EEN TEHUIS VOOR SCHIPPERSKINDEREN
Aan de Maria Montessorilaan in Dordrecht staat een groot gebouw van vijf etages — het nieuwe schippersinternaat „Eben-Haëzer". Hoewel het nog niet helemaal klaar is, wonen de schipperskinderen er toch al. De eerste helft van dit schooljaar „kampeerden" ze (volgens de adjunkt-direktrice) tijdelijk in enkele flats. Maar gelukkig kon na de kerstvakantie het nieuwe internaat betrokken worden. Laten we er eens een kijkje gaan nemen!
Het is zeven uur in de avond en dus al donker. Even moet ik op het terrein — dat nog echt bouwterrein is — zoeken naar de ingang. Maar het lukt me binnen te kernen zonder dat ik „tussen wal en schip" raak. Daar word ik ontvangen door de adjunkt-directrice Mej. Bep van der Pol (een goede bekende voor de jeugdbond!) „Laten we eerst maar even naar de stuurhut gaan, " zegt ze. En als ik dan wat verwonderd kijk, lacht ze: „Ja, we hebben de afdelingen hier namen gegeven voor de gezelligheid. Terwijl we de trappen op lopen maakt ze me wat wijzer over de hele gang van zaken. Er blijken drie groepen te zijn. Iedere groep bewoont een etage en' heeft daar een eigen keukentje, eet-, speel-en woongedeelte. Verder zijn er natuurlijk de slaapkamers en de wasruimtes.
„Zo!" 'zegt ze dan en opent een deur die op een lange gang uitkomt .„We zijn er!"
De Stuurhut
Ja, en dan vallen we daar precies met onze neus in de boter, of liever gezegd in de bowl, want er is een verjaardag. Er hangen fleurige slingers en wel twintig kinderen krioelen op kousevoeten door elkaar. Bep vertelt, dat ik een zus ben van juffrouw Dingena (mijn zus werkt hier als groepsleidster), dus niemand vindt het vreemd dat ik eens een kijkje kom nemen. We worden onmiddellijk opgenomen in de algemene pret: „De juffrouw gaat een spelletje doen!"
Juffrouw Trijnie neemt een sinaasappel van de fruitschaal en vertelt dat ze die aan el-
kaar door moeten geven. „Maar niet gewoon, hoor! Onder de kin!"
Het lukt natuurlijk bijna niemand, maar dat kan de feestvreugde alleen maar verhogen. Ondertussen kijk ik het kringetje eens rond. Er zijn grote meisjes bij, die al een jaar of veertien moeten zijn en ook hele kleintjes van een jaar df zes.
Tjonge, dat moet toch niet meevallen. Hoe inspannend is zo'n eerste schooljaar al niet en als je dan neg naar zo'n vreemd internaat moet De sinaasappel is rond en nu is „kontakt" aan de beurt. Meneer Van der Heiden, de direkteur van het internaat doet ook mee. Hij is met z'n vrouw ook op verjaardagsvisite. Bep en ik maken even een praatje met de jarige. Hij heet Johan vertelt hij en hij is zeven jaar geworden. Wat verlegen staat hij voor ons.
