JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

BRAEM’S VREEMDE KERSTFEEST

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BRAEM’S VREEMDE KERSTFEEST

Ons vervolgverhaal (2)

7 minuten leestijd

Maar het schip maa'kt zulke wonderlijke bewegingen. Net heeft hij een hele rij stukjes in elkaar gepast of de boot maakt een rare schuiver en daar gaat zijn rechte rij. Niet dat door de beweging, die de Arcadia maakt de puzzelstukjes verschuiven, 't komt meer omdat zijn hand er dan tegenaan stcot. Er staat een harde wind. De kapitein noemt het een stevige bries. Moeder is naar haar hut gegaan, ze voelde zich niet lekker, Anneke doet haar middagdutje en vader is bij de kapitein en de eerste stuurman op de commandobrug. Bram bergt zijn puzzel weg, het wil toch niet luikken. Och hij heeft nog tijd genoeg. Ze zijn nu vijf dagen cp weg. De laatste haven is Londonderry geweest in Noord-Ierland. Over een dag of acht kunnen' ze Newfoundlandeiland in zicht krijgen. Weet je wat, hij gaat naar Geurtsen de eerste machinist. Het mag van de kapitein en Geurtsen is een Nederlander, daar kan hij tenminste mee praten! Gisteravond na het eten heeft hij een hele tijd naast hem gezeten in de grote conversatiezaal. In die ruime zaal kun je gezellig met elkaar praten, je kunt er naar muziek luisteren en spelletjes doen. Er is een platenspeler en een rek met wel meer dan honderd platen. Er staat ook een ï|adio en in de hoek een tafel met een heleboel tijdschriften. Om acht uur Nederlandse tijd zette Geurtsen de radio aan. Leuk was dat zover van huis het weerbericht te heren. Het was erg koud en in het oosten van Nederland sneeuwde het. De eerste machinist had van zijn reizen 1 verteld. Hij was al vijf keer op Newfoundlandeiland geweest. „Daar zijn ijsbergen, Bram, " had hij gezegd. Met grote cgen had hij Geurtsen aangekeken. „Ijsbergen? kom nou!" „Echt waar kerel, je zult ze wel zien. 't Is te hopen voor jou en voor ons allemaal dat het er niet mistig is."

In de machinekamer

„Ha die Bram, kom je weer eens kijken? " „Ja meneer, u zou toch nog vertellen van dat konvooi naar Rusland? Het is nu zo'n kalme zee, ik denk dat u nu niet veel werk hebt."

„Ha, ha, hcor me zo'n landrot eens aan. Een kalme zee, dus niet veel werk. Ik ben ever tien minuutjes klaar, Bram. Dan heb ik een paar uur vrij van dienst. Ga daar maar even zitten, dan loop je niemand in de weg en ikun je meteen zien, dat we bij kalms zee niet veel doen in de machinekamer." Bram gaat in een hoek van de grote ruimte zitten, die bijna geheel in beslag wordt genomen door de enorme machines. Elke keer als hij beneden komt, waar het hart van de Arcadia klept, raakt hij weer onder de indruk van de motoren', die de vrachtboot over de grote wereldzeeën voeren. Wat een hendels, kickken en knoppen. Eén beweging van de machinist brengt het schip tot stilstand, één ruk aan een hendel en de Arcadia slaat met zijn schroeven achteruit. Dwars dcor de machinekamer loept de grote as, die de schroeven in beweging brengt. Zorgvuldig worden alle draaiende machineonderdelen, tot de kleinste radertjes toe, i: i de gaten gehouden Rode en zwarte wijzers achter glas vertellen precies wat er aan de hand is, welk onderdeel ekstra aandacht verdient. Alles blinkt en glimt, de koperen kranen schieten vonken in het licht van de sterke lampen, die de machinekamer verlichten. Hé Bram verkneukelt zich. Wat een fijne reis heeft hij toch. Vanmorgen mocht hij van vader een plaat opzetten met Kerstliederen. Zomaar op die grote oceaan, ver van het vaderland verwijderd, klonken de bekende Kerstversjes door de ruime conversatiezaal. De eerste stuurman zong in zijn eigen taal het Stille Nacht mee. Vader had neg een poosje met hem zitten praten. Later in de hut vertelde hij wat over dat gesprek. „Hij is Rooms Ka-

