JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

DE HEERE REDT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE HEERE REDT

7 minuten leestijd

Bijna ontdekt

Over de zijrivier, die uitmondt in het brede water, dat langs het dorpje stroomt vaart een bootje. Geruisloos worden de riemen door het water getrokken. Er zitten twee mannen in het kleine vaartuig. Over de voorplecht is een zeil getrokken. „Zullen we eens wisselen, Dirk, " fluistert de man op de achterbank. „Nee Piet, ik houd het nog wel een half uurtje vol. Jij hebt de beste ogen van ons tweeën, kijk jij maar uit." Onder het zeil beweegt wat. In een ongemakkelijke houding liggen twee mensen op de bodem van de roeiboot. Jozef en Mirjam, de man en de vrouw, die verscholen zaten in de ark tussen het riet. Jozef had ook willen roeien, maar dat is hem geweigerd. Veel te gevaarlijk! Hun kleine jongen slaapt. Hij heeft het laatste restje melk opgedronken, dat warm gehouden werd op het petroleumstelletje in de boot. Warmpjes ingestopt in een oude slaapzak en twee wollen dekens, wiegelt hij zachtjes mee met de beweging van de roeiboot.

„Hier uitkijken, Dirk. Haal maar even de riemen binnenboord." Voorover gebogen, ogen en oren open, zit Piet de dichte duisternis in te turen. Hij luistert gespannen. Gelukkig is de lucht bewolkt, want nu komt het gevaarlijkste stuk. Hier moeten ze dwars de rivier over. Niet te dicht bij de brug, daar staat een Duitse wacht. Maar ook niet vlak bij de kromming, daar is een sterke stroming, die de kleine boot gemakkelijk uit de goede koers kan duwen. Net wil Dirk de roeiriemen weer zacht in het water laten zakken, als Piet sist: „Hou binnen, liggen!”

Met een ruk trekt Dirk het zeil tot halverwege de boot. Ah, nu hoort hij het ook. Het zachte geronk van een motorboot. O, en hun scheepje heeft nog wat vaart! Als de stroom hen maar niet grijpt en meetrekt naar de rivier! Het geluid komt dichterbij! Langzaam, tergend langzaam wiegt de kleine roeiboot in de richting van de brede rivier. Was er nog maar tijd geweest om één slag in de richting van het veilige oeverriet te doen. Het zweet breekt Dirk uit: „Heere help, " bidt hij. Piet heeft zijn revolver zo stijf in z'n hand geklemd, dat zijn vingers er zeer van doen. Jozef en Mirjam begrijpen, dat ze in groot gevaar verkeren en klemmen zich dicht tegen de bodem van het schommelende scheepje. Hun kindje slaapt rustig in zijn warme schuilplaats, onbewust van de gevaren, die dreigen. Plotseling maakt de roeiboot een vreemde zwenking. Een draaikolk duwt hem in bijna tegenovergestelde richting. De in grote spanning verkerende passagiers horen hoe het bootje met de achtersteven het riet inschuift en tegen een paaltje schuurt. Nog maar net ligt de kleine roeiboot stil of vanaf de naderende motorbark floept een zoeklicht aan. Een gedeelte van het eiland, een stuk van de rivier èn de roeiboot komt in de felle stralenbundel terecht. Stil, muisstil houden ze zich onder het beschermende zeil. Het flitst door Dirk heen: „Wat een wonder, dat hun scheepje achterstevoren in het riet ligt. Nu schijnt het zoeklicht óver het zeil heen en is er niets te zien in de boot." Het geronk van de Duitse boot zwelt aan. Vlak langs de angstig wegschuilende bemanning van de kleine roeiboot vaart hij, zijn hekgolf duwt het scheepje nog verder het beschermende riet in. De Duitsers zien het wel liggen, maar schenken er niet de minste aandacht aan. Er liggen nog meer van die roeibootjes. Als het geluid van de motor wat minder wordt en de grote boot zich langzaam verwijdert waagt Piet het even overeind te ko-

men. Bijna op hetzelfde moment duikt hij weer terug! Het zoeklicht op het achterdek flitst aan, alles in helder daglicht zettend. Tastend draait de felle lichtbundel over hen heen, dan plotseling is het donker, aardedonker. , , De slimmerik, " zegt Piet schor. „Ze deden alsof ze wegvoeren, maar dempten alleen het geluid van hun motor. Ik zag, dat het voorste zoeklicht niet uit was en had in de gaten, dat ze nog vlakbij waren. Wat doen we Dirk? Als ze het hele eiland omvaren — en dat zullen ze wel doen — hebben ze een halfuurtje nodig, Als ze tenminste niet sneller gaan varen dan nu. Wij kunnen in een goed kwartier de overkant bereiken. Zullen we het wagen? ”.

