EMANCIPATIE IN DE BIJBEL
„Komt emancipatie dan in de bijbel voor? ", vraagt misschien iemand zich bij het lezen van de titel verwonderd af.
Deze vraag is niet zonder grond. Want de moderne emancipatiegedachte draagt in zich de notie van onafhankelijkheid en van zelfstandigheid-zonder-binding. Ze is te zien als een regelrechte aanslag op de orde, die Gods Woord ons voorschrijft. Een aanslag die revolutionaire trekken draagt, omdat de door God bedoelde orde moet worden vervangen door een nieuwe, geëmancipeerde orde van de mens.
Niets nieuws onder de zon
En toch zullen we zien dat er ook in dit opzicht niets nieuws is onder de zon. Want dit verlangen van de - mens naar „vrijheid", naar een nieuwe, geëmancipeerde orde, vloeit uit bet oude verlangen dat de mens in het paradijs openbaarde, voort, n.1. zichzelf de wet te mogen stellen.
Het woord emancipatie betekent eigenlijk: bevrijding van één of ander gezag. Emanciperen betekent dus: rijmaken, mondig verklaren. Met de kennis van de betekenis van deze woorden gewapend, - zal het hopelijk duidelijk worden, dat het probleem emancipatie juist volop aan de orde is in de Bijbel. En wel op tweeëerlei wijze. Naar Rom. 1 : 28 heeft het de mens niet goed gedacht God in erkentenis te houden en in ongehoorzaamheid aan Gods uitdrukkelijk bevel heeft hij gegeten van de verboden iboom. ' •
De gevolgen daarvan zijn ontzettend. In plaats van de door de satan voorgespiegelde, en door de mens begeerde vrijheid te verkrijgen, kwam de mens in de slavernij. In plaats van heer werd hij knecht, in plaats van meester: slaaf.
Van slaaf tot heer
De mens die zich tot heer en meester over zichzelf had uitgeroepen, is meer slaaf dan heer, omdat hij de natuurlijke vijand van zichzelf is. Wie de zonde doet is een dienstknecht van de zonde. Het „eigen ik" is een grote tiran! In ons verlangen naar emancipatie, naar ongebondenheid, hebben' we ons gebonden met de kluisters van de zonde. Daarvoor gaan onze ogen evenwel pas open als de Heere door de H. Geest de aard en de betekenis van onze zonden doet zien. Dan ontstaat ook het verlangen om van de zonden te worden verlost: van de schuld van de zonde en van de kracht van de zonde.
Dan pas voelen we ook hoe we er aan geketend zijn: hoe harder we aan deze ketenen rammelen om ons er van te bevrijden, hoe meer pijn ze doen. Vandaar dat dan gevraagd en' gezocht wordt naar een mogelijkheid buiten ons, om van de zonde te v/orden verlost. En dan is onze onmogelijkheid Gods mogelijkheid: in de Heere Jezus Christus.
In Hem is de ware vrijheid, door Hem verworven doordat Hij Zich liet binden met de banden waarmee wij ons hebben gebonden: van de zonde, satan en dood. Maar als de meerdere Simson heeft Hij ze verbroken: tegen Zijn goddelijke kracht waren ze niet bestand. Hij verbrak ze en verbreekt ze in allen die Hem als hun Zaligmaker leren nodig krijgen: Zijn Naam is Jezus, Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden. Hij verlost van het hoogste kwaad en brengt tot hét hoogste goed.
Deze verlossing brengt een' heilige emancipatie met zich mee: een verlangen bevrijd te zijn van de boze machten, satan, zonde, wereld en 't „eigen ik", om. naar de liefde van ons hart de Heere te dienen naar Zijn Woord en heilige Wet. Deze emancipatie brengt een gebondenheid aan de wil van God met zioh mee, een gebondenheid die alleen maar tot ons welzijn strekt. In deze zin heeft emancipatie dus een alleszins gunstige betekenis. De inhoud hiervan wens ik ieder toe.
