DE ONTSPANNINGS POLITIEK VAN HENRI K1SSINGER
In het volgende interview hcopt mr. L. M. J. Hage, leraar maatschappijleer aan de , .Driestar" ons iets duidelijk te maken over de politieke activiteiten van Henry Kissinger. We laten de heer Hage eerst graag zelf aan het woord:
Eerlijk gezegd ga ik wel met enige aarzeling in cp het verzoek van de redactie. Wie zich hieraan waagt, meet heel wat overhoop halen. Het komt neer op een rondblik in de verwarde wereldpolitiek en' clan. neig wel gezien door de bril van een politicus van het formaat van Kissinger. Wat biedt een beperkt beeld van die wereldpolitiek aan jongeren? Om, een beeld te gebruiken: als ik de wereld-politieke situatie vergelijk met een trein in volle vaart, dan zou je kunnen zeggen, dat deze nog wel in de rails blijft. Maar het traject is eindeloos lang en zonder duidelijk aanwijsbaar eindpunt. Bovendien zijn op dat onafzienbare traject zoveel wissels, bekende en onbekende, dat een ontsporing telkens mogelijk is. Heeft zo'n gesprek zin voor de lezers van Daniël?
W. Biidgen: Laat ik als antwoord op die vraag dit beeld overnemen en gelijk in die ttrein stappen met deze vraag: wat zijn de uitgangspunten van Kissingers politiek en wat wil hij daarmee bereiken?
Mr. Hage: Dus toch maar het gesprek starten? Als eerste uitgangspunt zou ik kunnen; noemen: het dringend advies aan de Amerikanen: de conflicten, die zich i: i de wereld telkens voordoen, niet als op zichzelf staande gebeurtenissen te zien. Dus een crisis in het Midden Oosten staat niet cp zichzelf, evenmin als de — gelukkig nu geëindigde — oorlog in Vietnam. Het zijn conflicten die zich telkens kunnen herhalen b.v. in Angola, of als Tito zou sterven zelfs in Joegoslavië. De Amerikanen moeten deze ccnflictenreeks, waaraan telkens nieuwe kunnen worden toegevoegd, zien in verband met de totale wereldsituatie.
W. Büdgen: Wat is dan kenmerkend volgens Kissinger voor deze wereldsituatie?
Mr. Hage: Kissinger vat het kenmerkende van deze situatie ongeveer zó samen: „We moeten beseffen, dat na de tweede wereldoorlog de oude wereldorde volledig in ontbinding verkeert. De wereld is stuurloos geworden, zij verkeert als geheel in een revolutionaire overgangssituatie". Kissinger, van huis uit historicus, voegt daar nog aan toe de waarschuwing, dat de geschiedenis leert, dat in het verleden dergelijke overgangssituaties zelden zonder uitbarstingen van geweld en grote catastrofes zijn geëindigd. Kissinger is dus bepaald geen optimist of idealist. Ik merk tussendoor nog even. cp, dat Kissinger zijn kijk op de politieke problemen al vóór 1966 heeft gepubliceerd onder de titel: „Amerikaanse buitenlandse politiek". Ik kom nog even terug op die overgangssituatie en die wereldorde in ontbinding. Daarmee bedoelt Kissinger de toestand in de wereld, die ontstaan is door 'net ineenstorten van het Britse wereldrijk. Daaran is die wereldomvattende „dekolonisatie" begonnen. De wereldkaart getuigt van het ontstaan van reeksen nieuwe naties, kort of zeer kort geleden zelfstandig geworden. Zij hebben nog 'geen politieke rust en evenwicht gevonden, nooh wat binnenlandse, noch wat buitenlandse politiek betreft. Denk maar
aan de toestand in Libanon, Angola, maar evengoed in India. Pakistan, Bangla-Desj en noem maar op. Even plotseling zijn de Verenigde Staten en de Sovjet Unie supermachten geworden'. Dat betekent, dat zij eigenlijk plotseling door hun geweldige macht als eenzame reuzen met hoofd en schouders boVen alle machten uitstelken, en elkaar daardoor in deze wereld vol beweging en verschuiving telkens ontmoeten als belanghebbende en daardoor als tegenstanders. Die nieuwe wereldsituatie kent nog nauwelijks min of meer afgebakende „invloedssferen", die door deze mogendheden gezamenlijk als zodanig worden aanvaard op grond van de politieke feiten — dus krachtsverhoudingen — of op grond van overeenkomsten.