„Ja, ” knikt Dirk, „maar dan direkt weg, we hebben alle tijd nodig.”

De reddende manden

Het is bijna een uur later. Zacht, heel behoedzaam wordt de deur van het huis naast de mandenmakerij geopend. Twee mannen sluipen langs de zijkant van het huis in de richting van de schuur. Daarvandaan loopt een smal paadje, dat dwars door de boomgaard gaat en in de Kerkstraat uitkomt. Direkt vanuit het huis van de mandenmaker de dijk op, is te riskant. Beter deze omweg gemaakt. De mannen zijn de grote schuur nog maar net voorbij of vanaf de dijk klinkt het geluid van een schot. Er wordt geschreeuwd en twee felle lichtstralen priemen het duister in. Als katten duiken Dirk en Piet — want die zijn het — ineen. Hollende voetstappen komen de steile stoep af naar het huis. Nog meer lichtbundels flitsen naar beneden en beschijnen het huis en de mandenmakerij. Ze glijden langs de grote stapels manden en de bossen griendhout. Eén lichtstraal komt dicht in de buurt van de neergehurkte mannen, glijdt schokkend over de grond, bibbert even tegen een omgevallen mand aan en schuift vlak langs de voeten van Piet. Abrupt breekt het schijnsel af om een sekonde later weer terugte keren, nu tegen de muur van de mandenmakerij aan.

„Gauw, ” sist Dirk tussen zijn tanden door, „pak een mand en kruip er onder!" Net op tijd hebben ze beiden een grote mand over zich heen getrokken, want enkele tellen later zijn schuur en huis vakkundig omsingeld door een tiental soldaten.

Op het nippertje

Hevig geschrokken door het geluid van het schot en wat er op volgde, staat Van Steeg even besluiteloos. Dan handelt hij vliegensvlug. Hij neemt de kleine jongen op en rent de gang in naar de kelder. Jozef en Mirjam haasten zich achter hem aan. Van Steeg trekt een paar takkebossen weg en bukt zonder aarzelen in de nauwe opening. „Vlug, " hijgt hij. De zaklantaarn, die hij in zijn hand houdt geeft maar een mager lichtstraaltje, maar hij weet de weg in het donker ook wel als het moet. Aan het eind van het nauwe gangetje is een muur. De bossen griendhout reiken niet helemaal tot die witgepleisterde keldermuur. Aan twee ijzeren stijlen hangen drie planken. Op de bovenste staan wat potten en pannen, op de middelste liggen oude kranten en tijdschriften. De onderste is leeg. Snel haalt de mandenmaker die plank weg, een smalle naad wordt zichtbaar, nauwelijks te onderscheiden van de rest van de muur. Met zijn mes wordt Van Steeg wat in die naad en de muur opent zich. Een donker gat wordt zichtbaar. „Hier, " zegt Van Steeg tegen Jozef, „hier heb je de zaklantaarn. Kruip er in en blijf zitten tot ik je kom halen." Achter de beide vluchtelingen met hun kleine jongen sluit de mandenmaker de geheime schuilplaats en haast zich de kelder uit. De bossen hout heeft hij weer netjes op hun plaats gezet. Dit alles heeft niet meer dan enkele minuten geduurd. Als hij het trapje van de kelder oploopt hoort hij hevig op de buitendeur bonzen. „Mache die Tür auf!" „Ja, ja", bromt de mandenmaker, „ik kom er al an.”

(Wordt vervolgd)

Ook andere verenigingen kunnen een samenvatting maken van een onderwerp dat besproken is. Stuur dat op naar de redaktie van Daniël en als er ruimte is, zullen we het zeker plaatsen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 november 1976

Daniel | 20 Pagina's

DE HEERE REDT

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 november 1976

Daniel | 20 Pagina's