„En wat heb je allemaal gekregen, Jchan? " „Kijk!" Hij draait twee smoezelige knuisten om en om. Ze zitten vol blauwe inktvlekken. „Stempels! En nog een kegelspel en kaarten natuurlijk "
— „Vind je het niet vervelend, Johan, dat je vader en moeder er niet zijn? " Hij schudt z'n hoofd en kijkt me even verbaasd aan of hij zeggen wil: Ben ik immers allang aan gewend
— „Waar zijn ze eigenlijk? "
„Ze liggen in Rotterdam of ergens anders " Hij haalt niet-wetend één schouder op. Rotterdam is vcor hem waarschijnlijk al héél ver. Maar één ding weet hij wel eni glunder zegt hij 't: „Morgen |ga 'k aan boord "
't Vooronder
Op de eerste verdieping in het Vooronder is het heel wat rustiger, 't Is er gezellig. Er hangen tekeningen en platen op, er zijn planten en er branden schemerlampjes. Behalve de leidsters zijn er maar twee meisjes: Corien en Geertje. Corien zit te lezen en Geertje zit met een koptelefoon op achter het orgel. Ze zien er uit alsof ze 't prima naar hun zin hebben hier. En blijkt ook zo te zijn als ik er naar vraag. — „Hebben jullie een leuke groep, Corien? "
„Ja. Er zijn nog meer meisjes van onze leeftijd. Die zijn nu naar zang. Ik had te veel huiswerk, " vertelt ze (ze zitten allebei op de Mavo). — , , Ben je wel eens meer op een internaat geweest? "
„Nee, wel in een kosthuis met zeventien kinderen. Maar daar had ik steeds ruzie. — „Hier niet dus? "
Ze lacht. Geertje en ik hebben hier samen een kamertje. Dat is erg gezellig? " — „Hoe vind je de zondag hier? "
„O, net zo als thuis ongeveer. Maar ik ben vaak aan boord in 't weekend." — „Gelukkig maar dan, " zeg ik. Want zo langzamerhand begin ik wel te merken dat „aan boord" in het internaat een magische uitdrukking is!
De Roef
Nu dus nog één verdieping, de Roef. Daar vouwt juffrouw Ada nog even wat wasgoed weg en juffrouw Margé komt net terug van een jongensslaapkamer. — „Wat voor opleiding hebben jullie voor dit werk, Ada en Margé? "
Beiden hebben Inas. „Maar dat is niet verplicht, hoor, " zegt Margé. „Er wordt wél gekeken of je geschikt bent vcor dit werk.
— „Wat houdt het werk eigenlijk in? Wat doe je nu zo op één dag? " Samen vertellen ze, elkaar aanvullend, , , 's Morgens helpen we de kleintjes met wassen en de meisjes met haren kammen. Met de kleintjes doen we het morgengebedje gezamenlijk, de groten doen. het voor zichzelf. Na het ontbijt vertrekken de kinderen naar school. Wij gaan dan het huishoudelijke werk opknappen. Tussen de middageten we brood en 's middags druppen ze langzaam weer binnen."
— „Ja, en dan wordt het natuurlijk druk, hè, als ze er allemaal zijn."
„Nou, dat valt wel mee, hoor. Ze gaan huiswerk maken of spelen. Soms vervelen ze zich wel eens en dan deen we een spelletje of wat handen arbeid, 's Avonds eten we dus warm. Cm zeven uur gaan de kleinsten naar bed. We lezen hen altijd voor uit de kinderbijbel. Als de groten naar bed gaan, lezen ze voor zichzelf."
— „Vind je het nooit moeilijk? " „O ja hoor, er zijn wel eens problemen, " antwoordt Ada. Met een kind of zo. Maar meestal lost het zich vanzelf op. En we overleggen veel met meneer Van der Heiden. We moeten ook altijd een rapportje schrijven."
— „Geeft het werk je veel voldoening? "
Ze knikken allebei heftig. „De kinderen gaan aan je hechten. Vooral van de kleintjes merk je dat goed. Het is fijn werk!"
Nog een vraaggesprek
Op de bovenste verdieping is tijdelijk het kantoor ingericht (als alles klaar is, zal dat op de begane grond komen). Achter de tafel vol paperassen zit meneer Van der Heiden. Graag willen we hem, als de direkteur van het internaat, een paar vragen stellen.
Meneer Van der Heiden, , hoe is dit internaat eigenlijk tot stand gekomen?
