VERSOBERING
In december?
Op het moment dat dit artikel geschreven wordt, zijn we allemaal betrokken bij de afschuwelijke gijzelingen in Drente en Amsterdam. We zien daarin met verbijstering, waartoe de slappe houding van de diverse kabinetten sinds 1946, ten aanzien van de Molukse kwestie, leiden kan en welk lijden dat geeft met name in de drie gezinnen die het zwaarst getroffen zijn! Verder heeft de maand december in het algemeen' het karakter van de geschenkenmaand bij uitstek gekregen en het lijkt nu in dit jaar ercp, dat de rode cijfers bij diverse takken van de middenstand door de verkepen wat minder rood zullen worden! Het valt weer mee! De mensen kopen wat meer funktionele dingen vcor de kinderen en zichzelf, maar daar staat tegenover dat er niet gekeken wordt cp een tientje en meer! De economische toestand geeft zorgen blijkens de verslagen van de Tweede Kamer. Dat blijkt niet alleen uit de ernstige en vermoeide gezichten van de betrokken ministers en kamerleden, maar ook uit de gepubliceerde cijfers. Niettegenstaande deze sombere konklusies en voorspellingen voor de komende jaren rolt „het aardse slijk" bij het afsluiten van dit jaar goed. En ja juist: er wordt in deze maand niet zo krap .gekeken naar de wijizer op de weegschaal; er wordt wat (? ) extra gegeten en gedronken, met de gedachte dat we na de feestdagen weer aan de lijn zullen gaan doen .en' de gewichtstoename er wel af zullen trimmen.
Een nieuwe levensstijl.
Versoberen, in sommige berichten wordt er steevast gesproken over vasten of het werken aan een nieuwe levensstijl, past niet in het levenspatroon van ons. Dat is het eerste. En het figuur van de schrijver van dit artikel, wat lengte en breedte betreft, nodigt ook niet uit tot het thema van dit artikel. Toch zullen we het wagen cm er iets van te zeggen, want dat is nodig. Degenen die met oogkleppen op lopen zeggen dat het allemaal wel meevalt en dat de nood in b.v. de Tweederde wereld sterk overtrokken wordt, omdat we dan vlugger het giroboekje zullen pakken om, en dat gebeurt juist aan het eind van het jaar, iets extra's over te maken voor een goed doel.
Is dat om ons geweten wat te sussen en de ernst van de aandachtvragende artikelen, geïllustreerd met foto's die er niet om liegen, wat „lichter" te maken? Sommigen gaan nog verder en zeggen: Eerst meet ik zeker weten dat er niet teveel aan de strijkstok blijft hangen, dan pas kom ik over de brug én ze gaan over tot dé bout of gans van het jaar! Anderen redeneren nog simpeler: Wij hebben er voor gewerkt en wat we hebben, daar genieten we van. Laten „die anderen" eerst ook maar eens hard werken. De kous is af en het „voor-de-middag-je" wordt zonder een brok in de keel geleegd! Toe maar! Laten we maar niet proberen deze beweringen te ontzenuwen, want in de tijd dat wij daarmee bezig zijn sterven er weer kinderen, vooral jonge kinderen in bepaalde delen van onze wereld.
De aarde is des Heeren.
De wereld waarvan de psalmist zegt: e aarde is des Heeren met haar volheid. (Ps. 24). En de Schepper van hemel en aarde die heeft een opdracht gegeven aan de mens om Zijn schepping te beheren en te bewaren (Gen. 1 : 26 en 2 : 15). De mens is tot rentmeester aangesteld door God; hij is een weinig minder gemaakt dan de engelen eri heerst over de werken van Zijn (Gods) handen (Ps. 8 : 6-7). Ook na de poging van de mens om zelf God en meester te willen zijn (Gen. 3 en Rom. 5 : 12 e.v.), blijft de eis van God geldig. Dat betekent, dat we rekenschap af moeten leggen van de besteding van leven en van onze omgang met de aarde en alles wat de aarde voortbrengt! Denken we wel genoeg aan deze verantwoordelijkheid? Staat het eigenbelang niet vaak op de eerste plaats. De bewering dat eigen belang menselijk is, ontslaat ons niet van de eis van de Almachtige Schepper van hemel en aarde om een 1 goed rentmeester te zijn. Rentmeester zijn dat houdt in: nerzijds afstand nemen van het aardse goed, het is niet van ons, we zijn slechts rentmeesters (bezittende als niet-bezittende);
anderzijds hebben we voor dat goed te zorgen met een toewijding, alsof het van ons is, want wij zijn voluit rentmeesters. Hoe meer ons toevertrouwd is, hoe meer er van onze hand geëist zal worden. De persoonlijke verantwoordelijkheid, moet de pas afsnijden aan de gedachte dat God er wel voor zal zorgen dat het niet vastloopt op de aarde.
