HET PAASFEEST DOOR DE EEUWEN HEEN
Ja, het Paasfeest is al vele eeuwen gevierd. Wij weten allemaal wel de instelling ervan, bij de uittocht van de kinderen Israëls uit Egypte. Dat was omstreeks 1491 voor Christus, dus nu ruim 34 eeuwen geleden. De naam voor het feest was Pascha, van Pesach, dat „sparend voorbijgaan" betekent. Wat een mooie naam. Als je deze tot je laat doordringen, zie je als het ware weer de Engel in die laatste nacht door Egypte gaan. Bij de Egyptenaren gaat de Heere ieder huis binnen en doodt de eerstgeborene van mens en dier. Maar bij de Israëlieten, waar de Heere het bloed van het paaslam aan de deurposten ziet, gaat hij sparend voorbij. Bij de eerste een groot verdriet en een groot geschrei. Er was geen huis waar geen dode was. Bij de laatsten grote blijdschap. Zij waren' allen gespaard en kregen tegelijkertijd de vrijheid.
Het feest dat de Heere dan instelt, moet een blijvende herinnering zijn aan dit ontzettende en tegelijk bevrijdende gebeuren. Hoe Hij de Egyptenaren sloeg en de huizen van de Israëlieten bevrijdde. Het wordt door de Joden tot de dag van vandaag trouw gevierd. Weliswaar worden enkele van de voorschriften uit Exodus niet meer in achtgenomen. Als het kiezen van een lam op de tOe dag, het bestrijken van de huizen met het bloed en het eten' van het Pascha in reisgewaad. Maar de ongezuurde koeken, de matzes en de bittere saus zijn nog fteeds in gebruik op wat zij noemen .de sederavond, de avond voor hun Paasfeest. Dr wordt veel bij gezangen en het gehele verhaal van de uittocht wordt verteld. Een ding valt op: er is een lege plaats, een lege stoel. Weet je voor wie die is? Die is |> oor Elia. Immers, hij zal weerkomen en zo de voorbede zijn van de lang verwachte lessias. Vandaar die lege plaats, men verwacht Elia a.h.w. elk moment. Een treffend |ymbool van hun Messias' verwachting.
het ware Paaslam
Als de Heere Jezus ruim 1500 jaar na de instelling van het feest met Zijn discipelen let Pascha gaat houden, dan wordt ineens alles anders. Dan houdt het op een ge-[achtenis te zijn van de uittocht uit Egypte. Dan wordt het een vooruitwijzen naar ïaker van zondaren. En sindsdien viert Zijn gemeente op vaste tijden, 1 maal per /at de volgende dag zal plaatsvinden: het kruislijden van de Zoon van God, de Zaligxaand of 1 tot 4 maal per jaar, tot Zijn gedachtenis het heilig Avondmaal des Heeren. de begintijd van de kerk van het nieuwe Testament is het Paasfeest grotendeels Ie wijd aan de herdenking van Christus' lijden. Men begrijpt dat het bloed van het laaslam mede had heengewezen naar het offer van Christus.
Want ook ons Pascha is voor ons geslacht, namelijk Christus", zo schrijft Paulus in de gemeente van Korinthe. Vandaar dat de eerste tijd het christelijk Paasfeest teer wijst naar het ware Paaslam dan dat - het herinnert aan de opstanding van
Christus. Daar komt nog bij, dat sommige kerkvaders het woord Paseri ten onrechte hadden afgeleid van het griekse woord „pascheir", dat lijden betekent. Zodoende wordt dit kerkelijk feest nog meer verbonden met het lijden van Christus.
Toch wordt in de vroege kerk langzaam maar zeker het Paasfeest het feest van de herdenking van Christus' opstandig. Maar de weken er aan vooraf staan geheel in het teken van het herdenken van Zijn lijden. Het vasten komt in zwang. In het begin alleen maar op de voorafgaande vrijdag en zaterdag of 40 uren, als gedachtenis aan de 40 uren, die de Heere in het graf geweest was. Later wordt het langer. In de 5e eeuw is het in Rome b.v. al 3 weken. In Griekenland, Palestina eri Alexandrië 40 dagen, naar de 40 dagen /van de verzoeking in de woestijn. De week voor Pasen wordt de Grote Week, met telkens godsdienstoefeningen. De donderdag wordt Witte Donderdag als herdenking aan de instelling van het Avondmaal. Goede Vrijdag wordt een heel strenge vastendag. De zaterdag wordt de Grote Sabbat. Dan worden de catechumenen gedoopt, dat zijn zij die zich op de belijdenis en doop hebben voorbereid. Tegen de avond komt men samen' voor de nachtelijke godsdienstoefening, met gemeenschappelijk bidden, het lezen van de wet, de profeten, de psalmen en het Evangelie en het vieren van het Avondmaal. Verder vindt plaats de wijding van het nieuwe vuur en het aansteken van de paaskaars. Uit een speciaal daarvoor bestemde steen wordt vuur geslagen en dit vuur wordt met hout igevoed. Dit heeft een treffende betekenis: uit de hoeksteen Christus is het licht der goddelijke heerlijkheid opgegaan. Onze Bonifatius kende deze gewoonte en het gebruik is lang gehandhaafd in de r.k. kerk. Met het vuur wordt eerst een triangel aangestoken, die weer wijst op de drieëenheid. Met dat de triangel brandt roepen de priesters „Het licht van Christus", waarop de gemeente antwoordt met „Gode zij dank". Dan wordt de paaskaars aangestoken. Nu die mocht er zijn. Vaak zo'n 30 tot 50 kilo!
