DE PROFEET HABAKUK (11)
Habakuk 3 : 1 en 2.
Be kerk in de schuld voor God.
Het is geheel onbijbels en ongeestelijk cm in tijden van cordeel en gericht alleen cp de zenden van. de wereld te zien.
Sommige christelijke leiders geven de indruk, dat er slechts één reden is waarom Gods oordeel over een volk wordt uitgestort en dat die ene reden de goddeloosheid van de niet kerkdijken, dus van de wereld is. Zij vallen in deselfde dwaling als waarin Habakuk voor een tijd verviel. Er was vcor Habakuk maar één probleem cn dat waren do gcddeloze Chaldeeën. Evenzo zien velen maar cén probleem: hot communisme.
Ee kerk moet echter bij zichizelf beginnen. De les, die wij van de profeet Habakuk leren is dat de komst van het cordeel niet een kwestie ie van een goddeloze wereld of een onti-christelijke macht, maar van een christelijke kerk, die vanwege haar afwijkingen van God tuchtiging en kastijding van r.cde heeft.
Habakuk hield tenslotte twee zaken ever: de heiligheid Gods cn de zonde.
De problemen moeten niet vanuit een politiek oogpunt, maar van uit een geestelijk oogpunt gezien werden. Dc taak van de kerk is dan cok niet in de eerste plaats cm het communisme of andere machten te bestrijden, maar cm zich vcor God te verootmoedigen. Wat cf ook waar mag zijn van de communisten en anderen, mijn eerste vraag moet zijn: Hoe staat het met mijzelf? Hoe staat het met Gods kerk?
In dit licht blijft ei| maar één ding over, namelijk zoals Habakuk hier doet, ens vcor de Heere verootmoedigen vanwege onze schuld en zonden.
Zo alleen komt de kerk waar zij zijn moet. Zo alleen weidt de kerk bezorgd ever datgene waarover zij in de eerste plaats bezorgd moet zijn, namelijk het werk Gods.
Habakuks gebed wordt dan ons gebed: „Uw werk, o Heero! behoud dat in het leven." Hier gaat het niet meer ever „ons" werk, hetzij maatschappelijk of kerkelijk, hetzij •gering of voornaam, nee hier gaat het over Gods werk.
Heilige vreze.
Er zijn neg ar.dere elementen in Habakuks gebed. Er is in de eerste plaats verootmoediging voor God. Dit is het eerste in alle ware gebed. Wij vinden in de tweede plaats een element van heilige vreze in het gebed van de prcfeet.
De profeet zegt: „Heere, als ik uw rede geboord heb, heb ik gC'vreeed."
„Ik heb gevreesd", zegt de profeet. Dit betekent niet alleen, dat Habakuk vreesde wat do Heere aan hem geopenbaard had en wat komen zou over Israël.
Nee, het betekent hier een heilig ontzag voor de grote en hoge God. God had Habakuk inzicht gegeven in Zijn heilig plan. Dc profeet had God gezien in Zijn heilige tempel en de gehele wereld aio liggende ender Zijn voeten.
Als hij zich dan de almacht en heiligheid van God realiseert wordt hij vervuld met eerbiedige vreze en zegt: ik hob gevreesd." Wat wordt dit veel gemist in enze gebeden! Paulus spreekt in Hebreen 12 : 28 ever: eerbied cn godvruchtigheid." Godvruchtigheid gaat gepaard met eerbied. Er is een te grote gemeenzaamheid in ons naderen tot de Allerhoogste. Wij mogen in Zijn tegenwoordigheid kernen met vrijmoedigheid vanwege het bloed van Christus, maar nooit mot vermetelheid en vergeten van Zijn majesteit.
De ware vrijmoedigheid zal dan ook nooit onze eerbied en heilige vreze verminderen.
Gods oude volk en wel de meest godzaligen onder hen waren zich zo Gods grootheid en heiligheid bewust, dat zij beefden voor Zijn majesteit.
De heiligheid en allesovertreffende grootheid van God was zo werkelijk voor hen, dat het hen bijna sprakeloos maakte in Zijn tegenwoordigheid.
Ziet, dit is wat ten diepste bedoeld is met de woorden: „ik heb gevreesd."
Wij moeten onze God met eerbied en godvruchtigheid aanroepen, want onze God is een verterend vuur.
Hoe hebben wij dit verleerd! Wat is er een naderen tot God als ware Hij ten enenmale gelijk als wij.
Wat is er weinig indruk van Zijn hoogheid en heerlijkheid! Zijn wij ooit zó in de tegenwoordigheid van Gods heiligheid ert grootheid geweest, dat het ons met Habakuk deed zeggen: „ik heb gevreesd."
Een verzoek.
Tenslotte komen wij tot de werkelijke inhoud van Habakuks gebed. Halbakuk heeft God iets te vragen. De profeet heeft een verzoek.
Velen hebben God niets meer te vragen. Hun bidden is verzand in de holle frasen van: God, wij danken en loven U.
De echte bidder heeft een verzoek. Hij heeft God iets te vragen, ja hij bidt iets af van God.
Wat is Habakuks verzoek?
Wij lezen: „Uw werk o Heere, behoud dat in het leven in het midden der jaren; maak het bekend in het midden der jaren, in de toorn gedenk des ontfermens." Het is geen verzoek om verschoning.
Het is geen vragen om afwending van het oordeel. Habakuk bidt niet dat er geen oorlog met de Chaldeeën komen mag en dat het lijden aan Israël mag voorbijgaan.
Hij had gezien, dat deze dingen onafwendbaar en verdiend waren'.
Hij vraagt Gcd niet Zijn plannen te wijzigen. Nee, de enige zaak die hij van God begeerd is, dat de Heere Zijn werk met en in Israël toch niet zal vernietigen. Habakuk is maar bezet met één zorg. Zijn zorg is Gods werk en Gods zaak.
Gespreksvragen:
1. Wat is het verschil tussen angst voor God en heilige vrees voor God? Gen. 3:8; Gen. 4 : 13; Gen. 18 : 27; Heidelb. Catechismus vraag 117 en 121.
2. Hoe kan de kerk de wereld en het communisme bestrijden zonder verootmoediging voor Gcd? Denk aan de gestalte van de farizeeër en de tollenaar.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 december 1975
Daniel | 20 Pagina's