W. Büdgen: Dat uitgangspunt van Kissinger madkt me wel nieuwsgierig naar zijn doelstellingen. Als de oorzaken voor de spanningen in de wereld voor een groot deel veroorzaakt worden door de chaos van de overgangssituatie, waarin zij verkeert, dan vraag ik me af, wat een politicus als Kissinger daaraan eigenlijk kan veranderen.
Mr. Hage: Daarmee komen we inderdaad tot de k: ern van de zaak. Kissinger gaat er inderdaad van uit, dat er geen uitgewerkte „blauwdruk" van de te voeren politiek kan worden opgesteld. Dus geen „bouwtekening" zoals een' architect maakt voor de bouw van b, v. een flatgebouw. Daarom heeft hij ook scherpe kritiek op de , wetenschappelijk" aanpak van de politiek, die in de jaren na de oorlog steeds meer „in" is geraakt in Amerika. U weet wel: een onbeperkt aantal „staven" laten we zeggen commissies: , van superdeskundigen verzamelen bergen van gegevens, computers trekken daaruit conclusies op grond waarvan beslissingen, moeten worden genomen. Dat maakt in de eerste plaats een president min of meer tot „slaaf" van deze wetenschappelijke buitenlandse politiek. Maar bovendien — en dat is haast nog erger .— wanneer met zo oneindig veel wetenschappelijke arbeid de politiek wordt opgebouwd, clan is ze in wezen — wanneer ze niet met de werkelijkheid overeenstemt — nauwelijks meer om te buigen, niet meer terug, te draaien. Dat heeft tot gevolg, dat de Amerikaanse politiek niet bewegelijk, niet wendbaar, niet — om een modern woord te gebruiken — „creatief" kan handelen. Vcor Kissinger is die bewegelijkheid van cle Amerikaanse politiek, vanuit zijn standpunt, een eerste eis, juist cmdat de wereldsituatie zo chaotisch en onherkenbaar is. Die wendbaarheid zoekt Kissinger, die deze theoretisch al geformuleerd had toen hij no; g hoogleraar was, thans inderdaad te verwezenlijken. Zijn China-politiek is daarvan het grote voorbeeld. Kissinger heeft van de groeiende spanning tussen' de Sovjet Unie en China gebruik gemaakt. Het resultaat was, dat daardoor een ingewikkeld politiek driehoeksspel mogelijk werd tussen de Verenigde Staten, de Sovjet Unie en China. Dat betekent wel - in beginsel - de mogelijkheid om meer beweging en variatie in de wereldpolitiek te brengen. Tot op dat ogenblik was de wereldpolitiek weinig anders dan één lange reeks van „geharnaste" ontmoetingen, die in de vorm van een „koude oorlog" tussen de beide superma ah ten Amerika en Rusland zich voltrok. Dit kan een nieuw hoofdstuk in de wereldpolitiek betekenen.
Maar laat ik tot samenvatting proberen te komen van Kissingrs doelstellingen. Geen „blauwdruk" dus. Ock geen politiek, die uitgaat van een veronderstelde „mentale" verandering bij de leiders van de Sovjet Unie. Dat vindt hij onwezenlijk, hij noemt dat een verwarring van politiek met psychotherapie. Maar wel het zceklen van een stabiel evenwicht in de wereld, dat gegrond is op macht. Met macht bedoelt Kissinger geen Amerikaans imperialisme, maar een politiek naar het voorbeeld van de Engelse evenwichtspolitiek van de vorige eeuw. Maar op de weg naar dat verre doel komen' naar zijn mening eerst de directe problemen aan de orde: de beperking van de bewapeningswedloop, dus vooral wat de productie en vervaardiging van steeds nieuwe typen betreft, dan de inmenging —interventie — door de Sovjet Unie in de „derde wereld" — denk nu b.v. aan Angola — en de con-
crete kwesties, die telkens de wereldvrede bedreigen, zoals de situatie in het Midden Oosten.
