WAAROM WERD JACOB VAN LIESVELT ONTHOOFD?
„In de Bijbel staan geen „leeswoorden", maar „leefwoorden". Zo sprak eens de grote hervormer Maarten Luther. Daarmee geeft hij een kernachtig antwoord op de vraag, waarom de Bijbel op de weg, waarlangs hij tot ons komt, zoveel tegenstand ondervindt. De macht der hel kant zich immers tegen dit Boek met „leefwoorden", omdat de Vorst der Levens Zich ervan bedient om doden tot het leven te roepen.
Fel was de strijd toen' het Woord van God in de Nederlanden in „boekvorm" verscheen in de tijd der Reformatie. Er moest op verschillende fronten gestreden worden, eer het zover was.
Eerst heeft Luther al worstelend op de Wartburg het Nieuwe Testament vanuit het Grieks in het Duits vertaald. Onvermoeid is hij daar - mee bezig geweest in een onvoorstelbaar snel tempo. Erasmus riep er vol verwondering van uit: „Het is, of hij honderd handen heeft!" Laat dan Rome beweren, dat de Bijbel een duister boek is, Luther schenkt door Gods genade zijn volk het Nieuwe Testament in helder Duits. Ook eenvoudigen konden nu in hun eigen taal de grote werken Gods lezen'. In vier maanden tijd was het werk voor de drukker gereed! Met wonderlijke snelheid verspreidden zich de nog onvolledige Bijbels over geheel Duitsland. De boekdrukkunst bewees zijn grote waarde. De prijs kon weldra zo laag gesteld worden, dat velen bij machte waren een exemplaar te kopen. Van de eerste uitgave, die in 3000 exemplaren verscheen, kostte een N.T. IV2 goudgulden, de prijs van een goed paard.
Het leek echter wel, of heel West-Europa op de verschijning van Luthers vertaling had gewacht. Geleerde mannen in vele landen zetten Luthers werk voort. Zij hadden het zelfde doel voor ogen: hun volk in hun eigen taal de Bijbel te gevert. Daarbij maakten zij graag gebruik van Luthers vertaalwerk.
De plaats, waar veel uitgaven het licht zagen, was Antwerpen. Niet alleen Nederlandse, maar ook buitenlandse uitgaven vonden hier hun oorsprong. Antwerpen werd al spoedig de „Bijbelstad van Europa" genoemd. Wat was de oorzaak, dat juist deze stad aan de Schelde een bolwerk werd in de strijd tegen het Roomse bijgeloof?
Door haar gunstige ligging aan de rivier stond Antwerpen in verbinding met landen overzee. Handelswegen liepen' van Frankrijk en Duitsland naar deze stad. Deze landen vormden dus het achterland van de havenstad. Veel kooplieden uit Midden-en West-Europa ontmoetten elkaar daar. Allerlei koopwaar verwisselde van eigenaar. Maar, wat veel belangrijker was, het grote nieuws van de kerkhervorming gaf men aan elkaar door! Geestelijke goederen werden hier (zonder winstberekening) verhandeld. Zo drong de „nieuwe leer" al spoedig tot Antwerpen door. En met de „nieuwe leer" de Bijbel!
Nu was de wereldlijke overheid natuurlijk wel
verplicht, op aandrang van de geestelijke gezagsdragers, te waken voor de „zuiverheid" der Roomse leer. Aan de kooplieden moesten dus beperkingen opgelegd worden. Maar zij waren het echter, die door hun handelsaktiviteiten' welvaart binnen de poorten van Antwerpen brachten. De stadsregering zag dan ook uit eigenbelang de eerste tijd veel door de vingers. Vandaar, dat veel drukkers zich in deze stad vestigden, om van daar uit Bijbeluitgaven en hervormingsgezinde geschriften over West-Europa te verspreiden. De behoefte daaraan nam immers snel toe. Als het in andere landen door de vervolgingen onmogelijk bleek ketterse boeken te drukken, dan konden de uitgevers in Antwerpen terecht!
Nu moeten we echter niet denken, dat voortaan iedereen nu maar ongestraft zijn gang kon blijven gaan. Rome rustte niet, voor dat ook hier het toezicht op het naleven van de plakkaten (de wetten) verscherpt werd. Antwerpen scheen immers het brandpunt van de hervorming in de Nederlanden te zullen worden! En dat moest met alle geweld worden tegengegaan. De ketterjagers zullen ook hier hun werk nauwgezet gaan verrichten. In Antwerpen bevond zich een klooster van de Augustijnen, dezelfde orde, waar ook Luther toe behoorde. Tussen de kloosterlingen' en Luther moet een levendig verkeer bestaan hebben. In 1522 werd dit klooster, dat een broeinest van ketterij bleek te zijn, met de grond gelijk gemaakt. De monniken werden gevangen genomen en twee van hen moesten als de eerste in de Nederlanden hun leven op de brandstapel eindigen.
