JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

MONARCHIE OF REPUBLIEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MONARCHIE OF REPUBLIEK

9 minuten leestijd

Wij kunnen ons niet meer verplaatsen in het Europa van omstreeks 1900. Wat een verschillen met de eigen tijd! Om maar één zaak te noemen, verband houdend met ons onderwerp: monarchieën met al de daaraan verbonden pracht en praal leken alom nog hecht gevestigd te zijn. Het daarbij behorende standsverschil was de gehele maatschappij doorgedrongen. Nog in de twintiger jaren van deze eeuw, vertelde een overlevende van de ramp die de Titanic trof: „Pas toen ik een passagier uit de arbeidersklasse op het cersteklasdek zag, besefte ik dat de toestand ernstig was”.

Duidelijk zal zijn dat een dergelijke mentaliteit grote misstanden kan veroorzaken. Het onbegrip dat Marie Antoinette ten toon spreidde door in 1789 het om brood roepende volk aan te raden dan maar koekjes te eten, was ook rond 1900 nog volop aanwezig bij de hogere kringen. Van de reële noden van het volk hadden zij meestal geen notie. Zo sloeg tsaar Nicolaas II aan de vooravond van de russische revolutie de waarschuwingen van een vriend in de wind met de woorden: „Bedoelt u, dat ik het vertrouwen van mijn volk moet overwinnen, of dat zij mijn vertrouwen moeten herwinnen”?

Hun hele leven lang werden monarchen dermate omringd met zorgen en vleierij van het hofpersoneel, dat zij werkelijk konden gaan denken zelfs boven natuurwetten verheven te zijn. Aardig wordt dat geïllustreerd met het voorval dat de befaamde engelse koningin Victoria meemaakte. Toen het schip, waarop zij eens een reis maakte, een onverwachte windstoot te verwerken kreeg, verloor zij bijna haar evenwicht. Zij beval daarop haar bediende: „Ga onmiddellijk naar dek, James, en zeg de admiraal met mijn complimenten dat dit niet meer mag voorkomen". Overigens ook onze eigen koning Willem III, schijnt niet zo gemakkelijk geweest te zijn. Eén van zijn ministers schreef in zijn dagboek over deze Vorst:

„ Hij zit of liever ligt half in een leunstoel, het eene been achteloos over het ander geslagen. Zóó blijft hij zitten als een minister aangediend wordt, het bloed stijgt hem somswijlen naar het hoofd. Zijn aderen zwellen, hij krijgt een voorkomen om schrik aan te jagen. Ik zou ministers kunnen noemen, die de nachten

voor hun audiëntie bij de koning uit angst bijna slapeloos doorbrachten. Er volgde dan soms ook een storm en de koning bulderde zo hard, dat men met moeite zijn kalmte kon bewaren. Zijn oplopend karakter en Zijne autocratische neigingen schijnen met de jaren toe te nemen”

De meeste monarchieën van 1900 zijn inmiddels verdwenen (Rusland, Oostenrijk-Hongarije, Duitsland); daar waar deze monarchale vorm gehandhaafd bleef, werd zij gedemokratiseerd. Wij spreken dan van een constitutionele monarchie.

Vergeleken met die monarchieën en met sommige nog bestaande (het engelse koningshuis b.v.) in de nederlandse monarchie niet van oude datum. Wij moeten niet vergeten dat ons land gedurende de eerste eeuwen van zijn zelfstandig volksbestaan de republikeinse regeringsvorm had. De Oranjes bekleedden slechts het stadhouderschap, welke funktie aanvankelijk niet eens erfelijk was. Nederland nam daarmee tijdenlang in een Europa van keizers en koningen een merkwaardige uitzonderingspositie in. De republikeinse traditie was hier te lande taai.

