JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

LEVE DE KONINGIN !

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

LEVE DE KONINGIN !

9 minuten leestijd

De haken van de kapstok

Met zijn vingers in de oren zit Kees Bakker zijn repetitie te leren. Vaderlandse Geschiedenis. Een hele rij jaartallen. Vanaf Willem van Oranje tot koningin Wilhelmina. Alleen de Oranjevorsten en de jaartallen met de voornaamste gebeurtenissen en feiten. Boeh, een hele kluif. Maar de leraar staat erop, dat je weet wanneer een bepaalde gebeurtenis plaats had en in welke tijd koningen, stadhouders en andere voorname mensen leefden. „Jaartallen zijn net haken van een kapstok, " zegt hij. „Als er geen haken zijn om je kleren op te hangen wordt het een grote troep in huis. Je moet dan je kleren op de grond gooien, nou dat wordt een rommel van jewelste. Stel je voor, dat je bij iemand op bezoek komt, die geen haken aan zijn kapstok heeft. Je legt je jas op de grond en na jou komen er nog tien anderen. Nu wil je wat eerder weg, maar wat een gezoek eer je de goede jas te pakken hebt! Zo is het ook met Geschiedenis. Aan de jaartallen kun je alle voorname gebeurtenissen ophangen. Je hebt ze dan zo maar voor het grijpen." Kees zucht eens diep. Ja, ja voor het grijpen! Maar dan moet je die haken eerst wel in je hoofd hebben. Vooruit, pompen maar. Fijne leraar hebben ze. Vertellen dat hij kan! 't Is alsof je alles zelf beleeft, of het nu in de Oudheid, Middeleeuwen of de Nieuwste Geschiedenis afspeelt. Morgen, na het proefwerk gaat hij verder met de geschiedenis van koningin Wilhelmina. Vreemd eigenlijk, de tijd van wijlen koningin Wilhelmina is veel dichterbij dan die van Maurits bijvoorbeeld. En toch weet je minder van haar dan van deze stadhouder. De slag bij Nieuwpoort, de steden, die hij innam, de onenigheid met Oldenbarnevelt, de godsdiensttwisten, de Dordtse Synode, het afdanken van de Waardgelders, enz. Nou ja,

hij weet wel een heleboel van de tweede wereldoorlog en dat is natuurlijk ook de tijd van koningin Wilhelmina, maar het begin van haar regering, nee dat is niet zo bekend. Kees gaat even verzitten:1533—1584 Willem van Oranje. Op 11-jarige leeftijd erfde hij het Prinsdom Oranje van zijn neef René van Chalon. Hij komt aan het hof van Karei V te Brussel en........

„Sla er maar een paar bij”

„Zo jongelui, dat is achter de rug." Meneer van Bree kijkt zijn klas eens rond. Het proefwerk is opgehaald. „Meegevallen? " vraagt hij. De meesten knikken, hier en daar kijkt er één wat bedenkelijk. „De haken zaten goed vast, meneer, " grinnikt Kees Bakker. „Ik kon er alles aan ophangen." „Sla er maar een paar bij, kerel, ik heb nog meer om op te hangen, " lacht meneer van Bree.

De eerste wereldoorlog

„Jullie weten, dat de eerste wereldoorlog rakelings langs onze grenzen trok, " zo begint de leraar van lb. „Er waren nog meer landen, die neutraal bleven, zoals Spanje, Zwitserland en de Skandinavische landen. Nou moet je niet denken, dat neutraal blijven zomaar een niet deelnemen aan een oorlog is. Het kostte veel inspanning om het alle grote mogendheden van Europa naar de zin te maken. Toen koningin Wilhelmina een bezoek bracht aan Parijs, had Duitsland daar wat van te zeggen. Maar toen de Duitse keizer Wilhelm II een rede hield tijdens een diner in Amsterdam was Frankrijk daar helemaal niet over te spreken. In Vlissingen zou een fort worden gebouwd. Och toen had je Engeland en Frankrijk eens moeten horen! En hoewel deze dingen gebeurden enkele jaren voor de grote wereldbrand uitbrak, het werd onze regering heel kwalijk genomen.”

