DE KLOOF
TUSSEN RIJK EN ARM
Kunt TJ ons een korte omschrijving geven van ontwikkelingssamenwerking en vertellen waarom hulp aan arme landen nodig is?
Ontwikkelingssamenwerking is hulp van rijke landen aan de arme landen in de wereld, met het doel, de armen bij te staan in de strijd tegen de armoede en alles wat er uit voortvloeit. We hebben er nauwelijks besef van dat eigenlijk driekwart van de mensheid in armoede leeft. Materiële armoede. Gebrek aan al die dingen, die voor ons vanzelfsprekend zijn:
— voldoende voedsel van goede kwaliteit;
— onderwijs van goede kwaliteit;
— medische verzorging;
— goede woningen;
— kleren naar behoefte en een
— prettig leefbare omgeving.
Al deze dingen ontbreken in meerdere of mindere mate in de ontwikkelingslanden.
Hoe komt het andere het dat het ene land arm is en rijk?
De oorzaken zijn verschillend. Ik zal er enkele noemen:
a) De oorzaak is vaak toe te schrijven aan een verschillende historische ontwikkeling.
b) Veel van deze landen hebben in het verleden onder koloniaal beheer gestaan en het kan niet worden ontkend, dat door de koloniale machten veel van de inkomsten van de produkten in die landen naar eigen land zijn gebracht en verwerkt.
c) Een andere mentaliteit, instelling t.o.v. het leven. Er is gelatenheid, gebrek aan initiatief, weinig doorzicht en een gebrek aan noeste vlijt.
Gedeeltelijk kunnen we stellen, dat dit gebrek aan werklust komt door slechte gezondheid en slechte'voeding. En de oorzaken daarvan zijn o.m. ongunstige klimaatomstandigheden.
In grote delen van de ontwikkelingslanden valt in vele maanden van het jaar geen regen en groeit er dus niets. In andere delen valt weer zoveel, dat de gewassen er onder lijden. Verder maken onvruchtbare grond, moerassen en bergen het moeilijk het nodige voedsel te produceren.
Aan de klimaatomstandigheden kunnen we toen weinig doen?
Aan de bodemgesteldheid en de klimaatsinvloed is de mens blootgesteld, zonder dat hij daar veel invloed op kan uitoefenen.
Wel kunnen we kunstwerken aanleggen, zoals stuwdammen, kunstmatige meren, dus het water opvangen en door irrigatie het land bevloeien. Zo is b.v. in India, een land van 600 milj. inwoners de gemiddelde opbrengst per hectare 1 ton (= 1000 kg), terwijl in Noord-India, waar het smeltwater van de sneeuw uit het Hymalaya-gebergte wordt opgevangen voor besproeiing, de opbrengst 2V2—3 ton per hectare is. Deze kunstwerken gaan de draagkracht van de individuele boer te boven, zodat de staat of de provincie deze voorzieningen moet treffen. En dat vraagt een goede organisatie.
Dit is een voorbeeld hoe men met vereende krachten in een land een gedeelte van deze nadelen kan opheffen.
Het is juist de ontwikkelingssamenwerking, die beoogt om in dergelijke situaties met kapitaal en techische hulp de regering van zo'n land bij te staan bij de oplossing van deze problemen.
Speelt naast de door U genoemde factoren ook het gebrek aan kennis geen grote rol? De mensen in de ontwikkelingslanden hebben immers vaak niet geleerd om — zoals wij in het westen — de hulpbronnen en andere mogelijkheden te benutten?
Je zou kunnen zeggen, dat de nood in deze ontwikkelingslanden nog wordt vergroot, doordat een groot deel van de mensen niet kan lezen of schrijven. 20 % van de hele wereldbevolking is analfabeet.
Meer dan 100 miljoen kinderen in de ontwikkelingslanden zijn van elk onderwijs verstoken. Zij volgen geen onderwijs, omdat uit traditie-overwegingen de kinderen nodig zijn voor het werk op het land. Verder omdat het land niet over het kapitaal beschikt voor scholenbouw en opleidingsinstituten.
Vandaar, dat van de ongeveer 3 miljard gulden, die wij uitgeven voor de hulp aan ontwikkelingslanden, ± 30 °/o bestemd is voor onderwijsprojecten. Dit kan beschouwd worden als één van de belangrijkste onderdelen van het ontwikkelingsprogramma.
