JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

100 MILJOEN KINDEREN KUNNEN NIET NAAR SCHOOL

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

100 MILJOEN KINDEREN KUNNEN NIET NAAR SCHOOL

7 minuten leestijd

„Spreken over het onderwijs in de wereld, betekent spreken over een crisissituatie, die zich in de laatste jaren in volle omvang en ernst heeft geopenbaard", aldus een citaat uit het maandblad Internationale Samenwerking van mei 1973. De waarheid hiervan blijkt reeds, wanneer we enigszins bekend zijn met de proble-men van ons Nederlands onderwijs-systeem. In 1968 werd de zogenaamde Mammoetwet pas van kracht en thans zijn de experimenten met de middenschool reeds op gang gekomen

Er is een zoeken en tasten, een discussiëren voor en tegen, niet in het minst gestimuleerd door recente publicaties van het Ministerie van Onderwijs, waarbij ik in de eerste plaats denk aan het ontwerp van de Wet op het basisonderwijs en aan de contourennota t.a.v. het vervolgonderwijs.

Met name geldt het openingscitaat, echter voor het. onderwijs in de ontwikkelingslanden. Wanneer men enigszins in de problemen duikt, merkt men, dat er paralellen zijn met vele industrialisatie-projecten in de derde wereld.

De industrialisatie in de ontwikkelingslanden heeft vaak niet gebracht, wat men ervan had verwacht bij de bestrijding van armoede en werkloosheid. Het aantal nieuwe arbeidsplaatsen bleef immers zo gering dat het gunstige effect van de industrialisatie aan de grote massa van de bevolking is voorbijgegaan.

Onderwijs in ontwikkelingslanden.

Iets dergelijks valt nu t.a.v. het onderwijs in ontwikkelingslanden te constateren. Er wordt op dit gebied vanuit de zogenaamde „donorlanden" wel enorm geïnvesteerd, maar het analfebetisme daalt procentsgewijs slechts zeer langzaam terwijl het absolute aantal analfabeten in de wereld nog toeneemt. Er zijn 100 miljoen kinderen die

niet naar school kunnen! „Grote inspanningen, laag rendement", zo is de situatie wel getypeerd. Enkele jaren geleden werd de totale onderwijshulp via multilaterale en bilaterale programma's op 1000 miljoen dollar. Daarvan namen de V.S., de Europese landen en Japan een zeer groot deel voor hun rekening. Naast deze hulp van buiten zijn er ook de grote inspanningen die ontwikkelingslanden zich zélf voor hun onderwijs getroosten. Onderwijs wordt door velen in deze landen immers gezien als hèt middel om een zekere status te verkrijgen. Vandaar dat op de nationale begroting van een ontwikkelingsland Onderwijs één van de grootste posten vormt. Het lijkt echter vechten tegen de bierkaai.

In een vrij recent en belangrijk rapport van de Commissie voor Onderwijsplanning wordt als oorzaak de ondoelmatigheid van bestaande onderwijssystemen genoemd, daar deze te veel gericht zijn op de algemene en lagere vorming, terwijl beroepsopleidingen en het lager onderwijs relatief weinig aandacht krijgen. Het beangstigende feit doet zich daardoor voor, dat vele ontwikkelingslanden zijn komen te „zitten" met een overschot van academisch gevormde werklozen, terwijl daarentegen in vele van deze landen soms 70 °/o van de bevolking nog niet kan lezen of schrijven. Terwijl de e.ne na de andere universiteit wordt opgericht en het instituut van de buitenlandse studiebeurzen profiteert, wordt de opleiding van het middenkader verwaarloosd. Hoewel er talloze intellectuele werklozen in de steden rondlopen, staan middelbare scholieren op het platteland 's middags voor de klas van de lagere dorpsschool, omdat een onderwijzer ontbreekt.

Gevoelens van ernstige teleurstelling en frustratie zijn dan ook niet uitgebleven. Voor een aantal ontwikkelingslanden is het moment genaderd dat het niet nóg meer geld voor het onderwijs aan de algemene middelen kan onttrekken. Zelfs zijn enkele landen er in bepaalde gevallen toe overgegaan de bedragen voor onderwijsinspanningen te verlagen.

Welk onderwijs?

Het kan voorkomen dat Afrikaanse jongelui de klassieke Franse toneelspelen leren opvoeren, in een omgeving waar ze beter, zoals iemand terecht opmerkte, hadden kunnen leren hun handen te gebruiken. We moeten bij wijze van spreken het Afrikaanse jongetje niet leren lezen met „aap, noot, mies". Wanneer dat wél gebeurt ontstaat er verwarring.

