JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

BEZIT DE ANDER MEER ?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BEZIT DE ANDER MEER ?

4 minuten leestijd

De laatste maanden was uw secretaresse nogal eens in kontakt met mensen die afgunstig zijn ten opzichte van hen die met veel aardse goederen zijn bedeeld (hij rijdt in een auto van onze centen enz. enz.)

Maar helaas ook binnen onze kringen komen we deze afgunst tegen. Gelukkig niet in de mate dat het ernstige vormen aanneemt, maar toch het is er. We zijn van mening dat het goed is als we er erg in hebben dat het voorkomt, opdat wij niet langzaam maar zeker worden meegezogen met deze anti-christelijke geest.

Gods wet schrijft liefde voor; de ander al het goede gunnen; zijn voordeel zoeken; niet zichzelf zoeken, kortom: het tegenovergestelde van afgunst. Het is dus niet onjuist als we afgunst anti-christelijk noemen.

En uw secretaresse moet constateren dat er een beetje afgunst doorklinkt in de anonieme vraag die op de laatste huishoudelijke vergadering binnenkwam.

De vraag luidt: „Kunnen de genodigden ook zelf hun brood niet meebrengen, net als de andere bezoekers? 't Scheelt misschien duizend gulden en 't is ook niet nodig om boven elkaar te staan”.

Allereerst het volgende: Als u bezoek hebt neemt dat dan een bijzondere plaats in binnen uw gezin? Uw hoofdbestuur is van mening dat de genodigden als gasten, want dat zijn ze, moeten worden behandeld. We kunnen hen niet aan hun lot overlaten „in de grote menigte”.

We zijn er ons van bewust dat velen van u het bovengenoemde voorstel met verontwaardiging van de hand zouden wijzen. Ja, dat er wellicht slechts heel weinig zijn, die er achter staan, maar toch het is er.

Ook wij worden langzaam maar zeker beinvloed door de geest van de tijd. Terwijl de mensen vroeger minder bezit hadden, was men over het algemeen toch meer tevreden. Ook was er meer opzien tegen degenen die over hen gesteld waren. De afglijding naar links herkennen we ook in de klacht van de kerkeraad, die geen vrijwilligers kon krijgen om de pastorie schoon te maken, en die te horen kreeg: „Wij moeten toch ook ons eigen huis schoon maken!”

Het wordt ook bewezen door het feit dat het zo moeilijk is om catechisatieonderwijs te geven in deze tijd. Hoe wordt er bij ons thuis over de ambtsdragers gesproken. De ouders die er zich aan schuldig maken om afbrekende kritiek te leveren op hen die over hen gesteld zijn, soms zelfs waar hun kinderen bij aanwezig zijn, ondergraven op dat moment hun eigen positie. De jongeren hebben voorbeelden nodig in de opvoeding. Niet alleen de woorden: „Eert uw vader en moeder", maar ook het voorbeeld van de achting die hun ouders tonen voor hen die over hen gesteld zijn. Zijn wij achting waardig indien we anderen niet achten?

We zijn van mening dat we er allemaal onze winst mee kunnen doen, als we hier eens met onze neus boven op gedrukt worden. Waar komen we terecht als we niet tevreden zijn met de plaats die ons is toebedeeld. Welke invloed heeft het op anderen, speciaal op de jongeren, als wij ons afgunstig tonen? Maar bovenal hoe wil de Heere dat onze houding is ten opzichte van hen die meer bezitten? een hogere positie hebben? een leidinggevende funktie uitoefenen? een ambt bekleden? Hebben wij geduld met hun zwakheden? Waar is de onderlinge liefde? Komen we dan niet allemaal heel veel te kort?

En de ander, die wellicht minder heeft dan wij, die wellicht minder geleerd heeft dan wij, toch uitnemender achten dan ons zelf. Ook de ander die geen gemakkelijk karakter heeft. Dat is iets wat helemaal onmogelijk is voor ons, omdat het daartoe nodig is dat we zelf van de troon gaan, dat we onszelf leren verfoeien, onszelf gaan zien als niet in staat tot enig goed en geneigd tot alle kwaad, als de grootste van alle zondaren.

Wanneer we daar gebracht zijn kunnen we elk ander uitnemender achten dan onszelf, doordat dan de Heere Zijn liefde in ons hart heeft uitgestort. Een liefde die wederliefde tot gevolg heeft. Wederliefde tot God en liefde tot de naaste. Ook tot de naaste die meer bezit dan wij.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 november 1976

Daniel | 20 Pagina's

BEZIT DE ANDER MEER ?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 november 1976

Daniel | 20 Pagina's