Uit vrees voor een Oranje-dynastie heeft iemand als Johan de Witt zich scherp tegen dit geslacht verzet. Zelfs werden zij ervan beschuldigd dat het landsbelang door hen werd opgeofferd aan het eigenbelang. Een beschuldiging die in onze tijd wel eens wordt herhaald door historici, maar die bij nader onderzoek toch niet in zijn volle omvang gehandhaafd kan blijven. Eerst in 1813, na de verdrijving van de franse bezetters, kon de monarchie hier gevestigd worden. Ook toen echter schoot zij niet in alle lagen van ons volk wortel. In deze eeuw b.v. weigerden de socialisten voor 1940 nadrukkelijk mee te doen aan de viering van Koninginnedag. Aan hun muren hing geen portret van de koningin, maar een foto van partijleider Troelstra.

Oranjegezindheid.

Toch is anderzijds ook duidelijk sprake van een duidelijke Oranjegezindheid. Wij zouden zelfs kunnen spreken van „Oranjeliefde". Die gevoelens van verbondenheid met het Oranjehuis vinden we van oudsher vooral bij het calvinistische volksdeel. Men zou kunnen zeggen dat zij haar oorsprong vindt in het grote aandeel dat de Vader des Vaderlands, Willem van Oranje, en zijn beide zoons, Maurits en Frederik Hendrik in de Tachtigjarige oorlog hebben gehad in onze strijd voor onafhankelijkheid en godsdienstige vrijheid. Twee maal in de geschiedenis van de Republiek hebben de Oranjes hun verheffing tot stadhouder te danken gehad aan een volksbeweging (in 1672 Willem III en in 1747 Willem IV). In beide gevallen wisten zij ons land te bewaren voor de veroveringszucht van het agressieve Frankrijk. Deze „Oranjeliefde" overleefde zelfs het duidelijke falen van de stadhouders Willem IV en Willem V in de achttiende eeuw. (Toen in 1766 Willem V meerderjarig werd, zette het wonderkind Wolfgang Amadeus Mozart meerdere luister bij aan de grootse feesten die gegeven werden, door aan het stadhouderlijke hof te musiceren). Ook de drie negentiende-eeuwse koningen zijn nooit bij het gehele volk populair geweest. Het was eerst koningin Wilhelmina die, nadat zij jarenlang reeds warme steun ondervond van de Oranjeklanten, het hart van het gehéle Nederlandse volk wist te vinden, zoals haar verre voorvader Willem I daar ook in geslaagd was. Haar felle verzetshouding tegen de duitse overweldiger deed de meest uiteenlopende groeperingen van ons volk het Oranjekoningschap ervaren als het verbindend element bij uitstek in ons volksleven.

Zo was het ook de houding van Willem I tegen de spaanse tirannie, waarmee hij een glansrijke carrière in het spaanse rijk opgaf, die hem de erenaam Vader des Vaderlands bezorgde.

De Oranjes en het Calvinisme.

Voor een deel kan die „Oranjeliefde", die wij tegenkwamen bij Calvinisten, worden toegeschreven aan de mening dat de Oranjes „ook" Calvinist waren. Deze idee is niet houdbaar, al moeten wij wel een uitzondering maken voor Willem I (die via het Rooms-Katholicisme en het Lutheranisme een Calvinist werd), Willem III (die het als een roeping zag het Calvinisme te beschermen tegen het rooms-katholieke Frankrijk, gedachtig aan het lot dat de Hugenoten in Frankrijk had getroffen) en Wilhelmina.

De meeste Oranjes zijn nooit „echte" Calvinisten geweest. Willem I was, zoals wij zagen, Calvinist geworden. Toch

stond hij op gespannen voet met de bekende Petrus Datheen, die de prins bestempelde als „onverdraagzaam". Maurits koos in 1618 de zijde van de Contra-Remonstranten. Hij deed dit echter meer op politieke gronden, dan vanuit godsdienstige beginselen. Weliswaar schijnt hij op latere leeftijd tot andere gedachten gekomen te zijn. Frederik Hendrik dacht op godsdienstig terrein vrij oppervlakkig. Ook heeft hij meteen na zijn aanvaarding van het stadhoudersambt een eind gemaakt aan de moeilijke positie waarin de Remonstranten verkeerden. Een en ander heeft in deze jaren talloze malen de woede gewekt van de calvinistische predikanten.