Aandacht voor de wereld
De aandacht voor de wereld waarin wij leven heeft de laatste jaren een grote kentering meegemaakt. Ik denk dan aan de rapporten van de Club van Rome. Een aantal „wijze mannen" heffen terecht de waarschuwende vinger, omdat de mensheid niet goed omspringt met de schatten en de gaven van de natuur. En ook niet met de meeste grondstoffen. Er wordt roofbouw gepleegd, zodat als gevolg van het menselijk handelen bodem, lucht en water steeds meer gaan vervuilen. Milieugroepen b.v. voeren akties tegen de aanleg van nieuwe snelwegen, tegen de auto en voor het behoud van natuurgebieden. Het streven op zich heeft wel iets sympathieks, maar vaak weet men noch in de doelstelling, noch in de gebruikte methoden maat te houden. Enfin dat weten we uit de berichten' in de krant! We moeten verder wel bedenken dat de deskundigen bij hun adviezen, die ze op grond van de uitslag van de computers geven, niet met het toekomstbeeld van de bijbel rekening houden en b.v. ook niet met de normen van Gods Woord ten aanzien van het „weest vruchtbaar en vermenigvuldigt u!"
„Des mensen is de aarde".
We moeten de problemen echter niet onderschatten. Er is berekend dat het totale verbruik van de delfstoffen na de Tweede Wereldoorlog het totale voorafgaande verbruik inmiddels heeft overtroffen. Het verbruik van delfstoffen, inclusief brandstof, bedroeg in 1950 in Amerika 2 miljard ton, in 1972 meer dan 4 miljard ton, d.w.z. 20 ton per hoofd van de bevolking. Voor het jaar 2000 wordt het totale verbruik geraamd op 11 miljard ton. Gelet op o.a. deze cijfers merkt prof. Goudswaard in de brochure „Bezitten of bezetten zijn" op: , God heeft geen wereld gemaakt die zo begrensd is dat we er wel op moeten vastlopen (...). Zijn schepping is als het ware afgestemd cp een wijze van beheer als van rentmeesters. Zij is er niet op afgestemd om een voorwerp van grenzeloze uitbuiting te zijn." En in dezelfde brochure schrijft ds. Bcuma: „Wij leven in een tijd van catastrofale natuurverwoesting. De schepping van God dreigt een chaos te worden, woest en ledig als in den beginne. Ze zit vol gaten en dode plekken (—). Meer dan ooit komt de mens als een corrupte rentmeesetr voor de dag (—). Hautain werpt hij zich cp als de enige gerechtigde cp aarde. Zijn motto luidt: des mensen is de aarde en haar volheid."
Een wekelijkse vastendag.
Verder is de kwestie van versoberen, vasten en de nieuwe levensstijl (een andere manier van leven) aktueel geworden door de oproep in ncv. '74 van de Raad van kerken in Nederland (de meeste aangesloten kerken behoren niet tot de gereformeerde gezindte; de r.k.-kerk is er ook lid van) cm een wekelijkse vastendag te houden, b.v. een dag zonder vlees. Deze dag zou dan moeten dien'en om een manier van leven cp te bouwen, die gericht is op een samenleving waarin het recht der armen voorop zou staan in het persoonlijk en maatschappelijk leven. De vrijgekomen energie en geldbedragen dienen dan aangewend te worden in programma's die de maatschappij willen vernieuwen, dichtbij en veraf. Deze oproep is later gevolgd door een aantal andere voorstellen. In deze maand is er een cahier verschenen onder de titel „Injektie-2". Het gaat in dit geschrift om de bestedingsgewoonten en de oprcsp om geen spullen te kopen die we minder hard nodig hebben. De nieuwe wijze van leven omvat dus meer dan versoberen en vasten; het gaat ook om een anders omgaan met de natuur, de tijd en met elkaar. De komende jaren zullen er nog meer cahiers met allerlei onderwerpen verschijnen.