De uitgevers; en drukkers gingen echter door. De eerste Nederlandse vertaling van Luthers Nieuwe Testament werd al in 1522 uitgegeven, 3 maanden nadat Luthers Duitse N.T. verschenen was. Antwerpen werd, ondanks de vervolging, een stapelplaats van Nederlandse Nieuwe Testament en later van andere Bijbelgedeelten. Met primiteve middelen hebben de Middeleeuwse drukkers onbegrijpelijke prestaties geleverd. Dit was mogelijk, omdat het voor hen hierbij ging om het allerbelangrijkste op aarde: het Boek der Boeken. Hun intensieve arbeid maakte een grote verspreiding mogelijk en als gevolg daarvan konden de prijzen steeds meer dalen. Ook de minder welgestelden in de Nederlanden waren al spoedig bij machte een exemplaar van het N.T. te kopen. Dat het drukken een belangrijk onderdeel is bij het uitgeven van de Bijbel werd eerst niet zo ingezien. Luther had na zijn eerste vertaalwerk voor de druk en uitvoering geen belangstelling. „Ik heb bepaald niet de tijd om te kijken, wat de drukker voor plaatjes, inkt of papier neemt", schrijft hij zelf. Later werd dit anders. Bij volgende uitgaven' rent Luther als een haastig redacteur heen en weer tussen zijn studeervertrek en de zetterij. Hij heeft dan de ervaring opgedaan, dat ook de uiterlijke vormgeving zijn belangstelling verdient.
Zo kwam dan in 1526 te Antwerpen de eerste volledige Bijbel in de Nederlandse volkstaal van de drukpers. Daarvóór waren, in de 14e en 15e eeuw al wel Bijbeluitgaven verschenen in onze taal, maar geen enkele kon volledig genoemd worden. We noemen o.a. de „Levens van Jezus", de , , Rijmbijbels" en de „Historiebijbels", die we op z'n best Bijbelse Geschiedenisboeken kunnen noemen. Alleen de Historiebijbels, die de geschiedkundige boeken van de Bijbel bevatten, droegen nog het meest het karakter van een Bijbelvertaling in de moedertaal. Daar deze alle met de hand moesten worden overgeschreven, bleef de prijs te hoog. Hoewel bestemd voor het volk, is toch van belangrijke verspreiding geen sprake geweest. Bekend uit de tijd vóór de Reformatie is de zgn. „Delftse" Bijbel. Het was de eerste gedrukte, maar niet complete Bijbeluitgave. Hij verscheen in 1477 en bevatte alleen het Oude Testament, zonder zelfs nog de Psalmen.
Het was Jacob van Liesvelt, die in 1526 de eerste complete Bijbeluigtvae verzorgde. Deze „Liesveltbijbel" werd uitgegeven in 2 royale foliodelen. Het N.T. was een vertaling van Luthers N.T. Luthers vertaling van het O.T. kon Van Liesvelt nog niet gebruiken, omdat Luther daar pas in 1534 mee klaar was. Daarom heeft hij voor het O.T. eeri vertaling naar de Latijnse Vulgata en de meer genoemde „Delftse" Bijbel gebruikt.
Deze Liesveltbijbel. is het, waarin velen in geheime samenkomsten en in stille huiskamers woorden van troost en bemoediging vonden in tijden van vervolging. Deze Bijbel is! door Van Liesvelt vier keer herdrukt, steeds weer herzien en verbeterd. Toen Luthers vertaling van het O.T. verscheen, heeft hij zijn uitgave aan die van Luther aangepast.
Men schreef van zijn Bijbel: „De Liesveltbijbel maakte opgang vanwege zijn alleszins betere kwaliteiten: deftiger formaat, gewijder schrijftrant, betere spelling,
tekstplaten, enz." Zijn uitgave kreeg een reeks van jaren een ereplaats. Die Bijbel is het, die onze vaderen' met tranen hebben gelezen en met hun bloed hebben bezegeld. Men was er zuinig mee en achtte het zijn grootste schat. Honderd jaar later verschenen er nog nieuwe drukken van. Andere Bijbelvertalingen, als bijv. de „Vorstermanbijibel" kwamen geen van alle in werkelijk algemeen gebruik.
In de volgende drukken van de „Liesveltbijbel" kwamen ook steeds meer kanttekeningen voor, die een reformatorische geest ademden. Maar daardoor werd ook het gevaar voor Van Liesvelt dreigender. Een van die kanttekeningen luidde: „De salicheyt der menscheil alleen compt door Jesum Christum". Hiervoor moest hij zich verantwoorden voor de rechter. Nu was Van Liesvelt al vaker voor de rechter geweest, maar hij had er zich telkens weer uit weten te praten. Hij drukte immers: ook zuiver Roomse geschriften! De plakkaten tegen de ketterij kwamen o.m. ook van zijn drukpers! En zo bleef de dappere man drukken, terwijl de grond onder zijn voeten steeds heter werd.
De laatste druk van Van Liesvelts Bijbel deed echter de maat overlopen. Een van zijn houtsneden, waarmee hij zijn uitgave verluchtte, stelde de verzoeking in de woestijn voor. Daarbij werd de duivel, die tot Jezus kwam, afgebeeld als een monnik met pij, kap en rozenkrans! Dit ging natuurlijk te ver. Van Liesvelt werd weer ter verantwoording geroepen. Nu ontspringt hij de dans niet. Hij wordt ter dood veroordeeld. En dat op grond van een plakkaat, dat hij zelf gedrukt heeft! De volgende dag reeds, op 28 november 1545, wordt hij onthoofd.
Als zovele anderen heeft ook Van Liesvelt zijn leven geofferd voor wat door velen als het hoogste goed beschouwd werd: de Bijbel te gebruiken in gezin en godsdienstoefening. Zijn werk was op aarde wel beëindigd, maar kon niet ongedaan worden gemaakt. Waarom niet? Omdat in de Bijbel geen „lees"-maar „leefwoorden" staan. Het Woord des Levens zal stand houden tot in eeuwigheid. „Hemel en aarde zullen voorbij gaan, maar Mijne Woorden zullen geenszins voorbijgaan”.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 mei 1976
Daniel | 20 Pagina's