JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

EEN NIEUW VERBOND

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EEN NIEUW VERBOND

9 minuten leestijd

Na een lange tocht door woeste ravijnen staat de reiziger plotseling voor een indrukwekkend massief van rood graniet dat sinds de eerste eeuwen van het christendom wordt beschouwd als de berg, die de Bijbel Sinai en Horeb noemt. „En Mozes klom op tot God. En de Heere riep tot Hem van de berg zeggende: ldus zult gij tot het huis van Jacob spreken, en de kinderen Israëls verkondigen". (Ex. 19 : 3).

In Jeremia 31 vs. 31 zegt de Heere: Ziet, , de dagen komen, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken". Het wezen! van het nieuwe verbond is hetzelfde als het verbond aan de Sinaï. Het verbond was door Israël vernietigd. Het oude verbond was niet een werkverbond. En toch is er verschil tussen het oude en nieuwe verbond. Onder het oude verbond werd de eis vooropgesteld, onder het nieuwe verbond komt de eis achteraan. Het scheen zo alsof de instandhouding van het verbond onder de oude dag afhing van de gehoorzaamheid des volks. Zo lezen we in Exodus 19 : 5: Nu dan, indien gij naarstiglijk Mijner stem zult gehoorzamen en Mijn verbond houden, zo zult gij Mijn eigendom zijn uit alle volken, want de ganse aarde is Mijn". En in vers 6: En gij zult Mij een priesterlijk koninkrijk, en een heilig volk zijn". In het nieuwe verbond klinkt het: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven". Maar is dan het oude verbond een' mislukte proefneming Gods geweest? Wist de Heere dan niet dat het volk de eis van God te dienen nooit zou kunnen volbrengen? Door Jozua had Hij tot het volk gezegd: Gij zult de Heere uw God niet kunnen dienen, want Hij is een heilig God". Waarom spreekt de Heere dan zo? De wet moest dienen als tuchtmeester tot Christus. Door de wet is de kennis der zonde. De mens zal langs de weg van wetsvolbrenging nooit tot God en de zaligheid komen. Dit is gebleken in de historie van Israël. De kerk heeft een Middelaar en Hogepriester nodig. God Zelf zal zorg dragen dat de voorwaarde des verbonds en de eis der wet wordt vervuld. „Zie, de dagen komen", zegt de Heere in vers 31; en die dagen zijn gekomen. We kunnen vier aspecten onderscheiden aan de weldaden van het nieuwe verbond,

a. De vernieuwing des harten. Dit is zuiver een werk des Heeren. Israël stond in de kinderschoenen. Een kind moet worden opgevoed. Een kind denkt altijd, dat, wat de ouders doen, tegen hem is. Een' kind wil niet onder de tuchtmeester staan. Als de Heere Zijn wet in het binnenste van Zijn volk geeft en die in hun harten schrijft krijgen zij die wet lief. Dan dienen ze de Heere niet omdat zij moeten, maar omdat zij mogen, •b. De 'bewustheid van de bondsgemeenschap met

God. De Heere zegt: „En Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn". Deze toezegging is het middelpunt van alle heilsbeloften. God eerst en dan wij. Vraagt ge: „Hoe kan dat? " Dan luidt het antwoord: „Door U, door U alleen, om 't eeuwig welbehagen". De Heere Jezus is de oplossing van dit wondere geheim. Zo is het verbond der genade eenzijdig in oorsprong en tweezijdig in de uitwerking. Dat het ons een' 'behoefte des harten moge zijn om van God te vragen: „Geef ons genade om U te kennen, wij die Uw merk-en veldteken dragen".

c. De zaligmakende kennis. De Heere zegt: Want zij zullen Mij allen kennen van hun kleinste af tot hun grootste toe". Deze woorden zijn herhaaldelijk misverstaan. De geestdrijvers van alle eeuw zeggen: „Onderwijs is niet nodig, noch voor aanstaande predikanten, noch voor de leden van de gemeente". De profeet loochent volstrekt niet dat de één de ander niet leren zal, maar hij zegt dat men elkander niet meer zal leren zoals onder het Oude Testament. De kennis Gods onder de oude dag was nog in windselen gewonden.

d. De vierde weldaad is de vergeving der zonden. De Heere zegt: Want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en hun zonde niet meer gedenken". Was dit onder het Oude Testament dan niet zo? Onder Israël moest elke dag de offerrook opstijgen. Paulus leert ons in 2 Korinthe 3 de uitnemendheid van het Nieuwe Testament boven het Oude. Zie 2 Korinthe 3 : 6 tot het einde.