tiholiek, dat weet je al Bram. Hij zei me, dat hij niet kon begrijpen, dat wij Maria niet aanbaden, 'k Heb hem gezegd, dat Maria ons niet horen kan. Dat zij ons niet zalig maken kan ook. Zij had immers zelf een Zaligmaker nodig. Maar hij begreep mij niet. We hadden ook geen tijd meer cm er verder op in te gaan, hij moest naar de brug. Hij vroeg of we neg eens samen kenden babbelen. Hij heeft al zoveel gereisd en is overal geweest, maar had nog nooit over deze dingen gesproken met andersdenkenden." „Ook niet met de kapitein? " had moeder verwonderd gevraagd. „Dit is zijn eerste reis met kapitein Mac Donald. Hij lijkt me een fijne kerel. Hij komt uit Athene, zijn moeder weent daar neg en als hij verlof heeft gaat hij altijd naar haar toe. Hij is niet getrouwd en heeft bijna geen familie. Weet je wat hij heel goed kan? Tekenen en schilderen. Morgen zal hij ons eens wat van zijn werk laten zien." Vader had de geschiedenis van Zacharias en Elisabeth gelezen en hoe de engel Gabriël ook naar Maria meest. Toen was hem ineens iets heel moois te binnengeschoten. Als vader dat eens zou willen doen! Toen vader de Bijbel dicht deed had hij het eruit geflapt: „Als u dit nou eens aan de stuurman voorleest vader, dan kan hij horen dat Maria een gewone vrouw is." Vader had even geglimlacht en hem uitgelegd, dat het niet zo eenvoudig is als het lijkt. „Deze geschiedenis kent de stuurma r ook heel goed. Het is hem echter van kind af aan verteld, dat Maria een bijzondere vrouw is, dat ze bij haar Zoon voor de mensen kan bemiddelen. Wat alleen de Heere Jezus kan, Middelaar zijn tussen God en de mens, dat leert de R.K. kerk niet. En wat de kerk zegt is waar."

„Zo kerel, 't is voor de bakker. Ik heb je wel lang laten wachten, niet? " klinkt plots de stem van de eerste machinist. Bram schrikt op. Hij had helemaal niet meer aan Geurtsen gedacht, hij was helemaal vergeten, dat hij in de machinekamer was, zo zat hij in zijn gedachten verdiept. „Ik ik zat te denken aan de eerste stuurman. Die is Rooms Katholiek, wist u dat? "

Geurtsen lacht: „Jazeker, Bram. Maar het is een fijne kerel, ik heb al meerdere reizen met 'hem gemaakt. Dit is, net als van hem, mijn eerste reis met de Arcadia." „Vader zei ook, dat hij een fijne kerel is, meneer, " zegt Bram verrast. „Je vader heeft veel mensenkennis, Bram. Maar luister eens, ik heet Geurtsen en geen meneer, hoor." „Ja me eh Geurtsen. Gaat u nu vertellen? "

Het verhaal van de machinist

„Toen de tweede wereldoorlog uitbrak, " zo begint Geurtsen, „was ik ver van huis. Ik voer als jong matroos cp de Beverwijk, een schip, dat op Curaçao en Brits West Indië veer. Dat was me wat, Bram. Zover van huis en dan te horen, dat je vaderland onverhoeds is aangevallen door de Duitsers. Het is al 25 jaar geleden, maar ik herinner het mij neg als de dag van gisteren. Als ik teen een Duitser was tegengekomen ! Ik ben er meer tegengekomen dan me lief was. Alles te vertellen zou mijn verhaal veel te lang maken, maar het konvooi naar Mcermansk heb ik je beloofd. In 1942 was ik roerganger op de Saskia. Ons schip was geladen met oorlogsmateriaal voor Rusland. Het was zomer, eind juni. De meeste konvooien naar Rusland hadden in de winter plaats. Dan was het donker en hield het ijs de Duitse onderzeeërs cp een afstand en zorgden de sneeuwstormen, dat de vijandelijke vliegtuigen op hun basis bleven. Het was een groet konvooi, met een enorm escorte. Middenin voeren de koopvaardijschepen en er omheen krioelde het van marineschepen. Zoiets geweldigs had ik nog nooit gezien. Dat was geen konveoi meer, dat leek wel een oorlogsvloot. Er werd zelfs gezegd dat er nog twee Engelse en één Amerikaanse kruiser achter ons aan-3toomden. Nou als daar de vijand op af zou kernen, zcu hij ervan lusten. De Saskia had 12 kanonnen aan boord en verscheidene machinegeweren. We hadden een 1 bemanning van 72 koppen. Even voorbij IJsland begonnen de moeilijkheden. Waar we niet op rekenden — ik zeker niet — was mist. En wat voor een mist, zo dik als erwtensoep. Maar dat niet alleen, overal dreven dikke ijsschotsen en kleine ijsbergen rond. Je kon je voorligger niet zien en als je hem even in de gaten had, moest je van koers veranderen om niet tegen een ijsberg op te varen.

Wordt vervolgd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 november 1975

Daniel | 24 Pagina's

BRAEM’S VREEMDE KERSTFEEST

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 november 1975

Daniel | 24 Pagina's