EEN STAATSMAN NIET; EEN EVANGELIEBELIJDER!
Dit was het levensdevies van Guillaurae Groen van Prinsterer. (1801-1876). Enkele w T eken terug — op 19 mei — was het honderd jaar geleden dat deze evangeliebelijder de laatste adem uitblies. Dit feit heeft aanleiding gegeven tot een herdenking op velerlei wijze: een samenkomst in de Waalse kerk te Den Haag, artikelen, speciale nummers van periodieken, enz.
Zelfs het blad „Uitleg", weekblad van het Departement van Onderwijs en Wetenschappen verscheen op 19 mei j.1. met een speciaal nummer, gewijd aan Groen van Prinsterer. Ik keek daar verrast van op. Wie had dat van het bolwerk waar minister Van Kemenade de scepter zwaait, durven verwachten? Dit nummer is rijk geïllustreerd en bevat naast interessante artikelen ook enkele spotprenten Zo zien we een schets van een schoolklas. Er is een meisje voor de klas geroepen De meester vraagt haar: „Weet je wel wat je hart is, kindje? " Het meisje antwoord „Ja, meneer, mijn hart is bedorven." „Zoo? " vraagt meester, waarop het meisje zegt „Ja, meneer, en dat van mijn vader ook, en van moeder ook. En wij zijn allemaa bedorven”.
Daaronder zien we een moeder die veel te stellen heeft met haar ondeugend* dochtertje en vermanend zegt: „Waarom ben je nu niet altijd lief en zoet? " He meisje geeft dan als antwoord: „Och! het doet er toch niets toe; ik kan toch nooi goed doen, al ben ik nog zoo zoet, toch doe ik kwaad, zegt de meester". Het opschrift boven deze spotprenten is veelzeggend: „Groene vruchten van het orthodox protestantsch onderwijs op de bijzondere school", met tussen haakjes daaronder „Beide onlangs in de Residentie gevallen”.
Deze spotprenten zinspeelden op de bijzondere school die door Groen van Prinstere en enkele vrienden in 1849 in Den Haag was gesticht. Wat was namelijk het geval In de eerste helft van de vorige eeuw verloren de openbare scholen langzamerhanc hun christelijk karakter. Dat leidde bij veel ouders tot ernstige verontrusting. Van daar de aktiviteiten van Groen van Prinsterer en enkele medestanders om een bij zondere school te stichten. Dat viel niet mee. De tegenstand van de autoriteiten wa groot. Jarenlang werd de zaak tegengehouden. Uiteindelijk werd toestemming ver leend.
Levensdevies
Met dit ene voorbeeld is Groen van Prinsterer getypeerd: onverzettelijk, met taai volharding zette hij zich in voor de belangen van het orthodox protestants volksdeel Hij roeide daarmee in tegen de stroom van zijn tijd. Aanvankelijk was hijzelf ooi door die tijdgeest meegesleurd.
Maar het behaagde de Heere hem te overwinnen door de kracht van Zijn Woorc Groen werd gegrepen door de geest van het Réveil. Deze golf van geestelijk levei vond vanuit Schotland, via Zwitserland ook een weg naar ons land. Plotselin
stroomde geestelijk leven door de harten van een aantal vooraanstaande nederanders. In hen werkte de Heilige Geest met onweerstaanbare kracht. Het Woord les Hecren werd hen dierbaar. Zij beleden hun zonden en ondervonden Gods onuitsprekelijke zondaarsliefde. Dat gebeurde ook in het leven van Groen van Prinsterer en zijn vrouw. Daarna konden ze niet stil blijven zitten. Lettend op de grote nood van kerk en vaderland, stonden ze op en traden, aangegord met de geestelijke vapenrusting, het strijdperk binnen.
