JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

HET WONDER IN ESKIMOLAND

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HET WONDER IN ESKIMOLAND

PAASVERHAAL

11 minuten leestijd

Na een lange tocht had de zendeling het land van de Eskimo's bereikt. De walvisvaarder die hem tussen, ijsbergen en ijsschotsen had gebracht, zette hem aan wal. Wat /reemd en onwennig had hij rondgekeken in het land van sneeuw en ijs, van zeevonden, ijsberen en walrussen.

Al spoedig was hij goede vrienden met de bewoners van het land, die in hun dikke jsbeervellen zijn grote hut opzochten, om te luisteren naar het verhaal van de ieere Jezus.

De kinderen waren eerst wat bang voor hem geweest. Schuw keken ze hem aan eri iepen weg als hij hen wilde aanhalen!. iMaar langzamerhand waren ze zijn kleine Tiendjes geworden. Hij lachte tegen hen en maakte grapjes.

Vat waren de mannen en vrouwen nieuwsgierig geweest, wat die vreemde toch kwam oen! Was hij een koopman die huiden wilde kopen' of vlees? najoe, een van hen, vroeg ernaar.

Wil je huiden kopen, vreemdeling? ”

Maar lachend schudde de zendeling zijn hoofd.

Ik kom je wat brengen, man!”

Bindsdien kwamen de Eskimo's in de pasgebouwde hut van de vreemdeling.

Dat is nu alweer een hele tijd geleden, en nog steeds vertelt de zendeling elke avond lan de Heere Jezus. Graag luisteren de Eskimo's naar hem. Maar Inajoe komt niet. Biajoe moet van die verhalen niets hebben'. Daar vertelt me die man van een Heiland, lie zieken beter kan maken, doden opwekt en wonderen doet! Daar lacht Inapoe wat Bm. Die zendeling kan hem nog veel meer vertellen!

Op een dag komt de zendeling Inajoe opzoeken. De Eskimo zit in een hoek van zijn But. Hij kijkt naar de zendeling. Als die hem iets vraagt, geeft hij haast geen antwoord.

Hij gromt maar wat.

En als hij wil gaan vertellen van de Heiland, die voor zondaars op aarde kwam, dan stuift hij plotseling op:

„’k Heb niets met u te maken, niets! Weet u wanneer ik dat zal geloven? Als ik een wonder zie, met mijn eigen ogen. En nou moet u gaan, direct!”

In de ogen van Inajoe flikkert de haat. Het is niet de haat tegen de vreemdeling, het is de haat tegen de onbekende God. Hij balt zijn vuist en hard zegt hij: „Als u nog eenmaal een voet in mijn hut zet, dan steek ik u overhoop.”

Hij grijpt naar zijn speer, die trilt in zijn hand.

Bedroefd gaat de zendeling weg. De sneeuw kraakt onder zijn voeten. Hij merkt het niet. Boven hem fonkelen de sterren. Hij ziet het niet. Hij denkt alleen maar aan Inajoe, die zo in opstand komt.

Zacht bidt hij:

„O, God, wil Inajoe een wonder laten zien, opdat hij in U mag geloven." In enkele weken komt de zendeling niet bij Inajoe. Niet omdat hij bang is, maar hij wil hem niet boos maken. Hij wacht rustig af.

Het wordt Pasen.

De zendeling wil een mooi Paasfeest maken voor de Eskimo's.

Hij zoekt kralen en platen uit een kist die hij heeft meegebracht.

Als het middag wordt zal de zendelingvertellen van Jezus, die gestorven is en opgestaan uit het graf.

Eén ding is jammer: Inajoe zal niet komen, want Inajoe wil er niets van weten'. Daar denkt de zendeling aan als hij het Paasfeest voorbereidt.

Buiten loeit de storm; die giert over ijsvlakten en jaagt de sneeuw hoog op. Bulderend gaat hij om de hutten van de Eskimo's en jaagt door de toppen van de donkere dennen. Maar in de middag komen de mannen en vrouwen in de grote hut van de zendeling. Dwars door de storm heen, in hun dikke kleren van ijsberen vel.

De zendeling is nog even naar een zieke gegaan, maar hij zal direct komen. Ondertussen zitten de mannen en vrouwen rustig bij elkaar en luisteren naar het bulderen van de storm. En ze zeggen: „Wie nu nog ver van huis is, komt nooit meer terug, nooit meer!”

De zendeling blijft lang weg. De mensen begrijpen het niet. Maar plotseling staat hij daar. Aan zijn bleek gezicht zien zij dadelijk, dat er wat bijzonders gebeurd is. Zijn handen trillen.

Hijgend zegt hij: „Hebben jullie 't al gehoord? De kleine Inajoe is weg!" „Weg? " vragen de mensen.

„Ja, weg. Vanmorgen is hij het sneeuwveld opgegaan en niet teruggekeerd. Zijn vader heeft hem overal gezocht. Hij is nergens te vinden.”

