DE MASSA-MENS
We zijn door het veelvuldig gebruik van de aanduiding „Massamens", althans cp de klank af vertrouwd gemaakt met dit type mens dat in onze samenleving een hoofdrol schijnt te gaan spelen. Maar de vraag wat dan eigenlijk typerend is voor deze „massamens" lijkt bepaald niet zomaar te beantwoorden. Wat is eigenlijk massa in deze verbinding met mens? Woorden groeien met mens en maatschappij mee. De geschiedenis van een woord brengt soms heel verduidelijkend een stuk maatschappij-ontwikkeling aan de dag, waardoor een woord zijn „vulling" heeft gekregen.
Met deze gedachte nam ik een — heel — oude Encyclopedie van Winkler Prins ter hand, uitgave 1886. „Dikwijls bedoelt men met „massa" de volksmenigte zonder onderscheid van rang en stand" zo lees ik daar. Een tamelijk neutrale omschrijving dus van het begrip massa, gezien vanuit de langzaam democratiserende samenleving van onze overgrootouders, waar het onderscheid tussen rang en stand begint af te zwakken. Een kleine 25 jaar voordien had voor Groen van Prinsterer het begrip massa een nog wel andere inhoud. In het gebruik van het begrip „volksmassa" constateerde hij de laatdunkendheid, waarmee door de „vrijzinnigen" werd neergezien op het volksdeel, dat geen kiesrecht bezat. Dat zijn de „kleine luiden", het volk „achter de kiezers" die alleen maar petitionnementen konden indienen, om zo hun bestaan en politieke wensen duidelijk te maken. Het „Verklarend Handwoordenboek van de Ned. Taal" van de laatste jaren geeft een heel andere nieuwe betekenis van massa. „Massa" wordt daar omschreven als „vulgus" — d.w.z. het heel gewone volk — min of meer het „grauw" met zijn gelijkvormig, vaak destructief — vernietigend — optreden". Het klinkt na het voorgaande haast als een explosie. Wat is de reden dat dit woord een dergelijke dreigende betekenis naast de bestaande erbij heeft gekregen?
Twee lijnen snijden elkaar in deze nieuwe betekenis van „massa". De eerste lijn in de opeenvolging van revolutionaire emoties, die zich ontladen in massale acties, die herhaaldelijk gepaard gaan met intense bloedige en haast dierlijke wreedheid.
De andere lijn is de jonge wetenschap van de „massa-psychologie". Zij tracht cle gedragingen van de mens in de „massa" te analyseren en te verklaren. Het probleem dat deze wetenschap trachtte op te lossen, was het afwijkende gedrag van het cp zichzelf normale individu, die echter opgenomen in de cp actie gerichte menigte, zijn normaliteit aflegt, buiten zichzelf treedt, soms wreed en bestiaal w r ordt. Het bleek dat bij de mens in de ongewonden menigte het uiterlijk hulsel der beschaving wegvalt en daaronder de wilde uit het stenen tijdperk tevoorschijn komt, alclus de massapsycholoog Sighele.
Massa-propaganda.
De geschiedenis van de 30er jaren van cnze eeuw tccnde aan, dat deze „massasituatie" waarin de mens zijn cordeel en norm verliest, c: k kunstmatig kon worden cpgewekt en zelfs permanent kon worden gemaakt. Hot was het nationaal-socialisme dat het wapen van do massapropaganda hanteerde voor politieke doeleinden met een haast onbegrijpelijk effect. Het bleek mogelijk door middel van geraffineerde prepagandatechnieken het overgrote deol van een volk met een grote culturele traditie het geloof aan de superioriteit van het eigen „ras" bij te brer.gen en tegelijk de absolute onwaardigheid van een ander „ras".
Miljoenen Joden en zigeuners werden systematisch gelikwideerd. Ook het communisme kent het middel van. dc massapropaganda en het daarbij behorende effect: de verblinding van het oordeel. De tegenstander wordt het inbegrip van alle kwaad. De Russische schrijver Soltzenytsin vult boek na boek met de geschiedenis van de onmenselijke drama's die de konsekwentie zijn van deze kunstmatige ontwikkeling van de mens als redelijk en zedelijk wezen en het verhevigen van het satanische in de mens. Dat satanische in de mens eist thans weer in de emotionele situatie, waarin het voortslepende Arabisch-Israelisch conflict de Arabische wereld heeft gebracht, alle aandacht op. In het centrum van het ontrnoe tingepunt ven de volkeren der wereld, in de vergadering van de „Verenigde Naties", is het Zionisme verklaard tot een uiting van racisme.