In de achttiende eeuw werden de Afgescheidenen door koning Willem I scherp vervolgd. Onder het bewind van koning Willem II heeft de Benthuizense predikant ds. Ledeboer enkele maanden in de gevangenis gezeten en zuchtten hij en zijn medestanders onder hoge boeten. Een ander predikant uit die dagen, ds. Sterkenburg, werd eens door koning Willem II op audiëntie ontvangen. Het resultaat van het gesprek was een verzachting van het justitiële optreden tegen ds. Sterkenburg. Dat deze predikant niet bepaald bedeesd was, blijkt wel uit een tweede audiëntie die de koning hem later toestond. De vorst ontving hem hartelijk. „Wel Sterkenburg, hoe gaat het? " Antwoord: „Hoe zou het gaan Sire, zolang de overheid nog steeds de kerk vervolgt? ”

Koning Willem III ondertekende in 1878, ondanks een petitionnement dat honderdduizenden handtekeningen had opgeleverd, een wet die zeer nadelig was voor het bijzonder onderwijs. Kuyper schreef verbitterd: „De ellendige wet is gisteren om 4 uur geteekend, ook Oranje breekt met zijn verleden". En De Savornin Lohman, later de stichter van de C.H.U. schreef zelfs: „Ons volk zal zijn liefde voor Oranje verliezen”.

Monarchie of Republiek?

Hoe is nu onze keuze als het gaat om de vraag monarchie of republiek?

Zeker is dat in onze tijd de houding van het nederlandse volk tegenover het Oranjehuis weer minder eensgezind is, dan zij was in de oorlogsjaren en kort daarna. Oorlogsherinneringen zijn voor velen verbleekt. Sommigen zien het koningshuis als een vertegenwoordiger van het bestaande establishment en van een maatschappelijke orde, die zij verwerpen. Uit het rapport-Donner bleek duidelijk dat prins Bernhard betrokken was bij de „Lockheed-affaire". Vanzelfsprekend is dit de reputatie van het koningshuis niet ten goede gekomen.

Toch valt er veel positiefs te zeggen van onze monarchie. De monarch kan gelden als het symbool van nationale saamhorigheid. Een president, die slechts voor een bepaald aantal jaren gekozen wordt, kan nooit als zodanig funktioneren. Ook is een president een politiek figuur, die in de politieke partijstrijd naar voren is gekomen, waardoor hij minder gemakkelijk boven de partijen kan staan.

Een monarch wordt van jongsaf aan op zijn taak voorbereid en kan door zijn ervaring een regering van veel nut zijn. Leden van het koningshuis kunnen nog steeds grote invloed hebben op de gang van zaken in Nederland, hoewel niet meer direkt op regeringszaken. Zo moet b.v. de psychologische betekenis van allerlei ceremoniële handelingen die de Koningin verricht, niet onderschat worden. Er wordt wel eens gezegd dat de huidige vorstin er in geslaagd is het koningsschap dicht bij het volk te brengen. En om een ander voorbeeld te noemen: iemand als prins Bernhard heeft ondanks alles een leven lang de belangen van het nederlandse zakenleven behartigd op zijn buitenlandse reizen. Ook in zijn funktie van Inspekteur-Generaal der krijgsmacht kon hij van betekenis zijn. Gezien de ervaringen in het verleden wist de Prins van hoe groot belang een goed uitgerust leger is.

En dan is er nog een faktor te noemen, waarmee wij onze voorkeur voor de monarchie kunnen motiveren. Het Oranjehuis is onverbrekelijk verbonden met de geschiedenis van ons volk. Steeds als het voortbestaan van ons land als vrije natie ernstig bedreigd werd, was Oranje aanwezig. Wij kunnen ons dan ook geen monarchie voorstellen in Nederland onder een ander huis dan dat van Oranje. Hoewel wij het niet meer zó onder woorden brengen als voorheen wel eens gebeurde, blijven voor ons toch gevoelens van sympathie en verbondenheid met het Oranjehuis overheersen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 december 1976

Daniel | 16 Pagina's

MONARCHIE OF REPUBLIEK

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 december 1976

Daniel | 16 Pagina's