THYATIRE
Bijbelstudie over de van Johannes (5) Hoofdstuk 2 : 18-29 Openbaring , En schrijf aan de engel der Gemeente te Thyatire". Openb. 2 : 18-29.
Hen gemeente, geprezen over vele dingen
Er zijn mensen, die alleen het kwade in anderen signaleren. Daarover praten en chrijven zij. Niets is er goed. Zij willen niets goeds ontdekken in de gemeenten des ieeren. Zo is het met de Heere niet. Niemand ziet het kwaad in de wereld en in de ; emeenten zo scherp als Hij, maar Hij ziet ook het goede, en laat daar waarderend iver schrijven. De brief aan Thyatire bewijst dat.
Hij spreekt niet alleen misprijzend over hetgeen niet goed is. Dat maakt moedeloos, lij spreekt ook prijzende woorden, waaruit Zijn waardering blijkt voor hetgeen iit liefde tot Hem, tot Zijn zaak, tot Zijn volk, tot de naaste gedaan wordt. )at spoort aan tot voortgang met dat werk. Het op zijn tijd spreken van een waarderend woord behoort tot de heilige en heilzame opvoedkunde, die de Heere ezus in volmaaktheid bezat en die we van Hem kunnen leren en mogen begeren. )atgene, waarvoor de christenen te Thyatire geprezen werden, wordt in het 19e ers van Openb. 2 vermeld: , , Ik weet Uwe werken, en liefde, en dienst, en geloof, en Jw lijdzaamheid, en Uw werken, en dat de laatste meer zijn dan de eerste..”
Het opmerkelijke feit deed zich in Thyatire voor, dat er geen achteruitgang maar ooruitgang in het doen van goede werken te constateren was. In plaats van het erlaten van de eerste liefde, of van het op peil blijven van de eerste liefde, /as er een verder oplaaien van de liefdevlammen waar te nemen. Dat is iets zeldaams. Zo kan het ook. Wat schitterde Gods genade heerlijk in Thvatire's gemeente. Iet is niet waar, (wat wel eens beweerd wordt) dat het de goede kant op gaat als alles ïinder wordt. Het is wel goed als „ik" minder en Christus meerder wordt, maar het aat niet goed als de werken minder worden. Het minder-worden in zichzelf is vooritgang, het minder-worden van het doen van goede werken is werkelijke achteritgang.
Thyatire was vooruitgang. Zo kan het, zo moet het door Gods genade en kracht.
Een gemeente, misprezen over weinige dingen
egenover het vele goede wat de Heere in Thyatire prees, stonden enkele verkeerde ingen, waarover de Heere de christenen te Thyatire vermaande. De leer der Nicolaten (zie Bijbelstudie over Pergamus), die de Heere haatte, had in Thyatire aanhan-? rs gevonden. Een vrouw, door de Heere geïdentificeerd met Izebel, was de grote limator van die leer, die een heilig isolement als onnodig, ja verkeerd betitelde, ij was in alle opzichten een gevaarlijke vrouw, die de christenen verleidde tot oererij en het eten van afgodenoffer (vs. 20). In het licht van wat er in vs. 22 ge-: gd wordt, hebben we hierbij niet slechts aan geestelijke hoererij te denken. Het svaarlijkste van alles was, dat zij zich uitgaf voor en door sommigen gehouden erd voor een profetes, d.w.z. iemand, die rechtstreeks door de Heere onderwezen erd. Zij beriep zich dus voor haar leringen en praktijken op bijzondere openbarin-? n, bevindingen.
Het apostelconvent had wel besloten, dat men zich moest onthouden van die dingen (Hand. 15 : 29), maar zij wist het beter. De Iieere had het haar anders geleerd, zo beweerde ze. Iemand heeft eens gezegd: Met bijzondere mensen, moet je bijzonder oppassen, anders word je op een bijzondere wijze, bijzonder bedrogen." Dat gold ook t.a.v. deze bijzondere vrouw. Ze kreeg aanhang in de gemeente en men liet haar begaan. Dat was verkeerd. Wat blijft het toch nodig de geesten te beproeven of ze uit God zijn. Geloof niet iedereen die zich op „bevinding" beroept. Toets hun beweringen aan de H. Schrift, vooral als hun leringen afwijken van hetgeen op de kerkelijke vergaderingen, naar Gods Woord, besloten werd. Inwendig licht naast, buiten en boven de H. Schrift is vals licht, is dwaallicht. Hoewel die vrouw wellicht door de mensen als een Deborah beschouwd werd, noemde de Heere haar een Izebel. Ondanks haar vroom gepraat was ze een verleidster, een gevaar voor iedereen, welke volgens de regels der christelijke discipline behandeld moest worden.
De valse mystiek is een dodelijk gevaar voor de gemeente en moet met alle beschikbare middelen worden bestreden.
Een gemeente, onderwezen over noodzakelijke dingen
Doch Ik zeg ulieden die deze leer niet hebben Ik zal U geen andere last opleggen. Maar hetgeen gij hebt, houdt dat totdat Ik zal komen (vs. 24-25).
De Heere legde en legt op zijn discipelen de last om naar Zijn wil te leven. Hij nodigt ons tot het opnemen van Zijn juk, Zijn last (Matth. 11 : 28-30). Dat houdt ook in het bestrijden van het boze (vs. 20). Meer legt Hij niet op. Mensen willen in hun wetticisme ook nog andere lasten opleggen. (Kol. 2 : 20-23). Deze harde meesters handelen niet naar de Geest van de Meester. Luister naar hen niet!
Vraag 1: Wat zijn de verschillen tussen heilige en valse mystiek? 1 Joh. 4.
Vraag 2: s 1 Thess. 5 : 21 niet in strijd met Openb. 2 : 24 (diepten des satans)?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 juli 1976
Daniel | 16 Pagina's