Het zal duidelijk zijn dat deze voorstellen veel pennen en stemmen losgemaakt hebben: pro en contra.
Niet doen ot' onze neus bloedt.
We mogen aan deze oproepen niet schouderophalend voorbijgaan, want er is een onvoorstelbare nood, denk eens aan het lijden in de hongergebieden in de wereld.
De bijbel drukt ons met de neus op onze roeping om de christen in sociale nood, waar die dan ook is!, te helpen. Aan de huisgenoten van het geloof allermeest, maar intussen wel aan alle mensen. „De gelijkenis van de barmhartige Samaritaan" en „ga heen verkoop al wat u hebt en geeft het de armen, " heeft in de geschiedenis van de kerk, b.v. de Nadere Reformatie en het Réveil, geïnspireerd om Schriftgeloof en sociale bewogenheid hand in hand te doen gaan.
Verootmoediging en vasten.
Maar het vasten waartoe opgeroepen is door de Raad van kerken en door andere groepen is te aards, te vlak en te geesteloos. Want in de bijbel is vasten altijd vasten' voor Gods aangezicht; het is een vasten met verootmoediging, vasten met schuldbelijdenis; het is vasten om konkrete zenden in het volk. „De kerk is geroepen", zo schrijft ir. J. v. d. Graaf, „om met twee woorden te spreken". Het gaat om het lenigen van sociale nood en om de terugkeer tot de God van het verbond in de weg van berouw en verootmoediging! De nood in onze wereld, spreekt van de nadering van de grote Dag; het kleed van de aarde gaat verouden, wordt dat ook niet teveel door ons vergeten. We hebben geen blijvende stad. Dat sluit niet uit dat we geen taak op deze wereld hebben.
De echte nieuwe levensstijl.
Als we de echte nieuwe levensstijl kennen door het geloof, in de afsterving van de oude mens en in het aandoen' van de nieuwe mens, dan is het geloof door de liefde werkende om tekenen op te richten van het Koninkrijk Gods, dichtbij en veraf! „In dit verband kunnen we veel leren", schrijft opnieuw ir. J. v. d. Graaf, „van Groen van Prinsterer die gestreden heeft tegen de leer van de revolutie. Hij kwam op voor Gods recht. Maar zijn vrouw en vriendin gingen dagelijks de arbeidersbuurten in en bezochten de mensen! in hun noodlijdend bestaan. Zou er ooit in Den Haag revolutie komen, zeiden de arbeiders, dan zou het huis van Groen worden gespaard. Zo was Groen: et recht van God en het recht van de armen. Bidt en werkt!" Als er met ons genieten van de welvaart iets of veel niet in orde is, als de nood van de naaste tever buiten onze gezichtskring is gebleven, als we ons laten „knechten", ons onder de macht laten brengen (1 Kor. 6 : 12) van ons bezit en genot — juist rond de kerstdagen — dan kan er alleen maar plaats zijn voor zeven dagen verootmoediging voor God en gebed cm vergeving, opdat wij „al de dagen van ons leven van onze boze werken rusten en de armen christelijke handreiking doen" (Zondag 38).
Dat is het vasten dat God verkiest en welgevallig is. Lees vooral Jesaja 58. Ik zou nog veel meer willen schrijven, maar de ruimte is vol! Het zijn enkele gedachten, die hopelijk juist in de Kerstdagen en bij de afsluiting van het jaar niet ongelezen blijven en ijdel zullen blijken te zijn! Beheren en bewaren dat houdt wat in! Dat kan alleen goed als er een brandend hart is, dat arm in zichzelf is. Dat wordt, maar dat kan dan ook alleen, vervuld met de heilsgoederen die Christus verdiend heeft en toepast door de Heilige Geest! Dan ben je getrouw in je taak in deze wereld én vreemdeling die gezet is in Christus in de hemel! Ben je al jaloers? Hij die rijk was is arm geworden, cm armen rijk te maken! Gezegende dagen toegewenst. En denk je aan je levensstijl? Eten en drinken tot eer van God.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 december 1975
Daniel | 20 Pagina's