Want het lijkt wel aantrekkelijk om zelf te kunnen bepalen wat we doen zullen', om totaal onafhankelijk te zijn van vreemde machten, maar deze vrijheid is in deze wereld niet aanwezig. Luther heeft gezegd: „De mens is te vergelijken met een paard, dat nooit zonder ruiter is; deze ruiter is de duivel of God". Het is een beetje vreemd gezegd, maar de bedoeling is duidelijk.
Vrijheid, een gave van God
Gods Woord leert ons, dat vrijiheid een gave van God is, die we ontvangen door het geloof in de Heere Jezus Christus. Zeer duidelijk wordt ons dat geleerd door Christus Zelf in Johannes 8.
De Farizeeën wilden niet in de Heere Jezus geloven. Hij waarschuwt hen dat ze, indien ze Hem verwerpen, in hun zonden zullen sterven. Want Hij is immers het licht der wereld. Wie dat liüht buitensluit blijft in de duisternis en' komt daarin om.
Maar tot de Joden, die in Hem geloofden sprak de Heere Jezus: Indien gijlieden in Mijn Woord blijft, zo zijt ge waarlijk Mijn discipelen, en zult de waarheid verstaan en de waarheid zal u vrijmaken.
Deze woorden ergerden de Farizeeën en ze beriepen er zich op dat zij Abrahams zaad waren en nooit iemand gediend hadden. „Hoe zegt Gij dan: gij zult vrij worden? "
Dan wijst de Zaligmaker hen er op dat wie de zonde doet, daarvan een' dienstknecht is, een slaaf. En al zondigend wordt hij het steeds meer. De Heere laat hun ihet verschil zien tussen wat zij zijn en wat zij menen te zijn; zij zijn geen zonen maar slaven, geen ware zonen van Abraham en geen' kinderen van God, maar van de duivel.
Tenslotte beschrijft de Heere Ihet gevolg, dat hun slaaf-zijn zal hebben: e slaaf blijft niet altijd in het huis. Hij kan voor een! korte tijd de voorrechten van het huis van zijn meester genieten, maar niet voor altijd. Elk ogenblik kan hij weggezonden of verkocht worden. De Joden, die trots op hun afkomst waren, moesten dat beseffen. De bijzondere voorrechten voor Israël waren geëindigd. Abrahams ware kinderen, het geestelijk zaad, zullen in het huisgezin blijven en de voorrechten blijvend genieten, maar Abrahams slaven' (denk aan Hagar, maar lees ook. Gal. 4 : 21-31) zullen uitgedreven worden. Slechts een zoon geniet vrijheid.
Waarlijk vrij
Als de Zoon van God hen zal vrij gemaakt hebben, zullen ze inderdaad vrij zijn. Het woord „als" laat de volle verantwoordelijkheid voor hen, maar dezë tekst zegt ons ook dat de daad zelf ten volle het werk van de Zoon van God is. Hij maakt vrij, omdat Hij de Eniggaborene van de Vader is, vol van genade en waarheid.
Zo zult ge waarlijk vrij zijn: het is vrijheid van de slavernij van de zonde, terwijl de Joden dachten dat een vrijheid van de afgodendienst genoeg was.
Maar deze vrijheid is ook in een ander opzicht voortreffelijker: als iemand, die in staat van beschuldiging gesteld is, vrijgesproken wordt, is hij vrij. Als een slaaf vrijgelaten wordt, is hij vrij. Maar de rechter die vrijspreekt en de man die een slaaf de vrijheid geeft, zullen als regel d.e vrij verklaarde niet als hun eigen zoon adopteren. Maar wanneer de Zoon iemand vrij maakt, zal hij waarlijk vrij zijn en wordt hij tot kind van God aangenomen.
Hoe maakt dan de Zoon vrij? Door te verlossen van alles wat ons gevangen houdt; te bevrijden van de ketenen die ons binden. Door ons als doden in onszelf Zijn stem te doen horen!, opdat we zullen leven. Hij bevrijdt van de schuld der zonden (Rom. 5) en maakt de Zijnen ook vrij van de heerschappij van de zonde (Rom. 6).
