HET VERBODEN BOEK
NAAR EEN OUD VERHAAL
Nee, denkt moeder Sebolt. Neg niet, nog even wachten Eerst moet ik Sylva op het meel uit sturen.
Ze kijkt door het kleine vierkante raam naar buiten. Sylva zit cpzij van het huis onder de overkapping van het dak. Ze heeft het spinnewiel naar buiten gesleept om daar haar taak te verrichten. Maar ze heeft nog niet veel gedaan, 't Is toch eigenlijk te warm buiten. Traag glijdt de kriebelende wol dcor haar vingers.
„Sylva!"
„Ja, moeder? " vraagt ze. Maar ze weet eigenlijk wel wat er komen zal Ze moet het meel halen in het dorp.
Moeder Sebolt kijkt haar dochtertje glimlachend aan. „Je hebt niet veel lust geloof ik", zei ze.
Sylva staat puffend cp van de bank en slaat de pluizen van haar schort.
, , 't Is ook zo heet", verzucht ze. „Ik dat het meel gebracht zou worden." dacht
„Ja, dat dacht ik oek. Maar ik ben al een paar keer naar de weg gelopen en ik zie nog niets komen. En we moeten toch vóór twaalf uur brood bakken!"
Ja, Sylva ziet ook wel in dat er niets anders cp zit dan naar het dorp te gaan. Als je twaalf bent en je woont op een boerderij dan is spelen er niet meer bij. Gehoorzaam speldt ze haar schouderdoek cm, haalt de mand uit het achterhuis en gaat op weg. Mceder Sebolt blijft neg een ogenblikje onder de luifel boven de deuropeningstaan. Ze kijkt het smalle blende meisjesfiguurtje na, dat dapper de klimmende weg cp loopt. Ze ziet hoe ze een paar keer stept en met een geruite neusdoek haar gezichtje afveegt. Wat zal het warm zijn op de heuvel! Dan maakt de weg een bocht en Sylva verdwijnt achter een korenveld.
Moeder Sebolt zucht er van. Ja, het is hard werken in deze tijd. Ook de kleintjes moeten hard mee ploeteren cm het hoofd beven water te houden. En als het dat alleen nog was, dan ging het nog wel. Maar er zijn nog zo veel andere, grotere zorgen. Vooruit, denkt ze bij zichzelf. Ze schudt met een snelle beweging het hoofd alsof ze plotseling iets bedenkt. Dan loopt ze naar de weg en kijkt naar beide kanten uit. „Nee", mompelt ze „niemand te zien". Ze loopt snel naar binnen, sluit de zware
•deur sekuur en schuift er de ijzeren grendels voor.
Toch moet ik eigenlijk eerst het vuur aanmaken, denkt ze bij zichzelf. Nóg moet ik wachten Ijverig gaat ze aan de slag in de ruime keuken. Ze legt hout en kolen gereed. Ze haalt van de schappen aan de wand, die vol staan met schalen en potten, het bakgereedschap te voorschijn. Met een linnen doek maakt ze het nog even stofvrij en zet dan alles klaar op de geschuurde werktafel. Nu ontbreekt nog alleen het meel
Eindelijk, denkt moeder Sebolt. Nu heb ik. even tijd
Ze veegt haar handen even af aan haar schort en gaat naar de aanrechtbank toe. Op een van de hoeken ligt een klein dik boek opengeslagen. Het is gebonden in een bruin-leren band en met houtsneeprentjes versierd — een oude Lutherse bijbel.
Moeder Sebolt zet een stoel achter de aanrechtbank. Hier heeft ze het beste licht. Ze kan gelijk ook de weg afkijken, 't Is immers verboden om een bijbel te hebben en nog veel meer om er in te lezen. De Oostenrijkse regering heeft een wet gemaakt dat alle bijbels die in de huizen worden gevonden, moeten worden verbrand. Verbergt iemand zijn bijbel dan krijgt de eigenaar zware straf.
Moeder Sebolt trekt de bijbel naar zich toe en begint te lezen. Moeizaam spelt ze de grote Duitse letters. Ze kan ternauwernood lezen, maar wat ze leest valt als milde droppels in haar dorstige ziel. Over de lelies op het veld leest ze, die niet arbeiden en spinnen en toch groeien. „Wie toch van u, kan met bezorgd te zijn, een el tot zijn lengte toedoen? "
Langzaam schuift haar hand over de vergeelde bladen. Ieder woord wijst ze bij en fluistert ze hardop. „Vreest niet, gij klein kuddeken, want het is uws Vaders welbehagen, ulieden het Koninkrijk te geven".
Steeds verder leest ze. Soms herhaalt, ze de teksten zachtjes voor zich heen.
Daar slaat het twaalf uur. Moeder Sebolt schrikt er van. Zo laat al? Wacht, daar is Sylva ook. Vlug sluit ze de bijbel en gaat de deur openen.
Hijgend en bezweet stapt Sylva binnen. Ze heeft hard gelopen en ze had een zware vracht, bij zich.
