DIE JEUGD VAN TEGENWOORDIG
Onder deze titel is er in 1975 een boekje verschenen, geschreven door Gerarcl C. de Haas, dat ingaat cp een aantal vragen betreffende modern jeugdgedrag.
Die jeugd van tegenwoordig Deze verzuchting lijkt ercp te wijzen dat het in onze eigen tijd toch v/el erger is met de jongelui dan vroeger. Toch moeten we met deze mening een beetje oppassen. Vierduizend jaar geleden klaagden de Chinese keizers al over d.e jeugd van hun tijd. Deze was lui en ongehoorzaam en dat kwam omdat ze het volgens de keizers veel te goed had. Een generatiekloof, een minder of meer scherpe tegenstelling tussen jong en oud, is er eigenlijk altijd wel geweest. Elke tijd kent echter wel haar eigen generatie-conflict dat ook om een eigen oplossing vraagt. Daarom is het goed als steeds opnieuw weer pogingen werden ondernomen om het jeugdgedrag van een bepaalde tijd in kaart te brengen.
Een modern middel hierbij is de enquête. In 1968 werd voor 'het eerst in ons land met behulp hiervan een onderzoek ingesteld naar de houding van de jeugdigen tegenover de sexualiteit. De resultaten waren nogal schokkend. In het najaar van 1974 heeft een bureau voor opinieonderzoek in opdracht van de N.C.R.V. dit onderzoek herhaald, waarbij grotendeels dezelfde vragen werden gesteld. 325 jongens en 311 meisjes in de leeftijdsgroep van 1G tot 20 jaar beantwoordden een reeks mondelinge en schriftelijke vragen. Na verwerking hiervan werden een aantal uitzendingen, ook al onder de titel , ; Die jeugcl van tegenwoordig", aan de kwestie besteed waarbij commentaar gegeven werd door jeugdigen zélf en door deskundigen.
De gehele enquête (vragenlijst en resultaat van de beantwoording) is in het boekje van De Haas opgenomen, terwijl de geschreven tekst als een doorlopend commentaar hierop kan worden beschouwd. Zo bespreekt de schrijver na een inleidend hoofdstuk o.a. de positie van het gezinsleven in onze tijd, de sexuele vrijheid, de jeugd als mannen en vrouwen van straks, de verhouding tussen kerk en jeugd, terwijl hij tenslotte ingaat op de vraag, hoe groot de generatiekloof nü wel is.
Het is begrijpelijk dat cp dit boekje als geheel niet kan worden ingegaan, maar enkele uitspraken en conclusies zijn wel de moeite waard. Opvallend is b.v. direkt al de uitspraak dat de jongeren van 1974 een betrekkelijk grote waardering hebben voor het gezinsleven. Ze blijven zeker drie, vier cf vijf avonden per week thuis. De massale vlucht de straat op en de stad in, die een aantal jaren geleden door de deskundigen neg werd voorspeld, is uitgebleven. Eén van .de belangrijkste oorzaken is waarschijnlijk, dat de jeugdcultuur en het jeugdgedrag van 10 jaar gelden nu min of meer in de levensstijl van de bevolking in het algemeen is opgenomen. De vervreemding tussen jong en oud clie nog niet lang geleden schrikbarende vormen dreigde aan te nemen, lijkt hiermee te verminderen.
Een andere oorzaak is dat in het algemeen een wending valt waar te nemen van de „buitenwereld" naar de (huiselijke) „binnenwereld". In een samenleving die langzamerhand gekenmerkt wordt door terrorisme eri gijzelingsacties voelt men zich niet
meer op zijn gemak: men blijft liever thuis. Of het gesignaleerde verschijnsel er op wijst dat momenteel een soort algemene „verbroedering" tussen de generaties plaatsvindt, is echter een grote vraag.
De gezagscrisis die 10 jaar geleden duidelijk: tot uiting kwam bij de Amsterdamse provo-rellen en 8 jaren terug tot de beruchte Parijse studentenopstand leidde, is vervangen door de vraag: wie ben ik eigenlijk? Vele jeugdigen van nu weten met zichzelf geen raad. Ook hier signaleert De Haas een! verschuiving van de maatschappij en de kritiek daarop naar de eigen persoonlijke identiteit.