Zo kwam Groen van Prinsterer ertoe, zijn uitnemende talenten in de dienst des - Ieeren te besteden. Hij bond de strijd aan tegen de machten der duisternis. Die varen, ook in zijn tijd, zeer machtig. Op velerlei terrein zag hij de geest van de ? ranse Revolutie doorwerken. Allerwege zag hij de sporen van dat vergif voor de ; amenleving. Daartegenover proclameerde hij met alle kracht die in hem was het : nige medicijn dat genezende kracht voor de samenleving bevatte: het Evangelie. Iet Evangelie van Gods vrije genade voor schuldige zondaren. Bij alle taken die hij n zijn werkzaam leven op zich nam, stelde hij het belijden van het Evangelie leeds nadrukkelijk op de voorgrond. Bij zijn werk als geschiedschrijver en als twee-Ie kamerlid, als bevorderaar van het christelijk onderwijs en als strijder voor kerklerstel, in alles was hij primair evangeliebelijder. Vandaar zijn levensdevies: een taatsman niet; een evangeliebelijder.
Zienstbetoon
Bij zijn veelvuldige taken stond zijn vrouw hem steeds terzijde. Hoewel de Groens eer vermogend waren leefden ze zelf sober. Ontvangsten aan het Hof meden ze oveel mogelijk. Ze hadden een afkeer van het mondaine leven der hofkringen, an het sociëteitsleven en van toneeluitvoeringen, van partijen en banketten. Hun rote vermogen gebruikten ze in dienst van de naaste. Er gingen regelmatig royale it'ten naar zendingsgenootschappen, diaconieën, christelijke scholen, enz. )ok trokken ze, Groen met een vriend, zijn vrouw met een vriendin, de Haagse rmenwijken in, om daar met raad en daad bij te staan. Daar werd veel over gemaald: nota bene, Haagse aristocraten die zich met bewoners van armenwijken inlieten! laar de Groens gingen moedig door. Op een dag hoorde een vriend van Groen in de laagse binnenstad zeggen: Als we in opstand komen en de huizen van de rijken aan plunderen, sparen we het huis van de Groens aan de Korte Vijverberg! rroen van Prinsterer stond als een heraut in de branding van zijn tijd. Hij had e stroom beslist tegen. Niet voor niets wordt hij soms aangeduid als de „veldheer imdcr leger". Verguizing, spot en hoon waren vaak zijn deel. Veel directe successen eeft hij ook niet geboekt. Niets echter heeft hem kunnen afhouden van zijn grote oei: het Evangelie belijden.
Een inspirerend voorbeeld!
oor velen was Groen een inspirerend voorbeeld. Laat dat ook voor ons zo mogen jn. Steeds klinkt ons uit zijn publicaties tegen: er is geschreven! er is geschied! e bakens op zijn levenszee waren de Heilige Schrift en de geschiedenis. Daaroor liet hij zich leiden en onderwijzen. Laat deze christelijke en historische levensistelling ook de onze mogen zijn. Wie de lamp van Gods Woord wegneemt en het oek der geschiedenis dichtslaat, dobbert doelloos rond. Wanneer echter het Woord ize weg verlicht en de geschiedenis ons historisch besef voedt, zijn we toegerust 3or onze taak in de maatschappij. Laat door Gods genade iets van het geestelijk elan van de taaie onverzettelijkheid van Groen ook in ons gevonden mogen worden, onderd jaar geleden eindigde Groen zijn aardse levensreis. Enkele dagen voor zijn )od sprak hij: „Christus alléén. Christus alléén. Het geloof alleen. Sola fides. Geloof léén. Christus' gerechtigheid alléén, daarop ga ik de eeuwigheid in", oor aanhoudende hoge koorts verzwakt kon hij nog slechts verward spreken, e laatste dagen van zijn leven trof zijn vrouw hem steeds aan met samengevouwen anden, biddend. Hij herkende niemand meer. Steeds ving zij flarden van zinnen 5: „Immanuël! Immanuël! Gij kent mij wel! Gij kent mij wel! Uit duizend, duizend-Hen, Zie 'k één, één boven allen”.
o ging de kaars van zijn leven uit, opgebrand in de dienst des Heeren. roen van Prinsterer, een inspirerend voorbeeld!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 juni 1976
Daniel | 20 Pagina's