JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

DE CHRISTEN EN DE KUNST

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE CHRISTEN EN DE KUNST

10 minuten leestijd

Het is een veelomvattend probleem dat in het korte bestek van dit artikel wordt aangesneden. We bedoelen dan ook geen systematische behandeling te geven, doch slechts een aantal, mircchien wat losse, overwegingen over enkele aspecten van ons thema. Voor diepergaande studie verwijzen we graag naar het door de hervormd-gereformeerde predikant dr. H. Goedhart geschreven' beek „Christendom en cultuur". Het is onder het vele dat over cns thema geschreven is, een van de weinige studies die werkelijk Bijbels verantwoorde geven. bezinning

Als achtergrond van ons probleem zien we het feit dat we als jongeren van de Gereformeerde Gemeenten kernen uit een kring waar voorheen de kunst als probleem nauwelijks ter sprake kwam. Voor de meesten van de ouderen, grotendeels werkzaam in de landbouw, industrie of middenstand, lag de kunst buiten het gezichtsveld: tijd en belangstelling ontbraken cm naar een tentoonstelling te gaan, muziek te beluisteren of te beoefenen, romans te lezen of te kepen.

Voor velen lag kunst ook al te zeer op werelds terrein cm zich daar ernstig mee bezig te houden. We werden dan ook nogal eens dopers of „kulturfeindlich" (vijand van de cultuur) genoemd, cmdat we ons, volgens anderen, te zeer alleen bezig zouden houden met de persoonlijke vragen van geloof en bekering.

Cmgekesrd geld dat het ens vervulde met enige huiver, als men zich in andere kring ib.v. in de kring der Gereformeerde Kerken, meer bezig hield met cultuur en ook veel meer als geoorloofd aanvaardde. Gezien het huidige daar gegroeide levenspatroon niet geheel ten onrechte, dacht ik

Wel geloof ik te mceten zeggen dat de kritiek onder ons vaak meer intuïtief was, meer

een kwestie van aanvoelen dan degelijk gefundeerd. Al wil ik bepaald niet al die kritiek op kunstuitingen overnemen, toch wil ik ook niet graag een kwaad woord zeggen van 'deze wijze van kritiek zonder argumenten: er waren mensen onder ons — en ze zijn er gelukkig nog! — die misschien niet met veel wetenschap, maar wel met veel wijsheid begiftigd waren en goecl aanvoelden dat bepaalde zaken niet konden overeenstemmen met de vreze des Heeren, al konden ze het waarom niet altijd onder woorden brengen. Ik hoop dat onder ons daarvoor ook respect blijft bestaan, als alleen maar gezegd kan worden: „Dat hoort bij ons niet thuis!" Aan de andere kant hebben onze jongeren recht op een antwoord op de vraag „Waarom niet? ". Ze zullen in hun contact met anderen (op sohool, in het beroep enz.) ook moeten kunnen kernen met gefundeerde argumenten.

De noodzaak daartoe is ook veel meer aanwezig. Vroeger, zcals gezegd, lagen zaken als kunst buiten veler gezichtsveld. „Aan kunst doen" (een cf andere vorm van kunst beoefenen of alleen maar passief ervan genieten) veronderstelt toch een zekere hoeveelheid ontwikkeling, welvaart en vrije tijd. En die zijn onder ons veel meer aanwezig dan vroeger. Wordt hier geen verantwoorde leiding gegeven, dan dreigen grote gevaren: of dat we onze tijd vullen met geheel nutteloze zaken (ik denk, cm maar iets te noemen, aan de vele z.g. christelijke romans die zo lichtvaardig spreken over het geloof, die aan te treffen zijn in veler boekenkasten. Ze lijken soms de plaats ingenomen te hebben van de cude schrijvers in de boekenkasten van onze ouders!) of dat we kritiekloos een bepaalde stijl van anderen overnemen. Mij valt altijd weer cp, dat onze stijl bij meer ontspannende gelegenheden vaak zo negatief bepaald is: we zijn — hoop ik van vele van enze jongeren' — inderdaad vaak nog anders dan „de wereld". We doen bepaalde dingen niet (ik denk b.v. aan dansen, naar de bioscoop gaan), maar volgen verder gewoon het levenspatroon van anderen. Het is wel duidelijk waar dit cp uitloopt: dat we hoe langer hoe verder gaan en zo verwereldlijken. Houvast biedt alleen niet een wat minder wereldse levensstijl, maar een totaal andere levensstijl, die van binnen uit gevoed wordt: door het besef dat we ook op dit terrein hebben te vragen naar wat de Heere van ons wil.

