DE KUNSTENAAR ZOEKT WAARHEID
Vraaggesprek met de heer J. van den Berge uit Gouda.
Dhr. J. v. d. Berge is docent tekenen, verbonden aan de Pedagogische Akademie te Gouda. In 1953 is mijnheer v. d. Berge begonnen aan de Driestar, zodat hij momenteel 22 jaar verbonden is aan deze scholengemeenschap.
Mijnheer v. d. Berge, kunt U voor onze lezers van , , , Daniël" een eenvoudige omschrijving geven van „kunst"?
Kunst is het suggestief weergeven in een waarneembare vorm die tijdens het wordingsproces in de kunstenaar doorleefd is.
Is de huiver voor kunst in onze kringen verklaarbaar?
Er is eerder sprake van onbekendheid dan van huiver.
In onze kringen kamt men ever het algemeen minder in aanraking met de cultuur, en daarom is cok de kunst een nog niet ontgonnen gebied. Ik geloof wel, wanneer ze er mee in aanraking komen er ook voor open zullen staan. Van een afwijzen heb ik nooit iets gemerkt.
Merkt U dit verschijnsel ook bij Uw studenten op school?
Deze zijn actief bezig met kunststudie en staan er ook voor open en verdiepen zich intensief in de achtergronden waaruit de kunst ontstaat.
Dat geldt ocik t.a.v. de moderne kunst.
Hun betrokkenheid op maatschappelijke en culturele problemen is volgens mij in het algemeen groter dan bij de studenten van de universiteit!
Men spreekt over oude en moderne beeldende kunst. Wat is volgens U het verschil? Vroeger kwam juist kunst tot stand binnen het kader van algemeen erkende etische en maatschappelijke normen. Het was algemeen verstaanbaar en vertolkte dikwijls de religieuze en maatschappelijke problemen van een tijd. De zogenaamds niet-moderne kunst kwam meestal tot stand vanuit een ontroering ever de werkelijkheid.
Soms vanuit een religieus denken of voelen, zoals in de Egyptische kunst, waar het zwaartepunt ligt in de eeuwigheidsgedachte. Of zoals in de Romaanse en Gotische kunst, die van een innige devotie soms overgaat in jubelende lofgezangen. Soms vanuit een visiueel behagen cm de stoffelijke schoonheid, waar ook een diopere zin uit spreekt, zoals in de Renaissance en Barok.
De verandering zien we het eerst in het Impressionisme. De zedelijke grondslagen waar onze beschaving eeuwenlang cp gegrondvest was, worden nu door sommige kunstenaars aangetast. Bijvoorbeeld dcor Manet met zijn „Olyropia" en zijn „Le Déjeuner sur 1' Herbe".
Naast de kunst, die de traditie voortzet en hoogacht, ontstaan er geleidelijk werken die de mensen wil schokken, die vaste kijkgewoonten wil doorbreken, die gedragsveranderingen bij het publiek wil bewerkstelligen. Soms gaat het zo ver dat ze heel bewust eeuwenbude waarden en normen opzij schoppen, neerhalen of ontmantelen. De Dadabeweging is daar een voorbeeld van.
Is moderne kunst nog kunst?
Natuurlijk is moderne kunst eek kunst. Ook daar is grootse kunst en verdorven kunst. Maar ook een rotte vrucht is een vrucht, al zullen we deze niet vlug begeren. Er is veel wat zich als moderne kunst aandient, maar niet meer is dan hinderlijk lawaai of schuttingtaai.
Er is cok veel wat een zeer positieve bijdrage levert aan de hedendaagse ontwikkeling. culturele
Iice ziet U de verhouding tussen Christendom en kunst?
Kunst is menselijke vormingsarbeid op het esthetische terrein. Het esthetische is cdk een facet van Gcds schepping. De mens heeft van God de gave gekregen het
esthetische te onderkennen en te verkennen. Kunst en Christendom hebben wederzijds gediend. elkaar
In hoeverre mag een Christen van kunst genieten?
Genieten veronderstelt een kennelijk behagen hebben, er innerlijk mee sympatiseren. Ik geloof dat een Christen dit mag zover het niet in strijd is met Gods wetten. Maar de kunst naar waarde schatten gaat verder dan genieten.
Picasso, Willem de Kconing, Anten Heybcer en nog veel anderen zijn moderne kunstenaars die aspecten van deze tijd belichten cp zeer indringende en suggestieve wijze. Ze laten in hun werken een zijde van het moderne mensbeeld zien die door ens duidelijker onderkend kan worden. En dat onderken ik dan eek maar met vreze en beven. Met schrik constateer ik dat dit moderne mensbeeld dagelijks cp straat te zien is. En we ontdekken dit beeld helaas ook diwijls in onszelf. Deze zeggingskracht van een kunstwerk moet ook de Christen leren onderkennen (op zijn waarde toetsen). Men behoeft het daar zeker niet mee eens te zijn en men behoeft met hun zienswijze zeker niet te sympatiseren of hun werk mooi te vinden. Ook de lelijkheid is een werkelijkheidsaspect, die door alle eeuwen heen in beeld gebracht is. Maar de intentie waarmee sommige kunstwerken gemaakt zijn, moet ons dikwijls verontrusten, soms met afschuw vervullen.
Picasso, een kunstenaar van wereldformaat, leefde zender Gcd, maar draag in zijn werk wel een warmte voor zijn medemens over.
De kunst echter van Marcel Duchamp en Willem de Kconing is naar mijn mening de kunst van de haat.