„Eindelijk, hè, moeder!" zegt ze. „Het meel was nog niet klaar. Ik moest er op wachten". Puffend valt ze neer op een stoel. Haar moeder sluit de deur achter haar en schuift de bovenste grendel er weer voor.
„Drink maar even een kom melk", zegt ze vriendelijk tegen Sylva. Dan kun je me daarna gaan helpen. Ze haalt het meel uit Svlva's mand en doet een gedeelte er van in een grote ronde kom. Even later is ze al bezig het deeg te kneden.
Sylva drinkt met gulzige teugen de koele melk. Dat smaakt!
Opeens wordt er luid op de buitendeur geklopt. Ze kijken elkaar een ogenblik aan, moeder en Sylva. Beiden denken hetzelfde: Daar heb je nu waar we zo bang voor zijn geweest.
Weer wordt er op de deur gebonsd. „Doe open! Doe open!"
„Ga jij maar eens kijken, wie daar is, Sylva", zegt moeder Sebolt zo kalm mogelijk.
Maar haar trillende handen, vol klodders deeg, verraden hoe gespannen ze is. En terwijl Sylva naar de deur gaat, schiet moeder Sebolt plotseling iets ontstellends te binnen. Op de hoek van de aanrechtbank ligt daar nog de bijbel! Haastig grijpt ze het boek. Ze hebben een schuilplaats en een goede ook, maar die kan ze nu niet meer bereiken. O, wat moet ze doen?
Intussen staat Sylva met een kloppend hart achter de gesloten buitendeur. Ze luistert nog even en wacht. Pas als het geroep overgaat in woedend geschreeuw roept ze: „Wie is daar? "
Van buiten klinken verschillende stemmen: „In naam des keizers, doe open!" Sylva schrikt er tóch nog van. Met bevende handen ontsluit ze de deur. Direkt dringen een aantal soldaten het huis binnen. Er is ook een priester bij, ziet Sylva.
„Waar is je moeder? " vraagt een hen bars.
„In in de keuken " stottert Sylva. Met loden voeten loopt ze voorop en opent de keukendeur. Moeder Sebolt is druk bezig met haar werk. Juist schuift ze de laatste klomp deeg in de oven. Dan veegt ze haar handen af en vraagt beleefd: „Wat wensen de heren? "
„We zijn gekomen om naar ketterse boeken te zoeken", is het antwoord. „U weet dat het verboden is een bijbel in
huis te hebben. En wij vermoeden er hier een te vinden is!" dat
„Gaat uw gang, heren..." zegt Sebolt. moeder
Maar nog voor ze uitgesproken is, beginnen ze al. Ze verspreiden zich door het hele huis. Twee soldaten gaan naar de huiskamer en snuffelen daar rond. Zelaten Sylva de kasten openen en trekken alles van z'n plaats.
Sylva ziet het aan met brandende ogen. Ze moet op haar lip bijten om niet te huilen bij het zien van al die rommel. En onderwijl denkt ze koortsachtig: Waar is de bijbel? Waar heb ik hem ook weer zien liggen?
En dan — terwijl de mannen mismoedig hun schouders ophalen — weet ze 't opeens. In de keuken ligt hij. Op de aanrechtbank. Zomaar tussen het vaatwerk
Haar hart klopt zo luid dat ze bang is dat de mannen het zullen horen.
„Welke vertrekken zijn er nog meer? " vraagt de oudste soldaat aan Sylva. Hij neemt het tengere meisjesfiguurtje aandachtig op. Is ze niet wat zenuwachtig, dat juffertje?
Maar 't lijkt of Sylva zijn blik voelt. Ze richt haar schouders op en kijkt de soldaat opeens recht in het gezicht. Haar blauwe ogen onder de omhooggespelde vlechten zijn open en fier. 't Is of zij zeggen willen: Zoek maar. Wij hebben geen verkeerde boeken in huis. Kijk maar, overal
„Laten w T e eerst maar weer terug gaan naar de keuken", zegt de andere soldaat. Daar treffen ze ook hun vier makkers en de priester aan. 't Blijkt dat twee van hen de rest van het huis al doorzocht hebben. Maar ook zij hebben niets gevonden.
De priester en de laatste twee soldaten hebben de keuken voor hun rekening genömen. Sylva ziet het aan de wanordelijke toestand, die er heerst. Tersluiks laat ze haar ogen gaan over de aanrechtbank. De bijbel is weg!
Dan begint de priester te praten. „Nee, ook wij hebben niets kunnen ontdekken", zegt hij spijtig. Met zijn felle bruine ogen neemt hij de moeder en het dochtertje argwanend op. Heeft hij zich vergist? Of zijn zij hem te slim af geweest?
Sylva kijkt de priester effen aan. Rustig vouwt ze haar handen op haar rug. Maar het juicht door haar heen: Niets! Er is niets gevonden! Ze boort haar tanden in haar onderlip om niet luidkeels te lachen en te huilen tegelijk. Wat een opluchting! Dank u Heere, dank u! gaat het door haar heen.
