INTERVIEW MET DE NIEUWE SEKTIE VOORZITTER Ds. A. ELSHOUT
Om jullie een indruk te geven wie onze nieuwe sektievoorzitter is, bezocht ik enige tijd geleden de pastorie van de Gereformeerde Gemeente te Slikkerveer. Ik mocht daar een interessant gesprek hebben met ds. Elshout over het jeugdwerk in onze gemeenten. Enkele momentopnamen hiervan wil ik jullie doorgeven.
Dominee, heeft U voor U predikant was, ook contacten gehad met het jeugdwerk?
Nou ja, het is eigenlijk op zichzelf een beetje wonderlijk verhaal, hoe ik tot het verengingsleven gekomen ben. Eigenlijk ben ik niet met de jeugdvereniging groot geworden. Min of meer had ik er een soort afkeer van. Ik meende, dat het een kweekplaats was voor eigenwijze mensen', en als zodanig heb ik mij er nooit mee bemoeid. Totdat ik eens een keer zomaar zat te denken over al die bezwaren die ik tegen de jeugdvereniging in het algemeen had. Ja, toen kwam ik tot de konklusie, dat als ik dan zoveel bezwaren zag, het ook op mijn weg lag om te trachten het goede ervan te stimuleren en die bezwaren zoveel mogelijk weg te nemen. Tot die ontdekking
kwam ik op een zondagmiddag en 's maandagsavonds werd ik 'bezocht door enkele jonge mensen. Zij vroegen of ik voorzitter van de jongelingsvereniging wilde worden. Dat was in Rotterdam-Zuid. Je begrijpt, dat ik na de belevernis van de vorige dag geen. nee gezegd heb. Zo ben ik bij het verenigingsleven betrokken geraakt.
Heeft de jeugdvereniging ook iets in Uw leven betekend?
Ja in deze zin, dat ik geleerd heb jonge mensen te begrijpen en met jonge mensen te praten op een niveau, dat het hunne was. Wat dat betreft heeft het veel betekend voor mijn ambtelijk werk. Ik leerde de problemen te benaderen op een voor de jeugd begrijpelijke wijze. Als voorzitter van de —16 sektie (1957-1967) werd ik vooral met de problemen, van deze leeftijdsgroep geconfronteerd. Ook dat heeft mijn leven beinvloed.
Wat ziet U als taak voor de jeugdvereniging in ons kerkelijk leven?
Dat is, dat jonge mensen via het verenigingswerk zien, dat ook anderen met de zelfde problemen: te worstelen hebben als zijzelf. Het is op zich al een bemoedigend iets, te merken niet alleen met problemen te lopen en dat door onderlinge gesprekken getracht wordt eikaar tot steun te zijn in de strijd bij het volwassen worden. Op de vereniging moet men proberen door behandeling van bepaalde onderwerpen zich te verdiepen o.a. in de leerstukken. Door bespreking van die referaten kan er meer waardering komen voor onze belijdenisgeschriften en de wijze van prediking, zoals die in onze gemeenten' gevonden wordt.
Volgens U is er bij de jongelui enige onderwaardering van de Gereformeerde prediking?
Ik geloof van wel. Verschillende jonge mensen hebben het nogal eens moeilijk met de prediking, zoals ze onder ons gebracht wordt. Ze hebben vaak het gevoel, dat ze te ver van de werkelijkheid afstaat.
U hebt enkele jaren de gemeente in Amerika gediend. Kunt U in het kort onze lezers iets vertellen over het verenigingsleven daar?
In het algemeen zou ik zeggen, dat de begeleiding van de jongeren in Holland beter is, dan in Amerika, omdat het jeugdwerk in Amerika en' Canada van jongere datum is, dan hier. De organisatie is wat moeilijk, vooral door de grote afstanden. Er is een verenigingsleven, maar ja, dat is heel sterk verschillend van de ene plaats tot de andere. In mijn vorige gemeente, Kalamazoo, waren verschillende verenigingen, en ik moet zeggen, dat ik daar veel geleerd heb. Niet alleen, wat de taal betrof, maar ook wat betreft de wijze, waarop de onderwerpen benaderd werden, is deze vereniging mij tot nut geweest. Zij ging erg diep en interisief in op de diverse problemen. Ook landelijk is men iets aan het organiseren. Wijlen ds. Zwerus is de grondlegger geweest van een zogenaamde bondsdag in Canada. Aan de organisatie daarvan heb ik meegemerkt. In verband met de afstanden heeft men thans ook in Amerika 2 Bondsdagen. De predikanten in Amerika en Canada doen wat in hun vermogen is om het verenigingsleven te stimuleren.
Dominee, we zijn bijna aan het einde van ons gesprek. Heeft U nog een boodschap, die U de leden van onze verenigingen wil meegeven?
Ja, een bepaalde boodschap, dan zou ik denken aan hetgeen Paulus aan Timotheüs schreef: „Bewaar het pand u toebetrouwt" en zoals hij op een andere plaats zegt: „Vliedt de begeerlijkheden der jonkheid; en jaag naar rechtvaardigheid, geloof, liefde, vrede." Ik voor mij hoop, dat we ons met elkaar werkelijk intensief zullen bezig houden met die dingen, die tot werkelijke verdieping van de leer leiden en tot de oplossing van allerlei vragen. Maar bovenal, dat het werk op de verenigingen mee mag helpen aan de oplossing van de grote vragen voor ieder persoonlijk: „Hoe komt God aan Zijn eer" en „Hoe krijg ik een genadig God? ”
We zeggen dominee Elshout vriendelijk dank voor het toegestane gesprek en wensen hem namens alle lezers van Daniël veel wijsheid en kracht toe in zijn nieuwe taak als sektievoorzitter.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 april 1976
Daniel | 16 Pagina's