Het is wat moeilijk één bepaalde initiatiefnemer aan te wijzen. Ds. A. Verhagen en ouderling G. Sterk uit Dordrecht hebben destijds wel de eerste aanzet gegeven. De eerste officiële vergadering werd gehouden op 1 juni 1966 (onder leiding van Ds. Verhagen). Ook de huidige voorzitter, Ds. A. F. Honkoop, was toen al bij dit werk betrokken. Later — vanaf 1966 — hebben vooral Ds. D. Hakkenberg en ouderling J. Kattenberg uit Dordrecht zich beijverd het gestelde doel te bereiken.
Was het niet erg kostbaar om eerst nog flats te betrekken?
Nou, bijna alles is gesubsidieerd, dus
dat viel wel mee. En we hebben alles zo uitgedokterd, dat we het hier ook weer kunnen gebruiken.
Gp hoeveel kinderen is het internaat berekend?
Op 144 kinderen. Nu zijn er nog maar 48, maar volgens de inschrijvingen zullen er met het nieuwe schooljaar 90 zijn. We verwachten dat het internaat binnen twee jaar vol zal zijn, want er zijn veel jonge schippersgezinnen.
Welke leeftijd hebben de kinderen? Kunnen er ook kinderen van andere kerkgenootschappen geplaatst worden?
Er zijn kinderen van zes jaar tot aan het einde van de leerplicht. Ze komen uit de Gereformeerde gezindte. Plaatsing geschiedt naar volgorde van aanmelding. Als het internaat vol is, genieten de kinderen van ouders waarvan reeds een of meer kinderen in het internaat zijn voorrang.
U hebt hier met de leidsters een gezinsvervangende taak. Is dat niet moeilijk?
Inderdaad is dat moeilijk. Een moeder bijvoorbeeld is nooit te vervangen. Maar we doen ons uiterste best de kinderen een thuis te geven. „Geef ze liefde en aandacht, " zeggen we altijd tegen de leidsters. „Zing eens met ze of bid met ze. Geef ze een nachtzoen als ze nog klein zijn."
Hoe groot zijn de groepen en hoe worden die samengesteld?
Er zitten zestien tot achttien kinderen in één groep. Het samenstellen van zo'n groep is een hele puzzel. De broertjes en' zusjes komen bij elkaar en verder is het natuurlijk gezellig als ze in de groep cok een vriendje of een vriendinnetje hebben. De leeftijd varieert van zes tot zestien.
Gaan de kinderen vaak aan boord? Hoe brengt u de zondag door met de overige kinderen?
Meestal kunnen ze om de veertien dagen aan boord. Dat wordt ook gestimuleerd. Het blijven de ouders! De zondag brengen we zoveel mogelijk door als we dat thuis gewend zijn. Twee keer naar de kerk natuurlijk en verder wordt er veel gelezen en worden er veel puzzels opgelost uit de kerkbladen en er wordt gezongen bij het orgel. Het probleem is wel eens wat mag en niet mag en wat nét wel en nét niet mag.
Bestaat de mogelijkheid niet dat de kinderen ondanks alle goede zorgen toch wat van het leven aan boord gaan vervreemden?
Geluikkig heeft het „naar boord gaan" een geweldige aantrekkingskracht. Vele keren komen ze vrijdags vragen of er „al gebeld is". Natuurlijk zijn er op het internaat wel eens andere gewoontes dan aan boord. Maar vervreemden daar kan ik niet zoveel van merken.
Hebt u tot slot nog iets toe te voegen of op te merken?
Onze hoop en ons streven is iets voor deze kinderen te betekenen om er een vader en moeder voor te zijn. Het grootste is natuurlijk als ons werk zou mogen dienen tot eeuwig zieleheil van de kinderen. Dat ze dus niet alleen maatschappelijk gevormd worden, maar ook geestelijk — in de ware zin van het woord.
Hartelijk dank, meneer Van der Heiden, voor uw medewerking aan de totstandkoming van dit artikel. We wensen u en' uw vrouw, Bep en de leidsters veel sterkte bij het werk. In alle opzichten: een goede vaart!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 februari 1976
Daniel | 22 Pagina's