„Het is een vergeefse reis geweest, mannen", besluit de priester dan maar. „We hebben ons vergist. Pas maar op. vrouwtje, dat je nooit verboden boeken in huis haalt. Je staat onder verdenking nu". Een dreigende blik vergezelt zijn laatste woorden.
Een geweldige opluchting maakt zich meester van moeder Sebolt als zij eindelijk de laatste soldaat, het erf af ziet stappen. Beleefd en vriendelijk heeft zij hen gegroet. Zij moet zich immers goed houden! Als zelfs het geluid van hun voetstappen niet meer gehoord wordt, haast ze zich naar de keuken. Want het brood staat immers in de oven. Dat mag niet verbranden.
„O, moeder!" komt Sylva haar tegemoet. „Moeder toch!"
„Dat is goed afgelopen, Sylva", zucht moeder Sebolt. Doodmoe opeens, laat zij zich op een stoel vallen.
Sylva leunt tegen de tafel en kijkt haar uiterst nieuwsgierig aan.
„Waar is de bijbel, moeder? " barst ze los. Heeft de Heere hen de ogen verblind? Waar hebt u hem gelaten? "
Moeder Sebolt glimlacht even. Wat heeft ze zich goed gehouden, die kleine Sylva. „Nou, moeder? " Opgewonden draait Sylva om haar heen.
Moeder Sebolt lacht geheimzinnig. Ze schept er opeens een kinderlijk behagen in Sylva nog even nieuwsgierig te houden.
„Dat zul je nog wel merken, Sylva!" zegt ze. „Kom, help me nu maar eens. We hebben nog bergen werk te verzetten!"
Het is avond.
Moe en hongerig komen vader en de broers thuis. Het hele huis is plotseling vol leven en vertier.
Nog geen tien minuten later zitten allen al rond de grote tafel te eten. De grote schaal melkbrij, die Sylva heeft gekookt, is in een ommezien verdwenen. De broers zitten al weer naar het brood uit te kijken. Wat een honger krijg je van zo'n dag op het veld!
„Maar vrouw!" roept boer Sebolt uit als Sylva de broden op tafel zet. Wat heb je toch verbazend grote broden gebakken. Nog nooit heb ik er een gezien, zo groot als dat daar. Je rekent er zeker
op dat we een geweldige honger hebben!"
„Dan had ik toch wat anders moeten bakken", antwoordt moeder Sebolt lachend.
..Hoe dat zo, vrouw? "
Ze antwoordt niet, maar neemt een mes en maakt een snee in het brood. Dan licht ze er de korst af. Tot hun grote verbazing krijgen ze in het brood een witte linnen doek te zien. De jongens vliegen overeind en stoten hun hoofden tegen elkaar boven dat vreemde brood. Ook boer Sebolt staat op om dat eens goed te bekijken. Sylva zegt niets. Nu begrijpt ze het opeens!
Moeder Sebolt gaat verder met het broed weg te snijden. Dan maakt ze de doek los. In die doek ligt — de oude bijbel.
„O, moeder!" roept Sylva uit. „Nu begrijp ik dat die soldaten niets konden vinden. Daar heb ik niet aan gedacht!" Boer Sebolt kijkt vol verbazing en schrik van Sylva naar haar moeder. Nu moeten ze aan 't vertellen.
„Toen ik de mannen aan de deur hoorde", begint moeder Sebolt, „begreep ik dat er iemand naar de bijbel kwam zoeken. Ik had geen tijd meer om het boek te verstoppen en ik wist niet wat ik moest beginnen. Toen was het alsof mij gezegd werd de bijbel in de oven te verstoppen. Ik wikkelde het boek in deze doek, stopte alles toen gauw in een klomp deeg en schoof die in de oven. Toen de soldaten kwamen, zochten zij overal. Maar in de hete oven keken ze niet. want ze begrepen wel dat die vol broden lag. En daar kwamen ze niet om "
Sprakeloos staan boer Sebolt en de jongens om de tafel. Hoe hongerig ze ook zijn, het eten blijft onaangeroerd. Wat vertelt moeder daar nu toch allemaal? Hier is een klein wonder gebeurd!
„Je bent toch een slimme vrouw", zegt de boer dan tegen moeder Sebolt. „Je hebt alles schander uitgedacht!"
Hij kust zijn vrouw en zegt dan bijna plechtig: „Gelooft zij de Heere dat wij dit kostelijke boek — Zijn Woord, dat ons door de vaderen is overgeleverd — hebben mogen behouden!"
De oude bijbel werd door het gezin later in hoge eer gehouden. Gelukkig brak er een betere tijd aan, waarin ze vrij er uit konden lezen. Vader en moeder Sebolt lieten de bijbel weer na aan de kinderen. Later emigreerden hun kinderen naar Ohio in Noord-Amerika. En daar wordt de „gebakken bijbel" nog altijd zorgvuldig door de afstammelingen van de familie Sebolt bewaard.
A. Korpershoek-van Wendol de Joode
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 oktober 1975
Daniel | 24 Pagina's