Velen zijn van mening dat als we toch eenmaal onder de genade staan, we het met de zonde niet zo nauw meer beihoeven te nemen. Daar neemt de apostel Paulus in Rom. 6 sterk stelling tegen: er is maar tweeërlei mogelijkheid. Of: we zijn dienstknechten der zonde en vrij van de gerechtigheid, of: we zijn vrij van de zonde en dienstknechten Gods. De vrijheid die Gods kinderen hebben is geen zelfbeschikking, geen' vrijheid om nu maar te doen wat we willen. Maar het is een vrijheid tot het doen van de wil van God.
Er zit in het leven der zonde een wetmatigheid waaraan niemand ontkomt. Die wetmatigheid is door God gesteld. Men kan n.1. wel menen geen God en geen meester te erkennen en volkomen naar eigen zin en wil te leven, maar men is juist dan onderworpen aan de macht der zonde en men! ondervindt dat de bezoldiging ervan (de betaling 'die er op volgt) de dood is.
Maar wie in de Heere Jezus Christus gelooft als Zijn Zaligmaker en dus in Hem is en Zijn eigendom is, is vrij van de macht van de zonde en van de dood: om. 6 : 14. Want de zonde zal over u niet heersen, want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade. Dat wil niet zeggen, dat we geen last meer hebben van de zonde of de aanvallen van de duivel of de verleiding van de wereld. We hebben er dagelijks tegen te strijden. Maar het geloof weet dat de macht van Christus en Zijn Geest oneindig veel groter is dan de macht van zonde, duivel en dood.
De Geest des Heeren onmisbaar
De ware vrijheid, de heilige emancipatie bestaat dus daarin dat we geleid worden door de Heilige Geest. Zo schrijft Paulus in 2 Kor. 3 : 18: De Heere nu is de Geest en waar de Geest des Heereri is, is vrijheid". Door Christus is de Heilige Geest verworven en Zijn kinderen geschonken. Die maakt tot kinderen van God, wier lust het is in de wegen des Heeren te wandelen en de naaste uit liefde te dienen.
Zo is ook Luthers woord te verstaan: „Een christen is een zeer vrij heer over alle dingen, aan niemand onderworpen; een christen is een' zeer dienstvaardige knecht van allen, onderworpen aan allen".
De gelijkenis van de verloren zoon doet ons zien dat oorspronkelijk beide zoons niet op de rechte wijze kind in huis waren. De jongste zoon verlangde naar vrijheid buitenshuis om in een ver land zijn verlangen naar zgn. vrijheid uit te leven. Het bleek een gebondenheid te zijn aan zijn zonden van onbezonnenheid, verkwisting en' overdaad. Toen hij tot zichzelf kwam, terugkeerde en in zijn kinderrecht hersteld werd, was hij behouden. Hij verlangde zijn vader uit liefde te dienen. Toen was hij pas vrij. Maar ook de oudste zoon had om blij te zijn niet zijn vader nodig, maar hij wilde met zijn vrienden, buitenshuis, vrolijk zijn. Hij diende zijn vader met eigenbedoelingen, om straks een rijke erfenis te hebben. Hij weigert de feestzaal 'binnen te gaan waar men verheugd is in liefdevolle binding aan het woord en de daad van de vader. Hij was dus niet vrij.
Wij menen vrij te zijn van veel wat in de wereld zich openbaart, waar de slavernij van de zonden zijn triomfen viert. Maar kennen wij de ware vrijheid der kinderen Gods? Want als we in die vrijheid staan zijn we pas echt vrij. Dan nemen we in ons huwelijk die plaats in, die de LIeere ons geeft om in liefde te dienen.
Dan nemen we in de maatschappij die plaats in en mogen we in ons goddelijk beroep zo dienen, zoals de Heere dat in Zijn Wloord van ons vraagt.
Het is de enige troost van een christen dat hij door Christus gekocht is. Want zo is hij vrij van de zonde en gebonden aan de Heere Jezus Christus met de eeuwige band van de Heilige Geest en het geloof. Welk geloof over zal gaan in het aanschouwen om dan altijd de Heere te dienen in alle vrijheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 oktober 1975
Daniel | 24 Pagina's