HUISHOUDELIJKE VERGADERING
28 sept. j.1. werd in het kerkgebouw te Utrecht de huishoudelijke vergadering van onze bond gehouden.
Er was dit jaar erg veel belangstelling, wat ook ons als hoofdbestuur goed doet. Kwart over tien opende de voorzitter ds. Rijksen deze bijeenkomst met het laten zingen van Ps. 25 : 4, het lezen van Jer. 31 : 15-20 en gebed.
Vervolgens riep ds. de aanwezigen een hartelijk welkom toe en memoreerde daarbij de ziekte van mevr. van Woerden, de penningmeesteresse en mej. Vermeulen uit Vlaardingen. In het bijzonder werden de dames van de Vr. ver. te Wemeldinge welkom geheten welke sinds kort bij de bond zijn aangesloten.
Ds. Rijksen hield een meditatie naar aanleiing van het schriftgedeelte uit Jer. 31. Hij sprak van het wonder van Gods ontferming voor hopeloze gevallen. (Aangezien aan deze meditatie een „Pagina" zal worden besteed, gaan we er hier verder aan voorbij).
De bestuursverkiezing bracht geen verandering.
N.a.v. het jaarverslag van de penn. werden enkele vragen gesteld waaruit blijkt dat men zeer betrokken is bij het wel en wee van de bond.
Tijdens het zingen van Ps. 84 : 3 en 6 werd er gekollekteerd ter bestrijding van de onkosten. Opbrengst: 862, 94.
Tijdens de rondvraag werden enkele huishoudelijke zaken aan de orde gesteld. De datum van de in 1977 te houden bondsdag (D.V. dinsdag 29 maart in „Tivoli") kon aan de vergadering worden meegedeeld.
De morgenvergadering werd door ds. Rijksen gesloten met het laten zingen van Ps. 56 : 5 en gebed.
In de pauze werd door veel dames gebruik gemaakt van de mogelijkheid handwerken te bezichtigen en patronen uit te wisselen.
Van het referaat van ds. Rijksen „Karakter en geloofsbeleving" zijn er tenminste 800 exemplaren verkocht. (Er zijn er nog enkele honderden, dus u kunt nog bestellen. De prijs is ƒ 2, 50 verhoogd met de portokosten.)
Ook de gedichten op stencil hadden veel aftrek.
Na het laten zingen van Ps. 78 : 3 en 4 en gebed hield ds. Elshout zijn referaat getiteld: Mijn volk gaat verloren omdat het geen kennis heeft”.
Deze titel is afgeleid van Hosea 4:6: ijn volk is uitgeroeid omdat het zonder kennis is. Ds. nam als uitgangspunt: et catastrofale van het gebrek aan kennis van God, en zei hierover o.a.:
„Kennis van God is de meest noodzakelijke kennis. Dit is het eeuwige leven dat zij U kennen, zegt Christus in Joh. 17. Alleen aan de mens heeft God het vermogen gegeven Hem te kunnen kennen. Voor de val droeg de mens het beeld Gods dat bestaat in kennis, gerechtigheid en heiligheid.
Door de zondeval is de rechte kennis verloren gegaan. De Ned. Geloofsbelijdenis zegt ons dat wij niet anders over gehouden hebben dan enkele kleine overblijfselen. En zonder rechte kennis is er geen geluk, gaan we verloren. Maar nu dat grote wonder. De Heere heeft hulp besteld bij Zijn Zoon. Het is onze schuld en schande dat we Hem niet kennen en die schuld moet verzoend worden. De Heere Jezus nu heeft die schuld verzoend. Hij verwierf de zaligheid en de middelen dienstig tot de zaligheid. Hij verwierf de Heilige Geest als de verwekker van de rechte kennis. In de natuur kunnen we God leren kennen in Zijn majesteit. Maar gelukkig kregen we ook de Schrift als middel om Hem te kennen.
