HOE EN WANNEER? (30)
Het ligt buiten het bestek van deze artikelenserie de ontwikkelingen op kerkelijk terrein en de daarmee gepaard gaande oprichting van al of niet kerkelijk-gebonden zondagsscholen of zondagsschoolverenigingen verder te volgen. Uit het ontstaan van meerdere z.s.verenigingen naast de in 1871 opgerichte Nederlandse Zondagsschoolvereniging, blijkt duidelijk dat het werk met de kerken of godsdienstige genootschappen was vergroeid en dat elk dezer het tot zijn vanzelfsprekende taak rekende dat op eigen wijze voort te zetten. De zondagsschool hoorde er gewoon hij, net zoals de catechisatie. In de kringen van de Ledeboeriaanse en Kruisgemeenten schijnt men toch uit principiƫle overwegingen een ander standpunt te hebben ingenomen. Hoewel er mogelijk plaatselijke uitzonderingen zijn geweest, moest, na de vereniging van beide groeperingen in 1907, nog met oprichting van zondagsscholen in ruimere omvang worden begonnen. Uit door ons gedane onderzoekingen is gebleken, dat deze zaak eerst omstreeks 1920 ter sprake kwam. Notulen van een der oudste in onze kerkelijke kring bestaande zondagsscholen vermelden, dat er nog al bezwaren waren. Het onderwijs op de (christelijke) school en de catechisatie werd als een middel gezien, dat in voldoende mate beantwoordde aan de doopbelofte.
In een slotartikel hierover nog iets meer.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 november 1976
Daniel | 14 Pagina's