PERGAMUS EN . . . WIJ
Bijbelstudie over de Openbaring van Johannes (3) Hoofdstuk 2 : 12-17
„En schrijf aan de engel der gemeente, die in Pergamus is " Openb. 2 : 12-17.
Een bewonderenswaardig iets
Pergamus werd door de verhoogde zaligmaker Jezus de woonplaats des satans genoemd. De verleider - van het begin der wereld, de overste dezer wereld, die overal actief is tot rampzaligheid der mensen, 'had in Pergamus zijn hoofdkwartier. Van Pergamus 'ging een misleidende, zielverwoestende invloed uit. Satan maakte ge-3ruik (mislbruik) van het feit, dat de medische wetenschap in Pergamus op hoog Deil stond. Het daaruit voortvloeiend heil werd helaas toegeschreven' aan de afgod: Aeseulapius. Zijn symbool was de slang, die nog steeds te zien is op doktersauto's ? n geneesmiddelen. Hij had de bijnaam: „Soter" d.i. heiland, redder, gelukkigmaker. Hij werd vereerd voor het heil dat door de medicijn verkregen werd. Hij werd gedankt voor gezondheid met offermaaltijden, waarbij men zich ook op sexueel ge-3ied uitleefde uit „dankbaarheid". Door satans dienaars werd deze „geloofs-en zedeneer" aangeprezen, welke grif geloofd en gepraktiseerd werd in Pergamus, ja, in de gehele heidenwereld. Satan wordt de grote imitator van God genoemd. Als „heiland Ier wereld" werd niet Christus, maar Aeseulapius geëerd, waardoor niet God, maar ? en afgod de eer kreeg voor verkregen heil, in zondedienst, die voor ziel en lichaam /erwoestend was. Geen wonder, dat in Pergamus de haat tegen de getuigen Christus, dé Soter = van Heiland, groter was dan elders. Satans troon wankelde toen' iet geloof in Jezus Christus in Pergamus verkondigd werd en christenen de dienst ian Aeseulapius niet alleen opzegden, maar ook bestreden. Hun niet meer meedoen net de afgoden-en andere zondedienst werd hen hoogst kwalijk genomen. Zij werden vervolgd; Antipas werd gedood; er was trouw... tot de dood. Dat is een bewondeenswaardig iets. Neen, wij mogen geen mensen bewonderen of verheerlijken, maar wij nogen wel Gods genade bewonderen, die in de christenen van Pergamus zo bijzonder ; chitterde. Zij schenen als lichten temidden van een krom en verdraaid geslacht. Kan lat ook van ons gezegd worden, die leven in een wereld waarin meer en meer de vetenschap wordt aangebeden, in plaats van Hem, Die mensen het verstand geeft > m, o.a. via de medische wetenschap, lijden te verlichten, ja gezondheid te 'ber orderen? Steeds meer wordt de mens bewonderd en gehoorzaamd in plaats van God •n Jezus, de Bron van alle goed. Tallozen verkondigen en geloven, dat niet Jezus, naar Karl Marx of Mao Tse Toeng de „soter = Redder der mensheid" is. De comnunisten hebben geen ander ideaal dan de vereerders van Aeseulapius hun god ip de troon en niet Christus; hun zedenleer de levensregel en niet Gods wet; de mens ille eer en niet de God en Vader van de Heere Jezus Christus; het christendom uitroeien.
Satan verandert wel van uniform, maar niet van streven; anti-christelijke machten ijn sinds het begin der wereld actief, zoekend wie zij zullen kunnen verslinden, iragend de „rusting van gruwel en bedrog" (Luther). Gode zij dank, de Heere Jezus verwon de wereld en haar overste. Hij is geopenbaard cm de werken des duivels te erbreken en Hij doet dat door Zijn Woord en Geest. De poorten der hel zullen Zijn remeente niet overweldigen. Bestrijden kan en zal Satan hen die van Christus zijn,
tot de dood toe. Zijn schijnbare overwinningen (Antipas vs. 13) zijn echter feitelijke nederlagen, want het bloed der martelaren is het zaad der kerk. Satan weet dat hij een verloren strijd strijdt; dat zijn tijd kort is hij begeert Gods volk te ziften als de tarwe... maar Christus bidt, strijdend voor en in Zijn gemeente opdat haar geloof niet ophoude. Daarvan is het gevolg: en gij houdt Mijn Naam en hebt Mijn geloof niet verloochend (vs. 13). Wordt dat „bewonderenswaardige iets" ook in ons leven openbaar? De Heere begeeft noch verlaat hen, die in oprechtheid voor Hem leven. Hij weet hun werken en waar ze wonen en zal hen te hulp komen, waardoor ze niet verzocht worden boven vermogen. Weet Hij ook van ons, dat we lust hebben gekregen om Hem te vrezen, Zijn Naam te houden daar waar Satans troon is?
Een navolgenswaardig iets
Het gedrag der christenen in Pergamus, hun navolging van Christus, verdient onze navolging. Christus' roepstem: Volg Mij na", nodigt tot het geloven in Zijn Naam en tot het vellen wat Zijn Naam bestrijdt. (Ps. 75). Zijn Naam moet eeuwig eer ontvangen door onze gangen en zangen. Ook moet de naaste voor Christus gewonnen worden. Zijn naam moet „gehouden" worden tegenover alles wat die Naam bestrijdt. Dat betekent kruisdragen. Ons natuurlijk „ik" wil van dit alles niets weten. Ook schieten eigen krachten tekort voor deze navolging. Welzalig hij, die al zijn kracht en hulp van Christus, de Soter, verwacht. (Ps. 84 : 3). Hij wordt door Hem gesterkt.
Gespreksvragen:
Vraag 1. Ga eens na in de geschiedenis de plaatsen en personen, die als bolwerken, woonplaatsen des Satans fungeerden. Zou een samengaan van rooms-katholicisme en communisme de antichrist kunnen voortbrengen?
Vraag 2. Ga na hoe schijnbare triumferi van Satan feitelijke triumpfen van Christus waren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 april 1976
Daniel | 16 Pagina's