DE KERK IN DE WERELD VAN VANDAAG
Het is geen nieuws als we elkaar vertellen dat we niet meer leven in een land dat we christelijk kunnen noemen. Die tijd is voorbij en wellicht voorgoed. Als leden en doopleden van de kerk dienen we te beseffen dat we hoe langer hoe meer een eenling zullen worden in de wereld waarin we dagelijks leven. Dat is trouwens niet iets van de laatste tijd. We kunnen wat dit betreft zeer veel leren uit de vorige eeuw. Toen werd als gevolg van de Franse revolutie de basis gelegd voor de ontkerstening van ons land, een ontkerstening die zich in deze eeuw nog steeds voortzet.
Er is echter in die tijd van verval ook een geestelijke opleving geweest. Er wa ren mensen die ons er ook thans nog op kunnen wijzen hoe we als christen in een tijd van afval in deze wereld dienen te staan. We kunnen daarbij denken aan een man als Da Costa, wiens geschrift „Bezwaren tegen de geest dezer eeuw" ook in onze tijd nog volop aktueel is. We kunnen denken aan Groen van Prinsterer die in een periode waarin het humanisme de overhand kreeg, de noodzaak inzag om zijn stem te laten horen in de Nederlandse politiek als: „een staatsman niet, een Evangeliebelijder" (Let op de plaats van de komma!). Van laatstgenoemde is de uitspraak bekend: „In het isolement ligt onze kracht", een uitspraak die helaas door velen zo is uitgelegd., dat de christen zich maar zo veel mogelijk uit de wereld moet terugtrekken cm zich te beschermen tegen wereldse invloeden.
De wereld vandaag
Als er één ding is waardoor de wereld van vandaag gekenmerkt is, dan is dat ontkerstening en ontkerkelijking. Een groot deel van ons volk heeft zich van de kerk afgekeerd en leeft buiten de kerk, omdat deze niet meer aan haar verwachtingen voldeed, of omdat zij als zonen van verloren zonen de kerk nooit gekend hebben. De kennis van God en Zijn Woord is minimaal of ontbreekt zelfs geheel Dat is niet alleen zo in de steden, maar ook in de grotere dorpen waar de nieuw-ingezetenen geen 'behoefte hebben om cle band met de kerk, zo die er nog was. voort te zetten.
Het leven! in Europa droeg eeuwenlang het stempel van het christelijk geloof. Het gezag van de Bijbel werd algemeen erkend en in het openbare leven waren er algemeen erkende gedragsregels. Thans is de kerk één van cle vele verschijnselen aan de rand van cle maatschappij geworden. De grote massa van ons volk heeft voorgoed afgerekend met alle christelijke overtuigingen en tradities, heeft er zelfs ook geen behoefte meer aan om, zoals in de eerste helft van deze eeuw, het christen dom te bestrijden. Het christendom is niet alleen afgeschaft, maar heeft plaat gemaakt voor iets anders, heeft plaatsgemaakt voor een nieuwe religie waarin het uitsluitend gaat om de mens en deze wereld, om de mens en zijn maatschappe lijk bestaan op deze aarde. Dit alles is kenmerkend voor de geest van deze eeuw.
De oorzaken?
We kunnen vragen naar de oorzaken van dit alles. Waar ligt de schuld van deze ontwikkeling? En dan worclt vaak verwezen naar de opkomst van de wetenschap, naar de opkomst van de industrie, naar de verstedelijking van onze samenleving. Het begin ligt dan bij de uitvinding van de stoommachine. En natuurlijk zullen' we dit alles niet buiten beschouwing mogen laten. Aan een „vertechniseerde" maatschappij kleven voor de mens, althans de zondige mens, grote gevaren. De mens dreigt zelf een stukje machine te worden en beleeft zijn dagelijks werk niet meer als een goddelijk beroep. Het leven en grote welvaart en het besef van grote technische kennis en macht ontneemt de mens het gevoel van afhankelijkheid. Het leven in een' onpersoonlijke grote stad brengt de verleiding met zich mee om maar op te gaan in de grote massa in plaats van „alléén te wonen”.