De Heere is waarlijk opgestaan!
Als eindelijk de paasdag aanbreekt barst een blij gejuich los, als begroeting van „de grote dag", „de koningin der dagen, het feest der feesten, zoveel schoner dan alle andere, als de zon heerlijker is dan de sterren", aldus Gregorius van Naziane, een kerkvader uit de 4e eeuw.
Ook buiten de kerk laait de feestvreugde op. Er wordt geroffeld op pauken enj trommels. In latere eeuwen worden de klokken geluid. De mensen haasten zich uitl kerken en huizen naar buiten en zij begroeten elkaar met de broederkus en de be-j kende triomfkreet: „De Heere is waarlijk opgestaan". Het is in en buiten de kerkl werkelijk een groot, spontaan en blij feest. Rijken gedenken' de armen met giftenl en maaltijden en slaven worden soms vrijgelaten.
Jammer dat het Paasfeest later een veel wereldser karakter krijgt. De hartelijke! paasvreugde raakt weg en om de vrolijkheid nog wat op te wekken, voeren del priesters paaskluchten op. De kroniekschrijvers uit de Middeleeuwen .melden ons maar al te veel van losbandigheid en zedeloosheid, vooral op de 3 paasdagen. | Zodoende begrijpen wij wel, dat de reformatoren voor kerkelijke feesten niet zJ veel ruimte laten. De 3 feestdagen, Pasen, Pinksteren en Kerstfeest, worden uit-l sluitend op zondag gehouden. Van een viering van de 2e feestdagen en Hemelvaarts-I dag is geen sprake. In navolging van hen is er ook nl bij de kerken van de gerefor-l meerde traditie geen bijzondere paasritus. Dat ligt wel heel anders bij de Angli-i kaanse Kerk. Deze is in haar belijdenis gereformeerd, maar wat liturgie betreft is eJ veel dat herinnert aan de roomskatholieke traditie. In de „high church", het deel van de Anglikaanse Kerk dat veel nadruk legt op de liturgie, worden de oude ge-I bruiken van de Grote Week en Pasen zelf voor een' belangrijk deel nog in ere gehou-1 den. Dan is het b.v. op Goede Vrijdag practisch de gehele dag kerk. Een bepaald« dienst kan dan ongeveer 4 uur duren!
De liturgie van de Oosters Orthdoxe Kerk herinnert ons nog het meeste aan hel Paasfeest uit de vroege kerk. Daar lijkt het alsof de tijd heeft stilgestaan. Een enkel citaat uit het boék „Het schoone Pascha" van P. Hendrix kan dit duidelijk makerl De auteur beschrijft de kerkdienst van de Paasnacht, de overgang van de zaterdagl nacht in de paasmorgen. „Vader Nikolaj is met de ikon en een bos bloemen door dl „Koninklijke Poort" tot vóór het altaar getreden. De ikon praalt nu op het altaar naasB het geweldige evangelieboek.
Dan spreekt hij tot ons allen weer voor het eerst de oude Paasgroet: „Christos wos
kresse!” Christus is opgestaan en terstond daarop aller antwoord: „Woistinoe woskresse" Hij is waarlijk opgestaan!
Dan volgt het eindeloos elkander kussen' en omhelzen. Totaal onbekenden komen naar mij toe en kussen en omhelzen mij. Wij kunnen het niet genoeg zeggen en heel de kerk dóór klinkt het, de ene begroeting: Christus is opgestaan! — Hij is waarlijk opgestaan! Dit is weer de grote verbroedering in de Paasnacht. Het koor is intussen begonnen de jubelende Paascanon van Joihannes Damascenus te zingen. Het is telkens weer: Pascha, Pascha, er komt geen eind aan de jubel van Pasen.”
Pasen 1938. Echt niet zo lang geleden, maar als je het leest lijkt het wel een weergave van het Paasfeest uit de vroege kerk. Tegelijkertijd voelen wij dat dit voor ons eert andere wereld is, waar wij wel informatie over krijgen maar waar wij geen gemeenschap mee hebben. Het is interessant om er kennis van te hemen en men komt onwillekeurig onder de indruk van de uitgebreide liturgie en van de intense belangstelling waarmee de eenvoudige gelovige deze volgt. Toch gaat daar ver bovenuit de eredienst van een Thomas met 'het „Mijn Heere en mij God" en die van een Paulus met het „En ten laatste van allen is Hij aan mij verschenen”.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 april 1976
Daniel | 16 Pagina's