Anderzijds is bij alle bezinning het gevaar niet denkbeeldig, vrees ik, dat we ons bezig gaan houden met allerlei vragen over het staan van een christen in de wereld (ook in de wereld van de kunst) en dan misschien heel wat wijsheid opdoen, zender dat we ooit ernstig bezig zijn met de vraag of we wel een waarachtig christen zijn. Al de vragen, hoe belangrijk ook, over politiek, kunst enz. mogen nooit staan boven, zelfs niet naast de vragen over geieof en bekering. In al zijn ernst moet blijven gelden: Zoek eerst het Koninkrijk Godo! Alle wijsheid die deze eis vcorbijgaaat, is wezenlijk dwaasheid.

Dat kan voortkomen uit vermeende rechtzinnigheid („als het over bekering gaat, moeten we maar afwachten", waarbij we inmiddels onbekommerd onze tijd besteden aan andere dingen). Misschien ook wel eens uit lichtvaardigheid, waarbij we menen klaar te zijn met de allerbelangrijkste vragen, zodat we nu tijd menen te hebben voor andere dingen, terwijl we in werkelijkheid nooit het waarachtige, bevindelijke geloof ontvangen hetlben. Het gevaar van verwereldlijking is dan neg het ergst: omdat we het niet zien.

Het is mogelijk dat deze of gene meent dat we in het bovenstaande te zeer zijn uitgegaan van de traditie onder ons, terwijl we ons eigenlijk direct hebben te laten onderwijzen door Gods Woord. En inderdaad: het is geoorloofd, ja zelfs geboden de traditie te toetsen aan de Heilige Schrift. Bovendien: er zijn nu vragen en problemen die er vroeger eenvoudigweg niet waren, waarop we dus regelrecht een antwoord hebben te zoeken vanuit de Bijbel.

Nu is vaak de gedachte aanwezig dat de Bijbel geen antwoord geeft op de vraag hoe we de diverse uitin gen van de kunst heblben te waarderen'. Omdat daarin alleen gespreken wordt over het geestelijke leven, ook nog wel over het zedelijke leven (wat is goed en wat is kwaad? ), maar niet over de vragen cp esthetisch terrein (wat is mooi en verantwoord en wat niet? ). Dat is echter onjuist gedacht. Al geeft de Heilige Schrift ons niet een antwoord op alle praktische vragen, ze heeft ons toch voldoende (in alle opzichten) de wil Gods geopenbaard. Alleen, wij trekken de zaken ncgal eens te veel uit elkaar. Er staat toch nergens in de Bijbel dat we niet naar dit of dat plaatje

mcgen luisteren, niet dat boek mogen lezen? Zonder dat we ons afvragen of het overeen kan komen met de vreze des Heeren, die toch 'het begin is van alle wijsheid. Ik geloof met alle ernst en nadruk te moeten stellen dat er buiten die vreze des Heeren geen echte en b& vredigende antwoorden en oplossingen mogelijk zijn. Al blijft te allen tijde gelden: Vrees God en houd Zijne geboden, want dit betaamt alle mensen.

Wanneer we nu gaan bezien wat de Bijbel concreet zegt over de kunst en wat van daar uit onze houding dient te zijn tegenover de kunst, beginnen we met op te merken dat het begrip „kunst" en onderdeel is van het ruimere begrip „cultuur". Het woord „cultuur" is afgeleid van het Latijnse werkwoord „colere", dat „bouwen" betekent. Het staat tegenover het begrip „natuur" (al het geschapene) en omvat in ruimere zin alle handelingen die dienen om wat in de natuur gegeven is te bewerken en cm te vermen tot gebruik voor de mens. Als zodanig is cultuur niet alleen een geoorloofde zaak, maar zelfs een opdracht, die de mens al heeft gekregen in het paradijs (Gen. 1 : 28). Een cpdracht die niet alleen het nodige en nuttige betreft, maar ook het schone.

Goedhart wijst er in zijn genoemde beek terecht op dat God niet alleen vruchtbomen heeft geschapen, maar ook loofbomen eri ook de verzcrging daarvan aan de mens heeft opgedragen. Zou de mens niet gevallen zijn, dan zou die cultuur een schone harmonie zonder enige wanklank hebben vertoond.

