijft onveranderlijk bij de geopende deur staan, het pistool in aanslag. Nu de kelder nog. Met bonzend hart doet Van Steeg de deur open en stommelt het trapje af. Twee sterke staaflantaarns verlichten de vier treedjes en schijnen de ruime kelder in. Ze schijnen tegen de manden, die bijna tweederde van de kelderruimte in beslag nemen.
(Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 december 1976
Daniel | 16 Pagina's