Anton Heybcer snijdt elke band met traditie door en wil zijn leven leven cp een biologisch bestaansniveau. Het is niet cle taak van de mens cm cp dierlijk niveau te gaan leven. Dit is oen'geestelijk onvruchtbaar, ja zelfs een goddeloos bestaan.
Is er ook Anti-Christelijke kunst, of kun je dit geen kunst meer noemen?
Alle kunst, die bewust albreuk doet aan normen en w T aarden die door het Christendom als noodzakelijk erkend en geëerbiedigd wordt, is anti-Christelijke kunst. Maar het kan wel kunst zijn, al is het dan geen hoogstaande kunst. Het heeft geen hoge waarde en geen verre reikwijdte. Ze spreekt hoogstens even de eigen tijd aan; vcor de toekomst is ze dood.
Ik geloof dat kunst die niet gedragen wordt door ethische of religieuze beginselen geen' blijvende betekenis heeft. De kunst die zich anti-Ohristelijk opstelt is op de verkeerde weg, ook in esthetische zin.
, , , Wezenlijke kunst draagt een Bijbels stempel". Dit is een stelling uit het boek „Nederland in de branding" van drs. Birtioistle (1975). Hoe staat U tegenover deze stelling? Het afzonderlijke woord heeft geen vaststaande betekenis, maar verkrijgt zijn betekenis pas binnen de context. Aangezien ik dit boek niet ken, kan ik niet vanuit deze stelling alleen zijn totale bedoeling begrijpen.
Het Parthenen, de Venus van Milo en Guernica van Picasso enz. zijn grote kunstwerken. Deze kunstenaars hebben in duisternis geleefd en zijn in duisternis gestorven. In deze tijd wil men graag werken en gedachten van groten, min cf meer kerstenen. Ock van Plato wordt nogal eens beweerd dat hij toch „ergens" ook wel een Christen geweeot is. Laten' we echter nooit vergeten dat hij als heiden geleefd en als een arme heiden gestorven is. En al brengen velen dan ook waarheid aan het licht, die ook door de Christen dankbaar aanvaard en zinvol gebruikt kan worden, toch is dat jeen reden cm ze dan ook „Bijbels" te noemen.
Maar als hij zcu beweren dat dan het Parthenon en de Venus van Milo en Guernica geen kunstwerken zijn dan ben ik het met zijn kunstbeschouwing niet eens.
Een preek mag primair niet naar zijn esthetisch karakter, maar naar zijn geloofsinhoud gewaardeerd worden'. Een kunstwerk daarentegen beoordeelt men naar esthetische normen en de waarde wordt niet bepaald door het religieuze karakter van een kunstenaar. Al kan het religieuze leven van een kunstenaar zijn werk verdiepen, het is geenszins een voorwaarde voor beter kunstwerk.
Nog een stelling van dezelfde schrijver: „Kunst kan niet alleen zelfexpressie zijn, maar moet in dienst staan van de naaste". Hoe denkt U hierover?
Ock hier kan ik uit zijn stelling niet zijn volledige bedoeling putten. Wat verstaat hij onder „zelfexpressie"?
Onder expressie versta ik de suggestieve vertolking van een persoonlijke ervaringstoestand. Zelfexpressie is geen vorm van ziekelijke verliefdheid cp zichzelf; een' ziekelijk zelfbehagen, want dan mist het zijn expressief karakter.
Elke vorm van expressie is ook zelfexpressie. Expressie veronderstelt altijd mededeling. Expressie is altijd zin-geving. Expressie is altijd communicatie: soms met enkelen, soms met velen. Dat is niet alleen afhankelijk van de expressie, maar ook van het thema. Men kan een „roepende in de woestijn" zijn. Of zelfexpressie noodzakelijkerwijs een „dienstverlenend" karakter meet bezitten, betwijfel ik. Niet noodzakelijk in dienst van de naaste, maar wel bezig zijn met de naaste.
Moeten we een kunststuk waarderen om de „schoonheid" of om de „waarheid", die er uit spreekt?
De kunstenaar zoekt waarheid en vindt deze dikwijls als schoonheid.
Schoonheid is overal waar de esthetische visie haar beleeft. Alles heeft zijn schoonheid voor wie het vermag te zien. Alles is schoon gemaakt cp zijn tijd.
Maar de waarheid kan wel eens zo verschrikkelijk zijn, dat ze de schoonheid volkomen overrompeld heeft.
Staat U waarderend of afwijzend tegenover moderne beeldende kunst?
Er is erg veel werk wat ik innerlijk verfoei en wat ik als een devaluatie van de kunst beschouw. Ock is er veel waar ik oprechte bewondering voor heb, wat ik hoog acht en wat een blijvende waarde vertegenwoordigt. Alles ibij elkaar genomen overheerst het positieve het negatieve.
Tenslotte nog een praktische vraag. Je staat voor de keus om, of een beroemde reproduktie, , of een echt schilderij wat je mooi vindt, te kopen. Welke mening heeft U hierover?
Ik zie liever een goede reproduktie dan een slecht schilderij. Maar koop een echt schilderij wanneer het mooi of gced (en betaalbaar!) is. Ben je niet in staat dit te beoordelen, vraag dan de raad van eon meer deskundige. Dit doen we ook wanneer we een fototoestel of een auto kopen.
Mijnheer v. d. Berge, namens al onze Daniëllezers zeggen wij U hartelijk dank voor de beantwoording van de vragen.
G. P. P. Hogendoorn
A. Karels
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 november 1975
Daniel | 24 Pagina's