Het briesend paard moet eindelijk sneven

Het is koud. Een ijzige wind waait over de heuvels van Zuid Limburg. In de loopgraven en barakken praten de soldaten over de Kerstgroet van koningin Wilhelmina. Verweg bulderen de kanonnen. De grootste spanning is voorbij. Een zucht van opluchting is er door de gelederen gegaan. Bijna, bijna was de wrede oorlog ook in Nederland gekomen. Niet dat alle gevaar geweken is, o nee. Nu klinkt het geschut op grote afstand, maar wie weet hoe spoedig de strijd weer dichterbij zal ontbranden. Ah, de harten van de mannen worden warm, als ze aan hun koningin denken. „Laten we met de herders gaan in gebed naar de kribbe, naar het kruis met al onze noden en vragen." Zie dat is de groet, de bede, die zij haar soldaten, ja haar hele volk meegeeft in deze bange tijd. Overal komt zij ze bezoeken, de mannen en jongens in de loopgraven. Ze vergeet zelfs de meest afgelegen posten niet. Ze zal ook deze post niet vergeten, want hoor, daar klinken kommando's, fluitjes snerpen. O, kijk eens, in 't midden van enkele hoge officieren staat de koningin. Ze vergeet ook deze eenzame legerplaats niet. Stram staan de soldaten in de houding. Langzaam, hier en daar een praatje makend loopt de vorstin langs de rijen. Eén van de soldaten, een ruwe, onverschillige kerel ziet haar vanuit zijn ooghoeken naderen. Onwillekeurig gaat hij toch wat strakker in de houding staan. „Als ze ooit hier komt, " had hij tegen zijn kameraden gezegd, „geloof dan maar niet dat ze tegen gewone soldaten wat zegt. Dat zijn allemaal leugens." Maar zie nu eens! Tegenover de onverschillige soldaat blijft koningin Wilhelmina staan. „Hoe maak je het? " vraagt ze vriendelijk.

„G...... Goed, h heel goed, majesteit, " stottert de man verbouwereerd. De koningin knikt hem nog eens vriendelijk toe en wandelt dan verder. Als de officier „op de plaatst rust" kommandeert blijft hij nog stram in de houding staan. Eén van zijn kameraden stoot hem aan: „Waar blijf je nou met je grote mond." Maar hij krijgt geen antwoord, want er klinken weer kommando's. De vorstin wil de mannen toespreken. Dc gure wind blaast kleine sneeuwvlokjes voor zich uit. In de verte dreunen de kanonnen. Kijk daar staat ze, de Moeder des Vaderlands. Haar hand wijst omhoog. Ze spreekt een ieder moed in. , , 't Zal niet altijd duren, " zegt haar vriendelijke stem. „Dat kan niet, want " En wat zij nu zegt laat de meest onverschillige kerel niet onberoerd, daar krijgt de ruwste klant een

brok van in zijn keel. Helder en duidelijk klinkt haar stem door de lucht: vrieskoude

Het briesend paard moét eindelijk sneven, Hoe snel het draav' in 't oorlogsveld; 't Kan niemand d' overwinning geven; Zijn grote sterkte baat geen held. Neen de HEER' der héren Doet ons triomferen; Hij, geducht in macht, Slaat elk gunstig gade, Die op zijn genade in benauwdheid wacht.

Het einde nadert

„In oktober 1918 was de oorlog ons land weer angstig dicht genaderd, " gaat meneer van Bree verder. „Alle verloven werden ingetrokken, niemand mocht de kazerne of zijn garnizoen verlaten. Dat zinde een heleboel mannen niet. Er werd gescholden op de regering, op het eten, op de officieren. In de Harskamp werden zelfs barakken in brand gestoken en officieren met stenen bekogeld. Oh, zou er revolutie komen? Een revolutie, net als in Duitsland, waar de keizer werd weggestuurd en waar op 8 november de republiek werd uitgeroepen? ”

