JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

NASCHRIFT BIJ EEN VRAAG ....

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

NASCHRIFT BIJ EEN VRAAG ....

6 minuten leestijd

Hier volgt een „naschrift" bij een vraag, verband houdend met het door mij op de Huishoudelijke vergadering van 28 sept. j.1. gehouden referaat over het onderwerp „Mijn volk gaat verloren, omdat het geen kennis heeft.’”

In een vraag werd gesuggereerd, dat het geven van „geestelijke vorming" op de vrouwenverenigingen tot verkrijging van meer kennis van God en Zijn werken, zeer gebaat zou zijn, wanneer de dominee bijv. 3x per jaar de bijeenkomst zou bezoeken. Ik heb daarop toen geantwoord, dat ik geloofde, dat zulks inderdaad zou kunnen helpen, maar dat er voor heel veel dingen onze inzet gevraagd wordt en dat we ook een taak hebben in onze gezinnen.

Een predikantsvrouw fluisterde mij later toe: „Je moet de brief eens publiceren, die je enige tijd geleden aan alle predikanten zond." Ook een andere predikantsvrouw wilde op die brief inhaken. Na rijp beraad heb ik besloten, terwille van mijn ambtsbroeders en hun gezinnen dat deel van die brief t.e publiceren, dat ik ook voor U van belang acht, als antwoord op bovengenoemde vraag.

Boven de brief stond: „Lijdensbegeleiding”.

In die brief stond: „Op verzoek van een predikantsvrouw richt ik mij tot U, predikanten. Zij vroeg mij een boekje speciaal voor U te schrijven. Ik doe het maar op deze wijze. Het gaat over te begeleiden leed in de pastorieën en met name in onze eigen pastorie. Daarvoor zijn wij de aangewezen persoon.

Het is voor U geen geheim, dat er in de pastorieën geleden wordt door predikantsvrouwen en predikantskinderen. Een deel van dat lijden wordt veroorzaakt door oorzaken van buitenaf. Het houdt verband met onze omvangrijke taak. Een deel van het leed van de pastoriebewoners is echter te wijten aan oorzaken van binnenuit, o.a. een niet goed funktionerende organisatie.

Jaren geleden gaf mijn vrouw mij (niet zonder oorzaak) een artikeltje te lezen uit een Duits kerkelijk blad. Daarin werd iets geschreven over een voorval in een pastorie. De dominee had het zo druk, dat hij er toe overgegaan was om een spreekuur in te stellen. Op een keer kwam zijn vrouw de spreekkamer binnen (op het spreekuur). „Wat is er, " vroeg de verbaasde predikant. Het lakonieke antwoord was: „Ik heb geestelijke en huiselijke problemen, die ik graag eens met je bespreken wilde. Je hebt daar nooit tijd voor en ik meende als lid d.er gemeente ook recht te hebben om met mijn problemen op het spreekuur van mijn predikant te komen" Een predikantsvrouw verzuchtte eens: „Als het in een domineesgezin en met domineeskinderen fout gaat, dan wordt dat meestal geweten aan de vrouwen van de dominee. Als het omgekeerde het geval is, dan is dat te danken aan de dominee". Een domineesdochter verklaarde nog niet zo lang geleden: „Wat er van ons gezin en ons terechtgekomen is, hebben we aan onze moeder te danken". Wie zou gelijk hebben, de mensen of de predikantsdochter?

We hebben het allen druk, sommigen van ons zelfs zeer druk. Maken we ons echter niet te druk? Onlangs las ik een spreuk, die mij tot veel nadenken bracht. Hij luidde: „Wie zoveel werkt, dat hij geen tijd meer heeft om te bidden, doet meer dan God. hem oplegt". Ik meen oprecht, dat die spreuk voor ons nog uitgebreid kan worden. Dan luidt hij: „Wie zoveel werkt, dat hij geen tijd meer heeft voor gebed en voor zijn gezin, doet meer dan God hem oplegt." U weet, dat ik tijdens mijn verblijf in Amerika ernstig overspannen geweest ben. Jarenlange ellende voor mijn gezin en mij (en zijdelings ook voor de gemeente) is daarvan het gevolg geweest. Ik wens U toe, dat dit leed U en de Uwen bespaard mag blijven. Dank zij Gods goedertierenheid en weldadigheid mocht ik geheel herstellen. De Heere heeft echter voordien wei eerst „schoonschip" gemaakt. Dat diende ook tot mijn genezing. Mijn overmatig werken, werd mij tot schuld en smart, ook omdat mijn vrouw en kinderen aan mij