Industriële revolutie.
Het begrip massamens ontwikkel zich ook nog langs een andere lijn tot een andere inhoud. De 19e eeuw. overrijk aan maatschappelijke en geestelijke ontwikkelingen, bracht de explosie van de „industriële revolutie". Er is nauwelijks een levensterrein denkbaar dat niet op de duur door deze nieuwe ontwikkeling werd beinvlced. Ambacht en huisnijverheid maken plaats voor de gemechaniseerde arbeid in de „fabriek". Arbeid en huis worden gescheiden, de dorpssamenleving met haar tradities wordt doorbroken door de massale verplaatsing van de dorpsbevolking naar de stad. De stad krijgt vergeleken bij haar 18e eeuw se voorganger een mammoetachtige omvang, waarin de enkeling verloren gaat in de massa, het huwelijk aan andere maatstaven wordt enderworpen, het gezinsleven verandert. Het is een onderwerp waar men in verdwaalt. In het raam van dit onderwerp is dit gebeuren miseehien samen te vatten tot deze kern: anderhalve eeuw stormachtige maatschappij-ontwikkeling heeft geleid tot een omwenteling in het leven en denken van de mens. De omtrekken van dit veranderingsproces zijn bij toenadering zó aan te duiden: het leven — en de levensinzichten — krijgen steeds meer gemeenschappelijke standaarden, de samenleving verliest de vele geledingen die zij vroeger bezat en waarin de groep en cok de enkeling zichzelf kenden blijven in hun geestelijk en cultureel bezit.
Het begrip „massa" duikt weer op achter dit omwentelende gebeuren, maar nu in nieuwe gedaante: het verlies van het individuele, het eigene van persoon en grecip, dat plaats moet maken' voor het „eenvormige", de aanpassing aan het grote geheel, het kollektieve, het „massale". Een gelijkmrkingsproces, een steeds meer levensgebieden omvattende nivellering, die niet alleen de vormen van het bestaan, maar ook de geest van de mens eaat omvatten, is ingezet, dat voor deze generatie niet meer tot rust zal komen.
Massaficatie en saecularisatie.
Een „maesaficatieiprcces" bepaalt de veertjarg van cnze samenleving, maar hand in hand daarmee ontwikkelt zich do „saecularisatie". Saecularisatie — saeculum is tijd — de „vertijdelijking" van het denken, waardoor alle gebeuren losgemaakt wordt van Gods regering en voorzienigheid, en geplaatst wordt in het verstandelijk-verklaarbare. Een kosmos zonder raadselen', vol berenkenbare wetmatigheden, een leven van vanzelfsprekendheden, „planning" en organisatie, is karakteristiek voor de intellectueel en niet-intellectueel; voor ieder op zijn wijze.
De bekende theoloog-socioloog W. Banning, die tot de kring der vrijzinnig Hervormden kan worden gerekend, geeft in zijn analyse van onze maatschappij: „Moderne maatschappijproblemen", typeringen die duidelijk maken welke werkelijkheden achter de begrippen „massaficatie" en' saecularisatie aanwezig zijn. Massaficatie doet — aldus Banning — elk besef van de religieuze achtergrond verloren gaan. De
saecularisatie tast aan wat voor iedere christen centraal meet blijven: „het verwcrteld zijn van persoonlijk en gemeenschapsleven in het handelen Gods". Het menstype, dat hij tegen deze achtergrond ziet ontstaan, mist volgens hem al de wezenlijke trekken van de christen: het aanspreekbaar zijn door God, het niet kunnen leven zonder eenzaamheid, inkeer, verootmoediging en gebed. „Waar de fundamentele relatie, ver bonderheid en ordening van heel het mensenleven met God wordt verwaarloosd, raakt het leven ontworteld, ontluisterd, en zijn catastrofen onvermijdelijk", aldus nogmaals deze geleerde.
Onderkennen van een ontwikkeling.