Door de zondeval is cok de cultuur in een totaal ander licht komen te staan: de aarde is doemen en distelen gaan voortbrengen. Tceh is de cultuuropdraoht gebleven. En cok nu geldt de cultuuropdracht niet alleen het nodige en nuttige, maar cok het schcne: tussen de doornen en distelen zijn de bloemen blijven groeien! Als zijn oog door genade verlicht mag zijn, kan Gods kind daarin het wonder zien van Gcds goedertierenheid die zich nog uitstrekt tot alle mensen.

Als we zien naar de vervulling van de cultuuropdracht in deze gevallen schepping, en in het bijzender naar die plaats van de kunst daarin, merken we cp dat God ook aan de gevallen mens neg talenten geeft cm die cpdracht te kunnen vervullen. Met nadruk mceten we stellen dat die gaven, ook cp 'het gebied van het schone, uit Gods hand komen en dat we ze als zodanig ncoit hebben te verachten. Met welke afkeer we ook het werk van zovele moderne schrijvers, musici er.z. verwerpen, we mogen ncoit hun talenten verachten en kleineren (zcals nogal eens voorkomt, dunkt me). We staan hierbij wel voor een raadsel dat bijna onoplosbaar lijkt. Ook Goedhart wijst daarep: het raadsel dat de kunst doorgaans in handen is van niet-christenen, van engelovigen. Denk maar aan het gezin van Lamech, waar de kunst in lied en spel en smeedwerk het hcogst bloeide. Mcgen we daarom de kunst afwijzen als in diepste zin een wereldse zaak? Nee, want ock die gaven zijn door God gegeven! In diepste zin ligt daarachter het geheim van de goddelijke verkiezing: God verkiest doorgaans niet het edele, het wijze en het schcne, maar het onedele, dwaze en verachtelijke. Niet om het edele, wijze en schone te verachten, maar wel cm het te beschamen: omdat het losgemaakt is van de Gever ervan.

Dat brengt mee een voorzichtige en kritische benadering. Cultuurprodukten van ongelovigen kunnen cp godvruchtige wijze worden aangewend tot eer des Heeren en tot welzijn van de mens. Dat leidt tot erkenning en gelovig gebruik van wat God in Zijn algemene goedheid neg aan alle mensen schenkt. Ook het volk Israël was niet cultuurarm. Denk maar aan het gebruik van velerlei muziekinstrumenten in de tempeldienst en aan de roms grote letterkundige schoonheid in de Psalmen, het Hooglied, Jesaja enz. Ock Paulus heeft een — geheiligd — gebruik gemaakt van de kennis en wijsheid, opgedaan bij de Farizeeën. Hij kent cok de Griekse dichters.

Wel leidt het tot afwijzing van wat niet overeen kan komen met de eer van God: literatuur, al is ze ock literair gezien van hoog niveau, waarin gespot wordt met het heilige, waarin doodslag en echtbreuk worden goedgepraat (de detectiveroman zij onder ons contrabande), schilderkunst die de zinnen prikkelt, muziek die de hartstochten opzweept, hebben we ten enenmale af te wijzen.

Als we iets kennen van ware godsvrucht zal daarbij altijd de smart van de zonde en de gebrokenheid gevoeld worden, niet alleen in de cultuurprodukten, maar ock in de verzoeking van zondig genot in ons eigen hart. En dat zal bij ogenblikken met heimwee vervullen naar dat vaderland waarin cok van het volmaakt schcne op volmaakte wijze genoten zal worden: het lied van Mozes en het Lam.

Dan zijn ook vele vragen en problemen niet zo moeilijk meer. Ook vele praktische vragen niet. Alles is geoorloofd, als we vanuit een oprecht geweten (en dat is een geweten dat zich wil laten leiden door Gods heilige Wet) de Heere kunnen danken voor de ons door Hem geboden mogelijkheden.

Dan wordt ook gezien het gevaar — dat cnder ons allerminst denkbeeldig is — dat we leven in twee werelden: enerzijds met ons verstand erkennend de noodzaak van gelocf en bekering, anderzijds met cns hart volop genietend van de dingen van deze wereld. Erkennen we met cns verstand het goede, zalige van de de dienst des Heeren in Enos' tent en leeft cns hart tegelijkertijd in Lamechs tent óf erkennen we — met meer of mindere reserve — Gods gave in Lamechs tent en leeft ons hart in Enos' tent, waarin men de naam des HEEREN aanriep?

Dat zal dan moeten blijken, cok uit de inhoud van onze boekenkast en platenkoffer, ook uit de wijze waarop wij onze vrije tijd besteden!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 november 1975

Daniel | 24 Pagina's

DE CHRISTEN EN DE KUNST

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 november 1975

Daniel | 24 Pagina's