Verbondsbeschouwing.

Wat leerde Bavinck? Bavinck beschrijft in zijn Gereformeerde Dogmatiek het genadeverbond geheel in de geest van onze vaderen. Dr. Kuyper leert: „Allen die in het verbond zijn zijn als wedergeboren te beschouwen". De konsekwentie daarvan is de veronderstelde wedergeboorte. Op de Synode van Utrecht, gehouden in 1905, zijn bezwaren tegen deze stelling ingebracht. Het gevoelen van de bezwaarden (art. 31) kunnen we als volgt weergeven: We hebben niets te veronderstellen. Men is verbondskind zonder meer. Alleen het verbond behelst niet de onwrikbare zaligheid voor de bondeling. Het verbond is slechts dat het bevat de eis en de roeping tot de zaligheid. Opgemerkt zij dat de art. 31-ers, de Vrijgemaakten, in het algemeen in hun leven serieuzer zijn dan de Gereformeerden. Maar hun verbondsbeschouwing is nog misleidender dan die van Kuyper.

Wat leert Prof. Heins? Prof. Heins leert dat God in het genadeverbond aan alle kerkmensen de verbondsweldaden gelijk een testament in vcorwerpelijk bezit stelt. Er is, aldus Heins, een tweeërlei toepassing des heils te onderscheiden, n.1. die der schenking en die der deelachtigmaking. Het gevoelen van Prof. Heins wordt gedeeld door vele Chr. Gereformeerden, door Dr. Woelderink en Prof. Schilder. Het Verbond der Genade wordt door hen losgemaakt van de verkiezing, in die zin dat men het gesloten acht ook met de niet-uitverkorenen. Prof. Schilder zegt: „Daarin zijn gelijkelijk degenen die Christus' eigendom zijn, als degenen die door Hem niet gekocht worden". Deze nieuwe verbondsbeschouwing stelt dat het Verbond, der Verlossing en het Genadeverbond twee wezenlijk van elkander verschillende verbonden zijn. Dus een drieverbondenleer. Het Genadeverbond kan verbroken worden, de mens kan er weer uitvallen.

We stellen vast dat we alleen door wedergeboorte in het Genadeverbond kunnen komen. De toeretkening gaat aan de aanneming vooraf. God rekent tce, God schenkt, God maakt ook deelachtig. Als dit niet zo was, dan. zouden de schenkingen Gods krachteloze schenkingen zijn. Een definitie van Hellenbroek luidt: „Het Genadeverbond is die weg langs welke God het eigendom wordt van de zondaar en hij een eigendom Gods". En Calvijn zegt: „Het Genadeverbond is de bedding, in welke de stroom der uitverkorenen zich voortbeweegt naar de eeuwigheid".

De ware bondelingen zijn in Christus ingeplant; verliezen van de'weldaden van het verbond is voor hen niet mogelijk.

De Synode van '3 1.

Op de Generale Synode van de Gereformeerde Gemeenten, gehouden op 21 mei 1931 te Rotterdam, heeft men met algemene stemmen vastgesteld, dat:

a. Het Verbond der Genade staat onder de beheersing van de uitverkiezing ter zaligheid, dat het wezen des Verbonds. daarom alleen geldt de uitverkorenen Gods en nooit gelden kan het natuurlijk zaad. Dat aard en wezen van Verbond der Verlossing en Verbond der Genade één zijn en' niet twee. In wezen is het één Verbond.

b. De Heilige Schrift slechts spreekt van twee Verbonden in betrekking tot des mensen eeuwige staat, n.1. het Verbond der Werken en het Verbond der Genade.

