JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

4 minuten leestijd

Indien wij alleen in dit leven op Christus zijn hopende, zo zijn wij de ellendigste van alle mensen. (1 Korinthe 15 : 19)

Er waren christenen in de gemeente van Korinthe die de opstanding der doden loochenden. Het stemt ons tot verwondering als wij daarover lezen dat Paulus deze mensen niet ten spoedigste met de ban afsnijdt maar hen gaat vermanen toch weder te keren tot het geloof, de heiligen overgeleverd.

Aanstonds begint hij te zeggen „mensen bedenkt toch de rampzalige gevolgen die dit zou hebben". Want wanneer er geen opstanding der doden is, dan is ook Christus niet opgestaan, en indien Christus niet is opgewekt, is onze prediking ijdel, ij del is dan ook uw geloof. Wij zijn dan valse getuigen. Maar ook zijn dan onze zonden niet verzoend. Verloren zijn dan ook die in Christus ontslapen zijn. Indien wij alleen in dit leven op Christus zijn hopende, zo zijn wij de ellendigste van alle mensen. Want als Christus niet is opgewekt, worden ook wij niet opgewekt. Dan hebben wij hier wel een hcop maar een hoop die nimmer vervuld wordt. Dan zijn wij mensen van wie gezegd kan worden: deze mensen hebben een hoop op Christus in dit leven, maar die hoop zal nooit werkelijkheid worden.

Als ik de tekst zo lees, leg ik de klemtoon op het woord „hopen". Dan betekent het dus: zij hopen' wel op Christus in dit leven, maar die hoop zal beschaamd worden. Dan zijn wij, gelijk wel eens van ons gezegd wordt, mensen die zich hier op aarde zo goed mogelijk in de situatie waarin zij verkeren schikken, met een zoethoudertje dat eens al hun ellende vergeten zal zijn. Zij dragen het kruis maar geduldig, doen niet mee met de revolutie, zijn tevreden in hun staat en troosten zich met een hoop in dit leven op Christus, maar werkelijkheid wordt zo iets ncoit.

Of, zoals sommigen de tekst lezen en' dan de nadruk leggen op cle woorden „dit leven", dan krijgt het de betekenis: die christenen hopen op Christus in dit leven. Zij hopen op Zijn hulp, Zijn vergevende liefde, Zijn bescherming, maar met de dood houdt het op. Ons inziens moet gekozen worden voor de eerste verklaring, want als er van Jezus niets na dit leven te verwachten is, is er ook niets van Hem in dit leven te verwachten. Dan zijn wij enkel mensen die hopen', maar meer niet. En dan met een hoop zoals alle kinderen der wereld hopen op een aanstaand geluk.

Wij voelen wel aan: dat zou vreselijk zijn, uitzichtloos, ja hopeloos. Maar driemaal gelukkig. Christus is opgestaan. Nu is de prediking zinvol want het is de bediening der verzoening. Nu is ook ons geloof niet ijdel. Nu zijn ook zij, die hopende op Christus gestorven zijn, zalig. En nu zijn wij niet de ellendigste van alle mensen.

Want Gods kinderen hebben een levende hoop op Christus. O, niet dat die hoop altijd functioneert. Niet altijd genieten zij hiervan en ervaren er de kracht van. Maar toch komt die hoop telkens weer op in hun dobberend leven. Als zij voor zichzelf schrikken, als het oordeel hen verschrikt, als de kracht der zonden in ihen ontdekt wordt, dan zoeken zij schuiling voor hun geslagen en moede ziel. Dan zoeken zij genade bij God in Christus. Dan is ons enig uitzicht op Hem. Onder de druk van dit zondig leven, in ziekte, in droefheid en rouw, waar zullen wij anders heengaan dan tot Hem die gezegd heeft: „Kom tot Mij o alle gij die vermoeid en belast zijt, en' Ik zal u rust geven". De mens buiten Christus heeft geen hoop. Geen levende hoep welke hem staande houdt in de verzoeking. Hij moet alles alleen afworstelen. Alleen in ziekte, alleen in rouw, alleen in de eenzaamheid, alleen in leven en alleen in sterven.

O grondleoze afgrond, geen levende hoop voor dit en voor het toekomende leven.

Maar nog is ihet niet te laat. Christus staat aan de deur van uw hart. Ook hierdoor roept Hij u toe: Ik heb geen lust in uw dood, o zondaar, maar in uw bekering en leven. Met de hoop cp Zijn barmhartigheid verduur ik alles wat mij hier treft, want Zijn trouw zal niet toelaten dat het kruis zwaarder wordt dan mijn kracht, door Hem verleend om het te dragen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 februari 1976

Daniel | 22 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 februari 1976

Daniel | 22 Pagina's