Deze is het grootst bij de kinderen uit de binnenlanden. Die zijn gewend aan het leven in een traditionele landbouwmaatschappij met oude, overgeleverde gebruiken en gebruiksvoorwerpen. Het aantal „uitvallers" is dan ook schrikbarend groot. Het is geen ongewone zaak dat 6 van de 10 leerlingen de basisschool niet beëindigen. En een kind heeft toch minstens vier jaar basisonderwijs nodig, wil het blijvend kunnen lezen en schrijven. Er is nog een nadelige kant aan slecht gegeven basisonderwijs in de ontwikkelingslanden: het weinige wat de kinderen op de lagere school leren is vrijwel onbruikbaar in hun landelijke omgeving, maar aan de andere kant is het wel genoeg om hen over de manier van leven daar ontevreden te maken. Wanneer zij ouder worden, ontstaat vaak de gevreesde trek naar de grote stad. Het moderne leven in de steden lokt hen aan. De teleurstelling is echter onvermijdelijk. Hun opleiding blijkt ontoereikbaar te zijn voor het vinden van een baan. Ze moeten zich noodgedwongen voegen bij het leger werklozen dat zich ophoudt in de overvolle krottenwijken. De weg terug naar het oude leven de oude stamgemeenschap, het geboortedorp is meestal niet meer mogelijk. De nieuwe ontwikkelingsstrategie is er dan ook op gericht bij de aanpassing en verbetering van het onderwijs te beginnen bij de basis. Daarom verdient het basisonderwijs in de binnenlanden met voorrang begeleid en gefinancierd te worden. Dit moet plaatsvinden in het kader van een veelomvattende ontwikkeling van het platteland.

Wanneer we echter alleen al naar het onderwijs kijken, is het bijna om wanhopig te worden. De (onderbetaalde) leerkrachten moeten werkelijk van de grond aan opnieuw beginnen. En dat terwijl het aantal scholen en leerlingen toeneemt, terwijl er niet voldoende geschoolde onderwijskrachten zijn, terwijl er nauwelijks geschikt lesmateriaal is, terwijl het volk veel te hoge verwachtingen van het onderwijs koestert, terwijl het onderwijsbudget niet verder kan worden opgevoerd

Hoe kunnen we helpen?

De vraag is hoer er vanuit de rijke landen geholpen kan worden bij de reorganisatie

van het onderwijsstelsel in de derde wereld. Deskundigen noemen drie mogelijkheden.

In de eerste plaats kunnen ze hulp bieden bij onderwijsresearch. Dit onderzoek dient op de praktijk gericht te zijn, met name op het organiseren en uitvoeren van programma's voor volksonderwijs, die zich in hoofdzaak richten op plaatselijke ontwikkelingen en behoeften.

In de tweede plaats kunnen de ontwikkelde landen het kapitaal verschaffen voor het opzetten van de nieuwe structuur voor het onderwijs.

Experimenten zullen hierbij niet mogen ontbreken. Tenslotte zullen de ontwikkelde landen onderwijsmogelijkheden in eigen land moeten aanbieden voor die studenten uit de ontwikkelingslanden, voor wie deze onvoldoende zijn. Het gevaar is hierbij echter aanwezig dat deze in de rijke landen opgeleide figuren, in hun eigen land niet meer op de juiste plaats (het platteland b.v.) terechtkomen.

Zendingsonderwijs

Daarnaast en daarboven is er de zending, ook vanuit onze eigen gemeenten. Het is een bijzonder goede gedachte van ons zendingsdeputaatschap om een aktie als „Jeugd voor Jeugd" te stimuleren. Reeds bij oppervlakkige kennisname van de onderwijsproblematiek in de ontwikkelingslanden kunnen we overtuigd zijn van het grote belang van deze aktie. Onderwijs is een geldverslindend apparaat geworden. Dat geldt niet alleen voor ons eigen land. Vanuit de dankbaarheid, dat ons in Nederland, óók op het gebied van het onderwijs, zoveel gegeven is, wat anderen in deze wereld pijnlijk moeten missen, zou het ons een vreugde moeten zijn mild te geven, in het vertrouwen, dat in het zendingsonderwijs die éne Naam onder de hemel tot zaligheid mag uitgedragen worden! Een Naam Die we in alle deskundige en wetenschappelijke bijdragen over de onderwijs-en ontwikkelingsproblematiek zo pijnlijk missen. De mens in zijn waanwijsheid meent in eigen kracht de wereldproblemen te kunnen oplossen en is het woord van de Ileere Jezus vergeten: „Zonder Mij kunt gij niets doen".

Wat zou het echter geweldig zijn als het Evangelie ook via het zendingsonderwijs mag doorklinken tot aan de verste einden der aarde. Dan zal tevens blijken dat een wezenlijk positieve verandering der structuur niet zonder datzelfde Evangelie kan worden gerealiseerd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1976

Daniel | 18 Pagina's

100 MILJOEN KINDEREN KUNNEN NIET NAAR SCHOOL

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1976

Daniel | 18 Pagina's