Het is doodstil onder de mensen. Allen begrijpen hoe erg het is.

Inajoe en zijn vrouw hebben maar één kind, een jongen. En nu is hij weg. Overvallen door de gierende storm. Nu keert hij misschien nooit terug! Met verschrikte ogen kijken de mensen' naar de zendeling.

Wat zal hij doen?

Moet nu het Paasfeest beginnen terwijli Inajoe, de vader van de jongen, in zijn hut de handen wringt van angst?

Zij fluisteren samen, de hoofden dichtbij elkaar. En de vraag leeft in hun ogen: Helpen? Och, wie kan nu helpen, I in deze vreselijke storm? En waar moetl je zoeken?

Nog altijd staat de zendeling voor henJ Maar hij ziet hen niet. Hij kijkt strak! voor zich uit.

Het is of hij door de muur van de hui heen kan zien'. Hij ziet in gedachten da kleine jongen liggen in de sneeuw. Dfl sneewstorm jaagt om hem heen. Lang-I zaam hoopt de sneeuw zich op over hel lijfje van de kleine jongen. En de zen-I deling weet: Morgen is de kleine Inal joe dood! 'Maar dan gaat zijn blik oml hoog. Door het gat in de hut ziet hil de donkere wolken jagen langs de hel mei. Hoog boven de wolken woont Goc! Hij alleen kan helpen. Uit zijn hart stijg! het gebed op:

„O, God, bewaar de kleine jongen." I Dan wendt hij zich tot de wachtend! mensen.

Moet hij nu Paasfeest vieren? Nu? hB kan het niet.

Opeen's is zijn besluit genomen.

„Mensen, ” zegt hij, de Heere Jezus wl dat wij elkaar helpen. Wie gaat mee cjH de kleine jongen te zoeken? ”

Het blijft stil, niemand antwoordt. • „Nu, wie? " vraagt de zendeling m« nadruk.

Dan staat een der mannen op.

„Wij houden allemaal veel van u, " zeB hij. „Wij willen ook wel wat voor I doen. Maar wat u nu vraagt is onmogB lijk. Dat kan niet. Niemand kan in deB storm over het sneeuwveld gaan. WB nu zoeken gaat, zal zelf verongelukkeH of hij wordt door ijsberen of wolve

verscheurd. Het kan niet. Morgen, misschien ....”

Hij gaat weer zitten.

Een ogenblik aarzelt de zendeling. Hebben deze mensen eigenlijk geen gelijk? Het kan toch immers niet? Maar een stem in zijn hart zegt: Met God kun je alles. En dan is zijn besluit genomen. Hij zal alleen gaan. Hij grijpt zijn geweer en zegt:

„Morgen is het te laat. Dan ga ik alleen." Even later stapt de zendeling de hut van vader Inajoe binnen. Als een gebroken' man zit Inajoe in een hoek van de hut, dichtbij zijn vrouw. Hij is juist van een vergeefse tocht teruggekomen. Hij heeft geroepen tegen de bulderende storm in: „Inajoe!" Maar er kwam geen antwoord.

Nu zit hij moedeloos neer. Zijn vrouw huilt en hij kan haar niet troosten. Hij kan zelf ook wel huilen. Nu moet hij wachten tot morgen, tot de storm is uitgeraasd. Maar morgen is zijn kind dood. Niet een van de buren zal nu mee gaan moeken. Zijn beste vriend zal zeggen:

Het kan niet.”

najoe weet dat, en ze hebben gelijk. Dan hoort hij iemand lopen'. Zou dat nisschien ? Maar het is zijn jongen liet. Het is de zendeling.

En plots, in zijn groot verdriet, stuift le Eskimo op. Ook dat nog. De zendeing die met hem praten wil over zijn j-od. Dat nooit!

Weg met die man! Zijn hut uit! Hij wil liet luisteren. Nu niet en nooit! Daar taat hij. Eenmaal heeft Inajoe gezegd, lat hij hem zal doodsteken als hij weer en voet in zijn hut zette.

Een grote haat groeit er in het hart an de Eskimo. Eén ogenblik vergeet ij zijn kind.

Weg met die man. Dood zal hij!

Hij springt op en grijpt zijn speer. Met vee stappen is hij bij de zendeling, ijn stem slaat over van haat. Vermoorden zal ik je!”

Jaar onbewogen staat daar de zendeng. En hij glimlacht zo rustig, alsof hij iet vlak in de dood kijkt. Hij zegt: Vacht daar nog even mee, Inajoe. We ian eerst samen je jongen zoeken." Vat ? " hakkelt de Eskimo. Zijn opheven speer zakt. „Wat? " wil deze •eemdeling hem helpen? Hij begrijpt it niet. Hij kan niets terugzeggen. Er > m.t in z'n hart zo'n warm gevoel. Geen iren, geen vrienden. Maar een vreemtling! En waarom?