Er is een voorwerpelijke en verstandelijke kennis, maar een groter voorrecht is het om onderwerpelijke en persoonlijke kennis te verkrijgen. De Heere te kennen in Zijn gerechtigheid, maar ook in Zijn liefde en barmhartigheid.
In Gen. 18 : 19 zei de Ileere tot Abraham dat hij zijn nageslacht bevelen zou de weg des Iieeren te houden en te doen gerechtigheid en gericht. Niet alleen vriendelijk nodigen maar bevelen. Als ouders en volwassenen hebben we de taak om Gods woord door te geven met bevel van geloof en bekering.
Rechte kennis Gods brengt welvaart, een wandelen naar Gods wil, vreedzame vruchten en een Godvruchtig leven.
Gemis aan kennis daarentegen heeft als gevolg: vloeken, liegen, doodslaan, stelen en overspel doen. Ook abortus is er een gevolg van. En daarom zal het land treuren en een ieder die daarin woont zal wegkwijnen (zie Hosea 4).
Zo was het met Israël, wat een voorbeeld is voor Nederland en voor ons. Ook wij werden rijk gezegend. De Heere gaf ons Zijn woord en vele uitleggers van dat woord. Maar nu is er een diep verval; religieus en moreel. Ook in de kerk en de gezinnen. Worden de oudvaders nog wel gelezen?
Ook in onze kringen is er grote onkunde. Verbijsterend groot. En wat is het gevolg? Aan de ene kant grote onverschilligheid en aan de andere kant het meegesleurd worden met secten en opwekkingsbewegingen, die wel een schijn hebben van godzaligheid, maar waarin het zuivere schriftuurlijke werk van Gods Geest ontbreekt. Mijn volk is uitgeroeid omdat er geen trouw noch weldadigheid is. Zijn wij nog getrouw in de verplichtingen t.o.v. ons mens zijn. De verplichtingen die voortvloeien uit het gedoopt zijn; uit het lid zijn van een kerk, uit het vader of moeder zijn?
De verenigingen zijn een prachtig instrument om ons daarbij behulpzaam te zijn. Wat is het doel van onze vereniging? Gezelligheid of zaligheid?
Er is niets op tegen om gezellig bijeen te zijn, maar is dat alles? De algemene tendens is dat het onderwijzend element op de achtergrond raakt, wat een enorm gevaar is. Zaligheid is veel belangrijker dan gezelligheid. Er moet meer aandacht aan besteed worden. Ook in ons privéleven.
Geve de Heere dat wij er veel mee bezig mogen zijn om als lichten te mogen schijnen, opdat van ons niet eenmaal gezegd zal moeten worden: „Mijn volk is uitgeroeid omdat het zonder kennis is”.
De kollekte die ten bate van het vakantiewerk voor gehandicapten werd gehouden bracht de prachtige som bijeen van ƒ 1961, 28.
Aan het eind van de middag werd er door de vergadering afscheid genomen van het kostersechtpaar de Graaf, dat ons al die jaren zo trouw heeft verzorgd. In zijn toespraak wenste ds. Rijksen hen toe dat de Heere hen tot een schild zou zijn en een loon zeer groot. Zijn gunst sterkt meer en beter dan al het andere.
Nadat hen een cadeau onder couvert en een bloemstukje aangeboden waren werd hen toegezongen de zegenbede uit Psalm 134.
Tenslotte dankte ds. Rijksen al degenen die meegewerkt hebben tot het welslagen van deze goede vergadering en sprak o.a. nog:
„De eenheid die ons bindt mochten we gevoelen. Laten we de Heere vragen dat te bestendigen. De Heere zegene u op uw verenigingen. Het gaat om de zaligheid. En dat kan, zelfs voor hopeloze gevallen. De Heere is groot in genade en er is verwachting want Hij is de God van het verbond.”
Na het zingen van Ps. 89 : 7 en gebed ging ieder weer voldaan huiswaarts.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 oktober 1976
Daniel | 16 Pagina's