DOE GELIJK GIJ GESPSIOÜEN HEBT
2 Sam. 7 : 25.
Maar mens, indien het evangelie, dat in deze Bijbel is, aan U gepredikt wordt, en daar enig woord van genade in is, hetwelk op uw toestand toepasselijk zij, wil toch het woord niet van U weg doen, maar grijp hetzelve aan, en pleit daarop, dat God gelieve te doen „gelijk Hij gesproken heeft."
Maar is er enig woord aangaande mij, die tot zulk een engte ben gebracht, dat ik niet weet wat te doen, noch waarheen ik mij keren zal? Ik ben verlegen wat weg ik zal inslaan; zegt Gcd ook iets tot mij? Hij zegt: „Ik zal de blinden leiden door de weg, die zij niet geweten hebben, Ik zal ze doen treden door de paden, die zij niet geweten hebben, Ik zal de duisternis voor hun aangezicht ten licht maken, en het kromme tot recht." Heeft Hij dit gezegd? Pleit dan op Zijn Woord, en zegt: „Heere, doe gelijk Gij gesproken hebt."
Maar ach, is er enig woord voor iemand, die van een geheel andere toestand moet spreken, die geen verlangen, geen honger, geen dorst heeft; die wel zo veel gebrek heeft als enige verlangende ziel die hier is, maar geen geestelijk verlangen, noch begeerte heeft, gelijk het droge aardrijk, dat geen dadelijke dorst kan hebben? God zegt: , , Ik zal water gieten op de dorstige, en stromen op het droge. Ik zal mijn Geest op uw zaad gieten, en mijn zegen op uw nakomelingen."
Hebt Gij dan geen andere dorst, dan die van de droge aarde, en heeft Hij stromen beloofd? O, pleit dan cp Zijn woord en zegt: „Iieere, doe gelijk Gij gesproken hebt." Maar zegt God cck iets tot een ongevoelig schepsel, dat U alleen hoort, maar zo weinig bewogen is als de stenen in de muur? Dat geheel dood is, en zich niet meer bewegen kan dan een rotssteen, en zo weinig leven heeft als een lijk? God zegt, en o, of Hij het met kracht wilde spreken: „Gij Geest! kom. aan van de vier winden, en blaas in deze gedoden, opdat zij levend worden. Ziet, ik zal uw graven openen, en zal u lieden uit uw graven doen opkomen, en gij zult weten, dat Ik de Heere ben, als Ik uw graven zal hebben geopend; en Ik zal mijn Geest in U geven, en gij zult leven." Heeft Hij dit gezegd? Pleit dan op Zijn woord, en zegt: „Heere, doe gelijk Gij gesproken hebt".
Maar zo iemand zegt: dit is waarlijk mijn geval, ik kan Zijn woord niet geloven, zegt dan God wel iets tot mij? Is er enig woord dat op mijn geval past? Ja, daar zijn zowel beloften van het geloof als aan het geloof; „Ik zal in het midden van hen doen overblijven een ellendig en arm volk: die zullen op de naam des Heeren vertrouwen". Heeft de overste Leidsman des geloofs dit gezegd? O, houdt Hem bij Zijn woord eri roept om het geloof, zeggende: „Heere doe gelijk Gij gesproken hebt".
Maar er is enig woord voor dezulken, die onder de macht des ongelcofs en der onboetvaardigheid zijn? Het evangelie wordt immers de gelovigen en boetvaardigen gepredikt? Dat zij verre, dat het niet gepredikt zou worden aan zondaren, die beide ongelovig en onboetvaardig zijn, ten einde ze tot het geloof en de bekering te brengen. Wat zegt God tot dezulken? Hij zegt hetgeen zij behoorden aan te grijpen, en daar zij cp pleiten moesten: „Uw volk zal zeer gewillig zijn op de dag Uwer heirkracht" en „Dezen, (namelijk Christus) heeft God door Zijn rechterhand verhoogd tot een Vorst, en Zaligmaker, om Israël te geven bekering en vergeving van zonden". Pleit dan, dat Hij „doe gelijk Hij gesproken heeft".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 januari 1976
Daniel | 20 Pagina's