Het is van het grootste belang voor ouderen en jongeren in deze kring cm over deze ontwikkelingen na te denken. Maar dan na te denken vanuit de werkelijkheid. Die werkelijkheid houdt in, dat dit maatschappelijke en tegelijk geestelijke omwentelingsproces de hele samenleving omvat, en daarom geen absolute buitenstaanders kent. Ook wij zijn daarin betrekken als ouderen, cn nog meer de jongeren, omdat er geen enkele muur van beslotenheid meer bestaat en ook niet meer opgetrokken kan worden. De deur, die maandagmorgen opengaat, gaat open naar oen andere wereld, met andere regels, een andere moraal en een ander denken dan die van het gezin. Laten we goed beseffen, dat het in de regel geen op vallend „anders-zijn" is, dat de jongeren ontmoeten in hun maatschappelijke omgang met het andere. Het grote probleem wordt juist gevormd door de ontmoeting cn omgang met die verzakelijkte en technische wijzen van denken, waarin alleen plaats is vcor het „normale", het bruikbare, en waarin geen ruimte meer is voor het geestelijke, vcor het onbegrijpelijke, voor het wonder.
De taal getuigt van het uitsluiten van het geestelijke en religieuze element in deze tijd. Welke plaats en betekenis hetiben b.v. begrippen als gena.de, gerechtigheid, voorzienigheid, verlossing enz. neg in het hedendaagse taalgebruik? Zij zijn of verdwenen cf gevuld met practische inhouden. Er is een tijd geweest, dat het Gereformeerde gezinsleven gekenmerkt werd door een persoonlijke vertolking van het geloofsleven. Zij dwong eerbied af bij de jonge generatie, want zij werd — bewust of onbewust— iets gewaar van een geestelijke wereld, die boven de concrete werkelijkheid uitging, van een toekomstverwachting, die iets deed beseffen van het betrekkelijke van het heden, omdat zij boven deze practische ervaringswereld uitsteeg. Dat is de kracht van het Gereformeerde gezinsleven geweest. En wanneer dat thans in mindere, of zelfs veel mindere mate het geval zou zijn? Dan moeten allen, die verantwoordelijkheid dragen, van de kansel tot de lessenaar, van de prediking tot het enderwijs toe, onder ogen zien, dat er veel van de directe verstaanbaarheid van de waarheid is uitgesleten door een geweldig en nog steeds voortgaand gebeuren, dat niemand kan beheersen. Dan gaat het niet cm veroordelen, maar cm beoordelen. Beoordelen van de mogelijkheid cm deze jeugd opnieuw te benaderen door getuigen, dat tot overtuigen kan leiden. En wanneer er ondanks dit alleo toch vele jongeren zijn, die onvrede hebben met de geestelijke leegte van-deze tijd en haar vaak onbewust aangevoelde massaficatie en saecularisatie, en helemaal tegen de draad van de tijd in, zich tot de godsdienst wenden en willen getuigen? Zij vallen in hun enthousiasme buiten het patroon van de Gereformeerde orthodoxie. Maar zij vallen ook buiten 'het patroon van een gesacculariseerdc tijd. Wie zijn zij eigenlijk? Laat de verwondering over dit gebeuren de ruimte brengen voor een dialoog met deze jongeren. Paulus ging de Areopagus op om juist daarom tot de „alleczins godsdienstige" Grieken te spreken ever de Christus. De grote prediker Augustinus werd ontroerd door de kleine schare, die zijn preek wilde (horen, ondanks het feit, dat de circusspelen de massa van zijn gemeente hadden weggelekt van c.e prediking, hoe getrouw zij ook in gewone tijden ter kerke kwamen. Zij vielen buiten het patroon van de ervaring.
Dat kan ock gelden' voor deze jongeren. De ware prediking heeft altijd opengestaan voor de ondoorgrondelijke gang van het werk van de Heilige Geest in tijdien van verwarring, zoals de geschiedenis er zo vele heeft gekend. Zij zoekt aanknopingspunten met die mens in zijn geestelijke situatie, roals Paulus op de Arecpagus deed. En dan?
Sommigen spotten, sommigen zeiden: wij zullen u wederom hiervan horen, doch „sommige mannen hingen hem aan cn geloofden".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 december 1975
Daniel | 20 Pagina's