Want bergen zullen wijken

Wat een bange dagen worden het! Troelstra, de leider van de arbeiderspartij in ons land denkt, dat het nu tijd is om naar de macht te grijpen. „U zult moeten gaan, " dreigt hij de regering. „De arbeidersklasse zal nu uw plaats innemen. Denkt er om, dat u ook de politie niet meer tot uw dienst hebt!" Maar jongens, niets is minder waar. Als één man schaart ons volk zich achter de regering. Duizenden soldaten, die terug zijn gekeerd in hun huizen en bij hun gezinnen willen direkt weer dienst nemen om Oranje's troon te beschermen. Troelstra heeft zich vergist. Géén revolutie, géén burgeroorlog, maar overal bijeenkomsten en vergaderingen tegen de opstandige bewegingen. Protestanten en Rooms-Katholieken zijn één in hun liefde tot het Oranjehuis. Hoor in de Willemskerk in Den Haag klinkt het uit honderden kelen:

„O, mijn ziel, wat buigt g' u neder? ' .Waartoe zijt g' in mij ontrust? ”

En in de koninklijke bank zingen koningin Wilhelmina, Prins Hendrik en koningin Emma deze beginpsalm mee. Ds. Weiter, de hofprediker leest onder ademloze stilte zijn tekst voor: „Want bergen zullen wijken en heuvelen wankelen, maar Mijne goedertierenheid zal van u niet wijken en het verbond Mijns vredes zal niet wankelen, zegt de Heere, uw Ontfermer.”

Het Malieveld

Het is maandagmiddag 18 november. In de straten van Den Haag staan dichte rijen soldaten opgesteld. Langs de Prinsegracht en op het Malieveld staan zc mannetje aan mannetje. Politie te paard bewaart de orde in de meer dan overvolle stad. „Daar komen ze! Daar komen ze!" wordt er geroepen, geschreeuwd. Langs de gracht naderen twee rijtuigen. In de voorste koets zitten koningin Wilhelmina, Prins Hendrik en prinses Juliana. Steeds dichterbij komen de rijtuigen. Op het Malieveld staan duizenden en duizenden mensen. Uit het hele land zijn ze samengestroomd om hun koningin te huldigen. Om haar te tonen hoe lief het Oranjehuis hen is. Daar draait het rijtuig het Malieveld op. Oh, wat gebeurt er nou? ! Daar verbreken de soldaten hun gelederen en stormen op de koets toe. Vreselijk, toch revolutie, toch opstand? Nee, met rappe handen worden de paarden uitgespannen en voorafgegaan door een cordon van militairen trekken deze soldaten hun koningin juichend door de dichte menigte heen. De touwen, die om het midden van het veld zijn gespannen begeven het en een jubelende mensenmassa dringt om het rijtuig. Op de treeplank staat dominee Scholten, de veldprediker. Hij wenkt om stilte. „Hare Majesteit heeft mij verzocht niet te snel te rijden, " klinkt zijn duidelijke stem: „Zij wil graag zien, wie haar deze hulde betoont, zij wenst te we-

ten welke verenigingen en vaandels haar deze eer bewijzen." De veldprediker wil nog wat zeggen, maar een stem uit de mensenmenigte belet hem dat. Helder en klaar klinkt het: „Deze hulde komt van het hele Nederlandse volk!" Minutenlang juichen en jubelen de duizenden enthousiaste mensen. De soldaten trekken het rijtuig tot bij de paleisingang. Maar de koningin stapt niet uit. Ze wil het volk nog toespreken. „Nooit zal ik deze middag vergeten. Ik dank u allen voor de onvergetelijke uren." Ze vraagt om met haar driemaal te roepen: „Leve het vaderland!" Uit duizenden kelen klinkt het tot drie keer toe: „Leve het vaderland!" En vlak daarop: „Leve de koningin!”

Om acht uur, als het al lang donker is, staan er nog honderden mensen voor het paleis. Ze zingen en wachten. Daar gaan de balkondeuren open en komen koningin en prins naar buiten. Zie, daar hadden ze op gehoopt, daar hadden ze op gewacht, die mannen en vrouwen, die maar niet naar huis wilden gaan. Hoor, een heldere, volle stem begint te zingen. De mannen nemen hun hoeden en petten af. De vrouwen gebruiken hun zakdoek. Het wordt overgenomen door iedereen.

Dat 's HEEREN zegen op u daal' Zijn gunst uit Sion u bestraal' Hij schiep 't heelal, Zijn naam ter eer. Looft, looft dan aller heren HEER'.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 juni 1976

Daniel | 20 Pagina's

LEVE DE KONINGIN !

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 juni 1976

Daniel | 20 Pagina's