c. Wat het wezen des Verbonds betreft, de Heilige Schrift alleen spreekt van twee hoofden; Adam hoofd van het Verbond der Werken, Christus Hoofd van het Verbond der Genade, volgens Rom. 5 : 12-19, 1 Kor. 15 : 22, enz.

d. Een verbond in zijn wezen twee partijen kent; dat gelijk God met Adam, als het

vertegenwoordigend hoofd van al zijn zaad, het Verbond der Werken heeft opgericht, alzo met Christus, als het vertegenwoordigend Hoofd van al de Zijnen, het Verbond der Genade opgericht is, terwijl het (subjectief) wordt opgericht, met al de uitverkorenen, als zij door wedergeboorte en geloof in de tijd in dat Verbond worden ingelijfd.

e. Het Verbond der Genade van God een bediening heeft ontvangen, een openbaringsvorm, die wisselde en die meerderen omvat dan de uitverkorenen Gods. Deze laatsten echter alleen zijn wezenlijk in het Verbond begrepen.

f. De verantwoordelijkheid van elk mens wortelt in de schepping. Geschapen naar Gods beeld, eist God van de gevallen mens Zijn beeld terug. En die verantwoordelijkheid is groter, naarmate God met hem bemoeienissen maakt. In het bijzonder wordt die verantwoordelijkheid groter door de ernstige aanbieding van Christus en de Verbondsweldaden in het Evangelie, als blijkt uit vele plaatsen als Ezech. 33 : 11, 2 Kor. 5 : 30, Matth. 23 : 37, Luk. 10 : 13-15, Joh. 3 : 36, 5 : 40, Openb. 22 : 17. De laatste tijd wordt er in de kerkelijke pers veel geschreven over het boek van Dr. J. G. Woelderink, getiteld „Verbond en bevinding". Ook onder ons zijn er wel jonge mensen die „weg" zijn van de theologie van Woelderink. Drs. Exalto zegt daarover: Tegen het subjectivisme dat Woelderink is tegengekomen in zijn gemeentewerk heeft hij van de weeromstuit alles getrokken in de objectieve belofte des Evangelies. In Woelderinks verbondsbeschouwing is de gereformeerde leer van verkiezing en verwerping totaal absent. Het is geen wonder dat hij later openlijk zich heeft uitgesproken tegen de Dordtse Leerregels. De bijbel spreekt van kinderen des koninkrijks die buitenlgeworpen worden. Paulus zegt dat geheel Israël onder de wolk was, enz." Drs. Exalto vervolgt: Ik zou wel eens willen weten of iemand mij in Woelderinks werken passages kan aanwijzen waarin deze en dergelijke klanken te beluisteren zijn". Drs. Vergunst schrijft: Wij vrezen dat Woelderinks geschriften ons zowel van het verbond als van de verkiezing zullen afhelpen".

Jonge mensen, laat Gods Woord niet los, sta op de 'bodem van de Heilige Schrift. Verloochen de belijdenisgeschiften niet. Ga uit op de voestappen der schapen en weid uw geiten bij de woningen der herders. Laat u toch niet wat in de handen stoppen. Elke leer, die afwijkt van de leer die naar de godzaligheid is, is een valse leer. Al die nieuwigheden komen hier op neer clat we zelf wat kunnen en zelf wat hebben. Dat spreekt de mens aan! Dan hebben we het zelf in onze hand en kunnen we één en ander zelf regelen. Het is dan ook niet nodig dat we gedragen worden in Abrahams schoot.

O, welk een' teleurstelling voor al die rechthebbende kloppers op de deur; de deur blijft voor hen gesloten. Nu, de Heere bekere en lere ons. Hij geve het verbond gestalte in onze harten tot grcotmaking van Zijn Naam. Want

God zal Zijn waarheid nimmer krenken, Maar eeuwig Zijn verbond gedenken.

Psalm 105 : 5

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 januari 1976

Daniel | 20 Pagina's

EEN NIEUW VERBOND

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 januari 1976

Daniel | 20 Pagina's