Kom, ” zegt de zendeling, „span de honden voor de slee." En nog begrijpt Inajoe het niet. Maar als werktuigelijk doet hij wat de zendeling zegt. Er is nieuwe hoop in zijn hart gekomen. Er wordt niet veel gesproken tussen de mannen. Het is gaan hagelen en de scherpe stenen snijden' hun in het gezicht. Diep trekken ze de mutsen over de ogen.

Inajoe spoort de honden aan met zijn knallende zweep en dan gaat het in vliegende vaart de sneeuwvelden op.

Kris kras kruisen ze over het veld. In de schemering van de vallende avond doemt plotseling een dennebos op.

Zo nu en dan zetten de mannen de hand aan de mond en roepen: „Inajoe!”

Maar er komt geen antwoord. Met nieuwe woede gaat de storm gierend over het land. Hun adem wordt bijna afgesneden, een ijzige koude bevangt hun leden.

De honden trekken met moeite de slee tegen de storm op. Weer zwenken ze. Steeds verder raken ze van het dorp af. Hun roep schalt over de sneeuwvelden, kaatst terug tegen het dennenbos.

Het wordt later en later. Moedeloos zit Inajoe op de slee. „Het is hopeloos, " denkt hij. Nooit zal hij zijn jongen terugzien. Toch, in al zijn droefheid, voelt hij zich vreemd gelukkig, dat daar de vreemdeling naast hem zit, zwijgend. „Het is toch een kerel, " denkt Inajoe. Een half uur, een uur gaat voorbij. Het wordt avond. Gelukkig neemt de storm af.

Dan — ineens — laat Inajoe de honden stilstaan.

Hoorde hij iets?

Ook de zendeling meent iets gehoord te hebben. Beiden spitsen de oren. En dan, van heel ver, boven de wind uit, horen ze vaag een jongenssteen: „Vader, vader!”

„Daar!” schreeuwt Inajoe, en hij grijpt de zweep en drijft de doodvermoeide dieren aan tot het uiterste.

„Inajoe, ik kom!" schreeuwt hij. Een grote vreugde doortrilt hem. Hij leeft! Zijn jongen leeft!

En voort jaagt hij. Als een pijl uit de boog schiet de slee voort in de richting van het geluid.

Ineens zien ze de jongen.

Een kleine figuur op een eindeloze vlakte. Ze zien hem, struikelend, vallend, nader rennen. Maar ze zien nog meer! Achter de jongen draaft een grote, geelwitte ijsbeer. Zijn rode tong hangt uit de bek. En met ontzetting zien de beide

mannen, hoe de afstand tussen de angstige jongen en het hongerige dier steeds kleiner wordt.

De vader is als verlamd. Hij weet niet wat te doen.

Zal hij dan toch zijn jongen moeten' verliezen?

Daar valt de kleine Inajoe. En met enkele sprongen is het dier valk bij hem. Straks zal hij zijn kop buigen, en De vader wendt het hoofd af om dat vreselijke niet te zien. Hij kan zijn jongen niet helpen. Niemand kan helpen. Een angstschreeuw ontsnapt hem. Maar dan........!

Met één ruk trekt de zendeling het geweer van zijn schouder, hij richt... een scherpe knal.......!

De grote ijsbeer richt zich op. Zijn poten slaan vreemd door de lucht, dan valt hij neer: een geelachtige vlek op de witte sneeuw. Dood!

Even later sluit de vader de kleine Inajoe in zijn armen.

Achter hem ligt de grote beer. loopt uit zijn kop.

Het is avond.

De Eskimo's wachten op de zendeling. Ze wachten heel lang.

Dan horen ze voetstappen. Even later komt de zendeling binnen en achter hem vader Inajoe.

Hij vertelt met stralende ogen van de moeilijke tocht en van de grote beer die zijn jongen bijna had verscheurd. „ l Maar de zendeling heeft mijn jongen gered, " zegt hij met trillende stem: „Het is een wonder.”

De zendeling draait zich om en kijkt Inajoe diep in de ogen. Dan zegt hij langzaam:

„Ik heb de jongen niet gered, vader Inajoe. Dat heeft God gedaan.”

Vader Inajoe buigt het hoofd en zegt: „Vertel me meer van God, meneer. En van Zijn Zoon die voor slechte mensen Zijn leven over had. Ik wil graag luisteren.”

Het werd een mooi Paasfeest in dat land van sneeuw en ijs.

En vader Inajoe begon iets te begrijpen van de liefde van Hem, die eenmaal de dood overwonnen had.

Met toestemming van de uitgever overgenomen uit:15 Paasverhalen, Uitg. J. N. Voorhoeve, Den Haag.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 april 1976

Daniel | 16 Pagina's

HET WONDER IN ESKIMOLAND

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 april 1976

Daniel | 16 Pagina's