Toch is dit alles niet de diepste oorzaak van de ontkerstening. Het zijn slechts de uiterlijke verschijnselen van een proces dat zich in het leven der Europese volkeren voltrekt. Dat is een proces: waarin de mens op zoek is naar waarheid en bij dit zoeken niet wil accepteren, dat de levende God deze in Zijn Woord heeft geopenbaard, maar waarbij de mens zijn eigen gedachten en inzichten als - enig betrouwbaar uitgangspunt neemt. Aanvaarden van gezag als iets dat van een andere kant op ons afkomt, en dat wij eenvoudig hebben te accepteren als grondregel voor onze gedachten en ons handelen, wordt dan een dwaasheid. De norm voor goed en kwaad is dan uitsluitend de mens zelf. Dit uitgangspunt heeft verregaande konsekwenties. Het is daarbij goed om te bedenken dat wat in de wereld gebeurt, ook aan de kerk niet ongemerkt voorbijgaat. Het is niet toevallig dat vele talen slechts één woord hebben voor de twee nederlandse woorden': geest en adem. De geest van de eeuw adem je als het ware in. Je wordt er daardoor nee besmet en je draagt de ziekte vaak al onder je leden voordat je het weet. Vandaar clat we ook in de kerk de plicht lebben om elkaar op cle symptomen van leze doorwerking van „de geest dezer ; euw" te wijzen.
In het volgende wil ik enkele dingen lader noemen.
Alles is uiteindelijk maar betrekke1ijk
Wanneer niets meer van te voren vaststaat, we niet meer mogen uitgaan van vaststaande waarheden, wordt alles betrekkelijk. Het ligt er dan maar aan van welke kant je iets bekijkt. Niets staat bij voorbaat voor altijd vast. In kerkelijk Nederland doet zich dit gelden. De belijdenisgeschriften zijn ontstaan in een bepaalde tijd, zegt men dan, en hebben voor die tijd bepaald wel hun waarde gehad.
Nu staan we voor andere problemen dan de vraag naar een' genadig God. Even ingrijpend is het als het Gebed Gods als regel cm naar te leven ook maar van betrekkelijke waarde geacht, wordt. Zij onstond immers in een oosterse wereld en kan daarom zeker niet in alle opzichten (bijv. het vijfde gebod) voor iedereen en altijd gelden? Op deze wijze wordt zonde en schuld gebagatelliseerd. Laten we echter ook. dichter bij huis blijven en er op letten of het Woord Gods zoals het in de prediking tot ons komt altijd aanvaard wordt als gezaghebbend. Komt het ook onder ons niet voor dat men ook over de kernstukken uit de prediking zegt (of alleen maar denkt): de dominee kan dat nu wel zeggen', maar ik denk er zus of zo over en uiteindelijk moet ik toch zelf weten hoe ik er over denk.
Is het een antwoord op mijn vragen?
Wanneer de mens zichzelf als uitgangspunt neemt acht hij alleen de vragen waar hij mee zit van belang, en moet alles meewerken cm zijn problemen op te lossen. Als hij bang is voor overbevolking, moet geboorteregeling gepropageerd worden, en moet er ruimte komen voor abortus. Als hij veel nood in de wereld ziet, moet de kerk daar een antwoord cp geven (Waarom laat God dat allemaal toe? ), en anders is haar boodschap voor hem niet meer aktueel. We zien het in een groot deel van kerkelijk Nederland hoe de prediking alleen neg maar ingaat op maatschappelijke verhoudingen in de wereld. De noodzaak van persoonlijke wedergeboorte wordt dan niet meer gehoord. Ons omgaan met de Bijbel betekent clan dat wij onze vragen aan de Bijbel belangrijker vinden dan de vragen die de Bijbel als het Woord van God aan ons stelt.
Hemel of aarde
Wanneer de mens en deze aarde het enige houvast is, richt de mens zich ook alleen op wat er op deze aarde gebeurt en op wat er op deze aarde voor hem te bereiken valt. Het socialisme dat gerechtigheid en gelijkheid voor allen in haar vaandel heeft staan spreekt dan aan. Heil en verlossing moeten dan aan deze kant van het graf liggen. In plaats van verlossing van zonde, komt bevrijding van onrecht en discriminatie. De dood is dan geen straf op zonde, geen doorgang naar eeuwig wel of wee, maar iets dat bij het leven hoort, een daad waardoor we plaats maken voor onze medemens die na ons komt. Dit is aardsgerichtheid in zijn uiterste vorm. Maar hoort ook al ons materialisme er niet toe? Leven wij als gasten en vreemdelingen 1 op de aarde, bezittend als niet-bezittend? Is het aan ons te zien dat we een andere hoop hebben dan hen die „hun deel slechts in dit leven achten"? Zo ergens, dan is hier, ook in de kerk, de invloed van de geest van deze eeuw groter dan we wellicht beseffen of willen toegeven.