In een artikel in het R.D. zegt oud-ambassadeur Beelaerts van Blockland o.a., dat men alleen de bekwaamsten de kansen (en het geld) moet geven. Hier kan natuurlijk misbruik van gemaakt worden, maar dat komt na verloop van tijd wel weer in orde.
Vindt u het jxiist dat de ontwikkelingssamenwerking vooral degenen een kans moet geven aan hen die uit zichzelf voldoende initiatief tonen?
Dit is een bepaalde methode, die o.a. in Brazilië wordt toegepast. 15 % van de mensen daar beschikt over alle kapitaal en alle andere middelen. Alleen zij kunnen goed onderwijs ontvangen en beheersen het economische leven.
Bezwaar daarvan is dat op deze wijze de verschillen binnen het land tussen rijk en arm toenemen. De rijken worden steeds rijker en de armen steeds armer. Het geeft grote politieke spanningen en is in het algemeen een voedingsbodem voor revolu-tionaire bewegingen.
Daarbij komt dat de elite in het land vaak op allerlei wijze kans ziet om een groot deel van de inkomsten, ook van de middelen uit de ontwikkelingssamenwerking, in de wacht te slepen, tot eigen voordeel.
Vandaar ook dat de laatste jaren bij de ontwikkelingssamenwerking er meer op gelet wordt bij de besteding van de middelen, dat de resultaten van de ontwikkelingshulp de grote massa van de bevolking ten goede komen. Op zichzelf kan natuurlijk het gevende land weinig invloed uitoefenen op de wijze, waarop de middelen die ter beschikking gesteld worden, over de bevolkingsgroepen worden verdeeld.
Wanneer de middelen voor het onderwijs, de gezondheidszorg en de landbouw over het gehele platteland uitgestrekt zijn in een bepaald gebied, verwachten wij dat zo'n besteding een gunstiger effect zal hebben voor ieder mens afzonderlijk.
We hebben bij de keuze van de landen waar ontwikkelingshulp wordt verleend de maatstaf aangelegd, dat die middelen de grote massa van de bevolking ten goede komen.
Geven ioij vooral aan landen die voorheen aan Nederland behoorden?
Suriname en Indonesië krijgen extra middelen. Gedeeltelijk op grond van de verbondenheid die er van ouds tussen Nederland en deze landen bestaat, gedeeltelijk omdat Nederland vroeger veel profijt getrokken heeft van de hulpbronnen uit deze
landen. Het is een zaak van billijkheid, dat Nederland met name deze gebieden, de oude koloniën te hulp komt.
Zijn er naast het kriterium dat de hulp aan de grote massa ten goede dient te komen nog andere factoren die meespreken? Soms kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat er ook politieke redenen zijn. Denkt U bijvoorbeeld maar aan de hulp aan Cuba.
Met name de rechtvaardige verdeling van het profijt van de ontwikkelingshulp hebben de laatste jaren politiek geleid in de richting, dat door onze regering landen met een socialistische of communistische regering aantrekkelijk gevonden werden om te helpen.
Ogenschijnlijk zit er wel wat wat in? Iedereen gelijke kansen en een rechtvaardige verdeling, waar u zojuist toch ook voor pleitte?
Vanuit Bijbels oogpunt kan men er van harte mee eens zijn, dat de middelen van de ontwikkelingssamenwerking die Nederland ter beschikking stelt, zodanig worden aangewend dat alle mensen in zo'n land worden geholpen. Uit dien hoofde is een zekere voorkeur voor de keuze van de landen waar men hulp aan geeft terecht. Nu wordt in de praktijk deze keuze ook politiek bepaald. Het is duidelijk dat een socialistisch getinte regering een socialistische regering in de ontw. landen als acceptabele partner aanvaarden zal.
Maar juist vanuit christelijk oogpunt moeten we de steun aan dergelijke regeringen afkeuren, omdat zij er dictatoriale regeermethoden op na houden, de vrijheid van godsdienst aantasten en in het algemeen de persoonlijke vrijheid van de burger geweld aandoen.
Veeleer zou ik daarom graag zien vanuit christelijk oogpunt dat die landen geholpen worden, waar godsdienstvrijheid is en in het bijzonder daar waar de christelijke overtuiging als richtsnoer geldt.
Kunt u zeggen via welke kanalen de hulp geboden wordt? Komen zendingsinstanties ook in aanmerking?
De stroom van ontwikkelingslanden gaat via verschillende kanalen.
Multilateraal d.w.z. Nederland en verschillende andere landen storten het geld in één grote pot. De verdeling verloopt via de hulporganisaties van de Verenigde Naties. Grote projecten, die de financiële draagkracht van de afzonderlijke landen te boven gaan, zijn nu mogelijk, b.v. de aanleg van wegen, stuwdammen, gezondheidszorg e.d.