Van gezagscrisis naar identiteitscrisis. Daarmee ikrijgt het generatieconflict een andere inhoud en een andere betekenis. En de ouderen lijken het met het soms uitbundig binnenhalen van een stuk jeugdgedrag in de gezinnen al bij voorbaat verloren te hebben. De volwassenen doen steeds meer hun best er jong - en' modern uit te zien in kleding en gedrag; natuurlijk zijn ze progressief. Ouderwets zijn is bekrompen en dat is wel het laatste waar zij voor gehouden willen worden. Luidde de uitspraak vroeger: „Ze zijn nog jong, ze worden wel wijzer", nu is de hoogste wijsheid: „Ouderen zijn halsstarrig, ze kunnen het roer maar niet uit handen geven". De jeugd heeft bij voorbaat gelijk!
Toch hebben opgroeiende tieners volwassenen nodig tegen wie ze kunnen opzien, van wie ze geleerd willen zijn. Wanneer de volwassenen nu krampachtig proberen in alles zo jeugdig mogelijk te blijven, kunnen' de jongeren zich niet optrekken aan hen van wie ze willen aflezen hoe het hun in het latere leven mogelijkerwijs zal vergaan. De volwassenen versperren dan de jonge mensen het zicht op hun toekomst-Niet de toekomst, maar het verleden wordt voor hen dan de richtinggevende kracht. Jongeren kunnen met hun grootouders scms beter praten dan met hun ouders
Van het hoofdstuk „De sexuele vrijheid" ben ik geschrokken. Het aantal jongens en' meisjes dat sexualiteit „als iets heel gewoons" ziet is aanzienlijk toegenomen. De jongeren weten alles van anti-conceptiemiddelen af en blijken in meerdere mate bereid er gebruik van te maken, zelfs met een partner van wie men bepaald nog niet weet of men er ook mee trouwen wil. De snelle afbraak van een tot voor kort officieel erkende sexuele moraal is ronduit verbijsterend. Sextheaters en - winkeltjes rijzen! als paddestoelen uit de grond, het aantal open naaktstranden stuit op steeds minder weerstand. Ook de openhartigheid waarmee over het sexuele leven gesproken wordt wijst op een sterk veranderde mentaliteit. Al met al bedroevende verschuiving, waar slechts één positief punt tegenover staat: het feit dat blijkens de enquête bijna alle jongeren toch het huwelijk als basis voor een gezinsleven blijven beschouwen. Tenslotte wil ik nog enkele bevindingen van de schrijver doorgeven t.a.v. de verhouding tussen kerk en' jeugd. De grotere kerken blijken zich min of meer te hebben neergelegd bij de groeiende buitenkerkelijkheid van de jongeren. De jeugdpredikant, de jeugdouderling, de jeugdraad, de jeugddienst het blijkt de laatste jaren meer en meer allemaal te mislukken. In plaats daarvan zien we een toenemende belangstelling voor astrologie, Oosterse mystiek en occulte ervaringen, begeleid en gestimuleerd door drugs en bewegingen als Underground en pop. Anderzijds is er, vooral bij de kerkelijk opgevoede jongeren, een sterke aantrekkingskracht op te merken van verschijnselen als Youth for Christ, de Navigators, de Pinkstergroepen en de charismatische beweging binnen de kerken. Buiten de kerk om wordt gezocht naar de losse, onverplichte intimiteit van de eigen leeftijdsgroepen. Allerlei „religieuze wildgroei" komt daardoor op, welke niet meer gecorrigeerd kan worden door het gezag en de wijsiheid van de kerk.
Ik hoop dat vele van de gesignaleerde verschijnselen niet op jou van toepassing zijn. We leven echter in een open wereld en de invloeden van het moderne leven gaan dan ook aan jou niet ongemerkt voorbij.
In eigen kracht sta je machteloos, word je meegezogen al of niet misleid door schone schijn. Alleen in de vreze des Heeren is het mogelijk om in te gaan tegen de geest van de tijd, met alle gebrek iets van een christelijke levensstijl te verwerkelijken en daardoor een teken op te richten van. het Koninkrijk Gods, dat komt met haast!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 januari 1976
Daniel | 20 Pagina's