JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

LAODICEA (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

LAODICEA (2)

AVONDMAAL HOUDEN

4 minuten leestijd

„Zie Ik sta aan de deur, en Ik klop; indien iemand Mijn stem zal horen en de deur opendoen, Ik zal tot hem inkomen, en Ik zal met hem avondmaal houden en hij met Mij”. (Openb. 3 : 20).

Bijbelstudie over de Openbaring van Johannes (9)

Een behoefte aan avondmaal houden.

In de bovenaangehaalde, bekende woorden uit de brief van de Heere aan de Laodicensen, gaat het niet in de eerste plaats over het Heilig Avondmaal als er over avondmaal-houden gesproken wordt. Ook in deze tekst gebruikt de Heere beeldspraak om Zijn bedoelingen duidelijk te maken. Het doel van de gehele brief aan de Laodicensen is om de geadresseerden op te wekken tot bekering, waarop verzorging door de Heere volgen zal. Over die bekering gaat het vooral in de voorgaande verzen (vs. 18-19), waar 's Heeren woord luidde: „Ik raad U, dat gij van Mij koopt goud, beproefd komende uit het vuur, opdat gij rijk moogt worden; en witte klederen, opdat gij moogt bekleed worden, en de schande Uwer naaktheid niet geopenbaard worde; en zalf Uw ogen met ogenzalf, opdat gij zien moogt. Zo wie Ik liefheb, die bestraf en kastijd Ik; wees dan ijverig en bekeer U." Die bekering wordt in het 20e vers omschreven met de woorden: naar 's Heeren stem horen en de deur opendoen, waaraan de tleere klopt met het verzoek om binnengelaten te worden. In de belofte van avondmaal te zullen houden met hem (haar) die opendoet, ligt het liefelijke beeld van liefderijke verzorging, waarin de verzorging door de Heere zoals die in en door het H. Avondmaal gestalte krijgt, opgesloten ligt.

De Heere had en heeft er behoefte aan om avondmaal te houden om Zichzelf en het Zijne weg te schenken aan een disgenoot, die op het moment waarop de Heere Zijn behoefte aan avondmaal te houden met hem (haar) openbaarde, nog een lauw mens was, waardig om uitgespuwd te worden. Wat een wonder van liefde en genade!

Een belofte van avondmaal houden.

Zijn behoefte om met de aangeschreven lauwen, die zelf op dat moment geen behoefte aan gemeenschap met de Heere hebben, avondmaal te houden, heeft de Heere verwoord in een belofte van avondmaal houden met elk één die Zijn stem zal horen en opendoen. De Heere deed en doet dat om alle twijfel, die er zou kunnen zijn in het hart van de geroepene of de Heere het wel echt meent, bij de wortel af te snijden. De twijfel daaraan ligt voor de hand als men eerst uit 's Heeren mond gehoord heeft welk een walg Hij van ons heeft vanwege onze lauwheid. Wanneer (door Gods genade) beaamd wordt ellendig, jammerlijk, blind, naakt, lauw, uitspuwenswaardig te zijn, dan is een woord van bemoediging nodig om niet aan Gods genade te vertwijfelen. In Zijn beloften openbaart de Heere dat Hij in gunst en niet in wraak zijn lust heeft. Daarin belooft Hij, op bekering, genadig te zullen zijn tot schuldvergeving en weldadig te zullen zijn tot verschaffing van alles wat we naar ziel en lichaam, voor tijd en eeuwigheid nodig hebben. De grootte van Gods liefde en de rijkdom van Zijn genade blijken zowel uit Zijn behoefte aan als uit Zijn belofte van avondmaal houden, niet alleen met religieus „hete" mensen, maar ook met reli-

gieus „lauwen”, die in en met hun zonden en ellenden tot Hem zich ter genezing wenden. Dat zei de Amen, de trouwe, en waarachtige Getuige (vs. 14), Die niet liegen kan.

Een vereiste voor avondmaal houden.

Zal de Heere met ons en zullen wij met Hem avondmaal houden, dan is het opendoen van de deur om Hem binnen te laten (beeldspraak voor een waarachtige, oprechte bekering), een vereiste. Tot de onboetvaardigen, die de kastijding door 's Heeren mond en hand haten, en Zijn Woord achter zich werpen, zegt de Heere (Ps. 50): „Ik zal U straffen, tenzij U Uw weg wel aanstelt." Met hen, die in onbekeerde „staat" of „stand" leven, wil de Heere geen avondmaal houden. Gebruiken zij toch het H. Avondmaal, dan eten en drinken zij zich een oordeel. Boetelingen die, hoewel bekommerd vanwege hun zonden, nochtans niet nalaten om zich met hun gebeden smekend tot de Heere te wenden om barmhartigheid, genade en hulp, zal de Heere om Zijns Naams wil verzorgen.

Vanuit het genadeverbond geeft en werkt de Heere door Zijn Geest wat vereist is voor het avondmaal houden als vervulling van Zijn belofte. Zo wordt des Heeren volk geleid tot kennis van de zaligheid, uit het avondmaal houden met Hem en het verzorgd worden door Hem, roemend in vrije genade alleen.

Vraag 1. Is het verband tussen kloppen en opendoen hetzelfde als het verband tussen het gedoopt-zijn en ten avondmaal gaan?

Vraag 2. Waarin zijn de vereisten voor gebruikmaking van de H. Doop en het H. Avondmaal onderscheiden?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 november 1976

Daniel | 14 Pagina's

LAODICEA (2)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 november 1976

Daniel | 14 Pagina's