Bilateraal Het grootste deel van de Nederlandse middelen (50 %> ) is bilateraal, d.w.z. rechtstreeks hulp aan het ontwikkelingsland. Ons land heeft een overeenkomst met ongeveer 20 landen. Nauwkeurig worden tussen de regeringen afspraken gemaakt over de besteding van de beschikbare middelen.
Particuliere hulp. Een klein deel gaat niet via gouvernementele organisatie, maar via particuliere organisaties, waartoe ook de zending behoort. Zendingsgenootschappen die in ontwikkelingslanden werken kunnen voor de investeringen die ze moeten doen, b.v. scholenbouw, de bouw van een ziekenhuis Of kliniek, 75 °/o van de kosten bekomen uit de ontwikkelingspot.
Daar bent U als zendingsdeputaat een voorstander van?
Ja, wij hebben een bijdrage gevraagd voor de bouw van een ziekenhuis met bijgebouwen in het Egeddegebied in Nigeria. De eerste taak van de zending is natuurlijk de verbreiding van het Evangelie. En wanneer we daarvan lezen en horen, is het verblijdend, hoe met betrekkelijk weinig middelen zoveel mensen met Gods Woord in aanraking kunnen worden gebracht. Daarbij is het belangrijk dat de zending het kontakt met de mensen gebruikt om ze onderwijs te geven, een vak te leren en in het algemeen door arbeid hun levensomstandigheden te verbeteren.
Zou de offergezindheid in de gemeenten door deze regeringsbijdagen niet verminderen?
Dat zou wel heel erg te betreuren zijn. Als we werkelijk een indruk hebben van de grote geestelijke en materiële nood van b.v. de mensen in Irian Yaja én onze grote welvaart zien, die toch van de Heere is ontvangen, blijft altijd de vraag: Geven we
wel voldoende? Elke zendingsarbeider zal zeggen; „Het is groot wat gedaan wordt, maar het is nog veel groter wat er gebeuren kan!" Naastliggende gebieden geopend, meer onderwijs enz.
Een laatste vraag professor: de derde wereldproblematiek staat in ons land nogal in de belangstelling. Denkt U maar aan akties die voor Mozambique, Angola en andere landen gehouden worden. Hoe kijkt U daar tegenaan?
Onze tijd wordt gekenmerkt door groeiende onrust, niet alleen politiek, maar ook op aileiïei wijzen. Toenemende revolutie die zich over de hele wereld uitstrekt. Honger, armoede en ijverzucht zijn sterke wapenen in de handen van machten als het communisme om een greep te doen op de wereldmacht. We kunnen verwachten, dat onze jonge generatie in de toekomst geconfronteerd wordt met een toenemende politieke macht vanuit de 3e wereld en de eis om in d.e welvaart die wij hebben, te delen. Deze ontwikkelingen moeten ons echter niet in de rijen doen scharen van allerlei aktiegroepen en politieke partijen die met geweld en zonder rekening te houden met Gods Woord te werk gaan. Als we zien dat V-i van de mensheid beschikt over 80 °/o van alle hulpbronnen van de wereld en daardoor in staat is een hogere mate van welvaart te bereiken, verplicht ons dat, op grond van Gods Woord, onze verre naaste te helpen. Het is verheugend dat er in Nederland onder de jeugd een groeiende be> langstelling bestaat voor de ontzaglijke problematiek: d.e kloof tussen rijk en arm. Ik wil onze jongeren oproepen niet in zee te gaan met hen die in strijd met de Bijbel handelen, maar de handen ineen te slaan om gezamenlijk met allen die zich stellen op de basis van Gods Woord, zich voor onze verre naaste in te zetten. De toekomst is duister, maar de Heere regeert!
VEBVOLG ZENDING EN ONDERWIJS
Na vier jaar moeten de jongens dan ongeveer toegerust kunnen zijn voor het op eenvoudige wijze doorgeven van Gods Woord aan eigen stam. Het onderwijs op de scholen van de zending is meer dan zich een beter bestaan te Ieren verwerven. Kinderen horen hier ook van de enige Troost in leven en sterven. De jongens van de Bijbelschooi leren ook deze boodschap aan hun stamgenoten doorgeven.
Daarom is onderwijs op de scholen van de zending ook jullie steun, ook jullie gebed waard.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1976
Daniel | 18 Pagina's