W. Büdgen: Maar ziet Kissinger wel voldoende het gevaar van de communistische politiek als politiek, die gedragen wordt door de onverzoenlijke wereldbeschouwing van het communisme
Mr. Hage: Kissinger is niet een tegenstander van het communisme zoals voorheen John Foster Dulles onder Eisenhower dat was. Deze verwierp het communisme principieel uit religieuze gronden. Kissinger ziet het als een speciale „structuur", waarin de Sovjet Unie haar politiek, gestalte geeft. Hij 'benadert het communisme dus veel killer en objectie ver. Maar dat wil niet zeggen, dat hij de risico's die het communisme als wereldbeschouwing in zich bergt, niet in zijn politieke berekening opneemt. Integendeel, voor hem — zo schrijft hij ergens — zijn de communistische leiders gevormd door de ideologie van het communisme. Zij menen de „wetten" der geschiedenis te kennen. Hun onderhandelen is voor hem daarom altijd gedragen door het beter-weten, n.1. dat de geschiedenis tenslotte de triomf van het communisme zal brengen. Twee werelden ontmoeten elkaar voortdurend in deze politieke confrontaties, die volkomen andere uitgangspunten hebben. Maar ook het communisme heeft een werkelijkheidszin, het weet waar de grenzen van zijn macht op een bepaald moment liggen. Kissinger levert dus een „slijtageslag". Zijn hoop .bestaat daarin, dat tenslotte een bepaalde, door beide partijen aanvaarde evenwichtssituatie zal ontstaan. Een lange weg vol crisis, zo ziet Kissinger zelf deze politiek.
W. Büdgen: Liggen hier nog practische mogelijkheden voor een bijbelgetrouwe politieke partij voor een positieve invloed op het wereldgebeuren?
Mr. Hage: De invloed van ons land op het wereldgebeuren is uiterst gering in deze tijd van supermachten len keiharde wereldpolitiek. Maar laten we ons eens afvragen wat wezenlijk onze westelijke wereld bedreigt. Dat is de steeds verdergaande ontkerstening. Iedere Christelijke norm valt weg, iedere samenleving wordt daardoor geestelijk eri zedelijk ontworteld. De leus van ! het absolute ongeloof „God. is dood" is eigenlijk kenmerkend voor leven en denken van onze wereld. De grenzen van wat men vroeger ongeloof noemde zijn al lang overschreden, we zijn terechtgekomen in een periode van geestelijk nihilisme, van een leven dat geen enkele blijvende waarheid meer erkent. In die geestelijke leegte wordt alles aanvaardbaar, ook het commlnisme, mits er maar wat aan „gefatsoeneerd" wordt. Het heeft toch veel gemeen met de idealen, van de maatschappijvernieuwers , zo denkt men. Denk maar aan wat de partijvoorzitster van de P.v.d.A. heeft opgemerkt na haar bezoek aan Oost-Duitsland. Wat er nodig is, is een doorbreking van dit „nihilisme". Dat kan alleen door een geestelijk réveil, zoals; in de vorige eeuw het geval is geweest. Dat hebben we niet in onze hand, maar we magen niet gerust en berustend met een. dergelijke conclusie leven in een wereld, die in het aanvoelen van de zinloosheid van het levensgevoel, onbewust schreeuwt om herkerstening. Deze kring heeft voorheen altijd haar kracht gevonden' in het getuigen van tal van Godvrezende mannen en vrouwen. Dat was in het kader van de tijd, waarin zij leefden, een tijd van isolement, naar binnen gekeerd. Wanneer we nu leven in een wereld, waarin we allen uit onze beslotenheid gerukt worden, en dagelijks midden in die onafzienbare menigte geplaatst worden, mag dan 'hij of zij, die in de waarheid is opgevoed, zwijgend aan die menigte voorbijgaan? Of moeten zij tot die menigte van „mondige" mensen, die eigenlijk de leegte van hun leven ergens aanvoelen, zeggen, dat Eén hun meester is, namelijk God! Dat is de verantwoordelijkheid, die wij in deze ontkerstende maatschappij allen dragen, en waarop wij een antwoord moeten vinden en geven. De wortel van het communisme en alles wat zich daarmee verwant voelt, is ongeloof en manifesteert zioh in een. totale ontkerstening van onze tijd.
W. Büdgen: Meneer Hage, ik geloof dat u ons in dit gesprek zeer veel geleerd hebt en bovendien, wat veel belangrijker is, enige lijnen aangegeven hebt waarlangs onze persoonlijke taak zich afbakent.
Namens de gehele lezerskring van 'Daniël zeggen we u heel hartelijk dank, * ook voor het werk dat u hieraan, gehad hebt!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 januari 1976
Daniel | 20 Pagina's