Ontoerekeningsvatbaar
Ook de mens die God niet erkent als Schepper en Voleinder, ziet veel kwaad in de wereld en zoekt een verklaring voor het leed. Een' ding staat voor hem vast, en dat is, dat als het aan hem lag, de wereld er beter uit zou zien. Het kwaad is veelal onverklaarbaar en komt van buiten de mens. Voor een deel zal het veroorzaakt worden door de omstandigheden of door „de strukturen van deze maatschappij". Persoonlijk zondeen schuldbesef is iets van vroeger tijd; behoefte aan verlossing ervan is dan ook een vreemd psychisch verschijnsel. Is echter ook bij de kerkmens niet de neiging aanwezig om de schuld niet te eigenen, maar op een ander af te schuiven? „De vrouw, die Gij mij gegeven hebt ". De geest van deze eeuw tracht echter als nooit te voren' de persoonlijke schuld van de mens buiten het gezichtsveld te houden.
De kerk inde wereld
De kerk heeft in deze wereld een roeping, een roeping om te strijden tegen „de geweldhebbers der duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de lucht". In die strijd kan zij het moeilijk hebben, zeker als de geest van de tijd ook de kerkmens reeds diep aangestoken heeft, en als het Woord der kerk in het leven van haar leden steeds minder als gezaghebbend funktioneert. Het gevaar is dan niet denkbeeldig, dat de kerk de neiging heeft om zich terug te trekken uit de wereld, zich niet meer wenst te bemoeien met wat er in de wereld om haar heen gebeurt, om zo te proberen de „leer der vaderen" tegen vreemde invloeden veilig te stellen. Zij vergeet dan echter dat, al bemoeien wij ons niet met de tijd waarin wij leven, die tijd zich wel met ons zal bemoeien. Er zal een tijd komen waarin het voor de christen niet meer mogelijk zal zijn om aktief aan het maatschappelijk leven deel te nemen als hij weigert om „het teken van het beest" te dragen. Zover is het thans nog niet, althans niet in ons land. Hoe moet onze houding dan zijn? Ik meen dat het als volgt samengevat kan worden.
Geen dode orthodoxie maar een levend geloof
Als de apostel Paulus in zijn brief aan de gemeente te Efeze schrijft over de geestelijke strijd in de wereld, vermaant hij zijn lezers om aan te nemen „de gehele wapenrusting Gods". We kennen dit overbekende gedeelte uit Efeze 6. We zullen in de strijd niet staande kunnen blijven met een formele belijdenis en alleen een historisch geloof. Daar prikt de wereld zo doorheen. Bij vele buitenkerkelijke jongeren is er een hang naar mystiek om de geestelijke leegte in hun leven 1 op te vullen. Het poneren, van een aantal „leerstellige waarheden" zegt hen niets. Wel gaat er iets van uit als we vanuit ons hart sprekend, getuigenis mogen geven van de hoop die in ons is. Dan voelt men aan dat het echt is. Trouwens, hoe zullen wij staande kunnen blijven in een tijd van verleiding als wij in ons leven missen de Geest Die alléén in alle waarheid leiden zal ?
Geen optimisme of pessimisme, maar christe1ijke hoop
Cultuurpessimisten zijn er altijd geweest. Mensen die beweren' dat het met de wereld steeds slechter gaat. Er i: toenemend verval, toenemende zede-
loosheid, misdaad, ontucht en noem maar op. Waar gaan we naar toe! We kennen dergelijke uitspraken wel. Anderzijds zijn er de optimisten. We gaan de goede kant op. De slavernij afgeschaft, de strijd tegen sociaal onrecht vordert, de medische wetenschap is steeds meer in staat om lichamelijk leed te verzachten. Het zal nog wel enige tijd duren 1 , maar we zijn op weg naar een wereld waarin geen honger, armoede, onrecht en oorlog meer zal zijn.
De Bijbel geeft ons een andere blik op de ontwikkeling van de wereldgeschiedenis dan pessimisme of optimisme. One tijd is in de Bijbel de tijd ussen Pinksteren en Wederomst, een tijd waarin de saan de gelegenheid krijgt om et Rijk van de mens op te ichten (denk aan het getal 66), en waarbij de mens vervonderd zal staan over het eweldige dat bereikt zal worlen (6 is bijna 7!). Deze tijd echter ook de tijd waarin le kerk moet vluchten in de voestijn, slechts in het bezit /•an de geboden Gods en het etuigenis van Jezus Christus. )at houdt haar staande in le strijd en is de grond voor iaar hoop, dat eenmaal ook de gehele schepping zal vrijemaakt worden van de dienst - aarheid der verderfenis, tot vrijheid der heerlijkheid er kinderen Gods”.
Literatuur:
Ds. C. den Boer: Op de grens van kerk en wereld. Uitgave: Echo - Amersfoort.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 juni 1976
Daniel | 20 Pagina's