tekortgekomen waren. Ik heb God gesmeekt om genade en ontferming en Hij heeft Zich tot mij gewend. Hij heeft na lang (vaak ongeduldig) wachten mij uit een ruisende kuil, uit modderig slijk opgehaald, en heeft mijn voeten gesteld op een rotssteen; Hij heeft mijn gangen vastgemaakt en Hij heeft mij een nieuw lied in zijn mond gegeven, een lofzang onze God (Ps. 40 : 2-4). Broeders, ik weet, dat het moeilijk is om iets aan ons werkschema te veranderen. Ik weet, dat het niet meevalt, om een bepaald leefschema te wijzigen. Toch moet er iets aan gedaan worden om ook het lijden van onze vrouwen en kinderen, ontstaan door het te weinig aandacht en tijd besteden aan hen en hun problemen, tot een minimum te beperken. Ook zij hebben recht op ons. Nam ook de Heere Jezus Zijn discipelen niet soms voor een poosje alleen, ondanks het feit, dat er nog heel wat mensen-in-nood in de omgevingwaren, die dringend hulp nodig hadden? Zijn wij verantwoordelijk voor de oplossing van alle noden die er zijn? Een dokter in Amerika vroeg mij eens: Dominee, kunt U mij vertellen, waarom Jezus niet Zelf de steen afwentelde van Lazarus' graf en Lazarus niet Zelf ontbond na zijn opwekking? " Ik moest hem het antwoord schuldig blijven. De dokter zei toen: Jezus liet de discipelen doen wat zij konden doen, en Hij deed slechts wat Hij alléén kon doen, dat was Lazarus opwekken. Dominee, dat moet U ook eens leren; Ü moet leren anderen ook iets te laten doen”.

Broeders, er zal lijden blijven bestaan, ook in predikantsgezinnen, maar probeer onder biddend opzien dat lijden te begeleiden en zoveel mogelijk te voorkomen. Heus, er kan wel iets aan gedaan worden. Er moet iets aan gedaan worden. De Heere geve ons verstand in alle dingen. Ik geloof, dat er niet alleen blijdschap zal zijn in elk predikantsgezin over elke dominee, die zich ook in deze bekeert.”

Tot zover iets uit de brief. Vele dankbare reakties zijn erop gevolgd en ik weet van een aantal dommees en hun vrouwen, dat er „bekering" op gevolgd is, en dat men nog bezig is „zich te bekeren". Laat men ons niet overvragen voor dingen en vergaderingen, die anderen net zo goed — of beter — kunnen doen. Het moet ons ook telkens maar weer gegeven worden, wat we voor alle mogelijke situaties nodig hebben. Wij hebben het ook maar niet voor het oprapen. De Bron, waaruit wij het moeten hebben, is er ook voor U. Ook voor U geldt: „En indien iemand van U wijsheid ontbreekt, dat hij ze van God begere, die een iegelijk mildelijk geeft, en niet verwijt". Met het afschuiven op predikanten van allerlei taken, die ook door anderen gedaan kunnen worden, is niemand gediend. Daardoor wordt zelfs de weg tot „mildelijk gegeven worden" afgesloten, omdat men bij het afschuiven van taken zelf geen hulp meer van de Heere nodig heeft!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 december 1976

Daniel | 16 Pagina's

NASCHRIFT BIJ EEN VRAAG ....

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 december 1976

Daniel | 16 Pagina's